Door:
Manon Stravens
Manon Stravens

20 juli 2018

Categorieën

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen landen zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Een blunder kan ook tot iets goeds leiden. Dat blijkt maar weer uit de lange staart na de rechtszaak die Big Pharma in 1998 aanspande tegen Nelson Mandela, die met een wetsverandering de toegang tot goedkope aidsmedicijnen wilde vergroten. Nu, twintig jaar later, zijn de prijzen van aidsmedicijnen dramatisch gedaald dankzij de beschikbaarheid van generieke aidsmedicatie. Een behandeling die eerder nog tien- tot vijftienduizend dollar per patiënt per jaar kostte, kan tot 350 dollar worden teruggebracht.

‘Die rechtszaak was niet slim van Big Pharma, maar het hielp de discussie over de patenten op medicijnen wel erg’, blikt juriste

Ellen ‘t Hoen
Foto: Leonard Fäustle

Ellen ’t Hoen terug. Zij strijdt al decennialang tegen medicijnmonopolies en is daar begin dit jaar op gepromoveerd. In haar proefschrift laat ze zien hoe de patentenstrijd rondom hiv en aids, begonnen met die beruchte rechtszaak, een leerschool kan worden voor andere essentiële medicijnen.

Mandela’s amendement op de geneesmiddelenwet in 1997 was een kwestie van leven en dood in het land dat toen dagelijks duizend aidsdoden begroef. Een jaar eerder was bekend geworden dat aids met de antiretrovirale combinatietherapieën niet langer dodelijk hoefde te zijn, maar een chronische aandoening kon worden. Een doorbraak, maar vooral voor de rijke landen, met een relatief lage infectiegraad. De pillen waren veel te duur voor ontwikkelingslanden, waar de epidemie piekte met duizenden aidsdoden per dag. Zo aten drie van de gepatenteerde zeventien aidsmedicijnen driekwart van het Braziliaanse budget voor aidsbestrijding op.

Maar Mandela handelde in strijd met de wereldhandelsregels, vonden 41 grote medicijnfabrikanten. Die regels – in het bijzonder de ‘Trips’-overeenkomst, uit het verdrag waarmee de Wereldhandelsorganisatie in 1995 is opgericht – verplichtten landen tot langdurige bescherming van intellectueel eigendom, ook van medicijnen. En dus kreeg Mandela op het hoogtepunt van de hiv/aids-crisis een rechtszaak aan zijn broek. In 2001, het jaar waarin de fabrikanten de rechtszaak onder grote publicitaire druk lieten varen, werd ook de Verklaring van Doha opgesteld. De volksgezondheid mocht niet langer ten koste gaan van de patentregels. Want dat was wat er gaande was.

‘Doha’ maakte mogelijk dat de 35 armste ontwikkelingslanden de geneesmiddelenpatenten naast zich konden neerleggen (eerst tot 2016, onlangs verlengd tot 2033). Ook verduidelijkte de Verklaring het recht van landen om dwanglicenties af te geven voor de productie en import van goedkopere medicijnen. ‘Een effectieve maatregel,’ zegt Ellen ’t Hoen, ‘want landen begonnen er op grote schaal gebruik van te maken.’

 

India groeide uit tot de apotheek van ontwikkelingslanden’, een belangrijke producent van generieke aidsmedicijnen, waaronder combinatiepillen. De drie-in-één-pil was een innovatie die door de afwezigheid van patenten mogelijk werd in India. Die drie medicijnen werden elders gecontroleerd door drie verschillende patenten van drie bedrijven.

Sindsdien konden meer dan zestig lage- en middeninkomenslanden generieke aidsmedicijnen legaal aankopen. ‘In 78 procent van de gevallen waarin dwanglicenties werden afgegeven, draaide het om aidsgeneesmiddelen’, vertelt ’t Hoen. Veel meer mensen met hiv kregen toegang tot goedkopere medicatie. In 2008 was 95 procent van de door donoren gefinancierde aidsbehandelingen generiek.

Toen de Wereldhandelsorganisatie in 2005 India alsnog oplegde patenten af te geven, bouwde het land belangrijke clausules in. Die maakten het mogelijk die patenten naast zich neer te leggen, als de volksgezondheid in het geding zou zijn. ‘Niemand wilde terug naar de situatie van voor 2001’, zegt ’t Hoen.

De juriste bedacht samen met een bevriende aidslobbyist een ‘patentpool’, een mechanisme dat het intellectueel eigendom van bepaalde medicijnen beheert en licenties op een plek beschikbaar maakt. De Medicines Patent Poolwerd in 2010 opgericht, met steun van de Verenigde Naties en Unitaid. Erg gewillig waren de fabrikanten aanvankelijk niet, blikt ’t Hoen terug. Ook Bill Gates, rijk geworden met patenten, zag eerst niets in het plan.

‘Maar de druk op bedrijven om mee te doen was groot’, zegt ’t Hoen. ‘De industrie wist dat ze het te bont had gemaakt in Zuid-Afrika.’ Na het Amerikaanse Nationale Instituut voor de Volksgezondheid, dat veel aidsonderzoek doet, volgde de eerste grote Amerikaanse fabrikant: Gilead Sciences. Daarna volgde de rest, waaronder GlaxoSmithKline en Bristol-Myers Squibb – mede dankzij brede steun voor de patentpool, onder meer van president Obama. Het initiatief was ook in het belang van donorlanden, die vele ontwikkelingsmiljarden besteedden aan dure aidsmedicijnen.

De patentpool dekt de landen waar negentig procent van de mensen met hiv woont

Inmiddels heeft de patentpool licentiecontracten met negen patenthouders en mogen momenteel twintig generieke producenten, met name uit India, hiv-medicatie maken en verkopen. ‘Mèt kwaliteitsstempel van de Wereldgezondheidsorganisatie’, zegt ’t Hoen. Tussen begin 2012 en eind 2017 distribueerden zij meer dan vijf miljoen doses hiv-medicijnen, een besparing van circa 553 miljoen dollar – in 2028 zal dat naar verwachting 2,3 miljard dollar zijn. De patentpool dekt daarmee landen waar negentig procent van de mensen met hiv woont en 99 procent van de geïnfecteerde kinderen. Dat zijn alle lage-inkomenslanden en het gros van de middeninkomenslanden. ‘Grote bedrijven spelen daar nauwelijks nog een rol.’

Het meeste intellectuele eigendom voor aidsmedicatie, circa vijftien middelen, zit in de pool, zegt ’t Hoen. ‘En dat zal ook wel zo blijven, omdat dit de bedrijven zijn die hiv-onderzoek doen.’ Ook breidt de pool zich uit. In maart 2016 liet de Britse medicijnfabrikant GlaxoSmithKline weten licenties voor generieke medicijnen uit te breiden naar een aantal lagere middeninkomenslanden, waaronder Oekraïne, Marokko en Armenië. Inmiddels zijn ook patenten voor een tuberculosemedicijn en twee behandelingen van hepatitis C in de patentpool ondergebracht.

Een uitzondering is de fabrikant Johnson & Johnson, die licensering aan de patentpool tot nu toe weigert. Ondanks grote druk van maatschappelijke organisaties zoals Artsen zonder Grenzen is de fabrikant van mening dat de vraag naar zijn medicijn in ontwikkelingslanden niet groot is. Niet zo erg, zegt ’t Hoen: ‘De medicijnen van deze fabrikant zijn niet essentieel.’

Hoewel de patentpool geen belangrijke patenten voor aidsmiddelen mist, zijn er wel hiaten. Niet alle landen kunnen meteen gebruikmaken van de pool. Dat betreft de meeste hogere middeninkomenslanden, zoals China en Brazilië, Mexico en Roemenië, Rusland en Turkije, ‘commercieel belangrijke markten voor de medicijnfabrikanten’, aldus ’t Hoen. In totaal gaat het om veertien landen waar zo’n 2,8 miljoen mensen met een hiv-infectie leven.

Het zijn ook de landen waar aidsbestrijding een grimmig beeld laat zien, zo blijkt uit een recente UNAIDS-rapportage. Waar Afrika, West-Europa en Noord-Amerika de afgelopen tien jaar een afname van het aantal aidsdoden telden, stijgen de cijfers van sterfgevallen en nieuwe hiv-infecties in Rusland en Oekraïne.

Volgens het rapport is dat deels te wijten aan hoge medicijnprijzen. In Latijns-Amerika zien Brazilië en Mexico een (lichte) toename van nieuwe infecties, terwijl landen als Colombia, El SalvadorenNicaragua juist forse dalingen – tot wel een vijfde – realiseerden. ‘De nieuwste aidsmiddelen vergen nog steeds een proportioneel deel van het Braziliaanse budget’, zegt ’t Hoen. ‘Idealiter zou dat veranderen.’

Tegelijkertijd groeit het aantal patiënten met resistentie tegen eerstelijns medicijnen, wat de goedkoopste en meest gebruikte medicijnen zijn. Daardoor moet een groeiende groep overstappen op de veel duurdere tweede- en derdelijns medicatie – en die bezit geen volledige landendekking in de pool. Zo heeft het tweedelijns middel lopinavir/ritonavir alleen Afrika als dekking. ‘De patentpool probeerdewel om een grotere dekking te krijgen,’zegt ’t Hoen, ‘maar fabrikant AbbVie gaat niet akkoord.’

Ook dolutegravir, een belangrijk nieuw eerstelijns aidsgeneesmiddel, is niet overal generiek beschikbaar; Maleisië, Rusland, Brazilië,China, Kazachstan, Wit-Rusland, Algerije, Colombia en Mexicokunnen er nietdirect gebruik van maken. Waar het medicijn generiek in Afrika zestig dollar kost, betaalt Wit-Rusland 2.300 dollar: 38 keer meer. Fabrikanten hanteren gelaagde prijsstrategieën, op basis van inkomen per land. Arbitrair, zegt Médecins Sans Frontières. Deze prijzen zijn afgestemd op de rijkste lagen in die landen, ze belemmeren de toegang voor de minderbedeelden. De meeste mensen met hiv wonen in de middeninkomenslanden en in 2020 zal dat naar verwachting zeventig procent zijn.

Wel kunnen de ‘buitengesloten’ landen gebruikmaken van dwanglicenties voor generieke middelen, zegt de juriste. De mogelijkheden daarvoor verschillen per medicijn en per land. ‘Dat doen enkele landen ook, maar de politieke druk van de industrie en het rijke Westen om de plannen voor een dwanglicentie te laten varen is groot.’ Daar komt bij dat de donorfinanciering voor de bestrijding van aids in middeninkomenslanden afneemt, zegt ’t Hoen: ‘Dat is een grote uitdaging.’ Landen dragen volgens haar ook zelf de verantwoordelijkheid om een patentbeleid te voeren dat overeenstemt met de belangen van de volksgezondheid.

Ook bij generieke producenten bestaat de kans op monopolie, vervolgt ’t Hoen. ‘Grote donoren als het Global Fund moeten medicijnen gebruiken van meerdere bedrijven.’ Maar voorlopig zijn er voldoende generieke producenten voor een gezonde concurrentie, weet de juriste. Naast India, dat nu circa negentig procent van de aidsmedicijnen voor Afrika maakt, timmeren ook China en Brazilië aan de weg. China heeft een grote chemische en biotechnologische industrie, Brazilië wil technologie aantrekken voor de eigen industrie en sluit daartoe overeenkomsten met bedrijven.

De bescherming van intellectueel eigendom is een kostbare manier om innovatie te financieren

De groei van generieke productie zou een rem op innovatie zijn – dat gebruikt de farmaceutische industrie graag als argument in haar pleidooi voor bescherming van intellectueel eigendom, maar waar is het niet. Integendeel, zegt ’t Hoen: ‘De patentpool stimuleert innovatie juist, zoals bij de ontwikkeling van laaggeprijsde medicatie voor kinderen met hiv en hepatitis C.’ De patentpool staat generieke producenten toe om nieuwe medicijnen te maken, evenals combinaties van medicijnen.

De bescherming van intellectueel eigendom is een kostbare manier om innovatie te financieren, aldus ’t Hoen. ‘En je krijgt vooral innovatie bij de ziekten waarvoor de middelen tegen een hoge prijs verkocht kunnen worden.’ Onderzoek wordt volgens haar primair gedreven door marktbelangen, niet door de behoeften van mensen die ziek zijn. Daar zijn ontwikkelingslanden de dupe van, was ook de conclusie van de Wereldhandelsorganisatie in 2005. De Trips-overeenkomst leidde niet tot meer onderzoek naar tropische ziekten. Zo loopt de ontwikkeling van hiv-medicatie voor kinderen achter. De markt voor de grote bedrijven ligt nog altijd in Europa en Noord-Amerika, zegt ’t Hoen. ‘Daar zijn de prijzen van hiv-medicijnen torenhoog.’

De hiv/aids-crisis heeft de kijk op medicijnpatenten radicaal veranderd. Daar moeten we lessen uit trekken voor andere medicijnen, vindt ’t Hoen. ‘Want mensen met hiv hebben ook andere ziekten waarvoor vergelijkbare oplossingen nog niet voorhanden zijn.’ Zo is een bepaalde vorm van hersenvliesontsteking wereldwijd verantwoordelijk voor vijftien procent van de aidsdoden. In Sub-Sahara-Afrika is de meest voorkomende kanker aidsgerelateerd. Het is positief dat hepatitis C en tuberculose al deels gedekt worden door de patentpool, maar ook voor andere essentiële medicijnen is een grotere flexibiliteit in het toepassen van patentwetten noodzakelijk, vindt de juriste. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans, als we dat verzuimen.’

Toegang gaat om meer dan prijzen en patenten. Ook de aanwezige infrastructuur in een land, de kwaliteit van de gezondheidszorg, de mate van stigmata en donorfinanciering zijn bepalend. Dat wijzen de harde feiten wel uit. Nog steeds heeft wereldwijd circa de helft van de mensen met een hiv-infectie geen toegang tot betaalbare geneesmiddelen. ’t Hoen: ‘Maar dat ligt, in de meeste landen, niet langer aan het prijsopdrijvende patentensysteem. De afnemende donorfinanciering, dàt wordt een groot probleem.’

Manon Stravens

Manon Stravens (1977) is freelance journalist met een achtergrond in ontwikkelingssamenwerking. Ze schrijft voor diverse media, onder meer het Financieele Dagblad. In 2015 verscheen haar boek ‘De opstand van Boko Haram’. Eerder werkte ze voor ICS en regiokantoor ICCO West-Afrika in Mali.

Als een derde met hiv kampt

Door Vice Versa | 24 juli 2018

Swaziland kent het hoogste percentage seropositieve inwoners ter wereld. Sinds 2011 probeert het nieuwe infecties te voorkomen door meer te testen en direct hiv-remmers voor te schrijven. Het koninkrijk wil dienen als voorbeeld voor aidsbestrijding in Afrika. ‘Het is geen kostenpost, het is een investering in de toekomst.’

Lees artikel

De strijd om patenten  

Door Manon Stravens | 20 juli 2018

Sinds de schaamteloze rechtszaak van Big Pharma tegen Nelson Mandela in 1998 is veel ten goede veranderd: voor tientallen ontwikkelingslanden zijn generieke en dus veel goedkopere aidsmedicijnen nu voorhanden. Juriste Ellen ’t Hoen riep een ‘patentpool’ in het leven, dat intellectueel eigendom beheert en licenties uitgeeft. Ze vindt dat het mechanisme ook op andere essentiële medicijnen toepasbaar is. ‘Het is een ongelooflijke gemiste kans’, zegt ’t Hoen, ‘als we dat verzuimen.’

Lees artikel

De twee verhalen over aids

Door Joris Tielens | 19 juli 2018

Ruim dertig jaar aidsbestrijding slaagde goeddeels in het bedwingen van de epidemie èn leert ons wat nodig is om de ziekte ten einde te brengen. Maar de wet van de remmende voorsprong geldt: er is veel vooruitgang door behandeling, maar preventie is verwaarloosd. Bovendien dreigt het succesverhaal te vroeg de mondiale financiering te verkleinen, met mogelijk desastreuse gevolgen. Gevraagd: politieke wil.

Lees artikel