Door:
Jurrian Veldhuizen

27 oktober 2020

Tags

Onlangs kwam de monitor exportkredietverzekeringen 2019 uit, met daarin een verslag van de financiële ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse exportkredietverzekeringen. Deze werd begeleid met een brief van staatssecretaris Vijlbrief. In deze brief noemde staatssecretaris Vijlbrief de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen en verwees hij maar liefst dertig keer naar de ‘vergroening’ en groene transacties van de doorgaans voornamelijk ‘grijze’ verzekeringen. Mooie en positieve ontwikkelingen, schrijft Jurrian Veldhuizen,  maar achter deze woorden schuilt een grote mate van onduidelijkheid en vooral veel contradictie.

Een exportkredietverzekering klinkt als een complex en technisch begrip, maar is eigenlijk vrij simpel. Het is een verzekering die het voor Nederlandse bedrijven makkelijker en vooral minder risicovol maakt om investeringen te doen in het buitenland. Stel je voor: je hebt een Nederlands energiebedrijf en je wil een energiecentrale bouwen in Nigeria, een land rijk aan grondstoffen. Het is dan mogelijk om een verzekering af te sluiten bij staatsverzekeraar Atradius DSB. Zo zijn je financiële risico’s gedekt en heb je meer kans op bankleningen. Dit betekent ook dat, mocht het project mislukken, de Nederlandse staatskas garant staat. Op deze manier stond Nederland in 2019 garant voor 4,4 miljard euro aan investeringen.

De keerzijde

Het probleem hierbij is dat een groot gedeelte van de investeringen die de Nederlandse staat verzekert zijn gericht op fossiele projecten. Zo concludeerde BothENDS vorig jaar dat Atradius fossiele projecten verzekert voor gemiddeld 1,5 miljard per jaar. Volgens de getallen in de monitor van 2019 is er niet veel veranderd in dit gemiddelde. En dat terwijl Nederland per 2020 een einde maakt aan financiële steun voor steenkolenprojecten en de exploratie en ontwikkeling van nieuwe voorraden olie en gas in het buitenland. Dit is dus niet van toepassing op de exportkredietverzekeringen.

Dit is natuurlijk tegenstrijdig met de Nederlandse doelstellingen voor het bereiken van de afspraken uit het Parijsakkoord. Maar de voortdurende steun aan fossiele projecten in ontwikkelingslanden heeft ook grote negatieve gevolgen voor de duurzame ontwikkeling van deze landen. Zo ook in Mozambique, waar uit onderzoek van verschillende ngo’s en journalisten van Down To Earth en Follow the Money blijkt dat de groeiende gaswinning voor meer problemen zorgt dan economische groei. Daniel Ribeiro van de Mozambikaanse milieuorganisatie Justiça Ambiental noemt dit zelfs een historisch feit: “Afrika kent geen enkel voorbeeld van een land dat op een goede manier is ontwikkeld door olie- of gas”. Toch zijn Nederlandse baggeraar Van Oord en Shell van de partij in Mozambique, met steun van Atradius.

Nederland heeft zich naast het Parijsakkoord ook gecommitteerd aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s). Waar Nederland naast de beperking van eigen uitstoot ontwikkelingslanden zegt te ondersteunen in hun groene transitie, doet Nederland ondertussen erg haar best dit tegen te werken. Waar organisaties als Milieudefensie zich al jaren hard maken voor de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden, worden deze werkzaamheden nog steeds tegengewerkt door de onophoudelijke financiële injecties van de Nederlandse staat aan de fossiele industrie in die landen.

Hoe kan dit?

Waar blijft de vergroening van de exportkredietverzekeringen dan eigenlijk? Zijn daar geen richtlijnen voor gemaakt? Ja die zijn er. Zo heeft Atradius DSB een beleid op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.  Op het moment dat een bedrijf een exportkredietverzekering aanvraagt, moet voldaan worden aan OESO-richtlijnen. Deze OESO-richtlijnen vragen onder andere rekening te houden met milieueffecten en onvrijwillige herhuisvesting. Dit zijn nu net de twee richtlijnen die grootschalig geschonden worden in onder andere Mozambique. Binnen het bevorderen van de export zijn de vraag van de Nederlandse exporteurs en hun zakenpartners leidend.

Het belang voor het milieu en de lokale bevolking speelt een ondergeschikte rol. Lokale belanghebbenden, zoals in Mozambique, krijgen geen stem in de besluitvorming over exportkredietgesteunde projecten. Bovendien lijken deze projecten, na de OESO-check in Nederland, vrij spel te krijgen. Van monitoring lijkt geen sprake.

Een moetje

De oproep vanuit onder andere het maatschappelijk middenveld om dit financiële pretpark enigszins aan banden te leggen krijgt ook politiek bijval. Twee jaar geleden nam de Tweede Kamer een motie aan over het jaarlijks rapporteren op de bijdrage van Atradius DSB aan de implementatie van de SDG’s. Dit zorgt ervoor dat de werkwijze en de resultaten op exportkredietverzekeringen breder worden geëvalueerd op hun duurzaamheid.

In de monitor exportkredietverzekering 2019 zou dit dan ook uitgebreid meegenomen moeten worden. Helaas kwam het ministerie niet veel verder dan “methodologisch gezien bleek dit een lastige onderzoeksvraag”. Wel refereerde de monitor naar het belang van het IMVO-beleid waar projecten aan moeten voldoen. Zo is de cirkel weer rond. De aangenomen motie lijkt zo als ‘moetje’ te zijn afgepoeierd. Het noemen van de SDG’s is een eerste stap, maar blijft puur symbolisch zonder transparant en goed onderzoek.

Wat nu?

De prangende vraag is nu of er überhaupt een omslag gaat komen als het gaat om de vergroening van exportkredietverzekeringen. Het coronavirus heeft nog eens extra roet in het eten gegooid. Om de economie te stimuleren zijn de regels rondom exportkredietverzekeringen versoepeld, met alle gevolgen van dien.

Het positieve nieuws: de Nederlandse overheid heeft nog altijd een keuze. We kunnen blijven hangen bij het inmiddels bejaarde argument dat als wij geen fossiele projecten ondersteunen, andere landen dat wel doen. Maar we kunnen ook de kar trekken en dit probleem nationaal en internationaal aanpakken. Hiervoor moeten we zelf proactief een eerste stap zetten in het stoppen met het verzekeren van fossiele projecten wereldwijd. De dertig woorden over vergroening en groene transacties zijn er. Nu is het tijd dat daden volgen, want ondertussen gaan de door Nederland gesteunde fossiele projecten door.

Op 19 november vindt er in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg plaats over exportkredietverzekeringen

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) is een van de belangrijkste beleidsterreinen binnen de Hulp en Handelsagenda. In 2020 staat er veel op het spel. Zo staan er verschillende evaluaties op het programma en zal minister Kaag in dit najaar het nieuwe IMVO-beleid van het kabinet presenteren.

Vice Versa wil met het dossier het debat in Nederland over IMVO voeden en levendig houden.

Het kennisdossier is een initiatief van Vice Versa in samenwerking met de Civic Engagement Alliance,  het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en de Fair, Green and Global Alliance.

 

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel