Door:
Fons van der Velden

31 augustus 2020

Tags

Al in 2015 voorspelde Bill Gates in een TED-talk een virale of bacteriële pandemie. Bij de wereldwijde uitbraak van COVID-19 beloofde de miljardair per direct 230 miljoen euro te investeren in de strijd tegen het virus, kort daarop gevolgd door zijn ‘grootste gift ooit’: 1,4 miljard euro voor vaccinatieprogramma Gavi. Kunnen hedendaagse filantropen als Gates onze mondiale problemen oplossen? Bovendien: hoe staat het met het ontwikkelingsbeleid van de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking? Een essay van Fons van der Velden.

In de Amerikaanse traditie van John D. Rockefeller en Andrew Carnegie – beide zakenman en filantroop – zijn mensen zoals Bill Gates (Microsoft), Warren Buffett (Berkshire Hathaway), Larry Ellison (Oracle), Mark Zuckerberg (Facebook) en Priscilla Chan (kinderarts en echtgenote van Zuckerberg) actief als zeer vermogende hedendaagse filantropen. Hun uitgangspunt: de traditionele manier van het oplossen van sociale problemen werkt niet, zakelijk denken en marktwerking zijn hét antwoord.

De ideologische basis voor het werk van Gates en veel andere filantropen is uitgewerkt in de lezing die Gates in januari 2008 hield tijdens het World Economic Forum in Davos, met als titel: A New Approach to Capitalism. Centraal in zijn betoog staat de noodzaak voor ‘creatief kapitalisme’, een systeem met twee doelstellingen: ‘Winst maken en ook het leven verbeteren van degenen die niet volledig profiteren van marktwerking. Om het systeem duurzaam te maken, moeten we daar waar dat maar mogelijk is gebruikmaken van winstprikkels.’ Binnen creatief kapitalisme kunnen volgens Gates de middelen en expertise van het bedrijfsleven gekoppeld worden aan noden van ontwikkelingslanden. Hij betoogt dat zo eigenbelang (maximaliseren van winsten) en gemeenschappelijk belang op een natuurlijke wijze in elkaars verlengde komen te liggen. En waar de filantropie niet direct cash oplevert, brengt het in ieder geval erkenning voor de goede gever met zich mee.

Hoewel de hedendaagse filantropen uiteenlopende accenten leggen in hun aanpak, hebben ze één opvatting gemeen: op marktwerking gebaseerde sociale verandering is dé oplossing voor veel hedendaagse uitdagingen.

 Michael Edwards was met Small Change: Why Business Won’t Save the World een van de eersten die een samenhangende kritiek formuleerde op deze benadering. In de eerste plaats, zo stelt Edwards, moet nader worden onderzocht óf, en eventueel in welke sectoren, filantropen een constructieve bijdrage kunnen leveren. Vooralsnog is er geen bewijsmateriaal dat moderne filantropie betere resultaten oplevert dan armoedebestrijding en het bevorderen van sociale gerechtigheid door overheden en maatschappelijke groeperingen. Bovendien ondermijnt een dergelijke benadering vaak de kracht van maatschappelijke organisaties en verhoudt het zich slecht tot democratische controle en democratie in het algemeen.

Veel filantropen zijn inderdaad gewend monopolist te zijn en zeggenschap te centraliseren in plaats van democratiseren. Dat begint al bij het socialiseren van kosten en privatiseren van opbrengsten door belastingontwijking, waardoor samenlevingen betalen voor de risico’s, winst en eventuele redding van multinationale ondernemingen. Die samenleving heeft vervolgens, ondanks al haar democratische instituties, geen zeggenschap over hoe het geld van filantropen wordt besteed. Vergeet niet dat veel filantropen notoire belastingontwijkers zijn, waarmee overheden miljarden aan inkomsten mislopen. Bovendien gaat het bij filantropie feitelijk om publiek geld – de gulle gevers worden immers veelal gecompenseerd via belastingvoordelen.

Volgens zakenblad Forbes (13 augustus 2017) geniet Bill Gates ‘het grootste belastingvoordeel in de geschiedenis’ en heeft de Amerikaanse regering al tussen de 15- en 20 miljard dollar misgelopen. Aan filantropie hangt dus een flink prijskaartje. In feite wordt democratische besluitvorming over publieke fondsen overgeheveld van de publieke naar de private sector. Edwards concludeert op basis van deze kritiekpunten dan ook: sociale transformatie (het omvormen van samenlevingen) mag niet worden overgelaten aan grote bedrijven, marktwerking en de grillen van miljardairs.

In zijn boek Winners Take All: The Elite Charade of Changing the World werkt de Amerikaanse onderzoeksjournalist Anand Giridharadas deze kritiek verder uit en geeft inzicht in de levensstijl, leefwereld en opvattingen van (voornamelijk Amerikaanse) filantropen. Een voor een passeren ze de revue: Jeff Bezos (Amazon), Michael Bloomberg (van het gelijknamige mediabedrijf), Warren Buffett (Apple and IBM), Larry Ellison (Oracle), Ford Foundation, Rockefeller Foundation, Carlos Slim (Telmex), Andrew Kassoy (B Lab), Vinod Khosla, (Sun Microsystems en Khosla Ventures), Shervin Pishevar (investeringen in Airbnb en Uber), en vele anderen.

Giridharadas schrijft: ‘Deze elites geloven en promoten het idee dat sociale verandering voornamelijk moet worden nagestreefd door middel van de vrije markt en vrijwillige actie, niet door overheden en wetgeving en niet door de hervorming van het systeem; dat het onder toezicht moet staan van de winnaars van het kapitalisme en hun bondgenoten; dat het niet op gespannen voet staat met hun eigen behoeften; en dat de grootste begunstigden van de status-quo een leidende rol moeten spelen bij de hervorming van de status-quo.’ Geïrriteerd en verwonderd vraagt de onderzoeksjournalist zich in zijn boek af hoe filantropen erbij komen dat ze de wereld kunnen veranderen op basis van technieken, middelen en personeel dat op kapitalistische leest is geschoeid. Hoe kunnen ze veronderstellen dat ze de wereldproblemen kunnen oplossen met dezelfde benadering en middelen die de problemen veroorzaakten? Een bijkomend probleem is dat veel filantropen nu veel invloed hebben op sectoren waarover ze helemaal geen expertise hebben.

Wie geïnteresseerd is in een meeslepend en informatief boek over hoe moeilijk het is om multinationale ondernemingen van binnenuit echt te veranderen, leze het recent uitgegeven boek van Jeroen Smit over Unilever: Het Grote Gevecht & het Eenzame Gelijk van Paul Polman. De rode draad in dit boek is het interne verzet tegen een meer maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering zoals die werd voorgestaan door de vorige CEO Paul Polman.

In het debat over de transitie of ombouw van menselijke samenlevingen kun je grofweg twee brede visies onderscheiden, zo schreef de Canadese wetenschapper René Audet: de technocratische benadering, en de politiek-economische. Aanhangers van de technocratische benadering promoten voornamelijk technologische innovaties om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Veel gebruikte termen zijn ‘inclusieve ontwikkeling’, ‘creatief kapitalisme’, ‘circulaire economie’, ‘van wieg tot wieg’ en het bevorderen van ‘groene economie’. In deze benadering zijn veranderingsprocessen overwegend technisch, waardevrij en neutraal, los van de politieke en economische context van hedendaagse uitdagingen. Veranderingen in machtsrelaties en bezit zijn niet aan de orde, een grotere rol van niet-rijken in economische besluitvormingsprocessen evenmin. Het oude credo van Milton Friedman, voorvechter van vrijemarktkapitalisme, blijft overeind: de primaire taak van bedrijven is het creëren van aandeelhouderswaarde (en niet waarde voor belanghebbenden).

De benadering van filantropen zoals Gates laat de huidige economische, sociale en politieke structuren – en de daarmee verbonden wereldproblemen – in tact.  Het draait om symptoombestrijding en marginale aanpassingen binnen het huidige neoliberale ontwikkelingsmodel. Bovendien: zij, en niet democratisch gekozen instituties, bepalen de prioriteiten en aanpak.

Aanhangers van de politiek-economische benadering erkennen dat fundamentele hervorming van samenlevingen meer vraagt dan technologische veranderingen. Het gaat om radicale, fundamentele sociale en economische ombouw van samenlevingen; een rechtvaardiger maatschappij met een sociaal inclusieve en ecologisch duurzame toekomst. Er bestaan veel verschillende wereldbeelden en inzichten over hoe zo’n samenleving er in detail uit moet zien, maar internationaal groeit het bewustzijn onder progressieve politiek-economen (zoals Jed Emerson) dat niet winst centraal moet staan, maar meervoudige maatschappelijke waardecreatie – met aandacht voor armoedebestrijding, ecologische vraagstukken, verminderen van ongelijkheid en versterking van democratische instituties. Niet de belangen van aandeelhouders moeten centraal staan, maar die van de stakeholders. Ook in Nederland wint die benadering terrein – zie bijvoorbeeld recente bijdragen in Het Financieele Dagblad en het boek van oud-CDA coryfee Bert de Vries, Ontspoord kapitalisme.

Hoe verhoudt het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, en het beleid van minister Kaag in het bijzonder, zich tot deze ontwikkelingen? De beleidsnota Investeren in perspectief; Goed voor de wereld, goed voor Nederland laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. De ambitie is beleid gericht op ‘bestrijding van de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering’, en ‘Nederland werkt bij de uitvoering van het beleid nauw samen met het maatschappelijk middenveld, bedrijven en kennisinstellingen’, zo staat er. Desondanks is de benadering technocratisch.

Zo staat er over de aanpak van klimaatverandering: ‘We moeten de kansen benutten van (digitale) technologische vooruitgang en moeten zorgen dat de (Nederlandse) private sector met innovatieve oplossingen voor de SDG’s nieuwe markten kan aanboren.’ Over de handels- en investeringsagenda wordt opgemerkt: ‘Het is van groot belang dat we toegang houden tot internationale markten. Daarbij gaat het om een internationaal gelijk speelveld, het bestendigen van ons aandeel op bestaande markten, het aanboren van nieuwe markten, het aansporen van bedrijven om internationaal actief te worden en een aantrekkelijk vestigingsklimaat in eigen land.’ Bill Gates had het niet beter kunnen zeggen.

Ook in recente beleidsstukken en subsidiekaders van minister Kaag voor particuliere ontwikkelingsorganisaties worden ontwikkeling en verandering vooral als iets van ‘daar’ gedefinieerd (lees: lage en middeninkomenslanden). Het gaat volgens de minister veelal niet over ‘ons’, maar over ‘versterking van het maatschappelijk middenveld’ in ‘derde landen’. Een belangrijke uitingsvorm hiervan is dat organisaties die geld ontvangen vanuit het nieuwe subsidiekader Power of Voices, zich dienen te richten op zogenoemde focusregio’s; West-Afrika/ Sahel, Hoorn van Afrika, Midden-Oosten en Noord-Afrika (en slechts voor twee van de zeven thema’s kunnen middelen van de Nederlandse overheid worden ingezet in hoge middeninkomenslanden). Alsof armoede, ongelijkheid, democratische crises en milieuproblematiek geen mondiale problemen zijn. Een dergelijke benadering is misschien nog wel te verwachten van een Nederlands kabinet met dominante inbreng van VVD en CDA, maar het is verbazingwekkend dat gezaghebbende Nederlandse maatschappelijke (ontwikkelings)organisaties zich daar feitelijk zonder slag of stoot bij hebben neergelegd.

De minister rept verder niet of nauwelijks over de (veelal negatieve) rol die grote internationale bedrijven spelen met betrekking tot de belangrijkste mondiale uitdagingen. Daardoor blijft de internationale rol die Nederland speelt in het in stand houden van condities van ongelijkheid (handel, investeringen, belasting, accountability) buiten schot. Een machtsanalyse, een politiek-economische analyse ontbreekt. Paul Hoebink merkte in zijn analyse van de nota Investeren in perspectief voor CIDIN op ‘dat het woord Nederland/Nederlands verreweg het meeste voorkomt in deze nota, maar liefst 340 keer’, ‘mensenrechten’ slechts twaalf keer wordt genoemd en democratie en democratisering geen enkele keer.

Het woord macht komt in de nota slechts drie keer voor. Het traditionele Noord-Zuid-denken staat nog steeds voorop. Het beleid ademt een sfeer van: verandering en veranderingsprocessen zijn een issue in lage- en middeninkomenslanden en lenen zich – in lijn met de benadering van filantropen als Gates – voor een managementachtige technocratische benadering.

De overdracht van virussen zoals COVID-19 heeft volgens de milieuorganisatie van de Verenigde Naties (UNEP) alles te maken met ontbossing en andere veranderingen in landgebruik; intensieve veehouderij, klimaatverandering, illegale en slecht gereguleerde handel van dieren in het wild. Sonia Shah, auteur van een belangrijke studie over het ontstaan van epidemieën, gaat een stap verder en betoogt dat dergelijke uitbraken nauw samenhangen met een sterk op winst en aandeelhouderswaarde gefocust systeem (Pandemic: Tracking Contagions, from Cholera to Ebola and Beyond). Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus zei het ooit kort en krachtig: ‘Armoede wordt niet gecreëerd door arme mensen. Het wordt gecreëerd door het systeem dat we hebben gebouwd, de instellingen die we hebben ontworpen en de concepten die we hebben geformuleerd’.

De benadering van filantropen als Gates verwerpt volgens Giridharadas de notie dat er verschillende belangengroepen in de wereld bestaan die ieder opkomen voor hun interesses. Veranderingen in het huidige neoliberale ontwikkelingsmodel kunnen dan ook, zo leert de geschiedenis, alleen bewerkstelligd worden door sociale bewegingen en een prominentere rol voor de staat. In plaats van anderen te veranderen, zouden filantropen er dan ook goed aan doen om niet langer een deel van het probleem maar een deel van de oplossing te worden, en hun eigen bedrijfspraktijken aan te passen. Door te beginnen met belasting betalen, voor fatsoenlijke werkgelegenheid te zorgen (met leefbare lonen en gezonde arbeidsomstandigheden), op een ecologisch verantwoorde manier te produceren, democratische besluitvormingsprocessen te respecteren en technologie te definiëren als een publiek goed.

Ondanks dat er ook wel wat ruimte is om op mondiaal, EU- of Nederlands niveau te werken, financiert de Nederlandse overheid onder het programma Dialogue & Dissent vooral lobby-activiteiten van lokale- en Nederlandse ngo’s in veelal lage- en middeninkomenslanden. Er zijn landen (zoals Oeganda en Indonesië) waar meer dan tien Nederlandse ngo’s actief zijn om het beleid van de lokale overheid direct en indirect (via lokale organisaties) te beïnvloeden. Deze focus op overheden in lage- en middeninkomenslanden dreigt zich onder het nieuwe programma Power of Voices voort te zetten. Het zou de minister sieren als zij het subsidiënten mogelijk maakt de focus te verleggen op actoren in de noordelijke hemisfeer (multinationals, grote multilaterale instellingen en overheden).

Met hun monumentale studie over de desastreuze gevolgen van ongelijkheid in de wereld hebben Wilkinson en Pickett (The spirit level: Why equality is better for everyone) overtuigend aangetoond dat meer gelijkheid goed is voor iedereen. We zijn toe aan een herstructurering van de economie; aan ook in dit opzicht een ‘nieuw normaal’. De tijd van marginale aanpassingen in de periferie van het mondiale kapitalistische systeem is voorbij. Zoals Churchill ooit betoogde: Never let a good crisis go to waste. De COVID-19-pandemie biedt een kans om nu een bijdrage te leveren aan het temmen van het ‘roofdierkapitalisme’ (oud-Bondskanselier Helmut Smidt). Aan systemische veranderingen ten behoeve van mondiale sociale gerechtigheid.

Fons van der Velden is directeur van Context, international cooperation. Eind 2018 verscheen onder zijn redactie het boek Towards a fair and just economy; Social business as a transformational approach.

*Met dank aan Ronald Gijsbertsen, Jelle Lyskawa en Lieke Ruijmschoot voor feedback op een eerdere versie van deze bijdrage.

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) is een van de belangrijkste beleidsterreinen binnen de Hulp en Handelsagenda. In 2020 staat er veel op het spel. Zo staan er verschillende evaluaties op het programma en zal minister Kaag in dit najaar het nieuwe IMVO-beleid van het kabinet presenteren.

Vice Versa wil met het dossier het debat in Nederland over IMVO voeden en levendig houden.

Het kennisdossier is een initiatief van Vice Versa in samenwerking met de Civic Engagement Alliance,  het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en de Fair, Green and Global Alliance.

 

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel