Door:
Kathleen Ferrier

31 mei 2017

Categorieën

Tags

Niet alleen de studenten, ook de docenten van de Asian University for Women komen uit alle windstreken. Wat drijft deze jonge hoogopgeleide mensen om hier meerdere jaren te wonen en te werken?

Zelf had ik de uitdrukking nog niet eerder gehoord, maar toen ik aankondigde dat ik naar Bangladesh ging, kreeg ik opvallend vaak de reactie “Ah! Je gaat naar bah bah Bangladesh”. Kennelijk een bekende typering voor dit land.

Ik moet toegeven: de omgeving hier is uitdagend. De Asian University for Women beschikt over twee beveiligde appartementencomplexen waar docenten wonen en de gastenverblijven gevestigd zijn. Daar zit ik. En met mij hordes kakkerlakken, hagedissen en muskieten. Het water uit de douche is donkerbruin, de airco doet het niet, terwijl we de 40 graden aantikken, en de elektriciteit valt gemiddeld vijftien keer per uur uit. We worden heen en weer gebracht naar de universiteit met een bestelbusje waarvan de onderkant, iedere keer bij het in-en uitrijden van de ijzeren hekken, door de wachten met een spiegel gecheckt wordt op de aanwezigheid van explosief materiaal. Hoewel de afstand niet heel groot is, kan er vanwege de veiligheid geen sprake van zijn de woon-werk afstand lopend af te leggen. Als ik tussen lessen door toch heel even de straat op wil, bind ik een hoofddoek om en houd mijn ogen strak op de grond gericht (ook omdat ik niet op een dode rat wil gaan staan).

 

Intercultureel begrip

Tijdens een lunch gisteren met de faculty, het docentencorps, zei de decaan, Rosie Bateson, dat je AUW niet mag vergelijken met een universiteit in Europa of de Verenigde Staten. “Werken hier”, zei ze, “is meer een mix van werken bij een NGO en een Universiteit.”. Dat vond ik goed verwoord.

Omdat het bevorderen van intercultureel begrip in Azië en wereldwijd een kernpunt in de missie van deze universiteit is, zijn niet alleen de studenten uitermate divers van achtergrond, maar komen ook de docenten uit alle windstreken van de wereld.  Rosie zelf is Bulgaarse, er zijn docenten uit Afrika, Australië, verschillende Europese landen, de Verenigde Staten en natuurlijk Azië.

De afgelopen dagen heb ik mij vaak afgevraagd hoe deze, vaak jonge hoogopgeleide mensen, het vinden om hier meerdere jaren te wonen en te werken. Zeker voor jonge vrouwen is de bewegingsvrijheid beperkt. Iedereen heeft te maken met een voortdurend aanwezige veiligheidsdreiging en voor twee weken vind ik het niet erg om mij met bruin water te douchen en mijn woonruimte met kakkerlakken te delen, maar jarenlang?  Wat beweegt mensen om dat te doen? “Je komt hier vanwege de missie van deze universiteit en je blijft vanwege de studenten,” is dan het unanieme antwoord.

Na een week hier begrijp ik wat ze bedoelen. Waar vind je vandaag de dag studenten die de docent interessanter vinden dan hun telefoon, die aan je lippen hangen, binnen no-time alles verslonden hebben wat je ze te lezen aanbiedt, daar scherpe en gevatte analyses over kunnen presenteren en je mailbox dagelijks laten volstromen met ideeën en aanvullingen op de les? Zelfs nu de ramadan begonnen is en de meeste van mijn studenten gammel zijn door slaap- voedsel- en vochtgebrek, missen ze geen minuut van de les.

Het land kent vele uitdagingen maar beschikt ook over een enorme rijkdom: menselijk – vrouwelijk – kapitaal, dat ons nog gaat laten meemaken dat ‘bah bah Bangladesh’ verandert in ‘booming booming Bangladesh’.

 

kader

De Aziatische Universiteit voor Vrouwen (AUW) is in 2008 geopend in Chittagong, een havenstad in het zuiden van Bangladesh. De missie is getalenteerde en gemotiveerde meisjes uit de meest kansarme plekken in Azië op te leiden tot professionals en leiders die intercultureel begrip en duurzame menselijke en economische ontwikkeling in Azië en de wereld kunnen bevorderen. Momenteel studeren meer dan 500 meisjes aan AUW. Zij komen onder andere uit sloppenwijken en vluchtelingenkampen, de (kleding)industrie en dienstensectoren in 15 Aziatische landen. Ook de staf is internationaal. 

 

 

#Free Bobi Wine

Door Selma Zijlstra | 20 augustus 2018

De Oegandese zanger-politicus Bobi Wine is vorige week gearresteerd en gemarteld. Hij vormt een grote bedreiging voor president Museveni omdat hij de stem van de jongeren vertegenwoordigt die verandering willen.  Selma Zijlstra, oud-redacteur van Vice Versa, heeft een bijzondere band met Wine en zijn vrouw Barbie. In dit persoonlijke blog vertelt ze over de man achter de rapper, die momenteel vecht voor zijn leven. En vraagt zich af wat de internationale gemeenschap kan doen.

Lees artikel

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel