Door:
Marc van Dijk

17 september 2020

Tags

Er is nog lang geen sprake van volledige gelijkwaardigheid tussen het globale Noorden en Zuiden in de wetenschap. Ook in onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het Noorden dominant. Peter Taylor en Irene Agyepong, voortrekkers op dit gebied, proberen oude patronen te doorbreken.

Irene Agyepong

‘Sommige onderzoekers lijken op parachutisten’, zegt de Ghanese arts en onderzoeker Irene Agyepong. ‘Ze komen een ontwikkelingsland binnenvallen en zijn op jacht naar gegevens. Zodra ze hun verlangde data hebben, zijn ze weer weg, net zo snel als ze gekomen zijn. Dat is ronduit triest. Ze exploiteren een zwakte. Wetenschappers in sub-Sahara Afrika zouden moeten zeggen: “Nee, zo werken wij niet. Als jullie bij ons aankloppen met een vraag, zijn we volwaardige onderzoekpartners. Dan willen wij een gelijkwaardige samenwerking. En dat zal wederzijds voordeel opleveren.”’

Gelijkwaardigheid tussen onderzoekers uit het mondiale Noorden en Zuiden zou anno 2020 voor zich moeten spreken, maar vaak verloopt de zogenaamde ‘samenwerking’ volgens oude patronen. Het Noorden betaalt én bepaalt, en heeft onvoldoende oog en oor voor de kwaliteit en inzichten van lokale onderzoekers in armere landen, laat staan voor de situatie waarin zij hun werk moeten doen.

Toch is dit volop aan het veranderen, zo blijkt uit een rapport van Rethinking Research Collaborative, een collectief van verschillende onderzoeksinstituten. De opstellers schrijven: ‘Samenwerken wordt steeds meer aangemoedigd binnen de internationale ontwikkelingsonderzoeksector, met initiatieven zoals het Global Challenges Research Fund van de Britse regering en het Newton Fund, die het idee van “eerlijk en gelijkwaardig partnerschap” promoten.’

Binnen de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is er sinds twee jaar het Merian Fund, geïnspireerd op Newton Fund. Ook het Research Fairness Iniative van COHRED (dat mede mogelijk wordt gemaakt door NWO-WOTRO Science for Global Development) en de Global Code of Conduct van TRUST zijn ambitieuze, vernieuwende initiatieven die deze ontwikkeling stimuleren en internationaal bestendigen. De Engelse onderzoeksleider Peter Tayor (1960), autoriteit op dit gebied, is dan ook optimistisch gestemd. Hij verwijst ook nog naar deze gids voor onderzoekssamenwerking, ontwikkeld in Canada.

Voor Taylor staat het voorkomen van ‘wetenschappelijk parachutistengedrag’ al jaren centraal bij alles wat hij doet. Hij is onderzoeksdirecteur van het Britse Institute of Development Studies (IDS). Eerder was hij directeur Strategic Development bij het International Development Research Center (IDRC) in Canada. Daar leidde hij onder andere een programma voor inclusieve economieën en was hij adjunct-directeur van het Think Tank Initiative, een tienjarig programma dat meer dan veertig organisaties ondersteunt in Zuid-Afrika, Azië en Latijns-Amerika die onderzoek doen naar ontwikkelingsbeleid.

Peter Taylor

‘Het eerste wat we moeten vaststellen, het meest fundamentele: hoe beter en hoe gelijkwaardiger het partnerschap, hoe waardevoller de onderzoeksresultaten waarschijnlijk zullen zijn’, zegt Taylor. ‘Het omgekeerde geldt ook: ik ken helaas voorbeelden van samenwerkingen die niet goed in elkaar zaten, waardoor de uitkomsten ook tegenvielen.’

Een goede samenwerking heeft Taylor onder andere met de Ghanese arts en onderzoeker Irene Agyepong (1960), die momenteel werkt met een beurs van IDRC. Agyepong is Public Health Physician aan het Dodowa Health Research Center, dat deel uitmaakt van het directoraat ontwikkeling van de Ghanese gezondheidsdienst. Agyepong begon haar loopbaan als arts, maar ging gaandeweg steeds meer onderzoek doen, en is inmiddels een spin in het web van talrijke onderzoeksprogramma’s – bijvoorbeeld naar de vraag hoe bevallingen medisch gezien veiliger kunnen worden. Ze werkt constant samen met partners uit het Noorden, zoals het Nederlandse UMC (Utrechts Medisch Centrum). Door de omstandigheden is ze als onderzoeker een halve activist, zegt ze zelf. Met elk onderzoek waaraan ze meedoet, probeert ze ervoor te zorgen dat er enkele Ghanese promovendi worden opgeleid.

Hoe ongelijk is het speelveld voor het globale Noorden en Zuiden in de wetenschap?

Agyepong: ‘Zeer ongelijk. In 2015 hebben we een onderzoek gedaan naar de hoeveelheid wetenschappelijke publicaties op het gebied van gezondheid en beleid in West-Afrika. Toen bleek dat in sommige, bijzonder kwetsbare West-Afrikaanse landen negentig procent van de publicaties afkomstig waren uit het Noorden. In de sterkere landen, zoals Ghana, werd de meerderheid van de publicaties wel door Ghanese wetenschappers gedaan. En het percentage is aan het verschuiven, maar nog steeds is er een kloof.’

Wat kan het Noorden doen om die kloof te overbruggen en het speelveld eerlijker te maken?

Taylor: ‘De belangrijkste sleutel is capaciteitsversterking. Samenwerkingen zouden er altijd op gericht moeten zijn om training, coaching en onderlinge leerprocessen mogelijk te maken. Het Noorden moet in elke samenwerking kunnen voortbouwen op hun sterke contextuele begrip van zuidelijke onderzoekers en ervoor zorgen dat onderzoekers in het Zuiden hun professionele loopbaan en ontwikkeling als onderzoekers verder kunnen voortzetten.’

Agyepong: ‘Enkel mensen opleiden is niet genoeg. Soms zijn jonge Ghanese wetenschappers heel goed opgeleid en verlaten ze daarna het land. Vanwege de arbeidsvoorwaarden en het loon – het is het gewoon niet waard. Denk aan een jonge wetenschapper die in Ghana tweehonderd dollar per maand kan verdienen, in het besef dat hij elders in de wereld vijfduizend dollar per maand kan krijgen. Dat maakt het extreem moeilijk voor mij om tegen zo iemand te zeggen: ga niet, blijf hier! Wat mij er overigens niet van weerhoudt dit steeds opnieuw te zeggen. Capaciteitsversterking moet meer zijn dan enkel voorzien in opleidingstrajecten. Het is de investering in mensen, maar ook in gebouwen, instellingen, de context. Wij hanteren een holistische benadering, waarin we wetenschappers ook trainen in het managen van projecten. Als je een goede wetenschapper hebt ingebed in een slechte omgeving, gaat hij alsnog weg.’

Taylor: ‘Daarom hebben wij in het Think Tank Initiative methodes bedacht om zuidelijke partners blijvend aan hun capaciteit te laten bouwen. Dat begint bijvoorbeeld bij effectiever onderhandelen. Vaak vinden onderzoekers in Afrika, Latijns-Amerika en Azië dat heel moeilijk, omdat ze er niet ervaren in zijn. Ze zeggen te snel “ja” als hen iets gevraagd wordt – ze blijken veel kosten niet mee te nemen in hun prijsopgave. Wij hebben ze in workshops geleerd om dit beter te doen. Voor de noordelijke partners betekent dit dat ze moeten openstaan voor eerlijke onderhandelingen. Ze moeten bereid zijn om in langetermijnrelaties te investeren en te betalen wat het onderzoek werkelijk kost.’

Investeren de zuidelijke landen zelf ook in wetenschap?

Agyepong: ‘Veel te weinig, en als ze het doen, krijgt vooral de exacte wetenschap prioriteit. Het zijn de mechanismes van armoede op micro- en macroniveau. Arme mensen zijn gefocust op overleven, ze denken niet aan de lange termijn. Hetzelfde geldt op macroniveau: kwetsbare landen zijn zo gefocust op overleven, dat ze zeggen: waarom zouden we investeren in wetenschappelijk onderzoek? Het is nogal een eis: je moet mensen geld geven, en pas tien, vijftien jaar later zie je dat het – misschien – effect heeft. Armoede is een enorme bedreiging voor de wetenschap. Dit probleem zie je in heel sub-Sahara Afrika.’

Heeft het Noorden de juiste houding tegenover zuidelijke onderzoekspartners?

Taylor: ‘Het is vaak niet te voorkomen dat de noordelijke partner het meeste, of zelfs alles betaalt. De verstandige noordelijke partijen slagen erin om te zeggen: oké, wij hebben het geld, maar dat betekent niet dat wij eenzijdig alles beslissen en bepalen. We doen dat op een manier die inclusief en participatief is. Dus we bouwen vanaf het begin van de samenwerking structuren in die ervoor zorgen dat we gezamenlijk beslissingen nemen. Dit is heel goed mogelijk en het gebeurt ook volop. Maar het gaat niet vanzelf, het vraagt om een bewuste houding.’

Die houding wordt vaak omschreven met de term ‘engaged excellence’. Wat betekent dat in uw ogen?

 Taylor: ‘Engaged excellence betekent voor IDS – en voor mij – dat de hoge kwaliteit en transformerende impact van ons werk afhangt van het feit dat we samenwerken met regeringen en parlementen, internationale ngo’s en het lokale maatschappelijk middenveld, gemeenschappen en burgers. Dit alles met het doel positieve verandering te bereiken, strategisch onderbouwd door onderzoek en kennis. Het omvat vier pijlers: rigoureus, robuust bewijs; de co-constructie van kennis met actoren in de samenleving; het mobiliseren van bewijs voor actie; en het opbouwen en werken via duurzame partnerschappen. Dit betekent dat we in onderzoek, onderwijs en communicatie altijd rekening moeten houden met machtsverhoudingen.’

Taylor somt een reeks voorbeelden op van werken via die pijlers: ‘Onderzoek op basis van ervaringen uit de eerste hand van vluchtelingen in Oeganda, persoonlijke verslagen over genderrelaties in Nairobi, onderzoek naar de verschillende perspectieven van groepen die zich bezighouden met milieu- en landbeheer in Finland en Canada.’

Agyepong: ‘Mijn ervaring met de Noord-Zuid-verhouding door de jaren heen is overheersend positief, ik voel me bevoorrecht. Ik werk voortdurend samen met partijen en donateurs in het Noorden die begrijpen waar wij om vragen. Ze stemmen ermee in en ondersteunen de capaciteitsversterking. Ik heb daardoor veel wetenschappers van een nieuwe generatie kunnen klaarstomen.’

Inventief

Nederland speelt daarin een bijzondere rol, zegt Agyepong. ‘Ik werk veel samen met het UMC en daar zijn ze inventief; ze slaagden er zelfs in om een ​​extra promovendus te financieren, nog bovenop wat NWO ons gaf. Zo’n samenwerking groeit door de jaren heen. Daar moet tijd voor zijn, en vertrouwen dat die tijdsinvestering ergens toe leidt.’

Naar eigen zeggen heeft Agyepong de ‘beste én slechtste dingen’ ervaren. In de slechte categorie: ‘Onderzoekers uit het Noorden die ervan uitgingen dat wij niets wisten en dat kennis en wijsheid voorbehouden zijn aan de rijke landen. Dat is niet constructief. We moeten de capaciteit van de zuidelijke landen versterken, ook de Zuid-Zuid-netwerken die aan het groeien zijn. Zodat het Zuiden zich beter kan verweren tegen onderzoekers met de parachutistenmentaliteit.’

Keerpunt

Taylor: ‘Inclusieve mondiale ontwikkeling bevindt zich op een cruciaal keerpunt. Het heeft veel te bieden voor het aanpakken van belangrijke wereldwijde uitdagingen, waarvan er vele zeer complex zijn, zoals de COVID-19-pandemie. Er zijn dan ook hoge verwachtingen: ontwikkelingsonderzoek en -onderwijs zouden moeten bijdragen aan aanzienlijke effecten en transformaties in mensenlevens. De duurzame ontwikkelingsdoelen benadrukken de noodzaak van universele ontwikkeling, die op zichzelf eerlijk is, en helpt de vele onevenwichtigheden in Noord-Zuid-relaties te overwinnen.’

 

KADER

8 principes voor gelijkwaardige samenwerking *

1. Zet armoede op de eerste plaats. Houd in de opzet en evaluatie voortdurend de vraag voor ogen hoe onderzoek naar ontwikkeling bijdraagt aan het einddoel van armoedebestrijding.

2. Ga kritisch om met context. Wees je bewust van de wereldwijde representativiteit van samenwerkingsverbanden en bestuurssystemen en zet in op het versterken van onderzoeks-ecosystemen in het mondiale Zuiden.

3. Doorbreek hiërarchieën. Stimuleer intellectueel leiderschap door in het Zuiden gevestigde academici en leden van het maatschappelijk middenveld en betrek lokale gemeenschappen erbij.

4. Pas aan en reageer. Hanteer een flexibele benadering die inspeelt op de context.

5. Respecteer diversiteit van kennis en vaardigheden. Neem de tijd om de kennis, vaardigheden en ervaring die elke partner inbrengt te verkennen en overweeg verschillende manieren om onderzoek uit te voeren en te presenteren.

6. Committeer je aan transparantie. Stel een gedragscode op waarin de partners zich committeren aan transparantie in alle aspecten van de projectadministratie en budgettering.

7. Investeer in relaties. Creëer ruimte en begroot voldoende uren om relaties op individueel en institutioneel niveau op te bouwen, te koesteren en te onderhouden.

8. Blijf leren. Denk kritisch, binnen en buiten de samenwerking.

* bron: Rethinking Research Collaborative, ‘Promoting fair and equitable research partnerships to respond to global challenges’, september 2018

110419-F-GA004-022 MALINDI, Kenya (April 19, 2011) – Patients wait to be seen at the Mazwia Dispensary April 19. This health clinic is one of many being assessed by the Maritime Civil Affairs Team 208 from Combined Joint Task Force – Horn of Africa in preparation for a future Medical Civil Action Project. (U.S. Air Force photo by Capt. Jennifer Pearson)

Voor goed onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het essentieel om samenwerkingen gelijkwaardig op te zetten. In deze serie onderzoeken Vice Versa en WOTRO Science for Global Development de dynamiek van Noord-Zuid-samenwerking in de wetenschap. Wat gaat er goed en wat moet er beter? De reeks is een vervolg op een eerdere serie artikelen over de rol van wetenschappers in het publieke debat.

Voor goed onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het essentieel om samenwerkingen gelijkwaardig op te zetten. In deze serie onderzoeken Vice Versa en WOTRO Science for Global Development de dynamiek van Noord-Zuid-samenwerking in de wetenschap. Wat gaat er goed en wat moet er beter? De reeks is een vervolg op een eerdere serie artikelen over de rol van wetenschappers in het publieke debat.

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel

How to make smallholder farmers an interesting investment opportunity

Door Hans van de Veen | 22 oktober 2020

Smallholder farmers and small agrifood enterprises are key for sustainable food systems in Africa. They need access to capital, but banks consider it tedious, costly and too much of a risk to invest in them. Initiatives like the IDH Farmfit Fund and crowdfunding platform PlusPlus have been set up to try to break this deadlock. Can these new funds assist smallholder farmers and companies to become a commercially interesting opportunity for financial institutions?

Lees artikel

‘Minister Kaag schuift de verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten door naar Europa’

Door Kelly Groen | 21 oktober 2020

Terwijl landen om ons heen nationale wetgeving optuigen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, laat Nederland het initiatief aan de EU. Zo schuift de minister de oplossing tegen mensenrechtenschendingen door Nederlandse bedrijven op de lange baan, schrijft Kelly Groen van ActionAid.

Lees artikel