Door:
Daniëlle Hirsch
Daniëlle Hirsch

22 mei 2018

Het nieuwe beleid van minister Kaag lijkt zich vooral te richten op het versterken van het verdienmodel van Nederland, schrijft Danielle Hirsch, directeur van Both ENDS, in deze opiniebijdrage. Bovendien kiest de minister ervoor om met een grote boog om de kernopdracht van het Nederlandse klimaatdossier heen te lopen: minder fossiel.

Afgelopen vrijdag kwam de lang verwachte beleidsnota van Minister Kaag uit, opgesteld na een proces van consultatie, wetenschappelijke analyses en vele overleggen binnen en buiten het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Na een zonnige Pinksteren-reflectie hebben we ervoor gekozen om niet op de letter van de tekst te reageren, maar te zoeken naar de geest van de nieuwe nota: Welke trends consolideert en verdiept deze Minister? Wat is nieuw? Is die vernieuwing een oppervlakkige verandering van het discours of een wezenlijke trendbreuk? Welke stiltes vallen er en wat vertellen die ons?

De stiltes

Oorverdovende stilte over fossiel

Een van de meest opvallende stiltes is die over klimaatverandering. De nota mag dan doorspekt zijn van het woord ‘klimaat’, maar net als de rest van het Kabinet heeft Minister Kaag geen ambitie om de uitstoot die Nederlandse sectoren direct of indirect genereren in het buitenland, tegen te gaan.

Het klimaatverhaal van het buitenlandbeleid voor de komende 3 jaar lijkt hierop neer te komen: “Wij Nederlanders, met onze ervaring als lage landen in het tegenhouden en opvangen van water, gaan via de BV Nederland anderen helpen om zich te wapenen tegen de gevolgen van klimaatverandering.”

De Minister bevestigt met haar stilte over de wereldwijde fossiele tentakels van Nederland en het gebrek aan enig concreet voornemen om bijvoorbeeld het nieuwe Invest-NL of andere geldstromen fossielvrij te maken, dat klimaatverandering voor Rutte-III niks anders is dan een verdienmodel.

Het verdwijnen van bestrijding armoede en ongelijkheid

De VN heeft met de Sustainable Development Goals(SDGs) een nieuw kader voor internationale ontwikkeling neergezet, dat ‘universeel’ is; ze gaan niet alleen over arme landen maar vragen ook aan ‘ontwikkelde’ landen als Nederland om fundamentele veranderingen door te voeren. Bovendien zijn de doelen niet los van elkaar te zien.

Op het eerste gezicht omarmt de nota de SDGs. Maar na een ‘SDG-check’ valt op dat op slechts 13 van de 17 doelen zal worden ingezet, en dat de Minister op slechts 8 van die 13 zal rapporteren. Over klimaat (SDG13) zal bijvoorbeeld geen rapportage plaatsvinden.

Vier SDGs zijn de stiefkindjes van deze nota:

  • SDG1: uitbannen armoede
  • SDG10: minder ongelijkheid
  • SDG14: bescherming van zeeën en oceanen
  • SDG15: herstel ecosystemen en behoud biodiversiteit

Het feit dat Minister Kaag armoede en ongelijkheid laat liggen, roept de vraag op welke taakopvatting zij heeft van Internationale Samenwerking. Verder doet het uitblijven van aandacht voor de twee belangrijkste SDGs op gebied van natuur en milieu vermoeden dat de Minister de conclusie van de Monitor Brede Welvaart van het CBS – dat de welvaart van Nederland ten koste gaat van bossen, water, kusten en zeeën wereldwijd – niet deelt.

Het signaal dat de Minister afgeeft door juist deze SDGs weg te moffelen, roept onmiddellijk vragen op over de kwaliteit van de analyse van ‘grondoorzaken van conflict’. Laten we daar nu naar kijken.

De hoofdthema’s: migratie en gendergelijkheid

Tegenover de stiltes staan de thema’s waar juist veel over gezegd wordt: migratie en gendergelijkheid. Betekent de toenemende aandacht voor deze uitdagingen fundamentele verschuivingen in beleid?

De nieuwkomer: migratie

De Minister zet het grootste deel van de 400 miljoen aan extra middelen in op het tegengaan van irreguliere migratie. Ze vertaalt haar ervaring met conflict en migratie naar een visie waar politieke moed voor nodig is; niet-vrijwillige migratie kan alleen voorkomen worden als mensen een perspectief hebben op minimale bestaanszekerheid en als de grondoorzaken van conflict systematisch worden weggenomen.

Het Nederlandse Handels- en Ontwikkelingsbeleid gaat dat perspectief bieden door toegang tot onderwijs te vergroten en werkgelegenheid te genereren. De nota gunt lokale actoren echter niet al te veel initiatief; in de paragraaf over voedselzekerheid, water en landbouwontwikkeling, bijvoorbeeld, lijkt ze de voorkeur te geven aan internationale organisaties zoals IFAD en IFDC. Gegeven haar wens om mensen lokaal perspectief te bieden, en haar terechte keuze om maatschappelijke organisaties in het Zuiden meer te gaan steunen, is het onduidelijk waarom ze kiest voor het Great Green Wall initiatief om verdroging in de landen onder de Sahara tegen te gaan, terwijl bestaande lokale initiatieven om de Sahel te vergroenen minstens zoveel erkenning verdienen.

De nota stelt terecht dat de grondoorzaken van conflict aangepakt moeten worden. Maar wat ziet deze Minister als grondoorzaken? Is het de fossiele economie, die baat heeft bij instabiliteit en conflict in olie- en gasrijke landen? Is dat de immense ongelijkheid binnen en tussen landen? Is dat de collusie tussen machtshebbers en multinationals, die tot uiting komt in het autoritaire bestuur van landen in haar focusregio? Zijn het de steeds zwakkere sociale systemen en de groeiende staatsschulden, waar vooral vrouwen last van hebben? Is het de ontvolking van het platteland door verdroging, landroof, de uitbreiding van grootschalige landbouw en de vernietiging van ecosystemen door dammen en mijnen? Zijn het de belastingparadijzen, die het ontwikkelingslanden onmogelijk maken te verdienen aan hun natuurlijke rijkdom?

De analyses van een divers gezelschap als het World Economic Forum, Naomi Klein, Oxfam of het IMF doen vermoeden dat dit lijstje die grondoorzaken aardig dekt. Maar de nota kiest ervoor andere dingen aan te pakken, zoals toegang tot onderwijs en het creëren van banen voor vrouwen en jongeren door ze beter te laten aansluiten op internationale markten.

Deze apolitieke benadering doet vermoeden dat de Minister de universaliteit van de SDGs niet als integraal principe van haar beleid accepteert, en daarmee in wezen de kern van de Agenda 2030 van de VN naast zich neer legt.

Gender gaat mainstream

Minister Kaag neemt de volgende, noodzakelijk stap in genderbeleid; ze gaat verder dan de bestaande sectorale focus op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten door gender te mainstreamen. Dat zijn geen lege woorden; de nota noemt binnen alle hoofdstukken concrete acties.

Terwijl de nota openingen biedt om de positie van vrouwen en meisjes te versterken, laat ze een gouden kans liggen door in het nieuwe Klimaatfonds geen duidelijke prioriteit te leggen bij het financieren van initiatieven door vrouwen. Immers, vrouwen zullen de grootste klimaatklappen krijgen, zoals de nota terecht opmerkt. Bovendien zijn juist zij kennishouders en daarmee vaak de aanjager van klimaatinitiatieven.

Een onderwerp van discussie is of de inzet op het creëren van werkgelegenheid, onder andere door aan te haken bij het #SheTrades initiatief van de WTO, een goede keuze is. Een grote groep maatschappelijke organisaties heeft daar een hard hoofd in; vrouwen zijn over het algemeen vooral actief in de informele en de ‘care’ economie. Internationale handelsketens zoals palmolie, kolen, of internationale supermarktketens slaan vaak de basis onder hun bestaan weg. De formele banen die daarvoor in de plaats zouden komen bieden vaak niet eens een leefbaar loon en geven dus zelden bestaanszekerheid.

Het is effectiever om de positie van vrouwen in de informele economie te versterken met directe financiële steun en versterking van hun rechtspositie. Gegeven de wens van de Minister om haar beleid te baseren op onderzoek, hopen we dat de komende IOB-evaluatie van het handelsbeleid van de afgelopen jaren ook de effecten van ons handelssysteem op vrouwen onder de loep zal nemen, bijvoorbeeld door te kijken naar de gevolgen van Nederlandse investeringen in internationale ketens, zoals bloemen, op de positie van vrouwen.

Meer geld naar Zuidelijke organisaties

De Minister zal meer geld direct naar Zuidelijke maatschappelijke organisaties sturen. Dit is een belangrijke erkenning van de effectiviteit van deze organisaties, die dicht bij de realiteit van arme mensen staat. Een voorbeeld daarvan zijn de verschillende vrouwen- en milieufondsen die door lokale maatschappelijke organisaties geleid worden en die relatief kleine bedragen snel en efficiënt bij een breed netwerk van grassroots-organisaties terecht kunnen laten komen.

Hopelijk ziet de Minister de toename van de geldstroom naar deze en andere maatschappelijke organisaties ook als opdracht aan het Klimaatfonds, en kiest ze ook organisaties in haar nieuwe focusregio als partner in het waarmaken van haar ambities op water, voedsel en landbouw. Immers, via innovatieve financieringssystemen kan ze tal van lokale maatschappelijke actoren steunen in het realiseren van hun projecten, hetgeen niet alleen goede initiatieven oplevert, maar ook nog eens werkgelegenheid.

Is continuïteit ook verdieping?


Interessante trends op Handel

Rutte III bevestigt de visie van het vorige kabinet dat Handel en Hulp onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. De neokoloniale manier van handeldrijven, met plichten voor landen en mensen en rechten voor multinationals, lijkt langzaam maar zeker uitgedaagd te worden. De erkenning dat de private spelers in dat systeem alleen gaan bewegen als er nieuwe regels komen, wordt door de Minister verpakt in omfloerste bewoordingen die wel degelijk een positieve ambitie uitstralen. Ze gaat duurzaamheid een serieus onderdeel maken van handelsonderhandelingen, de transparantie van die onderhandelingen vergroten en de maatschappij tijdig betrekken. Ze gaat werken aan het UN Treaty on Human Rights, de Nationale Contactpuntenversterken waardoor de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen beter geïmplementeerd kunnen worden en mensenrechten centraal stellen in haar privatesectorbeleid. Ze gaat bovendien van start met onderzoek naar mogelijke wetgeving om verantwoord ondernemen de norm te maken.

Tegelijkertijd neemt de nota de Nederlandse concurrentiepositie als de norm die gehandhaafd dient te worden. Geen woord over de gevolgen van onze manier van handel drijven op armoede en ongelijkheid, klimaat of ecosystemen, zoals de eerdergenoemde Monitor Duurzame Welvaart laat zien. Waarom durft deze Minister het niet aan om ondersteuning aan fossiel stop te zetten? Om ambassades de opdracht te geven geen ondersteuning te verlenen aan private initiatieven die geen degelijke mensenrechtenanalyse hebben? Of om tijdens handelsmissies geen bedrijven meer te accepteren die de OESO Richtlijnenniet publiekelijk erkend hebben?

Maatschappelijke organisaties: Wrijving maakt glans

De Minister erkent dat maatschappelijke organisaties op meerdere manieren bijdragen aan het halen van de doelen die zij zich stelt, ook als ze vanuit het perspectief van hun achterban tegen haar beleid ingaan. Ook al is ze niet de eerste Minister die deze visie heeft, haar erkenning van de meerwaarde van een gezonde tegenstand verdient lof. Dat vindt ook de OESO. Een recente evaluatie door haar collega’s uit andere Europese landen erkent dat de relatie tussen het Ministerie en maatschappelijke organisaties een van de meest innovatieve elementen van het Nederlandse beleid is. Andere landen komen dan ook steeds vaker langs om te begrijpen hoe een dergelijke rolverdeling en samenwerking tot stand is gekomen. Wrijving maakt glans.

De nota uit terecht grote zorgen over de afnemende ruimte voor maatschappelijke actoren. Lokale groepen, die zich verzetten tegen mensenrechtenschendingen door bedrijven in ‘collusion’ met overheden, zullen nu en in de nabije toekomst veel baat blijven hebben van de Strategische Partnerschappen tussen de Minister en maatschappelijke organisaties.

Uit ervaring weten we dat de rol van ambassades hierin cruciaal is. Het is dan ook van groot belang dat de extra middelen voor de posten ook gericht worden op het versterken van de relaties tussen ambassades en maatschappelijke organisaties. Ambassades zouden ook meer slagkracht moeten krijgen om internationale standaarden zoals de UN Guiding Principles on Business and Human Rightsen de OESO Richtlijnen in handelsmissies en in al hun activiteiten rondom economische diplomatie te kunnen integreren.

Conclusie

Veel mensen uitten de laatste weken hun zorg over het gebrek aan keuzes van Minister Kaag. Ze kiest echter wel degelijk. Ze gaat door met het bijschaven van het handelsdossier. Ze legt daarin welkome accenten: meer handhaving, aandacht voor duurzaamheidsparagrafen en transparantie, wellicht meer regelgeving waar het MVO betreft. Ze zet in op hetmainstreamenvan gender. Ze kiest voor het tegengaan van migratie via preventie, al lijkt haar aanpak van grondoorzaken apolitiek. Geld in de nieuwe focusregio gaat met name naar onderwijs en werkgelegenheid.

De Minister kiest er ook voor om met een grote boog om de kernopdracht van het Nederlandse klimaatdossier heen te lopen: minder fossiel. Milieudegradatie en teloorgang van ecosystemen krijgen haar aandacht niet. Gegeven de conclusie van het CBS dat de invloed van Nederland juist op die vlakken buitensporig negatief is, lijkt het er sterk op dat de nota bevestigt dat Nederland weigert haar verantwoordelijkheid te nemen.

Als we de stilte over onze fossiele voetafdruk, onze rol in de teloorgang van ecosystemen, de accenten op een selectie van SDGs, en de apolitieke analyse van grondoorzaken van migratie op een rij zetten lijkt het beleid zich vooral te richten op het versterken van het verdienmodel van Nederland. Voor BV Nederland valt aan armoedebestrijding en milieubescherming weinig te verdienen. Daar waar we met onze delta-aanpak opdrachten binnen kunnen halen om steden te wapenen tegen zeespiegelstijging, doen we dat graag, maar onze eigen uitstoot aanpakken is iets anders. De grondoorzaken van conflict en migratie pakken we niet aan.

Deze keuzes staan ook op gespannen voet met andere keuzes in de nota: het mainstreamenvan gender door het hele beleid, het verduurzamen van de handelsagenda en de sterkere rol voor Zuidelijke partners. Deze ambities zullen regelmatig gaan botsen met de belangen van BV Nederland.

De komende tijd zal blijken hoe de Minister om zal gaan met deze spanningen binnen haar nota. Het is aan alle actoren die over het beleid hebben meegedacht om de stiltes van de nota te doorbreken en de dilemma’s die deze nota in zich draagt, te benutten om tot een coherent pakket beleidsmaatregelen te komen die de geest van de universele set SDGs eer aan doet. Een geweldig mooie uitdaging voor de komende jaren!

Daniëlle Hirsch

Danielle Hirsch is directeur van Stichting Both ENDS. Both ENDS werkt samen met milieu- en mensenrechtenorganisaties in ontwikkelingslanden aan een duurzame, eerlijke wereld waarin iedereen een stem heeft.

#Free Bobi Wine

Door Selma Zijlstra | 20 augustus 2018

De Oegandese zanger-politicus Bobi Wine is vorige week gearresteerd en gemarteld. Hij vormt een grote bedreiging voor president Museveni omdat hij de stem van de jongeren vertegenwoordigt die verandering willen.  Selma Zijlstra, oud-redacteur van Vice Versa, heeft een bijzondere band met Wine en zijn vrouw Barbie. In dit persoonlijke blog vertelt ze over de man achter de rapper, die momenteel vecht voor zijn leven. En vraagt zich af wat de internationale gemeenschap kan doen.

Lees artikel

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel