Door:
Dirk Jan Koch

15 september 2020

Tags

In deze column-serie licht Dirk-Jan Koch eens per twee maanden een onderwerp uit waar hij mee bezig is in het kader van zijn onderzoeksproject ‘ongeplande effecten van internationale samenwerking’. Deze keer: wat zijn de ongeplande effecten van migratie managementprogramma’s?

Ik werk graag met studenten voor beleidsonderzoek! Een van de redenen? Ze zijn vaak effectiever in hun interviews dan evaluatoren of onderzoekers. Waarom? Ze zijn minder bedreigend en daarom zijn geïnterviewden meer bereid om hun ware ideeën te delen. Normaal gesproken zijn beleidsmakers (of ze nou voor een NGO, overheid of andere instelling werken) bijvoorbeeld nogal huiverig om neveneffecten van hun programma’s te delen, zeker als ze bezig zijn met een van de politieke hot topics (zoals migratie in dit geval).

Toen de Groningse studenten hun interviews met de beleidsmakers die betrokken zijn bij het EU Emergency Trust Fund for Africa (EUTF) begonnen te plannen, kreeg ik een telefoontje van een van de potentiële geïnterviewden: ‘Hoe oprecht moet ik zijn tegen je studenten?’

Ik legde uit dat het van belang was om de studenten een zo realistisch mogelijk beeld te geven: zij zijn tenslotte de beleidsmakers van morgen en ze moeten begrijpen met welke soort dilemma’s we worstelen. Ik was blij toen ik de interviewverslagen las: de geïnterviewden hadden geen blad voor de mond genomen.

Recap

Even een recap: de EU wil graag migratie uit Afrika beteugelen en heeft daarom onder andere het bovengenoemde EUTF opgezet. Sinds de start in 2015 is bijna 5 miljard euro uitgetrokken voor projecten in 26 landen in de Sahel, de Hoorn van Afrika en het noorden van Afrika. Het EUTF heeft van alles financieel ondersteund: van het uitrusten en trainen van de controversiële Libische kustwacht tot het voorzien in nieuw levensonderhoud voor voormalige Nigerese smokkelaars. Om nog maar niet te spreken van werkgelegenheidsprogramma’s in Soedan en alles daartussenin. Het achterliggende idee is dat we door onderontwikkeling aan te pakken migratie verminderen.

Mijn studenten doen onderzoek naar de ongeplande effecten van dit miljarden programma door middel van een uitgebreide literatuurstudie en expertinterviews. Het goede nieuws is dat het EUTF een risicoregister heeft. Dit risicoregister schetst nauwkeurig de waarschijnlijkheid en mogelijke impact van 19 risico’s van hun programma’s en stelt mitigerende maatregelen voor. Het slechte nieuws is dat géén van de onbedoelde effecten die ze in de literatuur aantreffen en die door de geïnterviewden bevestigd worden, in het risicoregister zijn opgenomen.

De studenten documenteren bijvoorbeeld een risico op toename van geweld door de grensbewaking en het risico op legitimatie van regeringen met een beperkt draagvlak. Het risicoregister vermeldt ze niet.

Toegenomen geweld

Laten we beginnen met het toegenomen geweld van de grenswachten. Zowel in Niger als in Libië zijn schendingen van de mensenrechten door grenswachten vastgelegd door bijvoorbeeld de Hoge Commissaris van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Deze schendingen zijn gedeeltelijk mogelijk gemaakt met apparatuur gefinancierd door het EUTF.

Daarnaast geeft steun van het EUTF toch het signaal af dat de ontvangende regimes salonfähig zijn. Vier van de vijf geïnterviewde diplomaten (allemaal betrokken bij de onderhandelingen over het EUTF of de uitvoering van het EUTF-project) bevestigen tevens dat het EUTF inderdaad een dubieuze regering legitimeert, zoals de in Tripoli gevestigde regering.

Ik besluit het EUTF-risicoregister opnieuw te bekijken omdat ik het toch wel gek vind dat die risico’s die zo aanwezig zijn in de literatuur en interviews (geweld door grenswachten en foute-regime-legitimering) afwezig lijken. Onder de noemer ‘reputatierisico’ vind ik toch één gerelateerd risico. Wat is dat risico? ‘De verkeerde perceptie dat door het EUTF gefinancierde acties de veiligheids- en migratieagenda ondersteunen van landen die mensenrechten schenden.’  Het wordt dus niet gezien als een reëel risico, maar als reputatierisico! Een van de aanbevelingen van de studenten is dan ook dat dit zogenaamde ‘risk-register’ van het EUTF op de schop gaat.

Effecten op migratie zelf

De studenten kijken naar de onbedoelde effecten van migratiebeheerprogramma’s op andere domeinen dan migratie: maar wat zijn de effecten op migratie zelf? Hoe sterk is het bewijs dat meer ontwikkeling daadwerkelijk leidt tot minder migratie? Gelukkig heeft het EUTF een onafhankelijke onderzoeksfaciliteit. Ze doen diepgravend onderzoek naar de intentie om te migreren van mensen die deelgenomen hebben aan EUTF-interventies. Als mensen die bijvoorbeeld aan de EUTF gesponsorde beroepsopleiding deelnemen minder migreren, kan je stellen dat het EUTF bijdraagt aan het terugdringen van migratie. De studie onderzoekt begunstigden van het opleidingsprogramma in Ethiopië en Oeganda. De bevindingen zijn zeer overtuigend. De resultaten tonen aan dat maar liefst 80% van de stagiaires en gesponsorde studenten in Oeganda hun intentie om te migreren had veranderd.

Alleen niet op de manier die het EUTF had gehoopt.

Van de 80% had slechts 10% minder trek in migratie. Daar staat tegenover dat 70% juist meer belangstelling had om te migreren. De onderzoekers concluderen dat dit waarschijnlijk komt doordat ze zich beter voorbereid voelen om daadwerkelijk succesvol te zijn op de plek waar ze naartoe migreren. Ze hebben nu een certificaat waaruit blijkt dat ze bekwaam zijn, en daar willen ze gebruik van maken. Geef ze eens ongelijk.

Mijn doel is niet om bijvoorbeeld beroepsopleidingsprogramma’s of andere met migratiemiddelen gefinancierde programma’s in diskrediet te brengen (ze zijn hard nodig en hebben vele levens ten goede verbeterd). Ik probeer alleen duidelijk te maken dat er behoorlijk wat bijwerkingen aan die migratie-management programma’s kleven en dat soms ‘onschuldige’ studenten behulpzaam kunnen zijn die helder voor ogen te krijgen. Leidt het EUTF dan, ondanks die bijwerkingen, tot minder migranten? Dat is niet duidelijk. Maar als ze deze kant op komen, zijn ze misschien inmiddels wel beter geschoold, dankzij datzelfde EUTF.

Het onderzoekspaper van de studenten kan teruggevonden worden onder deze link:  Meindert Boersma, Louise Kroon, Dion McDougal, Gijs Verhoeff en Yue Wang (2020) How does the European Union Trust Fund for Africa manage potential unintended effects of its programmes? Special Working Paper Series on the Unintended Effects of International Cooperation. Working Paper 2020/16.

Dirk-Jan Koch is bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en tevens werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schrijft deze columns op persoonlijke titel.

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel
UN Food Systems Summit 2021

Wie niet aan tafel mee mag praten, staat op het menu

Door Vice Versa | 24 november 2020

Oxfam Novib, Hivos, Both Ends en de AgriProFocus Food Security Policy Coalition pleiten voor duurzame en inclusieve voedselsystemen op de VN- wereldtop komend jaar. Tijdens de conferentie ‘Bold Actions for Food as a Source for Good’, op 23 en 24 November georganiseerd door de Wageningen Universiteit, het World Economic Forum en anderen, kan Minister Kaag aandringen op een ambitieuze Summit die harde afspraken maakt over de toekomst van ons voedsel.

Lees artikel

‘Food security policy should focus less on production and more on consumers’

Door Joris Tielens | 22 november 2020

How can the Netherlands contribute to improving nutrition in Africa in the coming decade? Retiring Professor Ruerd Ruben would like to see Dutch government policy informed by a food systems approach – with more focus on consumers, and an active role for Dutch embassies entering into policy dialogue with the government in their African host countries. Minister for Foreign Trade and Development Cooperation Sigrid Kaag agrees: ‘The systems approach, where more priority is given to the environment and consumers, is now widespread. It will be high on the agenda of the UN summit in 2021.’

Lees artikel