Door:
Kelly Groen

21 oktober 2020

Tags

Terwijl landen om ons heen nationale wetgeving optuigen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, laat Nederland het initiatief aan de EU. Zo schuift de minister de oplossing tegen mensenrechtenschendingen door Nederlandse bedrijven op de lange baan, schrijft Kelly Groen van ActionAid. 

Kelly Groen

Minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking kiest de Europese route naar wetgeving voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). Dat maakte ze afgelopen vrijdag bekend in een nieuwe beleidsvoorstel, goedgekeurd door de ministerraad. Nederland zal vol inzetten op het initiatief van de Europese Commissie, dat bij monde van Eurocommissaris Reynders (Justitie) dit voorjaar een Europees wetgevingsinitiatief aankondigde.

Eerder onderzoek, zoals de evaluatie van de convenanten en het advies van de SER, waren duidelijk: vrijwillige maatregelen zijn onvoldoende om mensenrechten te waarborgen in de productieketens van Nederlandse bedrijven. Maar in plaats van de handschoen op te pakken en voortvarend met Nederlandse wetgeving aan de slag te gaan, schuift Kaag de verantwoordelijkheid voor het beschermen van mensenrechten door naar Europa.

EU-wetgeving is goed en nodig, maar de gemeenschappen in het globale zuiden die nu geconfronteerd worden met mensenrechtenschendingen waarbij Nederlandse bedrijven betrokken zijn, verdienen nú een oplossing. Strengere regels voor bedrijven om rekening te houden met mens en milieu in hun toeleveringsketens kunnen niet langer wachten. De corona-crisis heeft misstanden die organisaties als ActionAid al jaren aankaarten, op scherp gesteld: miljoenen werknemers, met name vrouwen, verloren hun baan of kregen niet betaald omdat grote, Westerse bedrijven bestellingen introkken of niet betaalden. Maar ook buiten de corona-crisis om hebben veel gemeenschappen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika te maken met mensenrechtenschendingen door bedrijven, die duurzame ontwikkeling in de weg staan: denk aan landroof, vervuiling en geweld.

De Nederlandse overheid en Nederlandse bedrijven kunnen een grote rol spelen in het tegengaan van dit soort misstanden in productielanden, mits ze hun verantwoordelijkheid nemen. Een aantal misstanden waarmee minister Kaag in haar ambtsperiode te maken heeft gekregen: gedwongen verhuizing en corruptie in Angola, gelinkt aan de Nederlandse bedrijven Van Oordt, ING en Atradius. Slavernij op tomatenplantages in Italië, gelinkt aan Nederlandse deelnemers aan het voedingsmiddelenconvenant. Dwangarbeid door Oeigoeren in China, gelinkt aan de Nederlandse textielindustrie.

De afgelopen maanden hield de minister zich bezig met het uitvoeren van de IMVO-toezegging in het Regeerakkoord van Rutte III: ‘Na twee jaar wordt bezien of en zo ja, welke dwingende maatregelen genomen kunnen worden.’ Wat duidelijk is, getuige de eenduidige conclusie van de verschillende onderzoeken in dit traject: het huidige pakket aan vrijwillige en vrijblijvende maatregelen zorgt er onvoldoende voor dat bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen voor het respecteren van mens en milieu in toeleveringsketens, en leidt niet tot verandering in productielanden. Vandaar de noodzaak voor nieuw beleid.

Textielwerker in Dhaka

Op het eerste gezicht lijkt dat beleid veelbelovend: het ministerie zet vol in op bindende maatregelen, zogeheten due diligence wetgeving, in Europa. Ook ActionAid is voorstander van IMVO-wetgeving voor bedrijven op Europees niveau; dat heeft groter bereik en meer impact. Maar in feite trekt Nederland de handen af van de eigen verantwoordelijkheid: dat er spoedig ambitieuze wetgeving in Europa komt, is niet gegarandeerd. Hoe proactief en ambitieus Nederland zich ook opstelt in de Brusselse processen, veel zal afhangen van de inzet van de andere 26 Europese lidstaten. Die hebben niet allemaal evenveel ambitie. Daarnaast verloopt de besluitvorming in de EU vaak traag – zo wordt de Europese wetgeving rond conflictmineralen, in 2014 door de Commissie voorgesteld, pas zeven jaar later van kracht in de lidstaten. Voor de gemeenschappen in productielanden die nu te maken hebben met schrijnende mensenrechtenschendingen, betekent het nog langer wachten op gerechtigheid.

Het kabinet overweegt volgens het nieuwe beleidsvoorstel ‘in de zomer van 2021 de balans in Europa op te maken’ en dan eventueel toch in te zetten op nationale wetgeving. Maar in het voorjaar van 2021 vinden de parlementsverkiezingen plaats. Zo wordt het uitvoeren van het Regeerakkoord niet alleen doorgeschoven naar Europa, maar ook naar de volgende regering. En als we de huidige peilingen mogen geloven, zal de volgende regering verantwoord ondernemen niet hoog in het vaandel hebben staan.

Ondanks de erkenning dat de huidige maatregelen tekortschieten, wordt de oplossing doorgeschoven naar Europa en een volgend kabinet. De nieuwe maatregelen die wél nationaal worden opgetuigd, zoals het IMVO-steunpunt voor bedrijven, blijven hangen in de status quo van vrijwillige maatregelen. De implementatie van de Wet Zorgplicht Kinderarbeid, die al in 2016 werd aangenomen in de Tweede Kamer, wordt afhankelijk gemaakt van de uitkomsten in de EU. Hoeveel onderzoeken moeten nog uitwijzen dat er meer ambitie nodig is en hoeveel misstanden moeten nog aangetoond worden in de ketens van Nederlandse bedrijven voordat Nederland een streep in het zand trekt en zélf met regelgeving komt om dit aan te pakken?

Er is nog een kans dat Nederland voor de verkiezingen van volgend jaar wél met nationale wetgeving komt. Afgelopen zomer diende de coalitiepartij ChristenUnie samen met PvdA, GroenLinks en SP een initiatiefnota in met een voorstel tot dergelijke Nederlandse IMVO-wetgeving. Deze partijen tonen het initiatief en de ambitie om Nederland alsnog de koplopersrol te laten pakken op IMVO-gebied. Nederland wordt namelijk aan alle kanten ingehaald door Europese lidstaten die wél nationale wetgeving hebben of optuigen en zo invloed kunnen uitoefenen op de processen in Europa.

ActionAid en vele andere organisaties, bedrijven en bezorgde burgers in Nederland roepen minister Kaag op om de uitgestoken hand van deze partijen aan te nemen en de bescherming van mensenrechten niet over te laten aan de EU en de volgende regering.

 

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) is een van de belangrijkste beleidsterreinen binnen de Hulp en Handelsagenda. In 2020 staat er veel op het spel. Zo staan er verschillende evaluaties op het programma en zal minister Kaag in dit najaar het nieuwe IMVO-beleid van het kabinet presenteren.

Vice Versa wil met het dossier het debat in Nederland over IMVO voeden en levendig houden.

Het kennisdossier is een initiatief van Vice Versa in samenwerking met de Civic Engagement Alliance,  het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en de Fair, Green and Global Alliance.

 

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel