Door:
Lys-Anne Sirks

13 juni 2016

Categorieën

Tags

Bari

In het weekend van 23 en 24 mei vond in Istanbul de World Humanitarian Summit (WHS) plaats. Hiervoor kwamen meer dan 5000 deelnemers – waaronder landen, ngo’s, academici en focusgroepen – bijeen om onderwerpen te bespreken zoals vrouwenrechten, de vluchtelingencrisis, en ook inclusieve noodhulp. Hier kwam een ‘humanitarian disability charter’ uit, die principes opstelt die humanitaire acties inclusief moet maken voor en met mensen met een beperking. Vice Versa sprak met Nazmul Bari, directeur bij de ‘Centre for Disability in Development’ in Bangladesh en reeds geïnterviewd in ons vorige uitgave. Hij was op bezoek bij de Nederlandse organisatie ‘Light for the World’, waar we de uitkomsten van deze top bespraken.

 Bent u over het algemeen tevreden met het verloop en uitkomsten van de WHS?

‘Zeker. Mensen met een handicap waren betrokken bij deze top, ze kregen de kans om te spreken bij een paar sessies en dus waren ze vrij zichtbaar. Door deze top is het onderwerp van inclusieve noodhulp besproken door veel verschillende partijen; niet alleen organisaties specifiek gericht op mensen met een handicap, maar ook mainstream organisaties zoals Unicef. Er is nu meer beweging en support van deze groepen. Er was ook aandacht voor dit onderwerp door secretaris-generaal Ban Ki-moon in zijn afsluitingsspeech, die de verantwoordelijkheid benadrukte in de uitdrukking ‘to leave no one behind’. Het is niet langer een doel voor de toekomst, maar mensen met een handicap moeten nú betrokken worden bij noodhulp processen. Hij constateerde dat momenteel 125 miljoen mensen behoefte hebben aan humanitaire hulp. Als je de 15% regel aanneemt, betekent dit dat 18,75 miljoen mensen hiervan een handicap hebben. Zestig miljoen mensen zijn ontheemd. Nogmaals, vijftien procent hiervan betekent dat negen miljoen mensen weg van hun huis zijn gedwongen. Dit moet niet gebeuren.’

Voor de eerste keer is er een specifieke charter over inclusieve noodhulp opgesteld. Kunnen we deze top benoemen als een historische gebeurtenis?

‘Klopt, het is zeker goed dat er een charter is gekomen. Je moet iets hebben om het te bekritiseren en commentaar op te leveren. Echter, deze top was een culminatie van beweging die al lang bezig was vooraf deze twee dagen, maar ook de periode erna is cruciaal in de uitvoering van het charter. Voor deze top was er al actie ondernomen door belangengroepen om het onderwerp aan het licht te brengen, en 2015 was een belangrijk jaar in inclusieve noodhulp. In dat jaar werd er het Sendai-kader aangenomen, wat een vijftien jaren plan is voor Disaster Risk Reduction (DDR), en hoe we onder andere mensen met een handicap hierbij moeten betrekken. In december was er de Dhaka-conferentie, waarin werd besloten dat een charter voor inclusieve humanitaire hulp een goed idee zou zijn, en men begon toen al met het opstellen hiervan. Door online samenwerking werd er een versie geschreven, die al voor de top in Istanbul werd gesteund door organisaties en staten. Dus de top was zeker een belangrijke gebeurtenis, maar het is niet zomaar gebeurd.’

Het handvest is inmiddels door veertien staten en meer dan tachtig organisaties ondertekend. Wat denkt u over de rol van staten tot nu toe? Doen ze genoeg?

‘Dit is voor mij geen redelijk getal, er moeten zeker meer landen bij. Ook als je kijkt naar het aantal landen dat aanwezig was bij de top, waren er zeker niet veel wereldleiders van de partij. We hoopten dat de Nederlandse minister aanwezig zou zijn, maar die was jammer genoeg niet beschikbaar vanwege andere verplichtingen. Van de G7 was helaas alleen de Duitse kanselier aanwezig. Je moet het conflict kunnen bespreken, bepalen hoe we werken aan de vredesopbouw. In een crisis zijn het de burgers die de effecten ervaren. Dus staatshoofden moeten zeker meer steun leveren. Wij als individuele organisaties kunnen maar zo veel doen om het onderwerp aan het licht te brengen, maar als de staten het ondertekenen verheft het de hele charter tot een hoger niveau van zichtbaarheid. Ook is het belangrijk om landen van alle regio’s erbij te betrekken, dus ook het globale zuiden. Als we die kunnen mee brengen, ben ik er ook zeker van dat meer landen het ondertekenen. Ik ben tevreden, maar ik zou nog blijer zijn als we nu ook de volgende stappen kunnen nemen.’

En die zijn?

‘Hoe houden we mensen aansprakelijk? Dit aspect werd zeer gemist tijdens de top. Wat is het monitoring mechanisme? Het belangrijkste is dat we de mooie woorden en afspraken nu kunnen omzetten in acties die daadwerkelijk een positieve invloed hebben op de lokale bevolking. Er moet meer overlegd worden met de mainstream humanitaire organisaties en de gespecialiseerde groepen. Het is makkelijk voor ons als partijen die ons voornamelijk bezighouden met inclusieve noodhulp om anderen erop te wijzen hetzelfde doen, maar we moeten ons ook verplaatsen in hun schoenen en ze assisteren waar nodig blijkt. Hoe kunnen ook zij het beste inclusieve noodhulp benaderen? Niet alleen de barrières noemen, maar ook meedenken aan oplossingen.’

‘Een andere kwestie die ik graag wil benoemen is dat er te weinig aandacht en geld wordt gegeven aan preventie. Veel geld gaat naar humanitaire rampen en de verlichting daarvan. Maar als we één dollar investeren aan voorbereiding, besparen we zeven dollar in tijden van humanitaire rampen. Als je investeert in voorbereiding, investeer je in de mensen. Je investeert in capacity-building, en als je daarin besteedt, zal het niet alleen in geld uitbetalen, maar ook in macht. Je verschuift de macht naar het volk. Wanneer dit gebeurt, kunnen en zullen die mensen invloed uitoefenen op lokale organisaties. Dit zal uiteindelijk uitbreiden naar mainstream organisaties en dan zullen ook mensen met een handicap deel worden van het proces. Te lang worden mensen met een handicap slechts gezien als ontvangers, maar we hebben talrijk bewijs van mensen met een handicap die niet alleen bijdragen in conferenties, maar ook in DRR en rampenbestrijding.’

Dus er moet ook een soort imago shift zijn van mensen met een beperking van niet alleen passieve ontvangers, maar ook als actieve deelnemers?

‘Absoluut. Ze ondersteunen gemeenschappen. Mensen met een handicap kunnen niet slechts anderen met een handicap helpen, ze kunnen hele samenlevingen helpen noodsituaties te bestrijden. In Bangladesh werken we bijvoorbeeld samen met bepaalde groepen met een beperking. Zij zijn dan ook leden van rampen management comités; ze zijn getraind in DRR, noodhulp management, en ze zijn ook lid van een taskforce. In tijden van ramp hebben we gezien dat ze zichzelf en hun hulpbronnen hebben gemobiliseerd, en door de lokale overheid verschillende hulporganisaties hebben geholpen met het benoemen van de noodzakelijke acties en middelen die nodig waren. Ze vertellen humanitaire organisaties waar hulp nodig is, of gaan zelf eropuit om hulpmiddelen te distribueren in noodgebieden. Het is geen verhaal van wij en zij. Het is belangrijk dat we deze barrières doorbreken. Mijn moedertaal is Bengali, jouw moedertaal is Nederlands. Niemand vertelt ons dat we in het Engels moeten spreken, dit doen we intrinsiek. Dus, er is een oplossing voor een mogelijk communicatieprobleem. Dit moet ook kunnen worden toegepast voor mensen met een handicap. Ik loop met twee benen, een ander gebruikt een rolstoel. Verwijder de barrière. Iedereen zoekt waardigheid. Hoe meer we omgaan met mensen met een handicap, des te meer het automatisch een onderdeel wordt van de communicatie en inclusiviteit in noodhulp effectiever en efficiënter wordt.’

Vond u dit een interessant artikel en wilt u graag meepraten over inclusieve noodhulp? Dat kan! Woensdagavond organiseren Vice Versa en het Humanity House een bijeenkomst om de balans op te maken van het Nederlandse noodhulpbeleid. Met onder andere Nico van Niekerk (IOB-evaluator), Katrien Coppens (Artsen zonder Grenzen), Hans van den Hoogen (senior adviseur noodhulp Ministerie van Buitenlandse Zaken), Piri Ibrahim (Free Yezidi Foundation) en Maarten van Aalst (Rode Kruis, Crescent Climate Centre. Marc Broere en Ellen Mangnus zullen deze avond in goede banen leiden.  Aanmelden kan via deze link

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel

De twee verhalen over aids

Door Joris Tielens | 19 juli 2018

Ruim dertig jaar aidsbestrijding slaagde goeddeels in het bedwingen van de epidemie èn leert ons wat nodig is om de ziekte ten einde te brengen. Maar de wet van de remmende voorsprong geldt: er is veel vooruitgang door behandeling, maar preventie is verwaarloosd. Bovendien dreigt het succesverhaal te vroeg de mondiale financiering te verkleinen, met mogelijk desastreuse gevolgen. Gevraagd: politieke wil.

Lees artikel