Door:
Dominique van de Kamp
Dominique van de Kamp

14 februari 2018

Tags

Palmolie: een wondermiddel waar we bijna niet zonder kunnen en een bestanddeel met bedenkelijke bijwerkingen. In aanloop naar het grote palmoliedebat op 16 februari zoekt Dominique van de Kamp uit hoe en waarin we de olie in het dagelijks leven tegenkomen – en kunnen vermijden.

Palmolie zorgt voor smaak en vaste structuur, waardoor een product knapperig, stevig of juist smeerbaar is. Je kunt het overal instoppen en het is niet zomaar te vervangen, want anders dan de meeste oliën smelt het niet op kamertemperatuur. We gebruiken het al meer dan negenduizend jaar en véél, want het zit in zestig procent van onze alledaagse producten. Naast voeding is het ook een belangrijk bestanddeel van schoonmaakmiddelen en verzorgingsproducten en wordt het zelfs gebruikt voor biodiesel.

Het palmoliedilemma

De olie komt uit de tropische, oranjerode palmvrucht die zo groot is als een dikke olijf en wordt zowel gewonnen uit het vruchtvlees als uit de pit. De vruchten groeien in trossen die wel 25 kilo kunnen wegen. Naast maïs, raap, soja en katoenzaadolie is het de meest gebruikte plantaardige olie in de wereld (32 procent). Ze is relatief goedkoop en kan een belangrijke bron van inkomsten vormen voor de lokale bevolking, die kan bijdragen aan het verminderen van armoede.

Klinkt tot dusver best goed, want met de olie op zich is niets mis. Maar terwijl palmolie veel voordelen oplevert, gaat er ook veel verkeerd. Het beginnen van een plantage leidt vaak ertoe dat mensen van hun land worden verdreven, omdat hun rechten niet altijd in de wet zijn vastgelegd. Daarnaast heeft de wijze waarop palmolie wordt geproduceerd vaak desastreuze gevolgen. De vraag naar het product loopt enorm op, met tot gevolg dat er in rap tempo gigantische stukken bos worden gekapt om plaats te maken voor palmolieplantages.

De oliepalm gedijt het beste in een tropisch klimaat, dus in de buurt van de evenaar. Ongeveer 85 procent van alle palmolie komt dan ook uit Maleisië en Indonesië. Een groot deel van de palmolieplantages zijn aangelegd op plaatsen waar eerst tropisch regenwoud was, waardoor dieren zoals de Sumatraanse tijger en orang-oetan met uitsterven worden bedreigd. Wij merken hier in Nederland niets van, maar zijn wel de grootste afnemer van palmolie binnen de Europese Unie.

Thuisonderzoek

Vanwege deze problematiek groeit de weerstand tegen palmolie en proberen steeds meer consumenten het gebruik ervan te vermijden. Zo bestaat er zelfs een palmolievrij-uitdaging, waarbij deelnemers een maand lang, stap voor stap, vrij van palmolie proberen te leven. Ik wil weten waar palmolie precies in zit en wijd me een middagje aan thuisonderzoek.

Volgens Europese wetgeving moet, sinds 2014, op het etiket van alle levensmiddelen vermeld staan welke soorten olie voor een product gebruikt zijn. Na een grondige scan van de keuken- en koelkast, kan ik zeggen dat het bij mij best meevalt: mijn palmolieproducten bestaan uit een kwartet van pindakaas, bouillonblokjes, ontbijtgranen en woknoedels. Ik heb geen chips, chocolade of koekjes in huis (die gaan altijd in één keer op) en kook niet veel met pakjes, waar in de meeste gevallen palmolie in zit. Alle verse producten, zoals groente en fruit, zijn uitgesloten.

Het blijkt niet altijd even simpel om erachter te komen of palmolie in een product is verwerkt. In de badkamer onderzoek ik alle etiketten van mijn verzorgingsproducten, maar de ingrediëntenlijst is als een vreemde taal. Het blijkt dat op verpakkingen van cosmetica, zeep en wasmiddelen meestal een afgeleide stof van palmolie wordt genoemd. Op deze manier verschuilt palmolie zich achter meer dan tweehonderd andere ‘namen’.

Hoe weet je dan of palmolie erin zit? Kijk even op deze lijst. Zo vind ik op één etiket (handzeep) meerdere van palmolie afgeleide stoffen: natriumlaurylsulfaat, glyceryloleaat, glycerine, een type dinatrium, propyleenglycol, citroenzuur. Met mijn dagcrème kan ik caprinezuurtriglyceride, glycerine, glycerylstearaat en natrium afvinken. Daarnaast is het ook in mijn shampoo, bodylotion, wasmiddel en deodorant verwerkt.

Wat een gedoe om dit uit te zoeken, maar in je eigen boodschappen kun je dus vrij goed in de gaten houden of ergens palmolie in is verwerkt. Lastiger wordt het onderweg, als je uit eten gaat.

Conclusie: palmolie zit inderdaad bijna overal in, maar als je het wilt vermijden, dan zou dat zeker kunnen. Als je een product vindt dat palmolievrij is, ben je er echter niet altijd, want onder Unilever vallen ook palmolievrije merken, hoewel deze multinational wereldwijd de grootste afnemer van palmolie is. Het bedrijf zegt zich wel in te zetten voor een duurzamere palmoliesector.

Het palmoliedebat

Het is duidelijk dat er bepaalde nadelen kleven aan de productie van palmolie, maar door dit te vervangen door andere plantaardige oliën, redden we het regenwoud niet. Dat zou namelijk zesmaal zoveel areaal kosten en daarmee de CO2-uitstoot vergroten. Naast ontbossing krijgen we ook te maken met een sociaaleconomisch probleem dat zich internationaal uitstrekt. Als de grote vraag naar palmolie voor zoveel werkgelegenheid zorgt, hoe kunnen de boeren dan voorzien in hun levensonderhoud?

Dilemma’s zoals deze worden belicht tijdens het palmoliedebat op 16 februari, waarbij we professionals uit verschillende lagen van de palmolieketen aan het woord laten.

 

Dominique van de Kamp

Dominique studeerde International Business & Languages aan de Hogeschool Utrecht en haalde haar Master in Social & Cultural Anthropology aan de Vrije Universiteit.

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel

De twee verhalen over aids

Door Joris Tielens | 19 juli 2018

Ruim dertig jaar aidsbestrijding slaagde goeddeels in het bedwingen van de epidemie èn leert ons wat nodig is om de ziekte ten einde te brengen. Maar de wet van de remmende voorsprong geldt: er is veel vooruitgang door behandeling, maar preventie is verwaarloosd. Bovendien dreigt het succesverhaal te vroeg de mondiale financiering te verkleinen, met mogelijk desastreuse gevolgen. Gevraagd: politieke wil.

Lees artikel