Door:
Frank van Lierde

16 juni 2020

Tags

Wereldwijd raakt de coronacrisis migranten, ontheemden en vluchtelingen misschien nog wel het hardste. Ook in Nederland. Asielprocedures staan stil, opvangcentra zitten vol, en wie al wat verdiende verdient bijna niets meer. Migratie-expert Bob van Dillen van Cordaid geeft uitleg en komt met oplossingen en aanbevelingen.

Wereldwijd zijn 70,8 miljoen mensen op de vlucht voor gewapend conflict, extreme armoede of klimaatgeweld. Of voor al die bedreigingen tegelijkertijd. Het merendeel is ontheemd in eigen land, één derde zoekt zijn toevlucht over de grens, een klein deel daarvan vlucht naar Europa. Zo’n 3 procent van de wereldbevolking is migrant, dat zijn meer dan 250 miljoen mensen wereldwijd.

Bob van Dillen

‘Heel veel mensen proberen nu vanwege de coronacrisis, weer terug naar huis te gaan’, vertelt Bob van Dillen, migratie-expert van Cordaid. ‘Die zitten nu vast door reisrestricties. Ze zijn hun werk- of verblijfsvergunning kwijt én ze zitten op een plek waar ze niets mogen. In Europa zijn er nog sociale vangnetten, maar in veel landen zijn die er niet. Neem India. Miljoenen migranten proberen terug te keren uit grote steden naar hun familie op het platteland. Treinen staan stil, stations zitten overvol, mensen zitten vast. In de stad is geen werk meer, hun dorp bereiken ze niet meer. Of denk aan de Ethiopische contractarbeiders in Saoedi Arabië, die daar in de bouw werken, of als huishoudelijke hulp. Vaak moesten ze hun paspoorten afstaan bij aankomst. Nu de bouwprojecten stilliggen moeten ze terug, omdat ze een last zijn geworden. Ook zij vallen tussen wal en schip en kunnen geen kant op.’

Wat is de situatie van mensen die hun land zijn ontvlucht maar nog niet zijn aangekomen op een veilige bestemming?

‘In Noord-Afrika is de situatie bijzonder schrijnend. Veel mensen trokken uit Sub-Sahara Afrika naar landen als Tunesië of Libië, om er werk te vinden. Die waren migrant.  In Libië is het geweld opgelaaid, en worden migranten gruwelijk uitgebuit, opgesloten, zelfs als slaven verkocht. Plots worden dat dus vluchtelingen, die voor hun leven vrezen. En die daarom hun zuur verdiende geld geven aan smokkelaars om in een gammel bootje stappen en naar Europa te vluchten. Ook als dat aanvankelijk niet de bedoeling was.

De coronacrisis maakt het  voor bootvluchtelingen nóg moeilijker dan het al was. De reddingsoperaties in de Middellandse Zee waren al afgenomen, en die liggen nu zo goed als stil. Het ‘push back’ beleid van EU overheden is nog harder geworden. Mensen die volgens internationaal recht aanspraak kunnen maken op de vluchtelingenstatus, worden letterlijk teruggeduwd naar waar ze vandaan kwamen, zodat ze de asielprocedure niet eens kunnen starten.  Dat zie je ook in Griekenland. Mannen, vrouwen, kinderen, worden terug de grensrivier in gejaagd, die ze net probeerden over te steken. Mensen worden op opblaasvlotten teruggeduwd de zee op, richting Turkije. In Malta worden vluchtelingen in cruiseschepen gezet, zodat ze het eiland niet bereiken en geen asiel kunnen aanvragen. Die praktijken zijn de afgelopen maanden toegenomen, vaak met het excuus om verspreiding van corona tegen te gaan.’

De reddingsoperaties op de Middellandse Zee waren al afgenomen voor de coronacrisis begon. Wat is de situatie nu?

‘Onder druk van populistische partijen en overheden in Europa – die deze reddingsorganisaties bestempelden als ‘gratis veerdiensten voor gelukzoekers’ – was dat inderdaad al afgenomen. Reddingsschepen met geredde drenkelingen aan boord kregen het steeds moeilijker om een haven binnen te lopen. We zagen het met de Duitse Sea Watch-kapitein Carola Rackete. Mensen redden op zee was in Italië opeens een strafbaar feit geworden, ook hulpverleners elders in Europa werden gecriminaliseerd. Zover was het dus gekomen met Europa.

Overheden in Mediterrane landen zijn in de coronacrisis nog strikter geworden in het tegenhouden van reddingsboten. De EU en Italië hebben afspraken gemaakt met de Libische kustwacht. Niet om mensen te redden en in veiligheid te brengen, maar om ze te onderscheppen en terug te brengen naar detentiekampen in Libië. Dezelfde kampen waarvan minister Kaag zei, nadat zij ze in maart 2018 had bezocht, dat ze zo snel mogelijk dicht moesten. De EU financiert deze deal met de Libische kustwacht. Mensen die het geweld, de uitbuiting, de slavernij en de oorlogssituatie in Libië proberen te ontvluchten, worden nu met Europees – en dus ook Nederlands – geld achterna gezeten, opgejaagd en onderschept in Libische kustwateren om vervolgens weer in mensonterende gruwelkampen te worden vastgezet in Libië. De verhalen van ‘geredde’ vluchtelingen zijn verschrikkelijk. Ze vertellen dat wie zich verzet gewoon overboord kon worden gegooid. Wat neerkomt op moord.’

Hoe is het voor vluchtelingen die zijn aangekomen in een land? Bijvoorbeeld in Nederland?

‘Door corona liggen de asielprocedures stil. Nieuwe asielzoekers zijn de afgelopen maanden op een locatie ondergebracht in de kazerne van Zoutkamp. Die is inmiddels omgebouwd tot Corona-locatie. Ze  wachten in AZC’s tot hun asielprocedure wordt gestart. Maar die liggen stil. Reden daarvoor is corona. Ook IND-medewerkers en asieladvocaten zitten thuis. Het zijn blijkbaar geen vitale beroepen. We konden de afgelopen maanden wel gewoon met z’n allen naar de supermarkt. Maar een simpele oplossing om interviews bij de IND te laten doorgaan – bijvoorbeeld met kuchschotten – is er nooit gekomen.

AZC’s zitten daarom nog steeds vol, vorig jaar kwamen er 22.000 mensen bij. De achterstanden en de traagheid van de IND waren al problematisch, maar  nu is het dramatisch. Mensen in AZC’s leven hutje mutje op elkaar en kunnen zich bijzonder slecht tegen het virus beschermen.

Een ander gevolg van de coronacrisis is dat er de afgelopen maanden weinig uitgeprocedeerden zijn uitgezet. Er zijn veel minder deportaties en minder mensen die vrijwillig terugkeren, omdat vliegtuigen aan de grond staan. Mensen die in hechtenis waren genomen met uitzicht op terugkeer zitten nog steeds vast, nu soms al maanden. Mannen, vrouwen en zelfs families met  kinderen zitten in opgesloten in gezinsdetentiecentra. Dat gaat regelrecht in tegen het Kinderrechtenverdrag.

Ook in Aruba en Curaçao, onderdeel van het Koninkrijk, barsten de gevangenissen uit hun voegen, vooral met Venezolaanse migranten en vluchtelingen. Het gaat om mensen zonder papieren die bijvoorbeeld zijn opgepakt tijdens arbeids- en corona-inspecties in de bouw.  Op die eilanden zitten naar schatting 30.000 ongedocumenteerde Venezolanen. Hen hangt allemaal arrestatie en besmettingsgevaarlijke detentie boven het hoofd. De overheid van Curaçao heeft de deportaties gelukkig stopgezet, en accepteert dat ongedocumenteerde Venezolanen ook recht hebben op de voedselhulp die de laatste weken op gang is gekomen voor de vele armen en kwetsbaren op het eiland.’

Er zijn naar schatting 30.000 ongedocumenteerden in ons land. Ze hebben geen status en zitten niet meer in een procedure om die status te krijgen. Wie niet in detentie zit, leeft ondergedoken. Wat doet corona met deze groep mensen?

‘Zij zijn het meest kwetsbaar. Een deel zwerft op straat, anderen vinden steun bij landgenoten of bij maatschappelijke organisaties die bed, bad en brood bieden. Ze hebben verder niets, geen inkomen, geen toegang tot gezondheidszorg. Deze mensen kunnen zich amper beschermen tegen het virus. Ze overleven met velen in kleine kamertjes of op straat. Hun weerstand is laag, ze eten slecht en te weinig.

Maar die mensen zijn hier, ze gaan niet zomaar weg. Het minste wat je kan doen is hen toegang geven tot basisdiensten, als gezondheidszorg. Gemeenten en maatschappelijke organisaties doen wat ze kunnen, maar de nationale overheid doet alsof ze er niet zijn en laat hen in de steek. Volgens met VN-Migratiepact van 2018, het pact van Marrakesh dat ook Nederland heeft goedgekeurd, heeft ieder mens recht op essentiële diensten als onderwijs en gezondheidszorg, ongeacht haar of zijn migratiestatus.’

Ten slotte heb je nog grote groepen migrantenarbeiders in Nederland. Ze komen uit Polen, Bulgarije, Roemenië en deels ook uit landen buiten de EU, en werken in de bouw, in de land- en tuinbouw, in de slachterijen. Hoe vergaat het hen in deze coronatijd?

‘Ook zij wonen en werken in totaal ontoelaatbare omstandigheden. Hutje mutje op elkaar in kleine kamertjes, met z’n tienen in vakantiehuisjes voor vijf personen, noem maar op. Werkgevers halen hen op met busladingen tegelijk naar de slachterijen of andere werkplekken, en laat op de dag worden ze weer teruggebracht. Ook zij lopen enorme risico’s. De slachterijen van VION in Groenlo en Apeldoorn zijn tekenend voor hun situatie. 20% van de migrantenarbeiders blijkt er besmet te zijn met het coronavirus. Ook nadat Groenlo de deuren moesten sluiten, ging het er in Apeldoorn even onveilig aan toe.’

De geldstroom van diasporagemeenschappen naar familie in landen van oorsprong, de zogeheten ‘remittances’, is ook afgenomen door de coronacrisis. Geen werk, betekent geen geld, dus ook geen geld voor familie thuis. Wat is de impact daarvan?

‘Het volume aan remittances is drie keer zo groot als alle ontwikkelingshulp samen, wereldwijd.  De Wereldbank schat dat remittances dit jaar met 20% zullen kelderen. Het effect daarvan is dus vergelijkbaar met een daling van 60% ontwikkelingshulp. Dramatisch dus. De gecombineerde snoei in remittances én in ontwikkelingshulp is ronduit rampzalig voor de armoedebestrijding in heel veel landen. Want het geld dat migranten opsturen naar huis is een levenslijn. Het gaat naar basiszaken als voedsel, school, gezondheidszorg. Ook macro-economisch is het voor landen als India, de Filipijnen, een levenslijn. Ze zorgen voor een flink deel van het BNP. Daarom ook moedigt een land als De Filipijnen arbeidsmigratie aan, met name in de huishoudhulpsector, bijvoorbeeld in de Golfstaten.

Je ziet dat de druk zo groot is, dat migranten leningen aangaan om toch maar geld naar huis te sturen. Om het thuisfront te blijven helpen en om hun ellende in Nederland of elders te verbergen. Waardoor ze van de regen in de drup belanden.’

Wat moet er gebeuren om de situatie van deze mensen te verbeteren?

‘Een paar dingen kunnen op korte termijn al een verschil maken. Ten eerste moet Nederland zich houden aan het pact van Marrakesh en alle ongedocumenteerden toegang verlenen tot publieke basisdiensten. Ten tweede doet Nederland er goed aan doen het voorbeeld van Portugal en zelfs Italië te volgen. Die landen hebben alle asielzoekers en ongedocumenteerden tijdelijk de status gegeven van ingezetene. Het gaat om honderdduizenden mensen, die vaak al illegaal werk deden en werden uitgebuit. Ze hebben geen burgerrechten gekregen, maar wel recht op essentiële basisdiensten en toegang tot de formele arbeidsmarkt. Italië doet dat overigens ook uit economische noodzaak, omdat er grote vraag is naar goedkope arbeid in laagbetaalde sectoren van de economie.

Die zogeheten regularisatie is acuut nodig, net als het vasthouden aan het VN-Migratiepact. Het betekent niet ‘vrijheid blijheid’ en ‘iedereen mag hier komen’. Het betekent dat wie hier in Nederland is bijvoorbeeld naar de dokter moet kunnen en dat je kan werken en wat verdienen  – én belasting kan betalen – zonder angst om opgepakt te worden. Dat is nodig in Nederland, en nog veel meer in andere delen van het Koninkrijk, zoals Aruba en Curaçao.

Ook moet je er als land voor zorgen dat iedereen wie hier leeft, of je nu een Nederlander bent, migrant, asielzoeker of uitgeprocedeerde, zich even goed kan beschermen tegen het virus en in veiligheid kan werken en wonen. Huisvest migrantenarbeiders niet als sardienen in een blik en vervoer ze niet in overvolle bussen.

Distributie van schoon drinkwater in Imvepi, Noord-Oeganda. Hier krijgen vluchtelingen uit Zuid-Soedan de ruimte en de tijd om een veilig heenkomen te zoeken voor het geweld in hun land. 2018 © Petterik Wiggers

De Nederlandse overheid moet meer gaan investeren in lang termijn opvang van grote groepen migranten en vluchtelingen. Niet enkel in Nederland, maar met name op die plekken waar de miljoenen ontheemden en vluchtelingen zich het meest concentreren. In kampen in conflictlanden, of net over de grens, in Libanon of Oeganda. Er moet meer geld komen om deze mensen, die gemiddeld 17 jaar  in kampen moeten overleven, meer uitzicht te bieden en meer veiligheid en bescherming, ook tegen corona. Ze hebben net als ieder ander mens recht op werk, inkomen, op perspectief en een menswaardig bestaan. Er moet een einde komen aan de deals met landen als Libië en aan het terugsturen van vluchtelingen naar gruwelijke detentiekampen.

Ten slotte moeten de kosten voor het sturen van geld naar familie in landen van oorsprong flink omlaag. In de grote particuliere bancaire stromen, bijvoorbeeld vanuit een westers land naar India of naar Afrikaanse landen, lopen de kosten op tot 20%. Een oud-collega vaan me stuurt geld naar familie in Burundi en betaalt dan 10% kosten, terwijl zijn familie het geld enkel in lokale valuta tegen een slechte wisselkoers kan opnemen. Dat is molensteen om de nek van migranten én hun familieleden in het land van oorsprong. Er blijft veel te veel  geld hangen bij  banken en andere financiële tussenpersonen. Die verrijken zich ten koste van directe armoedebestrijding. In 2015, bij het opstellen en aannemen van de Sustainable Developoment Goals, is afgesproken dat de transactiekosten van remittances naar beneden moeten, tot maximaal 3% van het overgemaakte bedrag. Sommige landen hebben dat al geregeld. Nederland moet hier ook snel werk van maken, in samenwerking met de financiële sector.

Natuurlijk moet er nog veel meer gebeuren, om gedwongen migratie tegen te gaan en niet-gedwongen migratie menswaardiger te maken. Maar met deze stappen kunnen Nederland en de EU het leed van miljoenen mensen op korte termijn aanzienlijk verminderen.’

Interview door Frank van Lierde. Lees ook eerder gepubliceerde interviews met gezondheidsexpert Jos Dusseljee over corona in Afrika, en met noodhulpcoördinator Paul Borsboom over wat het virus aanricht in vluchtelingenkampen.

Uitgelichte afbeelding: Ontheemde Afghaanse familie in Jalalabad (Afghanistan). 2018 © Frank van Lierde/Cordaid

Gelijkwaardige samenwerking levert wederzijds voordeel op

Door Marc van Dijk | 17 september 2020

Er is nog lang geen sprake van volledige gelijkwaardigheid tussen het globale Noorden en Zuiden in de wetenschap. Ook in onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het Noorden dominant. Peter Taylor en Irene Agyepong, voortrekkers op dit gebied, proberen oude patronen te doorbreken.

Lees artikel

Groot contrast Troonrede en begroting Kaag

Door Marc Broere | 16 september 2020

Gisteren was het Prinsjesdag. We vroegen Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid, of de koning het in zijn Troonrede nog over internationale samenwerking had en hoe de begroting van minister Kaag eruitziet.

Lees artikel

Kunnen we bedrijven dwingen onze telefoons en accu’s eerlijker te maken?

Door Sarah Haaij | 16 september 2020

Internationale afspraken ten spijt brengt de Congolese kobaltproductie de lokale gemeenschap vooral ellende, van landroof tot vervuiling en ernstige gezondheidsklachten In dit slot van een drieluik over de kobaltketen: is maatschappelijk verantwoord kobalt in de maak?

Lees artikel