Door:
Marc Broere

8 oktober 2020

Tags

De strijd tegen armoede en uitsluiting is een echte oorlog, werd Vice Versa hoofdredacteur Marc Broere ooit verteld. Vanaf ‘het front’ bericht hij over de verschillende strijdplannen en legeronderdelen die er zijn om deze oorlog te winnen, maar ook over een vijfde colonne binnen de ontwikkelingssector die geen enkele baat bij verandering heeft.

Een van de mensen van wie ik het meest geleerd heb als het om ontwikkelingssamenwerking gaat, is Willem Zevenbergen. De oud-directeur van SNV en topambtenaar op het ministerie van Buitenlandse zaken -én vader van Kees Zevenbergen, de huidige directeur van Cordaid-, kan ontzettend bevlogen over het vak praten; een vak dat hij ziet als een echt ambacht.

De bestrijding van armoede en uitsluiting beschouwt hij als een echte oorlog en daarbij spreekt Zevenbergen altijd van het front. Dat is de plek waar letterlijk gestreden wordt tegen die armoede en uitsluiting. Zevenbergen heeft een ontzettend grote hekel aan ministers en ontwikkelingsdeskundigen die zich te weinig aan het front laten zien en hun bevelen vooral vanuit hun comfortabele kantoren dicteren.

Deze weken bevind ik mijzelf ook weer aan het front en wel in informele settlements (een meer moderne benaming van wat vroeger sloppenwijken werden genoemd) in de Keniaanse hoofdstad Nairobi; toevallig ook de plaatsen waar ik bijna 30 jaar geleden in 1991 als jonge journalist voor het eerst kennismaakte met dat front. Samen met mijn Keniaanse collega Eunice Mwaura maak ik twee reportages over hoe lokaal gewortelde organisaties in deze tijden van corona een positief verschil kunnen maken en wat hun meerwaarde is ten opzichte van grotere ontwikkelingsorganisaties.

Veel bereiken

We zijn op stap geweest met Mariam Twahir en Ben Ooko van Amani Kibera, een vredesorganisatie die de afgelopen dertien jaar ontzettend veel wist te bereiken in het bijeenbrengen en verzoenen van mensen van verschillende etnische achtergronden in Kibera, daar waar politici juist het vuurtje van de etnische kaart proberen op te stoken.

Ben Ooko en Mariam Twahir van Amani Kibera met een aantal van hun vrijwilligers

Amani Kibera is uitgegroeid tot een krachtige jongerenbeweging in de meest diverse slum van Nairobi. Sinds de coronacrisis is uitgebroken staan Ben en Mariam in de frontlinie om hulp te bieden aan duizenden mensen die hun bestaanszekerheid vanwege de lockdown kwijtraakten. Dat doen ze nagenoeg zonder financiering van buitenaf, maar door crowdfunding onder Kenianen zelf. Met een bedrag van 1000 euro kun je al heel veel voor elkaar boksen, verzekerden ze me.

Rachael Mwikali

Ook trokken we op met Rachael Mwikali, een jonge bevlogen feministe in die andere grote sloppenwijk in Nairobi -Mathare Valley. Zij is de oprichter en coördinator van een coalitie van 150 mensenrechtenverdedigers met ieder een eigen specialiteit. Rachael houdt dagelijks spreekuur waar mensen met problemen naartoe kunnen komen. De zaken variëren van landrechten tot toegang tot water; en van huiselijk geweld tot politiegeweld. Vervolgens kijkt ze wie het beste kan helpen binnen haar coalitie. Zelf bekijkt Rachael, die zelf midden in de wijk woont, alle gevallen ook nog eens apart vanuit een genderlens.

Ze vertelde dat vrijwel iedere mensenrechtenorganisatie in deze tijd van corona noodgedwongen ook een humanitaire organisatie was geworden. We gingen met haar mee op een ochtend dat er brood werd uitgedeeld aan de meest kwetsbare families. Rachael en haar vrijwilligers benadrukten keer op keer bij het overhandigen van een brood dat het niet om liefdadigheid ging, maar dat de mensen volgens de Keniaanse grondwet recht op voedsel hebben.

Het is voor mij als journalist en als hoofdredacteur van dit platform over mondiale samenwerking zo ontzettend belangrijk om weer aan dat front te zijn, om het te kunnen waarnemen met al je zintuigen.

Meerdere fronten

Als je de oorlog tegen armoede en uitsluiting wat nader bekijkt, zie je dat er meerdere fronten en ook meerdere strijdplannen en krijgsonderdelen zijn. Je zou kunnen zeggen dat de echte grassrootorganisaties, daar waar wij mee op stap zijn geweest, de scherpschutters zijn; degenen die de precisiebombardementen uitvoeren.

Zij kennen de mensen in hun werkgebied persoonlijk en weten precies welke familie hulp en extra aandacht nodig heeft, en wat het specifieke verhaal van de betreffende familie is. Het zijn de elitetroepen, de special forces. Voor mij persoonlijk zijn dit ook de mensen die mij het meeste inspiratie geven; dit is het onderdeel van de krijgsmacht waar mijn persoonlijke sympathie ligt. Het zijn de bottom-uppers die vanuit de basis werken.

Helemaal aan de andere kant van het spectrum staan de top-downers. Dat zijn de mensen die vanaf de tekentafel de strategie bepalen en denken dat wat in het ene land werkt ook wel zal werken in een ander land, ook al zijn de omstandigheden verschillend. Het zijn de generaals en officieren die met een hagelbuks schieten en grote tapijten van bommen uitgooien over het front, ervan uitgaande dat er altijd wel iets geraakt wordt. Dat zal zeker het geval zijn, maar ze maken soms ook onnodige schade en belemmeren daarbij het werk van de scherpschutters.

Vorig jaar sprak ik bijvoorbeeld met een basisorganisatie op het platteland in het westen van Kenia die door nauwgezet te investeren in de lokale bevolking een hele beweging op gang had gekregen. Met steun van de hele gemeenschap in middelen en tijd werd van onderop aan ontwikkeling gewerkt. Telkens werd een ander concreet probleem aangepakt en beetje bij beetje kwamen er meer voorzieningen in de regio. Hun grootste tegenstanders waren westerse hulporganisaties die soms ongevraagd aan het front verschenen en bijvoorbeeld zonder overleg met wie dan ook waterputten begonnen te slaan of andere gratis voorzieningen begonnen uit te delen. Dat trok een zware wissel op het zorgvuldig opgebouwde gemeenschapsgevoel en de motivatie van mensen om zelf in tijd en middelen bij te dragen.

Ongelijke beloning

Verder is ook de beloning binnen het leger heel ongelijk. De scherpschutters en special forces doen het vaak voor niks of voor een heel bescheiden salaris. Rachael Mwikali vertelde dat ze vond dat lokale gemeenschappen zelf zorg zouden moeten dragen voor hun activisten en degenen die hun zaak bepleiten, net zoals ze dat ook doen voor predikanten en mensen van de kerk in hun wijk.  ‘Als je een salaris van een organisatie aanneemt, verwatert het activisme’, stelde ze. Ze sprak ook over human rights activists en human rights workers, waarbij de laatsten volgens haar ingekapseld zijn in een systeem.

Dat laatste kun je zeker ook stellen voor die vele duizenden mensen die vooral aan het zuidelijke front voor westerse NGO’s en grote hulporganisaties werken. Er zitten generaals tussen die exorbitante salarissen verdienen. Tijdens de laatste subsidieronde in Nederland voor het Power of Voices programma bleken sommige grote zuidelijke organisaties moeite te hebben om zich voor de drempelcriteria te kwalificeren omdat hun CEO’s salarissen verdienen die boven de zogeheten Balkenende-norm liggen; een norm die in Nederland als bovengrens geldt voor maatschappelijke organisaties. Als je bedenkt dat de levenskosten in Kenia of Bangladesh toch echt veel lager zijn dan in Nederland, dan zijn die hoge salarissen des te pijnlijker en lijken ze moeilijk te rijmen met de doelen van deze oorlog.

Dit geldt overigens niet alleen voor de topmensen, maar ook voor de andere officieren, sergeanten, korporaals en soldaten. Als beroepsmilitair in het leger van de mondiale armoedebestrijding verdien je vele malen meer dan als onderwijzer of ambtenaar in dienst van de nationale overheid. Het leger van de armoedebestrijding telt dan ook een heleboel huursoldaten en beroepsmilitairen die het in eerste instantie om het geld en de bestaanszekerheid doen, en minder vanuit een intrinsieke motivatie om deze oorlog te winnen. Sterker nog: ze hebben er geen enkel belang bij dat de oorlog stopt. Met hun deskundigheid is vaak niks mis, maar je kunt je afvragen of je met deze krijgsonderdelen de oorlog ooit zal winnen.

Noordelijke front

Dan is er nog een laatste punt dat ik wil maken. Gelukkig dringt steeds meer het besef door dat een zuidelijk front alleen niet genoeg is om de oorlog te winnen. Een noordelijk front is zeker net zo belangrijk. Met andere middelen zal hier een ander gevecht gevoerd moeten worden.

Het is belangrijk dat er druk wordt uitgeoefend op regeringen zoals die in Nederland; dat er campagnes en acties worden gevoerd rond belangrijke mondiale thema’s als klimaatverandering of tegen belastingontduiking door multinationals; dat mensen worden voorgelicht over de oorzaken van armoede en uitsluiting.

Daarbij is ook de publieke opinie heel belangrijk voor deze oorlog. Juist gewone burgers kunnen een belangrijke rol spelen om beslissende veldslagen in deze oorlog te winnen: als kritische consument door bepaalde producten wel of niet te kopen, of als stemmer in het kieshokje door op politieke partijen te stemmen die niet willen bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en die een duurzaam en coherent mondiaal beleid voorstaan. Te lang zijn burgers ook door veel ontwikkelingsorganisaties vooral gezien als pionnen om te oorlog te financieren, als donateurs dus, maar niet als medestrijders. Dat moet echt veranderen.

Opperbevelhebber

Mocht ik ooit tot opperbevelhebber van deze oorlog worden benoemd, zou ik mijn strijdplan op twee onderdelen concentreren. Aan de ene kant het front met de organisaties die diepgeworteld zijn in lokale samenlevingen, met andere woorden de scherpschutters en elitetroepen. Ik zou substantieel meer middelen voor hen reserveren en hen ook zelf over de aanpak laten beslissen. Zij zijn de kleermakers ook die de maatpakken maken.

Rachael Mwikali benadrukt dat het niet om liefdadigheid gaat maar om rechten

Verder zou ik heel erg inzetten op dat noordelijke front, want dat is veel belangrijker dan veel generaals denken. Of misschien weten ze het wel, maar branden ze zich daar liever niet aan omdat als ze te politiek te werk gaan bang zijn om overheidssubsidie te verliezen of een aantal politieke partijen tegen zich in het harnas te jagen. Maar zonder dit noordelijke front zul je de oorlog nooit winnen.

Ik ben blij met de lessen die Willem Zevenbergen mij ooit geleerd heeft en die ik iedere keer weer bewaarheid zie als ik het front bezoek. Ontwikkelingssamenwerking is eigenlijk zowel het makkelijkste als het moeilijkste vak ter wereld. Makkelijk omdat als je uitgaat van de kracht van arme mensen zelf en met mensen samenwerkt die in de haarvaten van een samenleving zitten,  je met weinig middelen levens positief kan veranderen en miraculeuze resultaten kan boeken. Ik heb de positieve voorbeelden afgelopen twee weken weer gezien bij de organisaties met wie ik op stap was.

Maar het is ook een verschrikkelijk moeilijk vak omdat er altijd tegenkrachten zijn die belang hebben bij de status quo en iedere verandering proberen te belemmeren. Dat kan zowel de echte vijand in deze strijd zijn (machthebbers, elite, multinationals, etc.) maar helaas ook een grote tussenlaag binnen het leger van armoedebestrijders zelf die geen baat heeft bij het opgeven van hun luxe privileges en zo eigenlijk een vijfde colonne vormt.

 

How to make smallholder farmers an interesting investment opportunity

Door Hans van de Veen | 22 oktober 2020

Smallholder farmers and small agrifood enterprises are key for sustainable food systems in Africa. They need access to capital, but banks consider it tedious, costly and too much of a risk to invest in them. Initiatives like the IDH Farmfit Fund and crowdfunding platform PlusPlus have been set up to try to break this deadlock. Can these new funds assist smallholder farmers and companies to become a commercially interesting opportunity for financial institutions?

Lees artikel

‘Minister Kaag schuift de verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten door naar Europa’

Door Kelly Groen | 21 oktober 2020

Terwijl landen om ons heen nationale wetgeving optuigen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, laat Nederland het initiatief aan de EU. Zo schuift de minister de oplossing tegen mensenrechtenschendingen door Nederlandse bedrijven op de lange baan, schrijft Kelly Groen van ActionAid.

Lees artikel

Pionieren met gender-onderzoek in het door seksueel geweld geteisterde Congo

Door Marc van Dijk | 19 oktober 2020

Conflict hoeft academische samenwerking niet uit te sluiten. Thea Hilhorst, hoogleraar aan het Haagse International Institute of Social Studies, begeleidde Congolese promovendi en richtte samen met Congolese onderzoekers een onafhankelijk onderzoeksinstituut op. In gesprek met Hilhorst en de Congolese onderzoeksleider Rose Bashwira over potentie en internationale onwil.

Lees artikel