Door:
Sarah Haaij

14 september 2020

Tags

De kobaltwinning in Congo brengt de lokale gemeenschap vooral problemen, zo blijkt uit onze reportage vanuit de kobaltregio Katanga. Hoe kunnen we die situatie verbeteren? Vandaag in deel twee van een drieluik over maatschappelijk verantwoord ondernemen in de kobaltketen: de internationale afspraken die al tien jaar klaarliggen, en de strijd van een bevlogen advocaat die tech-giganten ter verantwoording roept. ‘Ik heb veel zaken rondom kinderarbeid gezien, maar zo erg als deze zag ik nog nooit.’

Kobalt wordt ook wel het ‘blauwe goud’ genoemd. En dat geldt zeker voor Congo: in 2017 was kobalt het belangrijkste exportproduct van het arme land. Maar met de winning van deze grondstof voor onze mobieltjes en elektrische accu’s is van alles mis, zeggen experts: landonteigening, onderbetaling, gezondheidsrisico’s en milieuvervuiling – bij de winning van kobalt komen eindeloos veel misstanden voorbij.

En dan is het lijstje nog niet compleet, zegt de Amerikaanse advocaat Terry Collingsworth van International Rights Advocates. In de artisanale mijnen van Congo, waar het kobalt nog met de hand wordt uitgegraven, vindt volgens hem nog altijd kinderarbeid plaats. ‘In de mijnen raken kinderen verminkt of gaan ze dood’, vertelt Collingsworth via Skype. Samen met een aantal Congolezen spande hij begin dit jaar een unieke rechtszaak aan tegen tech-giganten Apple, Microsoft, Dell, Tesla en Google. Stuk voor stuk bedrijven die, zo zegt hij, ‘dondersgoed weten waar hun kobalt vandaan komt en daarom medeplichtig zijn aan zware mensenrechtenschendingen.’

John Doe 3, een van de 14 Congolese kinderen die een ongeluk kregen

De bevlogen advocaat voert de zaak samen met de ouders van veertien Congolese kinderen die bij het graven naar kobalt een ongeluk kregen of zelfs om het leven kwamen. ‘John Doe 1’ (een schuilnaam die in de aanklacht wordt gebruikt) is een van hen. Als 15-jarige raakte hij verlamd bij zijn werk in de mijn als ‘menselijke pakezel’, waarbij hij voor 90 dollarcent per dag stenen versleepte. John Doe viel in een tunnel en zit nu zonder hulp of compensatie thuis.

‘Ik heb veel zaken rondom kinderarbeid gezien, zoals in de textiel- of cacaosector’, vertelt Collingsworth, gespecialiseerd in internationale handels- en arbeidsrechtzaken. ‘Maar zo erg als deze zag ik nog nooit. En het gebeurt ook nog eens open en bloot.’ In de rechtszaak is het nu wachten op een formele reactie van de tech-bedrijven. De advocaat verwacht dat ze met een beschuldigende vinger naar de kobaltmijnen of de Congolese overheid zullen wijzen. ‘Als het gaat verantwoordelijkheid nemen, wijst iedereen naar elkaar.’

Daarmee legt Colingsworth de vinger op de zere plek. Alle partijen in de kobaltketen hebben een zware verantwoordelijkheid als het gaat om internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen; dat is eigenlijk allang afgesproken. Van de tech-giganten tot de mijnbedrijven en de kobalt exporterende en importerende landen; er is een hele trits aan internationale en regionale afspraken die de misstanden veroordelen en moeten aanpakken.

Internationale richtlijnen

Al sinds 2011 zijn bedrijven volgens afspraken van de Verenigde Naties (VN) medeverantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen in hun productieketen. In dat jaar werden namelijk de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s) in het leven geroepen, richtlijnen voor overheden om mensenrechten te beschermen en voor bedrijven om die te respecteren. Een historisch moment: voor het eerst werden bedrijven unaniem opgeroepen om onderzoek te doen naar de negatieve gevolgen van hun activiteiten in hun productieketens. In geval van schendingen moeten bedrijven die volgens de Principles proberen aan te pakken en daarbij slachtoffers compenseren.

Ook de OESO, het economische samenwerkingsverband van 36 welvarende landen, heeft afspraken voor verantwoord ondernemen; de OESO-richtlijnen voor multinationals. Daarbij maakt de OESO extra werk van duurzaamheid in de ketens van mineralen uit risicogebieden, zoals goud en tin, maar ook kobalt (de Due Diligence Guidance for Responsible Supply Chains of Minerals uit 2011). Afspraken die zijn gemaakt met bedrijven, vakbonden, ngo’s en alle landen van het Afrikaanse Grote Merengebied. Ook de OESO verwacht dus dat bedrijven die deze mineralen in hun producten gebruiken hun toeleveringsketens schoon en transparant houden.

De Nederlandse EU-diplomaat Guus Houttuin zit de OESO-bijeenkomsten over verduurzaming van de mineralenketens voor. Houttuin is handelsadviseur bij de buitenlanddienst van de EU (European External Action Service) en voorzitter van de OESO Multi-stakeholder Steering Group. ‘Samen met bedrijven in de mineralenbranche en het maatschappelijk middenveld kijken we hoe de mineralenketens hun due diligence kunnen vormgeven’, zegt hij. Due diligence, letterlijk ‘gepaste zorgvuldigheid’, is de inspanning die van bedrijven wordt gevraagd om betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen tegen te gaan. Houttuin ziet dat bedrijven er steeds meer voor open staan hun toevoerketen tegen het licht te houden en de herkomst van grondstoffen beter in kaart te brengen.

Bij kopermijn in Zambia, foto Kadir van Lohuizen/NOOR

Maar, waarschuwt hij meteen, dat is ook een complex en langdurig proces. ‘De OESO heeft richtlijnen, geen afdwingbare wet.’ En het probleem met IMVO, legt hij uit, is dat bedrijven zich minder met hun kortetermijnwinsten en meer met de lange termijn moeten gaan bezighouden, met hun omgang met mens en planeet. ‘Je zult altijd een categorie bedrijven hebben die dat gewoon niet gaat doen.’

Vrijwillig en vrijblijvend

De VN- en OESO-richtlijnen zijn vrijwillig. En dat is volgens veel experts de reden dat we anno 2020 nog steeds met grote en ernstige schendingen zitten, ook in de kobaltmijnen. ‘We zijn al decennia op de hoogte van milieu- en mensenrechtenschade in ketens. En we weten ook dat daar Europese bedrijven bij betrokken zijn’, zegt Maria van der Heide, hoofd Beleid en Campagnes bij ActionAid. ‘Bovendien hebben we het raamwerk om iets te doen; de richtlijnen vanuit de VN en OESO liggen er nu al tien jaar. Maar het gebeurt gewoon nog niet.’

Slechts 35 procent van de grote Nederlandse bedrijven onderschrijft de OESO- en/of VN-richtlijnen, blijkt uit een onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken uit 2017. En als ze de regels erkennen, is het nog maar de vraag of ze zich er ook aan houden. Eenzelfde vrijwilligheid geldt voor de Nederlandse convenanten waarmee een tiental sectoren aan IMVO werkt. Ook via de convenanten worden bedrijven opgeroepen en gemotiveerd om hun keten te verduurzamen (lees hier het artikel op Vice Versa over de staat van de convenanten).

Kobalt valt daar niet onder, maar had dat veel uitgemaakt voor de manier waarop het wordt gewonnen? Waarschijnlijk niet, denkt Van der Heide, en ook een recente evaluatie van de convenanten door het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) geeft twijfels: ‘Over het algemeen hebben we geen afname van negatieve effecten in wereldwijde waardenketens als gevolg van de convenanten waargenomen’, schrijft het KIT in de officiële beleidsevaluatie van 15 juli dit jaar. De vrijwillige samenwerkingsverbanden hebben volgens de evaluatie nauwelijks effect gehad. De convenanten zijn wel succesvol in het creëren van bewustzijn over mogelijke misstanden, maar echte voortgang is alleen te zien in de sector duurzame kleding en textiel en de bancaire sector. Met vrijwillige maatregelen lijken mensenrechtenschendingen in ketens van Nederlandse bedrijven nog niet voorkomen.

In het slot van dit drieluik komende woensdag: is het tijd om bedrijven tot beterschap te dwingen met wetgeving? Die vraag brandt de komende maanden op de lippen van Nederlandse beleidsmakers, politici en het maatschappelijk middenveld.

Uitgelichte afbeelding: Mijn in Zambia, Kadir van Lohuizen (NOOR)

 

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) is een van de belangrijkste beleidsterreinen binnen de Hulp en Handelsagenda. In 2020 staat er veel op het spel. Zo staan er verschillende evaluaties op het programma en zal minister Kaag in dit najaar het nieuwe IMVO-beleid van het kabinet presenteren.

Vice Versa wil met het dossier het debat in Nederland over IMVO voeden en levendig houden.

Het kennisdossier is een initiatief van Vice Versa in samenwerking met de Civic Engagement Alliance,  het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en de Fair, Green and Global Alliance.

 

How to make smallholder farmers an interesting investment opportunity

Door Hans van de Veen | 22 oktober 2020

Smallholder farmers and small agrifood enterprises are key for sustainable food systems in Africa. They need access to capital, but banks consider it tedious, costly and too much of a risk to invest in them. Initiatives like the IDH Farmfit Fund and crowdfunding platform PlusPlus have been set up to try to break this deadlock. Can these new funds assist smallholder farmers and companies to become a commercially interesting opportunity for financial institutions?

Lees artikel

‘Minister Kaag schuift de verantwoordelijkheid voor de bescherming van mensenrechten door naar Europa’

Door Kelly Groen | 21 oktober 2020

Terwijl landen om ons heen nationale wetgeving optuigen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, laat Nederland het initiatief aan de EU. Zo schuift de minister de oplossing tegen mensenrechtenschendingen door Nederlandse bedrijven op de lange baan, schrijft Kelly Groen van ActionAid.

Lees artikel

Pionieren met gender-onderzoek in het door seksueel geweld geteisterde Congo

Door Marc van Dijk | 19 oktober 2020

Conflict hoeft academische samenwerking niet uit te sluiten. Thea Hilhorst, hoogleraar aan het Haagse International Institute of Social Studies, begeleidde Congolese promovendi en richtte samen met Congolese onderzoekers een onafhankelijk onderzoeksinstituut op. In gesprek met Hilhorst en de Congolese onderzoeksleider Rose Bashwira over potentie en internationale onwil.

Lees artikel