Door:
Vice Versa

11 juni 2018

Burgemeester Leoluca Orlando van Palermo verwelkomt migranten meestal persoonlijk en gelooft heilig in het recht op mobiliteit. Zijn beleid loont; Orlando is vorig jaar met grote meerderheid herkozen. Rechtspopulisme heeft geen schijn van kans in zijn stad. Wat is het geheim van Palermo? Ayaan Abukar en Marc Broere gingen op onderzoek en zijn door de burgemeester voor vier dagen tot Palermitaan benoemd.

Tekst: Ayaan Abukar en Marc Broere

Een prachtig historisch centrum met smalle straatjes, het op drie na grootste theater van Europa, mooie kerken en kastelen, veel toeristen die zich wandelend en in open bussen en treintjes – en met paard en wagen – door de stad laten vervoeren, een geur van verbrand hout. Palermo is alles wat je je voorstelt bij een doorleefde Zuid-Italiaanse stad. Met al je zintuigen voel je dat het een stad is met een ziel en een geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten generaal George Patton en de geallieerde troepen Sicilië en Palermo als uitvalsbasis voor de verovering van Italië op de fascisten. Het eiland ten zuiden van de Italiaanse laars was een ideaal bruggenhoofd om het vasteland van Zuid-Europa binnen te trekken.

De afgelopen jaren was Sicilië een bruggenhoofd voor veel migranten die de Middellandse Zee overstaken om eveneens hier hun eerste voet op Europese bodem te zetten. Vanwege het gepolariseerde politieke debat over migratie en vluchtelingen zou je denken dat de voedingsbodem voor negatief sentiment hier groot is. Maar het omgekeerde is het geval.

Burgemeester Leoluca Orlando van Palermo heeft zich opgeworpen als beschermheer van migranten. Hij had al naam verworven door bestrijding van de maffia in de jaren tachtig en negentig, maar manifesteert zich nu ook als een van de meest uitgesproken verdedigers van migrantenrechten in Europa. Palermo geldt als voorbeeld voor andere steden om de integratie van migranten te bevorderen.

Er is de afgelopen jaren al veel over hem geschreven. De charismatische burgemeester komt iedere migrant indien mogelijk persoonlijk begroeten op de kade van Palermo, beschuldigt de Europese Commissie van genocide op migranten die verdrinken in de Middellandse Zee omdat veilige routes onmogelijk worden gemaakt.

Juist het ontmoedigen van migratie en het onmogelijk maken van veilige routes leidt tot criminaliteit, vindt Orlando. Hij ziet de weg naar het recht op mobiliteit als dezelfde historische weg die leidde naar afschaffing van slavernij en doodstraf. Orlando schreef in 2015 het International Human Mobility Charter, ook bekend als het Palermo Charter. Als een ware evangelist probeert hij sindsdien steun te verwerven voor het recht op mobiliteit.

De positie van Orlando is extra bijzonder omdat hij burgemeester is van een van de armste gebieden van Italië, een kwart is werkloos. Toch werd hij in juni 2017 opnieuw verkozen, met 74 procent van de stemmen – op een moment dat de Italiaanse regering juist een nog hardere lijn inzette, met de uitbreiding van detentiecentra voor migranten en het inperken van het recht van asielzoekers om in beroep te gaan. Wat is hier aan de hand en hoe valt dit te verklaren?

De eerste die we spreken is Adham Darawsha. Hij is arts in het ziekenhuis van Palermo en voormalig voorzitter van de Raad van Culturen, een adviesorgaan van alle migrantengroepen in de stad. De Palestijn is een gemakkelijke prater die veel grapjes maakt. Hij kwam zeventien jaar geleden naar Palermo met het idee er een jaar te blijven, maar is nooit weggegaan. Dat is het verhaal van veel migranten hier. Ze voelen zich thuis in Palermo. ‘Je hoort mij niet zeggen dat Palermo een paradijs is,’ zegt Darawsha, ‘maar het is een stad met een lange geschiedenis van gastvrijheid.’

Voordat de vluchtelingencrisis uitbrak, woonden er ruim twintigduizend migranten in Palermo. De grootste gemeenschappen komen uit Bangladesh, Sri Lanka, Ghana en Roemenië. In 2013 werd door de regionale overheid in Zuid-Italië een wet afgekondigd om de politieke participatie van migranten te bevorderen, die in tegenstelling tot migranten in Nederland geen stemrecht hebben tijdens lokale en nationale verkiezingen. Gemeenten mochten zelf bepalen hoe ze dat invullen.

Burgemeester Orlando besloot om de Raad van Culturen op te richten – en toen werd het 2015. ‘Niemand hield er rekening mee’, zegt Darawsha. ‘De eerste boot met migranten kwam in maart 2015 aan. In het begin waren de nieuwkomers vooral op doorreis en was de grens met Duitsland nog open. Maar omdat die nu gesloten is, komen steeds meer migranten in de opvang in Italië terecht. De meesten vragen noodgedwongen asiel aan, wetend dat ze geen kans maken op een vluchtelingenstatus. Het gaat meestal om mensen die vanuit Libië de oversteek maakten en die getraumatiseerd zijn door wat ze daar overkwam.’

De groep die in de asielprocedure terechtkomt, verblijft in verschillende soorten centra, die onder regeringsgezag vallen. Rome bepaalt waar de migranten naartoe moeten, hoe ze worden opgevangen en wie wel en niet worden toegelaten. Darawsha vertelt dat het van belang is een duidelijk onderscheid te maken: ‘Aan de ene kant is er de Italiaanse wet die voor heel Italië geldt en waaraan iedereen zich dient te houden. Maar er is ook de lokale politieke omgeving waarin de uitvoering van het beleid plaatsvindt.’

Met in Palermo een burgemeester die Leoluca Orlando heet. ‘Persoonlijk komt hij vluchtelingen en migranten verwelkomen’, vervolgt Darawsha, ‘en hij laat zich zien in de multiculturele stad. Hij is aanwezig op de traditionele feesten van alle religies en bevolkingsgroepen. Toen de Senegalese gemeenschap naar aanleiding van de aanslag in februari op migranten in Macerata een bijeenkomst organiseerde, was hij erbij. Orlando gelooft er gewoon in en is daarmee anders dan andere bestuurders in Italië. Het is prachtig om in zo’n stad te wonen. Mijn laatste sms-contact met de burgemeester was vannacht om drie uur.’

We maken met de arts een wandeling door de binnenstad. Overal komt hij bekenden tegen en intussen maakt hij per telefoon afspraken voor ons met politici, opvangcentra en mensen van maatschappelijke organisaties. Darawsha vertelt dat de grote instroom van vluchtelingen het draagvlak voor een tolerant en gastvrij beleid op geen manier negatief beïnvloed heeft.

‘Mijn definitie van migratie’, zegt hij, ‘is een toegevoegde waarde geven aan een nieuwe plaats. Waar we nu doorheen lopen was dertig jaar geleden een dode buurt. Door migranten zijn er veel activiteiten gekomen; zij gaven een nieuw gezicht aan de stad. Het is moeilijk om hier een echte racist te vinden. Vergeet niet dat veel Sicilianen ook zelf migranten zijn geweest en naar de Verenigde Staten en enkele Europese landen zijn getrokken. Noord-Italië is rijk, maar daar zie je veel racistisch geweld. Palermo is niet rijk, kent veel arme mensen, maar je ziet hier nagenoeg geen racisme. Hier zou een antropoloog eens onderzoek naar moeten doen.’

We beginnen de volgende dag in Asante, een ‘eerste opvang’ voor minderjarige migranten. Het vijf verdiepingen tellende gebouw ligt net buiten het historisch centrum in een smal straatje. Coördinator Silvia Calcavecchio vertelt dat er tijdens de hoogtijdagen van de migratiecrisis 250 jongeren in het gebouw verbleven, vooral uit Mali, Senegal en Gambia.
Hun aantal is afgenomen; momenteel biedt Asante onderdak aan zestig jongeren. ‘Er wordt een ontmoedigingsbeleid gevoerd door de Italiaanse regering en samengewerkt met de Libische kustwacht’, verklaart ze. Over wat ze van dat beleid vindt, laat Calcavecchio zich diplomatiek uit, maar haar gezicht spreekt boekdelen. ‘Ik vind dat iedereen zelf mag bepalen in welk land hij asiel aanvraagt.’

Asante en de andere centra moeten zich houden aan de Italiaanse wet. Dat betekent dat het alleen maar de basisvoorzieningen aan migranten mag bieden: een dak boven het hoofd, medische bijstand, voedsel. Binnen de grenzen van de wet proberen Calcavecchio en haar medewerkers dat zoveel mogelijk op te rekken. De minderjarigen kunnen ook een certificaat halen, wat het mogelijk maakt om naar de middelbare school te gaan of een beroepsopleiding te beginnen. Meestal krijgen ze vanwege hun minderjarige status een humanitaire verblijfsvergunning van twee jaar. Calcavecchio vertelt dat veel jongeren gespannen en onrustig zijn. ‘Het is onze taak om ze bezig te houden. We doen ons best, maar het is nooit genoeg.’

Ze ziet een duidelijk verschil tussen Palermo en andere plaatsen. ‘Voor elke stad geldt dat ze zich aan regeringsbeleid moet houden. Maar een lokale overheid kan zelf ook veel doen. Palermo telt veel organisaties die migranten helpen èn een unieke burgemeester.’ Maar Orlando is geen wonderdokter, zegt Calcavecchio. ‘Hij heeft niet alles in de hand. Als Rome besluit dat ons land geen vluchtelingen en migranten meer opvangt en er alles aan doet om de mensen in Libië te houden, zal ons centrum wellicht sluiten.’

Buiten, op de patio, praten we met drie bewoners van het centrum: Ibrahim Jallow (18), Omar Ceesay (18) en Dembo Maneeh (16), alle drie afkomstig uit Gambia – maar de lange reis verliep voor de een beter dan voor de ander. Zo zat Ibrahim zeven maanden in een Libische gevangenis, zag er gruwelijke dingen.

Wat in hun verhaal vooral opvalt is de grilligheid van de tocht; het zijn vaak toevallige ontmoetingen die je lot bepalen. Toevallige ontmoetingen met slechte mensen die ervoor zorgen dat je maanden onder erbarmelijke omstandigheden in een cel verkeert òf het geluk dat je goede mensen tegenkomt die zich jouw lot aantrekken en zich over je ontfermen en steun en onderdak bieden om enige tijd op adem te komen.

Een andere gemene deler is dat ze alle drie uit goede families komen en in eigen land ook een goede schoolopleiding doorliepen en aan het werk waren. Maar het weerhield hen niet ervan om aan een ongewisse tocht buiten de eigen landsgrenzen te beginnen. Dit gegeven staat in schril contrast met de visie in het Nederlandse regeerakkoord, dat ervan uitgaat dat mensen niet meer migreren als ze eenmaal perspectief hebben.

Evenmin hielden ze Europa als einddoel voor ogen, toen ze hun eigen land verlieten. Eerst probeerden ze het in andere Afrikaanse landen, voordat ze de sprong naar Europa waagden. Dembo was al genesteld in Algerije, maar moest noodgedwongen vertrekken toen er onlusten uitbraken tussen Arabieren en zwarte Afrikanen. Nu zitten ze hier op school en voelen ze zich thuis in Palermo. ‘Ik hoef niet verder te trekken’, zegt de welbespraakte Dembo, wiens vader niet verwonderlijk een imam is.

Tijd om de bestuurlijke kant te horen. In een prachtig historisch pand, een van vele in de stad, wacht Mattina Giuseppe ons op. Als wethouder voor burgerschap en participatie is hij verantwoordelijk voor de opvang en integratie van migranten. Het eerste dat hij met een grote grijns zegt is dat hij geen woord Engels spreekt. Snel wordt een gemeenteambtenaar opgespoord die de taal enigszins machtig is. Het wordt ons snel duidelijk dat de passie voor de migratiezaak niet enkel door Leoluca Orlando wordt gedragen, want ook de wethouder steekt van wal met een gloedvol betoog: over het recht op mobiliteit en over de plicht die hij als bestuurder voelt om migranten op een waardige manier te accommoderen in zijn stad. Ook hij wijst zoals anderen al eerder deden op de eeuwenlange geschiedenis van Palermo als stad van mensen-in-beweging. ‘Dit is onze basis, het fundament van ons huis. De angst voor vluchtelingen ligt hier beneden het vriespunt. Op basis van dit fundament konden we de vluchtelingencrisis makkelijk aan.’

Gevraagd naar de randvoorwaarden voor een succesvol beleid, somt Giuseppe een paar zaken op. In de eerste plaats een kleinschalige opvang. Terwijl er in Nederland soms gigantische asielzoekerscentra in kleine dorpen worden geopend, vind je in Palermo dertig locaties waar de drieduizend mensen worden opgevangen die nu een asielprocedure doorlopen.

‘We krijgen geld van de regering voor de opvang,’ zegt Giuseppe, ‘maar het is geheel aan ons om te bepalen hoe we daaraan uitvoering geven. Voor ons staat voorop dat de nieuwkomers moeten mengen met de Palermitanen, een fysieke interactie. Daarom verspreidden we de asielzoekers over heel de stad.’ Maar je moet migranten nooit voortrekken, benadrukt Giuseppe. ‘Alle sociale en culturele voorzieningen zijn toegankelijk voor iedereen.’

De uitvoering van lokaal beleid laat het stadsbestuur grotendeels over aan ngo’s, die in Palermo talrijk zijn. De organisaties werken niet alleen met professionele krachten, maar ook met lokale vrijwilligers. De hele stad ademt gastvrijheid en warmte uit. Als je snel werk wilt vinden, kun je beter naar Noord-Italië trekken. Maar in Palermo kun je op adem komen in een warm bad. Je hebt hier veel mogelijkheden om te leren, om je juridisch te laten adviseren en om deel te nemen aan een reeks van sociale activiteiten. Zo zijn er mooie concepten ontstaan: Moltivolti, een sociale onderneming die is opgericht door migranten. Overdag een *co-working space en ’s avonds een restaurant met gerechten uit alle streken van de wereld, variërend van Mali tot Afghanistan. Er komen niet alleen migranten in Moltivolti, maar ook autochtone wijkbewoners.

Een soortgelijk concept is Porco Rosso, eveneens in het oude centrum, vlak bij de grote markt. Hier ontmoeten we coördinator Fausto Melluso. De Palermitaan begon drie jaar geleden met het idee om een buurthuis te beginnen waar vooral migranten zonder verblijfsvergunning terechtkunnen, voor gratis koffie, thee en wifi. ‘We wilden gewoon een fijne plek creëren waar migranten zich overdag thuisvoelen’, legt hij uit. ‘Verder hopen we zo de interactie tussen migranten en inwoners uit de wijk te stimuleren.’

In het begin was iedereen vooral met de eigen telefoon bezig, zegt Melluso, maar inmiddels wordt er veel gedamd en geschaakt en met elkaar gesproken. De staf van het buurthuis bestaat voor 95 procent uit vrijwilligers. Porco Rosso krijgt een beetje financiering van Oxfam en verder betalen zevenhonderd Palermitanen contributie. Iedere woensdag – toevallig de dag waarop wij er zijn – kunnen mensen er terecht voor laagdrempelig juridisch advies. De tafeltjes zijn vandaag goed bezet met migranten die een-op-een of in groepjes in overleg zijn met medewerkers en vrijwilligers van Porco Rosso.

‘Alles is gebaseerd op vertrouwen en het voor langere tijd volgen en begeleiden van mensen’, zegt Melluso. Makkelijk is het niet, geeft hij toe. ‘De mensen zitten in een onzekere situatie en komen vaak getraumatiseerd aan na een lange reis. Het blijft voor ons dweilen met de kraan open. Het Dublinakkoord is zo ontzettend oneerlijk, net als het beleid om de migranten nu in Libië tegen te houden.’

Het probleem is niet de migratie zelf maar de manier waarop het geregeld wordt, voegt hij eraan toe. ‘Door het Europese en ons nationale beleid is het bijna onmogelijk voor migranten om op een menswaardige manier te leven. Ze mogen niet doorreizen en de meesten krijgen geen verblijfsvergunning. Binnen deze context is de gemeente Palermo een goed voorbeeld van wat je nog een béétje kunt doen om het leed te verzachten en om de basisbehoeften van mensen te vervullen.’

Om acht uur ’s avonds worden we bij Leoluca Orlando verwacht. Samen met Adham Darawsha lopen we naar het monumentale stadhuis, dat wel een museum lijkt. Vlak bij de werkkamer van de burgemeester werpen we een blik op de raadszaal die er met rode bankbekleding ook doorleefd uitziet. Hier is menig discussie gevoerd. Na een paar minuten komt de burgemeester naar buiten. Hij zoent Darawsha op beide wangen en is een en al charme en voorkomendheid; een man bij wie je je meteen thuisvoelt en het gevoel hebt alsof je hem al veel langer kent.

We lopen de enorme werkkamer in en passeren een tafel waarop een grote koran ligt. Die is hem geschonken door de Aga Khan, vertelt Orlando, als dank voor Palermo’s gastheerschap van een conferentie over de wederopbouw van Aleppo’s citadel. Orlando neemt plaats achter een groot bureau dat omgeven is door weelderige groene planten. ‘Toen ik in de jaren tachtig begon met de strijd tegen de maffia,’ vertelt hij, ‘werd mij verweten dat ik antikatholiek en communist was. Maar ik ben wel degelijk katholiek en geen communist. Wat ik wel ben: een activist die pleit voor het recht op migratie.’ We krijgen een mooie uiteenzetting over Orlando’s kijk op de wereld. ‘Ik denk dat de toekomst twee namen heeft: Google en Ahmed, de migrant. Google is de virtuele connectie, Ahmed de menselijke. Als we ze weten te combineren, dan combineren we innovatie met de cultuur van gastvrijheid. Wat Ahmed en Google met elkaar gemeen hebben, is dat ze de staat niet als een afgesloten ruimte zien. Ze passeren elke dag grenzen.’

Hij geeft ons zijn visitekaartje. Op de achterkant staat een barcode; daarmee kun je de Italiaanse, Engelse en Franse versie lezen van het manifest dat Orlando schreef en waarvoor hij campagnevoert: Charter of Palermo. From the migration as suffering to mobility as an inalienable human right. Hij pleit hierin voor het recht op mobiliteit voor iedereen en voor het afschaffen van verblijfsvergunningen. De problemen gerelateerd aan migratie kunnen alleen maar worden opgelost als we het zien in het kader van mobiliteit als een recht, vindt Orlando.

‘Niemand koos voor zijn geboorteland’, licht hij toe. ‘Ik vind dat iedereen het recht moet krijgen om te kiezen waar hij wil wonen. Wat we nu zien met de migratiecrisis is een dramatisch topje van de ijsberg van een onafwendbare verplaatsing van miljoenen mensen, wereldwijd – wat voortkomt uit de oneerlijke globalisering die plaatsvindt. We moeten voorkomen dat noodsituaties, zoals de vluchtelingencrisis, chronische crises worden. Dat kan alleen door mobiliteit als een onvervreemdbaar recht te zien.’

De burgemeester vertelt dat hij een officiële klacht wegens genocide indiende tegen de Europese Commissie. Weken later kreeg hij een antwoord van vijf kantjes van de Commissie-voorzitter terug. Orlando maakt een handgebaar, tonend dat het antwoord hem weinig kon bekoren. ‘Ik zie identiteit als mijn opperste daad van vrijheid’, vervolgt hij. ‘Mijn ouders waren allebei Sicililiaans. Maar het is aan mij om te bepalen of ik de komende vijftig minuten Marokkaans, Joods, Duits of Indonesisch wil zijn. Niemand vroeg mij immers of ik in Italië geboren wilde worden. Als ik er toch voor kies Italiaan te zijn, dan is mijn beslissing dubbel zoveel waard, omdat het een uitdrukking van mijn vrijheid is. Dat geldt ook voor Ahmed. Hij moet zelf kunnen beslissen of hij een andere identiteit wil krijgen dan het bloed van zijn vader. Overigens benoem ik jullie bij dezen officieel tot Palermitaan voor de duur van jullie verblijf in onze stad.’

Op de vraag welke boodschap hij heeft voor Nederlandse politici die een streng asielbeleid voorstaan, omdat ze bang zijn om stemmen te verliezen, antwoordt Orlando resoluut: ‘Zeg ze maar dat ik met 74 procent van de stemmen ben herkozen. En dat 82 procent van de Palermitanen onder de 32 jaar op mij stemde, omdat in mijn beleid de hoop op een betere toekomst centraal staat.’

Terwijl hij ons naar buiten begeleidt, zegt Orlando tot slot: ‘We moeten de migranten bedanken. Zij veranderden onze manier van denken op een positieve manier. Ik vind ook dat de Middellandse Zee en de landen die eraan grenzen een nieuw continent moeten vormen. Zuid-Europa en Noord-Afrika hebben veel met elkaar gemeen. Laten we er een werelddeel van rechten van maken.’

Later eten we op uitnodiging van Adham Darawsha in een Palestijns restaurant. Het zit vol en het is jazz night. We ontmoeten uiteenlopende typen uit de idealistische scene van Palermo, van een rechtenstudente uit Tunesië tot een Italiaanse ngo-medewerkster die onderzoek doet naar mensensmokkel. We raken aan de praat met Mohamed Munder (44), die hoogleraar wiskunde was aan de universiteit van Benghazi voordat hij Libië moest ontvluchten vanwege de chaos en anarchie.

Nu woont hij met vrouw en kinderen in Palermo, waar hij een baan op de universiteit kreeg en onderzoek doet naar de relatie tussen wiskunde en Arabische talen. ‘Palermo is als Benghazi’, zegt hij. ‘Ik voel me hier alsof ik nog in dáár ben. Ik studeerde vroeger in Perugia, in Midden-Italië, maar dat voelde als een andere stad, terwijl Palermo mijn thuis is.’ Hij zegt terug te verlangen naar kolonel Khadaffi, omdat er destijds voor de meeste Libiërs rust en stabiliteit heerste. Net zoals de Amerikaanse invasie van Irak volgens hem een historische vergissing was, omdat die tot ontwrichting van de hele regio leidde.

Als we vragen wat hij van Orlando vindt, glimmen zijn ogen en straalt zijn gezicht. ‘Er bestaat geen woord om de burgemeester te beschrijven’, zegt hij. ‘Orlando zei tegen alle kinderen van migranten en vluchtelingen dat ze ereburger van Palermo zijn. Het is bijzonder dat je kind thuiskomt van school en zegt: “Papa, ik ben een Palermitaan!” Terwijl migrantenkinderen in andere steden vaak terneergeslagen huiswaarts gaan, omdat er slechte dingen tegen hen worden gezegd, omdat ze buitenlander zijn. Orlando is een goede, goede man. Niemand is een vreemdeling in deze stad. Wij zijn allemaal Palermitanen.’

Na vier dagen zit ons verblijf in Palermo erop, in de stad die geschiedenis schrijft in een Europa dat aan het zoeken is naar een oplossing voor de toenemende migratie naar het continent. Het antwoord op de vraag wat deze stad en haar burgemeester zo bijzonder maakt, werd door bijna iedereen die we spraken bevestigd: migratie zit in het DNA van Palermo. De eeuwenlange stadshistorie als smeltkroes van culturen, de migratiegeschiedenis van Sicilië, de sterke netwerken van migranten en de visionaire burgemeester zijn de belangrijkste ingrediënten van het geheim van Palermo.

Tegelijkertijd zien we dat de stad in een context moet opereren die een menswaardig bestaan bijna onmogelijk maakt. Het Europese en Italiaanse migratiebeleid wordt steeds strenger. Er is geen ruimte voor arbeidsmigranten en wie in de asielmachine van Italië terechtkomt wacht lange wachttijden, die soms jaren duren. De gastvrijheid van Palermo maakt het leven van migranten misschien makkelijker, maar het strenge nationale en Europese migratiebeleid biedt helaas geen enkel perspectief voor deze migranten.

 

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel

De twee verhalen over aids

Door Joris Tielens | 19 juli 2018

Ruim dertig jaar aidsbestrijding slaagde goeddeels in het bedwingen van de epidemie èn leert ons wat nodig is om de ziekte ten einde te brengen. Maar de wet van de remmende voorsprong geldt: er is veel vooruitgang door behandeling, maar preventie is verwaarloosd. Bovendien dreigt het succesverhaal te vroeg de mondiale financiering te verkleinen, met mogelijk desastreuse gevolgen. Gevraagd: politieke wil.

Lees artikel