Door:
Barbara van Paassen
Barbara van Paassen

23 mei 2018

Tags

Na de eerste schrik over de enorme nadruk op eigenbelang in de nieuwe nota van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, ziet Barbara van Paassen van ActionAid nog een hoop kansen voor een goede uitwerking. Te beginnen met een gezamenlijke visie op ‘grondoorzaken’. Alleen dan investeert het nieuwe beleid écht in perspectief van diegenen die dit het hardst nodig hebben – in het bijzonder vrouwen.

Het eerste stof is neergedaald. Het pinksterweekend bood een mooie kans om de nieuwe beleidsnota van minister Kaag nog eens goed te lezen. Geen sinecure met 100 pagina’s en een hoop verschillende invalshoeken: oude prioriteiten,  nieuwe prioriteiten, nieuwe hoofddoelstellingen, nieuwe framing, nieuwe focusregio’s, oude kaders en nieuwe kaders -waarbij het soms nog een beetje zoeken is naar de kern.

Maar het is zeker geen straf: nieuw beleid, een interessant stuk dat stof biedt tot nadenken en inhoudelijke discussies over internationale samenwerking geeft vooral veel energie. Ik hoop dat dit ook geldt voor de vele beleidsmakers en de minister zelf, die de afgelopen maanden vele gesprekken hebben gevoerd, online inputs hebben ontvangen en hard hebben gewerkt om het nieuwe beleidskader zo goed mogelijk op papier te krijgen.

De vraag is natuurlijk: wat staat erin en wat betekent dit voor internationale samenwerking de komende jaren? En in wiens perspectief wordt er vooral geinvesteerd?

Eerste schrik: eigenbelang voert de boventoon

Toen de nota vrijdag uitkwam schrok ik van de framing en focus op het Nederlands eigenbelang. De afgelopen jaren is het bijna bon ton geworden om vooral te benadrukken waarom internationale samenwerking goed is voor ‘ons’. Eerst vooral vanuit economisch perspectief en nu ook vanwege conflict en migratie. Waarbij solidariteit bijna een vies woord lijkt te zijn geworden. En dat terwijl we toch ook gewoon met elkaar hebben afgesproken dat armoede, ongelijkheid en mensenrechtenschendingen onacceptabel en onnodig zijn en dat rijkere landen – waar Nederland duidelijk toe behoort – daar een rol in hebben te spelen?

Deze nadruk op eigenbelang overschaduwt de ambitieuze inzet op de duurzame ontwikkelingsdoelen ( SDGs) en vrouwenrechten en dat is zonde. Want wat betekent die inzet precies als het Nederlands belang altijd voor zal gaan?

De nadruk op eigenbelang lijkt zich vooral te uiten op 2 terreinen:

1.Verdienvermogen van Nederland:

Het is logisch dat de agenda voor buitenlandse handel primair kijkt naar kansen voor Nederland, maar in het samenspel van ‘hulp en handel’ ligt wel erg veel nadruk op de economische kansen voor het Nederlands bedrijfsleven. Verdienen aan de SDGs staat zelfs centraal. Dit terwijl in de reflecties over de rol en de toegevoegde waarde van Nederland en haar bedrijfsleven een analyse over de keerzijde van de Hollandse noestigheid ontbreekt. Juist nu er zo’n grote rol wordt weggelegd voor de private sector bij het behalen van de SDGs is het belangrijk dat zij zich allereerst houden aan het do no harm principe: dat bedrijfsactiviteiten geen negatieve gevolgen hebben voor ontwikkeling, duurzaamheid en klimaat. De afgelopen tijd waren er helaas weer volop voorbeelden in het nieuws waar dit niet het geval was. De minister noemt het belang van IMVO en geeft aan het convenantenbeleid voort te zetten en deze kritisch te willen evalueren. Maar dat is niet genoeg om in een vervlochten hulp en handel beleid de juiste randvoorwaarden te scheppen. Hetzelfde geldt voor de ondermijnende effecten van ánder Nederlands beleid op ontwikkelingslanden, zoals fiscale regels die leiden tot belastingontwijking en biobrandstofbeleid dat landrechten en voedselzekerheid onder druk zet.

De exposé over beleidscoherentie volgt op een later moment, maar mag niet losstaan van deze nota, en de belangrijke rol die de private sector en nieuwe financieringsinstrumenten toebedeeld krijgen. Wanneer “belangen niet samenvallen” (p 25) moet niet een goede maar de juiste afweging op transparante wijze worden gemaakt met respect voor mensenrechten en milieu.

2.Migratie:

De aandacht voor migratie is zoals verwacht groot en vooral als iets wat we moeten tegengaan. Er staan een aantal schokkende opmerkingen over migratie’samenwerking’, waarbij Nederland de bereidheid van overheden om migranten ‘terug te nemen’ zal straffen of belonen middels (korting op) ODA en andere ‘drukmiddelen’. Een zorgwekkende vorm van gebonden hulp, die niet lijkt te stroken met het streven naar meer gelijkwaardige relaties. Daarnaast gaat er veel (ODA) geld naar opvang in de regio, volgens de minister omdat opvang in Nederland ‘een gepasseerd station’ is (Volkskrant interview). Dit lijkt mij een win-win voor de VVD: minder ODA en minder vluchtelingen, maar een verlies voor Nederland én de wereld.

Gezien de politieke verhouding is het natuurlijk niet geheel verrassend dat deze keuzes zijn gemaakt. Maar ik denk niet dat het moreel juist of effectief is (en ik denk dat minister Kaag dit met mij eens is). Niet effectief in het duurzaam vergroten van draagvlak voor internationale samenwerking én niet effectief in het komen tot de juiste keuzes om de SDGs te realiseren. Juist de waarden – mensenrechten, inclusiviteit, respect, diversiteit – waaraan minister Kaag zo mooi refereerde in een interview met de Volkskrant zaterdag, zou het kabinet, ministerie en alle organisaties die zich met internationale samenwerking bezighouden met trots moeten uitdragen. En meenemen in de keuzes en belangenafwegingen die zeker nog gaan komen.

Hoop in de nota: vrouwenrechten, SDGs en grondoorzaken

Als we voorbij het frame van eigenbelang kijken, zien we gelukkig ook een heel aantal hoopvolle elementen. De minister stelt vrouwen terecht centraal, omdat hun rechten immers vaker dan die van mannen geschonden worden. Vrouwenrechten en gendergelijkheid lopen dan ook als een rode draad door de nota. Het ministerie gaat zich eindelijk weer echt inzetten voor gender mainstreaming. Dit is een zeer positieve zaak, niet alleen omdat vrouwen tot een van de meest gemarginaliseerde groepen behoren, maar ook omdat investeren in vrouwenrechten loont (zie bijvoorbeeld dit UN Women rapport). Zo wordt specifiek bij het klimaatbeleid gekeken naar de impact op vrouwen en worden vrouwen actief betrokken bij klimaatonderhandelingen. Ook binnen het handel- en investeringbeleid wordt er gestreefd naar meer vrouwen aan tafel.

Positief is ook dat de oude speerpunten overeind lijken te blijven naast hernieuwde aandacht voor onderwijs, werk en inkomen en jeugd. Dat er meer aandacht is voor mondiale uitdagingen als conflict, ongelijkheid, klimaatverandering en milieudegradatie en dat er wordt geïnvesteerd in capaciteit bij Ministerie en posten. Ook het centraal stellen van de SDGs is hoopgevend. Het biedt een gezamenlijk kader en het motto van de SDGs ‘leave no one behind’ wijst terecht op het bieden van perspectief aan de allerarmsten en meest gemarginaliseerden ter wereld (veelal vrouwen) – kernpunt van ontwikkelingssamenwerking. Er wordt ook erkend dat dit alleen kan door de lange termijn aanpak van onderliggende problemen. Deze inzet op grondoorzaken is cruciaal. In tijden van crises en druk op resultaten is het belangrijker dan ooit dat internationale samenwerking voorbij gaat aan symptoombestrijding en quick fixes. Dit biedt enorme kansen voor effectieve internationale samenwerking, mits dit goed wordt uitgewerkt en doorvertaald.

Op naar de uitwerking: pak échte grondoorzaken aan

Het lijkt erop dat er de komende tijd nog een hoop keuzes zullen moeten worden gemaakt en veel uitwerking van het beleid nog zal plaatsvinden. De belangrijkste uitdaging is daarbij mijns inziens om het begrip grondoorzaken en de probleemanalyse beter te duiden. Daar kun je namelijk nogal van mening over verschillen en het heeft grote gevolgen voor je theory of change en interventies. Zo zijn de grondoorzaken van armoede niet perse dezelfde als die van ‘terreur’ en zeker niet als die van klimaatverandering – wat toch vooral CO2 uitstoot en een onduurzaam fossiel-gebaseerd consumptiepatroon is (met alle oorzaken die daar weer aan ten grondslag liggen). Als lezer vraag je je dan ook regelmatig af waarom voor de voorgestelde prioriteiten en interventies is gekozen. En of zij daadwerkelijk grondoorzaken aanpakken.

Om de inzet op grondoorzaken tot een succes te maken – en meer dan een frame om de migratiefocus te verantwoorden- hier alvast een aantal suggesties van mijn kant:

1.De verdere uitwerking van grondoorzaken is een mooie kans voor inhoudelijke verdieping en dialoog tussen ministerie en maatschappelijke partners. Naast een heldere probleemdefinitie heb ik altijd geleerd dat vijf keer waarom vragen een effectieve manier is om tot de kern en dus grondoorzaken te komen. Door dit gesprek samen te voeren verdiepen we niet alleen de analyse, maar weten we ook waar deze mogelijk verschilt en welke assumpties daaronder liggen. Nuttig voor ieder partnerschap!

2.In onze analyse blijkt dat grondoorzaken zowel lokaal als internationaal te vinden zijn en dat machtsongelijkheid vaak een grote rol te speelt. Eerder heb ik de minister sterke dingen horen zeggen over macht en onderliggende structuren als stereotypering en discriminatie. Deze analyse had ik graag teruggezien in de nota, maar gelukkig biedt iedere interventie de minister en beleidsmakers de kans om een goede machtsanalyse te doen en zo de relevantie en de effectiviteit te vergroten. Daarbij is het belangrijk dat ook naar de eigen rol gekeken wordt en dat bedrijven worden aangemoedigd hetzelfde te doen.

3.Juist omdat macht zo’n belangrijke rol speelt in internationale ongelijkheid, armoede en conflict, is het belangrijk dat zij die momenteel het minst gehoord worden – en vaak het meest in armoede leven – actief gesteund worden om zich te laten horen. Hoe kun je grondoorzaken beter aanpakken dan samen met de mensen waarom het gaat, die de gevolgen dagelijks ondervinden en weten waar ze naartoe willen? De minister noemt terecht burgerparticipatie maar dit verdient verdere uitwerking. Stel daarbij de meest gemarginaliseerde groepen centraal. Er is namelijk niets meer empowering dan actief te kunnen deelnemen aan beslissingen die je leven aangaan. Dit past ook in de voornemens om samen met de SDGs het principe van ‘leave no one behind’ en een mensenrechtenbenadering centraal te stellen, waarvan uitwerking in de nota ook ontbreekt.

4.Bouw daarbij voort op de enorme bewegingen die zich nu ontwikkelen wereldwijd en die in de nota nog ontbreken: van Afrikaanse boerinnen in Women2Kilimanjaro tot jongeren in Africans Rising. In tijden van toenemende repressie is een heldere visie op de belangrijke rol die dit soort bewegingen, het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers kunnen spelen cruciaal. Natuurlijk ben ik biased, maar ik geloof oprecht dat het zuidelijk én internationaal maatschappelijk middenveld bij uitstek goed gepositioneerd is om de uitdagingen waar we voor staan op een inclusieve structurele manier aan te pakken. Zij hebben veel ervaring met het versterken van burgers om deze grondoorzaken zélf en met hun overheid aan te pakken. Iets waarvan we zien dat het werkt, want het is nu eenmaal veel duurzamer als mensen zelf hun overheid ter verantwoording roepen. Bovendien leiden deze perspectieven vaak tot beter beleid, meer accountability en pak je zo meteen machtsongelijkheid aan.

Een goed uitgewerkte analyse grondoorzaken, mensenrechtenbenadering en ‘leave no one behind’ principe, zijn cruciaal voor succesvolle aanpak van armoede, ongelijkheid en conflict en een inzet op gender en vrouwenrechten. Expliciet maken van de waarden waar we als Nederland voor staan hoort daarbij. Niet in de laatste plaats omdat dit ook over de rol van Nederland gaat en dit alles cruciaal is voor de keuzes en belangenafwegingen die zullen worden gemaakt. Ik hoop dit dan ook terug te zien in de verdere uitwerking van het beleid. Het is positief dat er de mogelijkheid was om mee te kunnen denken over de nota middels gesprekken en de consultatie, en wij hopen dat ook het vervolgproces inclusief wordt ingericht. We denken graag mee, samen met onze collega’s en partners van over de hele wereld – die dit beter kunnen duiden dan wie ook. Wij wensen de minister, beleidsmakers en Tweede Kamerleden veel succes in de verdere uitwerking en discussie de komende tijd.

 

Barbara van Paassen

Barbara van Paassen is Hoofd Beleid&Campagnes bij ActionAid in Nederland. Vanuit haar eerdere positie als beleidsadviseur landrechten is zij nauw betrokken bij het werk op land en natuurlijke hulpbronnen, corporate accountability en MVO, vrouwenrechten en voedselzekerheid, zowel in Nederland als internationaal. Hierbij werkt zij nauw samen met collega’s van over de hele wereld, in het bijzonder in Kenia, Mozambique, Uganda, Bangladesh en andere landen die betrokken zijn bij de Strategische Partnerschappen en internationale #LandFor campagne.

Voordat ze bij Action Aid kwam heeft Barbara onder andere bij het ministerie van Buitenlandse Zaken gewerkt aan de kennisagenda en netwerken op duurzame ontwikkeling. Ze studeerde sociale geografie en ontwikkelingsstudies aan de Universiteit van Amsterdam en deed onder andere onderzoek naar handelsonderhandelingen in Peru en Ecuador.

Ook buiten haar werk is zij geïnteresseerd in het stimuleren van duurzame consumptie en mondiaal burgerschap, waarvoor zij onder andere de Aanrader in samenwerking met anderen oprichtte. Daarnaast houdt zij van stad én natuur, fotografie, muziek en dans.

#Free Bobi Wine

Door Selma Zijlstra | 20 augustus 2018

De Oegandese zanger-politicus Bobi Wine is vorige week gearresteerd en gemarteld. Hij vormt een grote bedreiging voor president Museveni omdat hij de stem van de jongeren vertegenwoordigt die verandering willen.  Selma Zijlstra, oud-redacteur van Vice Versa, heeft een bijzondere band met Wine en zijn vrouw Barbie. In dit persoonlijke blog vertelt ze over de man achter de rapper, die momenteel vecht voor zijn leven. En vraagt zich af wat de internationale gemeenschap kan doen.

Lees artikel

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel