Door:
Jan-Albert Hootsen

15 oktober 2020

Tags

Alba Zepeda en Vicenta Jerónimo, twee vrouwen die de turbulente politiek van Midden-Amerika leren kennen: in een stadsbestuur in Honduras en in het parlement van Guatemala. Ze spreken over hordes en elites, over machismo, armoede en corruptie, over de vrouw als politieke minderheid – ondanks de regelgeving. We kijken mee in de coulissen, bij een strijd voor erkenning.

Midden-Amerika kon de coronacrisis er absoluut niet bij hebben, toen de regio in maart – net als de rest van de wereld – het openbare leven grotendeels stil moest leggen. De regio is de armste en gewelddadigste op het westelijk halfrond: jaarlijks trekken honderdduizenden Guatemalteken, Hondurezen en Salvadoranen zonder papieren naar de Verenigde Staten, op zoek naar een beter leven.

Reeds voor Covid-19 toesloeg, waren de economieën er al kwetsbaar, groeiden ze slechts mondjesmaat en wisten ze vrijwel geen banen te creëren voor een jonge bevolking met haast geen vooruitzichten. Corruptie en politieke instabiliteit maken de meervoudige regionale crisis compleet. Bepaald geen ideaal moment om in de politiek en het openbaar bestuur te stappen, zou je zeggen. Toch gingen Alba Estela Zepeda en Vicenta Jerónimo de uitdaging vol overtuiging aan. Zepeda is sinds 2018 locoburgemeester van La Ceíba, een havenstad in het noorden van Honduras. Jerónimo begon in januari dit jaar aan haar eerste termijn als lid van het Guatemalteekse congres.

Voor beiden is hun kennismaking met de politiek, in een regio waar vrouwen nog steeds erg zijn ondervertegenwoordigd, verre van gemakkelijk.

Alba Estela Zepeda

‘La Ceíba wordt ook weleens “de bruid van Honduras” genoemd’, zegt Zepeda lachend en niet zonder trots. ‘Dat is ook niet zo vreemd: Honduras ligt in het hart van Midden-Amerika en La Ceíba ligt weer centraal in het noorden van het land. We hebben hier veel moois: stranden, natuur, mensen met een goed karakter. De stad is belangrijk voor Honduras, voor het toerisme.’

Met zo’n tweehonderdduizend inwoners is La Ceíba, hoofdstad van de provincie Atlántida, de op twee na grootste gemeente van het land. Net als de rest van Honduras kampt de stad al jaren met grote armoede, slechte infrastructuur en gebrek aan perspectief voor vooral de jongere inwoners. Het besturen van La Ceíba was dan ook een uitzonderlijk grote uitdaging voor Zepeda, toen ze in 2018 werd gekozen in het bestuur van burgemeester Jerry Sabio. ‘Het begin was zeker niet makkelijk’, blikt ze terug. ‘Toen wij net waren aangetreden, had een groot deel van de stad geen elektriciteit. Geld was er niet; er zat nauwelijks duizend dollar in de gemeentekas. We moesten min of meer vanaf nul beginnen.’

Ruim twee jaar later zegt ze trots te zijn op wat zij en Sabio hebben bereikt. ‘Het probleem van de stroom hadden we na een paar maanden al grotendeels opgelost. Daarna zochten we naar oplossingen voor de financiële problemen’, zegt ze. ‘We konden onze betalingsachterstand bij de sociale-verzekeringsbank aflossen en behoorlijk wat sociale hulp bieden aan de bevolking. Daar zijn we tevreden over.’

Voor Zepeda was het haar debuut in het openbaar bestuur, haar achtergrond ligt in het onderwijs. ‘Ik kon het me vroeger eerlijk gezegd niet vóórstellen de politiek in te gaan’, legt ze uit. ‘Mijn moeder was weliswaar enige jaren geleden zelf locoburgemeester van La Ceíba, maar ik ben opgeleid als docent wiskunde.’

Ze moest even nadenken toen ze in 2017 werd gevraagd om Sabio, een arts en kandidaat namens de Liberale Partij, bij te staan. ‘Ik wist niet echt wat openbaar bestuur inhield, ik was vooral bezig met het familiebedrijf. Ik hakte de knoop door toen ik zag hoe slecht het met de lokale economie was gesteld, hoeveel verandering er nodig was. ‘Het was positief dat Sabio en ik allebei een achtergrond in sociaal werk hebben’, gaat ze verder. ‘Hij was arts, ik heb veel met jongeren gewerkt. Dat schiep een band, waardoor ik de uitdaging durfde aan te gaan.’

Voor ze de campagne, de verkiezingen en later het stadsbestuur in stapte, stelde ze wel een voorwaarde voor zichzelf: ze zou in geen geval een passieve rol spelen. ‘In Honduras wordt vaak gedacht dat “locoburgemeester” niet veel meer dan een bijrol is, maar daar had ik geen zin in. Ik was niet van plan aan de kant te zitten en te wachten tot me zou worden verteld wat ik moest doen’, zegt Zepeda. ‘Ik sta Sabio bij, werk veel mee in het bestuur en ben vaak het eerste contact om ervoor te zorgen dat sociale programma’s de juiste bestemming krijgen.’

Die zijn hard nodig in La Ceíba. Net als de rest van Honduras kampen de stad en de omgeving met armoede, werkloosheid en een algemeen gevoel van uitzichtloosheid, waardoor vooral jongeren er vaak liever voor kiezen naar de Verenigde Staten te reizen, in de hoop daar werk en een beter leven te vinden. Het is een levensgevaarlijke reis van duizenden kilometers door Mexico, waar criminele bendes en corrupte autoriteiten ze onderweg belagen. Jongeren en meisjes zijn tijdens de reis extra kwetsbaar. Vaak zijn zij het slachtoffer van misbruik en mensenhandel.

‘Veel mensen voelen dat ze geen keuze hebben’, verzucht Zepeda. ‘Ze vertrekken zonder echt te weten wat ze te wachten staat, vanwege de werkloosheid en het gebrek aan kansen. Om die reden proberen we in La Ceíba samen te werken met organisaties als het Rode Kruis, met Unicef en met ambassades, om te kijken wat we kunnen doen om mensen te helpen.’

Vincenta Jerónimo

Vicenta Jerónimo had, anders dan Zepeda, al wel heel wat politieke ervaring toen ze in januari begon aan haar eerste periode als lid van het Guatemalteekse parlement. Afkomstig uit het plaatsje Todos Santos Cuchumatán, in het westen van het land, was ze al jaren actief in sociale bewegingen die strijden voor de rechten van de veelal arme en achtergestelde Maya-bevolking op het platteland.

Haar partij, de Beweging voor Bevrijding van de Volkeren (MLP), wist tijdens de presidentsverkiezingen van vorig jaar als derde te eindigen, met ruim tien procent van de stemmen voor kandidate Thelma Cabrera. Het was een historische uitslag voor een land waar de oorspronkelijke bevolking al ruim vijfhonderd jaar in bittere armoede leeft en kampt met uitsluiting en racisme, eerst door de Spaanse koloniale overheerser en sinds de onafhankelijkheid door een elite van het zakenleven en grootgrondbezitters. Jerónimo wist als enige MLP-lid een zetel in het congres te bemachtigen.

‘De eerste maanden daar waren voor ons als beweging en voor mijzelf niet altijd makkelijk’, zegt ze. ‘We wisten dat we deel gingen nemen aan een parlement vol corruptie. Het congres vertegenwoordigt niet het volk, maar vooral de belangen van de zakelijke elite, van een kleine minderheid van de Guatemalteken. De inheemse volken vormen de meerderheid van de bevolking. Van meet af aan was het ons voornemen geen allianties aan te gaan met die elite. Ik zit er niet om hen te helpen tegen de belangen van mijn eigen kiezers in te gaan.’

Jerónimo’s strijdbaarheid is het product van meer dan twintig jaar activisme in sociale bewegingen, waarbij ze vooral opkwam voor de rechten van Maya-vrouwen en boeren. ‘Ik werkte vanuit de gemeenschappen op het platteland, met boeren, landlozen, dagloners en vrouwen’, herinnert ze zich. ‘Soms betekende het dat ik twintig dagen van de ene plaats naar de andere moest reizen en weer terug naar huis kon, met weinig middelen.’

Het was hard en af en toe gevaarlijk werk, waarbij ze soms in conflict kwam met machtige spelers, zoals grote internationale bedrijven die het platteland willen exploiteren, ten koste van de oorspronkelijke bevolking. Haar ervaring en hechte banden met de sociale bewegingen maakten van Jerónimo evenwel een ideale vertegenwoordiger van de omvangrijke Maya-bevolking in het congres in Guatemala-Stad. Vanaf haar eerste dag merkte ze alleen meteen dat ze weinig vrienden in de hoofdstad had.

Deels had dat met haar politieke achtergrond te maken. Het linkse gedachtengoed van de MLP, die Maya’s, vrouwen en arme boeren vertegenwoordigt en vooral aanhangers op het platteland telt, staat in het parlement relatief eenzaam tegenover een veelheid aan conservatieve partijen, die vooral banden hebben met de machtige zakenelite in de grote steden. Op dezelfde dag dat Jerónimo werd ingezworen, trad Alejandro Giammattei aan als president, een aartsconservatieve evangelische christen en oud-gevangenisdirecteur.

Als vrouw en Maya voor wie Spaans haar tweede taal is, moet Jerónimo ook dagelijks knokken met twee van de oudste en meest traditionele kwaden in de Guatemalteekse maatschappij: seksisme en racisme. ‘Racisme en machismo, de discriminatie tegen vrouwen, leven hier nog heel sterk’, zegt Jerónimo. ‘Ik maakte het vanaf mijn eerste dag mee. Het is voor mij moeilijk om zelfs maar het woord te krijgen tijdens een debat. Het interne reglement van het congres stelt duidelijk dat iedereen spreektijd moet krijgen, maar vaak word ik gewoon overgeslagen.’

De manier waarop ze het gedachtegoed van haar partij persoonlijk uitdraagt, zorgt voor botsingen, gaat ze verder: ‘Het is voor mij onbestaanbaar dat de politieke klasse, waaronder de congresleden, zoveel privileges geniet, terwijl zestig procent van de Guatemalteken in armoede leeft’, zegt ze fel. ‘Toen ik begon, liet ik meteen weten dat ik afstand wilde doen van allerlei onkostenvergoedingen. Parlementariërs krijgen niet alleen een salaris, maar ook toelages voor voedsel, een levensverzekering, gratis mobiele telefoons en andere apparaten. Waarom, als we een salaris hebben? Ik kan niet aan mijn kiezers uitleggen dat ik voor etentjes betaald krijg, terwijl zestig tot zeventig procent van de kinderen tot vijf jaar aan ondervoeding lijden, in dit land.’

Om al die redenen is het moeilijk voor Jerónimo en de MLP om hun stempel op de nationale politiek te drukken. De regering-Giammattei voert een rechts beleid, geholpen door een overwegend conservatieve meerderheid in het parlement. De stem van Jerónimo en haar partij wordt daardoor nauwelijks gehoord. ‘We wisten van tevoren dat het allerminst makkelijk, zo niet onmogelijk zou worden om onze eigen voorstellen serieuze aandacht in het congres te geven’, geeft ze toe. ‘Ik kan geen bondgenootschappen aangaan met partijen die niet de belangen van onze mensen vertegenwoordigen.’

In plaats daarvan dragen Jerónimo en de MLP in het congres de politieke tradities van Guatemala’s sociale Maya-bewegingen voort. Beslisslingen over wat de agenda van de partij is, worden genomen tijdens bijeenkomsten in de Maya-gemeenschappen. Het is díe stem die Jerónimo probeert uit te dragen in het parlement. ‘Het is van belang dat wat ik in het parlement zeg en probeer te bereiken, altijd is gebaseerd op de consensus van onze gemeenschappen’, legt Jerónimo uit. ‘We stelden samen een programma van veertien thema’s op en op basis daarvan willen we wetten voorstellen.’

De meeste thema’s hebben te maken met armoede, ongelijkheid en mensenrechten. ‘We zijn nu bezig met het ontwerpen van een voorstel om de publieke diensten die de afgelopen jaren zijn geprivatiseerd weer te laten nationaliseren’, zegt ze. ‘De problemen van Guatemala hebben hun oorsprong in uitbuiting. Daar moet een einde aan komen.’

Zowel Jerónimo als Zepeda realiseren zich dat ze, als vrouwen in de politiek in landen waar machismo nog altijd hoogtij viert en vrouwen in vrijwel alle sectoren van de maatschappij een ondergeschikte rol spelen, een voorbeeldfunctie hebben. Er is een lange weg te gaan voor gelijkheid een realiteit is in Guatemala en Honduras, stellen ze allebei. ‘Ik kan het niet anders zeggen dan dat het voor ons als vrouwen een voortdurende strijd is om onze plaats te vinden in het openbaar bestuur van Honduras’, vertelt Zepeda. ‘We zijn weinig vertegenwoordigd in de politiek.’

Honduras voerde sinds begin deze eeuw enkele hervormingen door, zodat vrouwen meer ruimte moeten krijgen om deel te nemen. In theorie zouden sinds 2002 minstens dertig procent van de gekozen vertegenwoordigers uit vrouwen moeten bestaan, wat in 2012 werd verhoogd naar veertig procent en in 2016 naar vijftig.

De realiteit was anders: tussen 2002 en ’06 was slechts iets minder dan zeven procent van de parlementariërs vrouw en slechts veertien procent van de burgemeesters. Ook nu zijn slechts negentien van de 128 leden van het Hondurese parlement vrouw. Daar moet snel verandering in komen; eind vorig jaar werd de kieswet hervormd, die moet garanderen dat de helft straks uit vrouwen bestaat.

Zepeda is optimistisch, zegt ze: ‘Er wordt behoorlijk wat vooruitgang geboekt, er zijn steeds meer vrouwelijke kandidaten. Maar de nieuwe kieswet moet worden nageleefd.’

Vicenta Jerónimo kan de strijd voor vrouwenrechten in Guatemala niet los zien van de strijd voor land, voor de rechten van de oorspronkelijke bevolking en voor de armen. ‘Het is een strijd tegen het kapitalisme, tegen de ideologie van uitbuiting die boeren, vrouwen en inheemse volken onderdrukt en buitenspel heeft gezet’, stelt ze.

‘Verandering moet vanuit de bevolking zelf komen, niet vanuit de politieke klasse. Daarom zullen wij ook altijd blijven handelen vanuit wat er door onze achterban wordt besloten.’

Beide vrouwen zeggen niet echt met hun mogelijke politieke toekomst bezig te zijn. Zepeda heeft nog anderhalf jaar te gaan als locoburgemeester, Jerónimo nog drieëneenhalf jaar als parlementslid. ‘Ik wil vooral de huidige periode goed afsluiten’, zegt Zepeda beslist. ‘Tot nu toe hebben we het op zowel bestuurlijk als sociaal niveau goed gedaan. Ik merk dat de mensen in La Ceíba tevreden over ons zijn. Ik vind niet dat het hebben van een politieke of bestuurlijke positie een doel op zich moet zijn. Het moet een roeping zijn, iets dat ik wil doen en dat strookt met mijn waarden.’

Jerónimo zegt dat haar rol afhankelijk is van haar achterban. ‘Als we praten over mijn politieke toekomst, dan hebben we het over de toekomst die de volkeren in Guatemala die ik vertegenwoordig voor ogen hebben. Zij zullen bepalen of ik na vier jaar mag doorgaan.’

 

Kader:

Samen met het NIMD

Het Nederlands Instituut voor Meerpartijen Democratie (NIMD) ondersteunt politici, politieke partijen en politieke en maatschappelijke organisaties om te komen tot een democratie waarin iedereen meetelt. Het is nodig dat alle groepen in de samenleving kunnen meedoen, gehoord worden en zich vertegenwoordigd voelen, ook vrouwen, jongeren en (etnische) minderheden.

Het NIMD kijkt in Honduras, El Salvador en Guatemala welke regels politieke deelname moeilijk maken: veelal regels over financiering van partijen en toegang tot de media. Het NIMD faciliteert een dialoog tussen partijen en organisaties om tot voorstellen voor inclusieve politiek te komen en geeft advies en ondersteuning aan de vrouwencommissies van de parlementen om een wetgevende agenda op te stellen die zorgt voor meer gelijke rechten.

Het NIMD droeg bij aan wetgeving in Honduras die deelname van vrouwen stimuleert en de parlementaire vrouwencommissie in Honduras zorgde ervoor dat toegang tot krediet voor vrouwen eenvoudiger is geworden. In Guatemala droeg het NIMD bij aan een wet die geweld tegen vrouwen strafbaar stelt. In aanloop naar verkiezingen traint het NIMD in Midden-Amerika kandidaten in communicatie en presentatie en begeleidt het nieuwgekozen parlementariërs bij hun eerste maanden in het parlement.

Dit artikel is verschenen in de Genderspecial van Vice Versa en WO=MEN.  Voor meer informatie zie https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/2020/09/24/genderspecial-vice-versa-tijd-voor-een-feestje/

How to make smallholder farmers an interesting investment opportunity

Door Hans van de Veen | 22 oktober 2020

Smallholder farmers and small agrifood enterprises are key for sustainable food systems in Africa. They need access to capital, but banks consider it tedious, costly and too much of a risk to invest in them. Initiatives like the IDH Farmfit Fund and crowdfunding platform PlusPlus have been set up to try to break this deadlock. Can these new funds assist smallholder farmers and companies to become a commercially interesting opportunity for financial institutions?

Lees artikel

‘Minister Kaag schuift de verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten door naar Europa’

Door Kelly Groen | 21 oktober 2020

Terwijl landen om ons heen nationale wetgeving optuigen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, laat Nederland het initiatief aan de EU. Zo schuift de minister de oplossing tegen mensenrechtenschendingen door Nederlandse bedrijven op de lange baan, schrijft Kelly Groen van ActionAid.

Lees artikel

Pionieren met gender-onderzoek in het door seksueel geweld geteisterde Congo

Door Marc van Dijk | 19 oktober 2020

Conflict hoeft academische samenwerking niet uit te sluiten. Thea Hilhorst, hoogleraar aan het Haagse International Institute of Social Studies, begeleidde Congolese promovendi en richtte samen met Congolese onderzoekers een onafhankelijk onderzoeksinstituut op. In gesprek met Hilhorst en de Congolese onderzoeksleider Rose Bashwira over potentie en internationale onwil.

Lees artikel