Door:
Jurrian Veldhuizen

14 oktober 2020

Tags

We moeten niet vergeten dat de armsten van Nederland nog altijd tot de rijksten van de wereld behoren, schrijft Jurrian Veldhuizen in deze opiniebijdrage. Het nieuwe begrip ‘klimaatrechtvaardigheid’, moet daarom niet alleen gaan over het steunen van arme en kwetsbare mensen in Nederland, maar juist ook over die in de rest van de wereld.

De CO2-uitstoot van de rijkste één procent van de wereldbevolking is meer dan het dubbele van de uitstoot van de armste helft. Dat concludeerde Oxfam Novib en het Stockholm Environmental Institute in een nieuw onderzoek. Zo blijft klimaatverandering een enorm oneerlijk verdeeld probleem. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ging SP-fractievoorzitter Lilian Marijnissen in op ‘klimaatrechtvaardigheid’, een term die in de Tweede Kamer nog niet of nauwelijks is gebruikt.

De term klimaatrechtvaardigheid kent twee dimensies. Enerzijds doelt het op de asymmetrie in de bijdrage aan klimaatverandering. Hierover doet Oxfam met bovenstaand onderzoek een flinke duit in de inmiddels al grote zak. Daarnaast gaat klimaatrechtvaardigheid over de kwetsbaarheid voor de impact van klimaatverandering en de mogelijkheid deze impact te verzachten. Dit speelt op Nederlands, Europees én internationaal niveau. António Guterres, secretaris-generaal van de VN, gaf echter terecht aan dat het de kwetsbare groepen in ontwikkelingslanden, “the poor and vulnerable”, zijn die het eerst en het hardst getroffen worden door klimaatverandering. Terwijl zij ook verreweg het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering.

Ontwikkelingslanden liggen vaak in tropische gebieden waar de gevolgen van klimaatveranderingen heftiger naar voren komen. Daarnaast hebben mensen een veel kleiner inkomen, zijn huizen gebouwd van zwakkere materialen en bestaat een weersverzekering niet. Zodoende zijn natuurrampen of langere periodes van droogte of regen catastrofaal. Ook hebben juist deze landen nauwelijks de middelen om bij te dragen en meegenomen te worden in de oplossingen.

Nederland komt afspraken niet na

Samen met alle rijke landen heeft Nederland daarom afgesproken vanaf 2020 100 miljard dollar per jaar bij te dragen aan klimaatsteun voor ontwikkelingslanden. Vooralsnog houdt Nederland zich niet aan de afspraak. Ons aandeel in de 100 miljard, ook wel ‘fair share’ genoemd, is door de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) berekend op ongeveer 1,25 miljard euro per jaar. Enkele weken geleden werden in de Rijksbegroting de inzet op klimaatfinanciering voor 2021 bekendgemaakt. De publieke klimaatfinanciering bedraagt in 2021 ongeveer 580 miljoen euro. Dit bedrag is grotendeels opgenomen in het ontwikkelingssamenwerkingsbudget (ODA), terwijl dit hier additioneel aan zou moeten zijn. Deze misser heeft als gevolg dat andere internationale ontwikkelingsdoelen buiten de boot vallen.

Naast de publieke klimaatfinanciering mobiliseert Nederland ongeveer 600 miljoen euro aan private investeringen, voornamelijk in windenergie en zonnepalen. Dit lijkt een leuke investering, maar is uiteindelijk voornamelijk aantrekkelijk voor investeerders in Nederland. Deze investeringen bereiken de mensen die klimaatsteun het hardst nodig hebben niet. Zij willen geen zonnepanelen in Nederland, maar droogtebestendige gewassen, dijken en stevigere huizen.

Nederland zet in op klimaatmitigatie: het beperken en/of tegengaan van klimaatverandering. De meest kwetsbare groepen willen klimaatadaptatie: beschermd worden tegen de gevolgen van klimaatverandering. Maar dat is niet rendabel en daardoor blijft de Nederlandse inzet hierop sterk achter.

Optelsom

Wie de optelsom al heeft gemaakt, komt erachter dat met 580 miljoen aan publieke en 600 miljoen aan private klimaatfinanciering de beloofde 1,25 miljard euro nog steeds niet gehaald wordt. Er mist nog een luttele 70 miljoen euro. Wat deze kwestie extra pijnlijk maakt is het enkele weken geleden gepresenteerde Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbudget (ODA). Waar de internationaal afgesproken ODA-norm 0,7% van het BNI is, gaat de inzet onder dit kabinet zakken naar 0,52%: een historisch laag budget.

Bovendien liet ActionAid onlangs weer zien dat door Nederlands belastingbeleid, ontwikkelingslanden nog eens 1,8 miljard euro per jaar mislopen. Deze optelsom van cijfermatige ‘dwalingen’ laat zien dat de pogingen van Nederland tot het realiseren van klimaatrechtvaardigheid en eerlijke ontwikkelingssamenwerking nog verre van geslaagd zijn.

Een trend

Terugkomend op de opmerking van Lilian Marijnissen: ‘klimaatrechtvaardigheid . Ze leek blij te zijn met het feit dat dit begrip inmiddels vaker wordt gebruikt in Den Haag. Echter volgde ook zij de term op met een pleidooi over zonnepanelen en isolatie in, juist, Nederland. Daar waar klimaatrechtvaardigheid wordt genoemd in Nederland gaat het over de minderbedeelde Nederlanders die centraler moeten staan in het klimaatdebat. Een belangrijke ontwikkeling. Maar tegelijkertijd wordt iets fundamenteels vergeten, zowel in de eerder besproken daden als woorden: de enorme impact van klimaatverandering op ontwikkelingslanden, die veel groter is dan in Nederland.

Want we moeten niet vergeten dat de armsten van Nederland nog altijd tot de rijksten van de wereld behoren. Van de armste en meest kwetsbare helft van de wereldbevolking woont niemand in Nederland. Waar echte klimaatrechtvaardigheid zou moeten gaan over het steunen van de armere en kwetsbare groepen in Nederland én in de rest van de wereld, lijkt Lilian Marijnissen, en met haar de Nederlandse politiek, in woorden en daden, 93,5% te vergeten.

Jurrian Veldhuizen is stagiair bij de Max van der Stoel Foundation. Daarnaast is hij masterstudent Internationale Ontwikkelingsstudies en fotograaf met een speciale interesse in milieu- en klimaatrechtvaardigheid.

 

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel
UN Food Systems Summit 2021

Wie niet aan tafel mee mag praten, staat op het menu

Door Vice Versa | 24 november 2020

Oxfam Novib, Hivos, Both Ends en de AgriProFocus Food Security Policy Coalition pleiten voor duurzame en inclusieve voedselsystemen op de VN- wereldtop komend jaar. Tijdens de conferentie ‘Bold Actions for Food as a Source for Good’, op 23 en 24 November georganiseerd door de Wageningen Universiteit, het World Economic Forum en anderen, kan Minister Kaag aandringen op een ambitieuze Summit die harde afspraken maakt over de toekomst van ons voedsel.

Lees artikel

‘Food security policy should focus less on production and more on consumers’

Door Joris Tielens | 22 november 2020

How can the Netherlands contribute to improving nutrition in Africa in the coming decade? Retiring Professor Ruerd Ruben would like to see Dutch government policy informed by a food systems approach – with more focus on consumers, and an active role for Dutch embassies entering into policy dialogue with the government in their African host countries. Minister for Foreign Trade and Development Cooperation Sigrid Kaag agrees: ‘The systems approach, where more priority is given to the environment and consumers, is now widespread. It will be high on the agenda of the UN summit in 2021.’

Lees artikel