Door:
Nathalie Paarlberg

29 september 2020

Tags

Na twee decennia oorlog tussen een corrupte overheid en gewelddadige Taliban ligt voor het eerst vrede binnen handbereik. Voor Afghaanse vrouwen is dit het moment waarop de internationale gemeenschap haar ware gezicht laat zien. ‘Het voelt alsof vrouwen enkel een project waren voor de internationale gemeenschap. Maar er is een jonge generatie, opgegroeid in de laatste twintig jaar, die eindeloos is voorgehouden dat ze niet onder doen voor mannen, dat mensenrechten universeel zijn.’

‘Ter voorkoming van het wassen van kleding door jonge vrouwen in waterstromen in de stad. Overtredende dames zullen op respectvolle islamitische wijze worden opgepakt en naar huis gebracht. Hun echtgenoten zullen zwaar worden bestraft.’ Decreet uitgevaardigd in 1996 door het ministerie ter Bevordering van Deugd en ter Voorkoming van Ondeugd; de zedenpolitie van de Taliban.

In de periode dat de Taliban Afghanistan regeerde, tussen 1996 en 2001, dicteerde de zedenpolitie het leven van Afghaanse vrouwen tot in de kleinste details. En het reduceerde dat leven tot twee hoofdzaken: het huishouden en de opvoeding. Meisjes mochten niet naar school en vrouwen niet werken of zonder mahram, een begeleidend mannelijk familielid, de deur uit. Toegang tot gezondheidszorg was hen grotendeels verboden. Als een vrouw de regels overtrad stond haar en haar familieleden een wrede straf te wachten: geseling en in sommige gevallen zelfs steniging.

De Talibanregering werd in december 2001 verdreven toen Amerikaanse troepen Afghanistan binnenvielen na de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon in september dat jaar. Sinds 1996 bood de Taliban toevlucht aan Osama bin Laden en zijn terreurgroep Al-Qaida, de verantwoordelijken voor de aanslagen. Maar de Taliban weigerde Bin Laden uit te leveren aan de Verenigde Staten en Al-Qaida-trainingskampen te sluiten.

De val van de Talibanregering betekende niet het einde van oorlog in Afghanistan. Al meer dan achttien jaar strijdt de Taliban tegen de Afghaanse overheid en buitenlandse troepenmachten, een strijd die meer dan 40 duizend Afghaanse burgers het leven heeft gekost. De Taliban heeft een vijfde van het land in zijn macht, de Afghaanse overheid een derde. De rest, bijna de helft, wordt door beide partijen betwist.

Ook betekende de val van de Talibanregering niet het einde van ontberingen voor Afghaanse vrouwen. Afghanistan is een diepgeworteld patriarchaal land, waar tribale zeden de vrijheid van vrouwen vaak beperken. Na bijna twee decennia wederopbouw is minder dan een derde van de Afghaanse vrouwen geletterd en naar schatting gaat twee derde van Afghaanse meisjes niet naar school. Afghaanse wetgeving verplicht kinderen naar school te gaan tot ze veertien jaar zijn, maar dit is vooralsnog alleen een nobel streven.

Voorzitter van de Onafhankelijke Mensenrechtencomissie, Shaharzad Abkar

Toch zijn er lichtpuntjes. ‘Afghanistan is een land in oorlog maar er is meer gaande dan oorlog. Een zelfverzekerde jonge generatie Afghanen heeft dromen, voor zichzelf en voor Afghanistan, en laat van zich horen’, zegt Shaharzad Akbar (32), voorzitter van de Onafhankelijke Mensenrechtencommissie van Afghanistan. Meisjes leidden de klimaatmars in Kaboel, zij liepen met hun spandoek voorop. De burgemeester van een door de Taliban geteisterde provinciehoofdstad is een 28-jarige vrouw. De tentoonstelling Abarzanan (supervrouwen) van de kunstenares Rada Akbar eert baanbrekende vrouwen uit ’s lands geschiedenis en trekt honderden bezoekers. Al deze ontwikkelingen worden gestut door onderwijs en bewegingsvrijheid, precies dat wat de Taliban vrouwen eerder ontzegde.

De strijd tegen het terrorisme in Afghanistan, die in 2001 begon, was volgens de regering van George W. Bush ook ‘een strijd voor de rechten en waardigheid van vrouwen’. Na jaren oorlog bereikten de Verenigde Staten en de Taliban in februari dit jaar een vredesovereenkomst. De Verenigde Staten beloofden het aantal militaire troepen in vier maanden tijd terug te brengen van ongeveer 12 duizend naar 8.600. Als alles gaat zoals gepland, zullen binnen veertien maanden alle buitenlandse troepen het land verlaten. In ruil daarvoor zal de Taliban geen veilige haven meer bieden aan terroristische organisaties zoals Al-Qaida of IS, en vredesonderhandelingen met de Afghaanse overheid starten.

De Amerikaanse hoofdonderhandelaar, diplomatiek oudgediende Zalmay Khalilzad, zegde keer op keer toe dat ‘de stem van Afghaanse vrouwen gehoord zal worden’. Maar niet één vrouw zat aan de onderhandelingstafel en in de vredesovereenkomst wordt niet over vrouwenrechten gerept. Het waarborgen van vrouwenrechten is uiteindelijk een interne aangelegenheid waar Afghanen zelf over moeten beslissen, aldus de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo.

De overeenkomst tussen de Verenigde Staten en Taliban gaf het groene licht voor vredesonderhandelingen tussen de Afghaanse overheid en Taliban. Deze kunnen elk moment beginnen. Het maatschappelijk middenveld houdt zijn hart vast. Velen vrezen dat een machtsovereenkomst tussen de overheid en Taliban de zwaarbevochten vrijheid van vrouwen in Afghanistan zal ondermijnen.

‘Er is veel angst onder vrouwen. De overheid is zwak. Zonder steun van NAVO-troepen en de internationale gemeenschap is het zo gedaan met de overheid én met onze vrijheid’, zegt Maryam Omar (40), een ontwerpster in Kaboel. Maryam was zestien toen ze met haar familie de Taliban ontvluchtte en de grens overstak naar Pakistan. Zij en haar drie zussen mochten niet meer naar school. Haar broertje kon niet meer naar school; zijn lerares mocht geen les meer geven.

In een recent opiniestuk in The New York Times zegt de Taliban gematigder te zijn geworden. Zo zullen bijvoorbeeld ‘vrouwenrechten zoals erkent door de Islam, van het recht op onderwijs tot het recht om te werken, worden beschermd’.

Een PR-stunt, volgens Shaharzad. ‘Er is geen bewijs dat de Taliban veranderd is. En wat betekent dat überhaupt, verandering? Mogen vrouwen nu zonder boerka hun huis uit? Mogen jongens en meisjes nu samen in de klas zitten? Verandering betekent niet dat de Taliban opeens akkoord is met de maatschappij die we in Afghanistan de afgelopen twintig jaar hebben opgebouwd. En die maatschappij schiet al tekort als het om vrouwenrechten gaat.

Juist daarom is het zo belangrijk, vindt Shaharzad, dat Afghaanse vrouwen deelnemen aan de vredesonderhandelingen tussen de overheid en Taliban. ‘We moeten stelling nemen en de Taliban duidelijk maken: over de rechten van vrouwen wordt niet onderhandeld. Niemand anders zal het voor ons doen.’

Maar vrouwen willen niet alleen een plek aan de onderhandelingstafel om vrouwenrechten te verdedigen. Ze willen gehoord worden omdat ze de helft van de Afghaanse bevolking vormen. Omdat ze moeders zijn van zonen, zusters van broers. Simpel gezegd omdat een inclusief vredesproces nodig is om een inclusieve vrede te bewerkstelligen die alle Afghanen vertegenwoordigt.

Ook wetenschappelijk onderzoek laat zien dat als vrouwen een inhoudelijke rol spelen in een vredesproces, een vredesovereenkomst meer kans van slagen heeft. De ‘Vrouwen, Vrede en Veiligheidsindex’ van de Universiteit van Georgetown stelt dat een van de belangrijkste indicatoren voor langdurige vrede niet de vorm van de overheid is of de etnische of religieuze samenstelling van de bevolking, maar de inspraak van vrouwen in de maatschappij. Reden te meer om vrouwen zo breed mogelijk bij het vredesproces te betrekken.

Voormalig minister van Mijnen, Nargis Nehan

‘Makkelijker gezegd dan gedaan. Het is lastig om als vrouw je stem te laten horen’, zegt Nargis Nehan (39), voormalig minister van Mijnen en oprichtster van Equality for Peace and Democracy. ‘Mannen zijn niet gewend om met vrouwen te werken als gelijkwaardige partners. Mannen hebben een beeld van vrouwen; als de onbaatzuchtige moeder of gehoorzame vrouw. Als ze opeens vrouwen tegenkomen die succesvol zijn en weten wat ze willen, ervaren ze een cultuurschok, een paniekreactie. Ze verstijven, letterlijk en figuurlijk. Een tweede probleem is symboliek. In Afghanistan bewijzen we lippendienst aan democratie en diversiteit maar er echt in geloven doen we niet. Vrouwen, maar ook jeugd en etnische minderheden, ze worden aan tafel gezet om braaf mee te knikken. Hoe stiller, hoe beter. En dit bevestigt weer het beeld dat mannen van vrouwen hebben: zie je, ze hebben toch niks te zeggen.’

Fawzia Koofi (45) is een van de vrouwen die met de Taliban zal onderhandelen als lid van het onderhandelingsteam van de overheid. In het team zitten vier vrouwen en zestien mannen. Niet de beoogde 40-60 verhouding waar Koofi en anderen op aandrongen, maar wel een stap in de juiste richting – in eerdere gespreksrondes tussen de overheid en Taliban waren vrouwelijke vertegenwoordigers in de regel afwezig. Koofi is parlementslid, alleenstaande moeder en overleefde een aanslag op haar leven door de Taliban. ‘En toch is het een dagelijkse strijd’, zegt ze. ‘Het onderhandelingsteam bestaat uit vertegenwoordigers van allerlei politieke groepen en sommigen verschillen niet veel van de Taliban als het gaat om de rol van vrouwen in de maatschappij.’ Zonder in details te treden – de verhoudingen binnen het onderhandelingsteam liggen gevoelig – vertelt ze dat ze keer op keer wordt gesaboteerd door mannelijke collega’s die haar niet betrekken in discussies, haar suggesties niet serieus nemen of haar het zwijgen proberen op te leggen.

‘Afghanistan is nou eenmaal een maatschappij waarin men naar mannen kijkt als beslissingen gemaakt moeten worden’, beaamt Nehan. ‘Onze uitdaging is daarom het vertrouwen te winnen van vrouwen én mannen in Afghanistan en hen te overtuigen dat je niet alle oorlogen kan winnen met wapens. Sommige oorlogen win je met de pen. Onze strategie mag dan niet dezelfde zijn als die van Afghanistans krijgsheren, maar wij beschikken over andere vaardigheden en middelen. Wij kunnen en zullen gerechtigheid brengen.’

Om deelname van Afghaanse vrouwen in het vredesproces te ondersteunen heeft Cordaid een tweejarig project opgezet met steun van de Canadese overheid. De organisatie is sinds 2001 actief in Afghanistan, als een van de weinige Nederlandse hulporganisaties. De laatste tien jaar is Cordaid steeds meer de aandacht gaan richten op de rol van vrouwen op het gebied van veiligheid en rechtsorde, onder andere met steun van de Nederlandse overheid. In het nieuwe project worden dertig vrouwen getraind in onderhandelen en conflictbemiddeling maar ook in Sharia-wetgeving, zodat zij zich in het debat over vrouwen- en mensenrechten op dezelfde autoriteit kunnen beroepen als de Taliban.

Hun uitdaging is niet alleen om de Taliban te overtuigen van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Ook sommige vrouwen moeten nog overstag. ‘Er zijn twee typen vrouwen in Afghanistan’, legt ontwerpster Maryam Omar uit, ‘vrouwen die in steden wonen, die een opleiding hebben en werken, en vrouwen die op het platteland wonen, de meerderheid. De stedelingen leden het meest onder de Taliban. Zij waren de succesverhalen tijdens de wederopbouw en zij hebben het meest te verliezen in de vredesonderhandelingen. Voor plattelandsvrouwen verandert er doorgaans weinig. Oorlog of vrede, zij zitten thuis en baren kinderen.’

Toch wist Cordaid ook deze vrouwen te bereiken. De dertig vrouwen die de organisatie steunt komen uit alle hoeken van Afghanistan, van de woestijn van Farah in het westen tot de bossen van Paktia in het oosten. De vrouwen verbinden lokale vrouwengroepen die voorheen los van elkaar werkten en brengen stads- en dorpsgenoten bijeen. Ze vertellen de vrouwen over de ontwikkelingen in Kaboel en vragen wat zij belangrijk vinden in het vredesproces. Zittend op de grond, kopjes groene thee drinkend en gesluierd in de zwarte chador (typisch voor het westen) of de helblauwe boerka (in het zuiden), steken de vrouwen hun mening niet onder stoelen of banken. Zo mobiliseren ze een landelijk netwerk van bondgenoten dat niet schroomt om hartje winter in de sneeuw met spandoeken de straat op te gaan om hun stem te laten horen.

Afghaanse vrouwen die deel uitmaken van het Cordaid-programma in gesprek met het ministerie van Vrede

Hasina Azizi-Baluch (30) is een van deze vrouwen. Ze komt uit Nimroz, een provincie in het zuidwesten van Afghanistan, grenzend aan Iran. Als een van de eerste vrouwen uit Nimroz studeerde ze in het buitenland, een stap waar een hevige strijd met familieleden aan voorafging. Terug in Afghanistan ontpopte ze zich als een vredesactiviste die geen blad voor de mond neemt. Eind juli traden Azizi-Baluch en de andere activisten in gesprek met de vrouwen in het onderhandelingsteam van de overheid. Zij drongen aan op een staakt-het-vuren, regelmatig overleg met lokale vrouwengroepen en onafhankelijk toezicht op de onderhandelingen.

‘Het is goed dat vrouwen van zich laten horen en gehoord worden’, zegt Naheed Sarabi (34), voormalig onderminister van financiën. ‘Maar ik vrees dat het niet genoeg is. Niet één instantie heeft of neemt verantwoordelijkheid voor het vertalen van de zorgen van deze vrouwen in concrete agendapunten voor de onderhandelingen. We hebben een Hoge Raad voor Nationale Reconciliatie, een ministerie voor Vrede en een onderhandelingsteam, maar hun mandaat is onduidelijk en hun functioneren halfslachtig. Neem de Hoge Raad voor Nationale Reconciliatie. Die is in principe verantwoordelijk voor input aan het onderhandelingsteam. Maar drie maanden nadat de Raad in het leven is geroepen, is nog niet één lid benoemd. Er lijkt geen mechanisme te zijn dat vrouwen verzekert dat hun stem daar gehoord wordt waar het uitmaakt. Een paar vrouwen uitnodigen en luisteren naar wat ze te zeggen hebben is een goed begin, maar garandeert niets.’

Azizi-Baluch voegt hieraan toe dat ze betreurt dat de vrouwen in het onderhandelingsteam stuk voor stuk politieke aanstellingen zijn. Wat mist, zijn vrouwen uit het maatschappelijk middenveld, die niet verbonden zijn aan president Ghani, zijn politieke rivaal Dr. Abdullah of lokale machtshebbers. Juist deze vrouwen kunnen een breed draagvlak creëren voor de uitkomst van het vredesproces. Cordaid biedt Azizi-Baluch en de andere activisten de mogelijkheid om mee te reizen met de onderhandelaars naar Qatar. Zo zitten ze in ieder geval dicht op het vuur.  

Internationaal kaarten de vrouwen en hun bondgenoten de noodzaak voor een inclusief vredesproces aan bij de Verenigde Naties en overheden. In een open brief vragen ze vrouwelijke wereldleiders hen te steunen. De kracht van de internationale vrouwenlobby heeft zich al eerder bewezen in Afghanistan. De Taliban is niet altijd een gezworen vijand van de Verenigde Staten geweest. Eind jaren negentig maakten Amerikaanse ambtenaren de Taliban het hof in de hoop een oliepijplijn door het land te mogen leggen om zo de olievelden in centraal Azië en de markt in zuid Azië te verbinden. Een project van vijf miljard dollar waar Amerikaanse vrouwengroepen een stokje voor staken.

Geschokt door wat zij een regime van ‘genderapartheid’ noemden, lobbyden zij de Clintonregering om de Talibanoverheid niet te erkennen. Zonder deze erkenning zou internationale financiering voor het project stuklopen. Hillary Clinton en Madeleine Albright, dezelfde vrouwen die zich meer dan twintig jaar geleden uitspraken tegen genderapartheid in Afghanistan, staan nu weer zij aan zij met Afghaanse vrouwen en eisen vrouwelijke vertegenwoordiging in het vredesproces.

Nehan, de oprichter van Equality for Peace and Democracy, weet hoe het gaat: ‘Internationale leiders zeggen dat vrouwenrechten belangrijk zijn. De overheid zegt “ja, ja, ja” en doet vervolgens niets. De internationale gemeenschap roept de overheid nooit ter verantwoording over vrouwenzaken. Het refrein is dan altijd “nee, we mengen ons niet in interne aangelegenheden.” Maar Afghanistan kent helemaal geen interne aangelegenheden. De internationale gemeenschap bekostigt driekwart van het overheidswezen. In Afghanistan hebben we een gezegde: “degene die voedt, bestelt”. Oftewel wie betaalt, bepaalt.

Voor Afghaanse vrouwen is dit het moment waarop de internationale gemeenschap haar ware gezicht laat zien. Maryam Omar: ‘Het voelt alsof vrouwen enkel een project waren voor de internationale gemeenschap. Voor 9/11 zaten Afghaanse vrouwen aan de grond en keek niemand naar hen om. De oudere generatie herinnert zich dit en heeft nooit veel vertrouwen gehad in de internationale gemeenschap. Maar er is een jonge generatie, opgegroeid in de laatste twintig jaar, die eindeloos is voorgehouden dat ze niet onder doen voor mannen, dat mensenrechten universeel zijn.’

De Amerikanen zijn altijd duidelijk geweest: hun primaire doel in Afghanistan was het beschermen van de Verenigde Staten tegen internationaal terrorisme. Ontwikkelingshulp was binnen die veiligheidsagenda een middel om hearts and minds te winnen, niet een doel op zich. Europese leiders benadrukten het idee dat buitenlandse troepen naar Afghanistan trokken om democratie te stichten en vrouwenrechten te beschermen sterker; zij hadden in 2001 immers meer moeite uit te leggen welke veiligheidsdreiging er van Afghanistan uitging naar Europa.

Europa hoopt een vinger in de pap te houden door geld voor toekomstige wederopbouw aan voorwaarden te koppelen. Zo stellen ministers Blok en Kaag in een Kamerbrief uit maart dat voortdurende steun aan Afghanistan ‘afhankelijk is van de uitkomst van het vredesproces – waarbij geen concessies worden gedaan op verworvenheden als mensenrechten, en vrouwenrechten in het bijzonder.’

Een gewaagde strategie, vindt voormalig onderminister Naheed Sarabi. Ze vraagt zich af hoeveel invloed de internationale gemeenschap daadwerkelijk heeft. ‘De Taliban heeft andere, illegale manieren om inkomsten te werven. Als internationale hulp wordt stopgezegd, is er altijd nog opium. Hulpgelden zullen voor het voortbestaan van de Taliban het verschil niet maken, voor het welzijn van de mensen van Afghanistan des te meer.’

De Verenigde Staten willen weg uit Afghanistan. Europa blijft hameren op het belang van mensenrechten, maar heeft weinig drukmiddelen. De overheid is verdeeld. De Taliban ziet zichzelf als de winnaar. En Afghanen zijn het zat: het onvermogen van de overheid, de terreur van de Taliban, eindeloze buitenlandse inmenging. Dit is de grimmige politieke realiteit waarin vrouwen hun rol opeisen. Geen middel laten ze onbeproefd om een inclusief en transparant vredesproces te bewerkstelligen. Met deze kracht, deze inventiviteit en dit doorzettingsvermogen winnen Afghaanse vrouwen wellicht het draagvlak dat zij zo nodig hebben – het vertrouwen dat zij meer representeren dan alleen zichzelf en instaan voor een duurzame vrede voor alle Afghanen.

Dit artikel is verschenen in de Genderspecial van Vice Versa en WO=MEN.  Voor meer informatie zie https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/2020/09/24/genderspecial-vice-versa-tijd-voor-een-feestje/

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel

How to make smallholder farmers an interesting investment opportunity

Door Hans van de Veen | 22 oktober 2020

Smallholder farmers and small agrifood enterprises are key for sustainable food systems in Africa. They need access to capital, but banks consider it tedious, costly and too much of a risk to invest in them. Initiatives like the IDH Farmfit Fund and crowdfunding platform PlusPlus have been set up to try to break this deadlock. Can these new funds assist smallholder farmers and companies to become a commercially interesting opportunity for financial institutions?

Lees artikel

‘Minister Kaag schuift de verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten door naar Europa’

Door Kelly Groen | 21 oktober 2020

Terwijl landen om ons heen nationale wetgeving optuigen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, laat Nederland het initiatief aan de EU. Zo schuift de minister de oplossing tegen mensenrechtenschendingen door Nederlandse bedrijven op de lange baan, schrijft Kelly Groen van ActionAid.

Lees artikel