Door:
Gerjan Agterhof

4 juni 2020

Categorieën

Tags

Juist in tijden van nood mogen we de realiteit van groeiende mondiale ongelijkheid niet uit het oog verliezen, schrijven Gerjan Agterhof en Anique Kanters van het samenwerkingsverband Building Change. Om de coronacrisis zo effectief mogelijk te lijf te gaan is alleen financiële steun niet voldoende en is óók belangrijk om te kijken naar het eigen internationale handelen van Nederland en beleidsincoherentie aan te pakken.

Door Gerjan Agterhof en Anique Kanters

De coalitie ruziet over hulp aan Afrika in coronatijd. Aanleiding is het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) om 1 miljard euro vrij te maken uit de algemene middelen voor het lenigen van de acute noden in de armste landen en voor de armste groepen. D66 en ChristenUnie willen hier gehoor aan geven en ook het CDA sluit dit niet uit. De VVD wil er echter niets van weten. Het valt ons op dat in tijden van crisis het (politiek) belang van internationale samenwerking en noodhulp niet altijd even zichtbaar is. Om de crisis in Nederland het hoofd te kunnen bieden is immers al veel geld nodig. Toch is steun aan degenen die het elders het hardst nodig hebben niet enkel een morele kwestie, maar ook in het belang van Nederland.

Wereldwijd zien we dat de armste en meest gemarginaliseerde groepen het hardst worden geraakt door de gevolgen van corona. Volgens Oxfam Novib komen 500 miljoen mensen extra in armoede terecht, een crisis van uitzonderlijke proporties. En juist daar waar de nood al vóór de komst van corona acuut was, zijn er nauwelijks mogelijkheden voor bescherming tegen de gevolgen ervan. Mondiale ongelijkheid blijft zo groeien.

Waarom is het bestrijden van deze ongelijkheid, juist ook voor Nederland, van belang? Omdat het systeem zo sterk is als de zwakste schakel. Het onlangs verschenen AIV-advies benadrukt deze interdependentie. Als het virus elders niet wordt bestreden, bestaat er gevaar op een tweede infectiegolf en kan economisch herstel niet doorzetten zolang niet alle continenten ‘open’ en ingeschaald zijn in de mondiale productieketens. Ook vergroot een acute volksgezondheidsnood de migratiedruk.

Politieke aandacht voor mondiale ongelijkheid is ook nu een must

In tijden van nood mogen we de realiteit van groeiende mondiale ongelijkheid daarom niet uit het oog verliezen. Van belang hierbij is dat er naast financiële hulp ook kritisch wordt gekeken naar het eigen internationaal handelen; want wat je met de ene hand geeft, kan met de andere worden weggenomen. Nederland kan nog een grote stap zetten als het gaat om een kritische blik op de effecten van eigen beleid op de meest gemarginaliseerden.

Een voorbeeld: momenteel voorziet de staat veel grote bedrijven van miljardeninjecties die als onvermijdelijk worden beschouwd. Een aantal van deze internationaal opererende bedrijven maakt al jaren dankbaar gebruik van Nederlandse fiscale constructies om winsten weg te sluizen uit onder meer ontwikkelingslanden waar veel productieprocessen plaatsvinden. Deze landen lopen zo miljarden aan belastinginkomsten mis, met als (indirect) gevolg een zwakke publieke sector en gebrekkig gezondheidssysteem. Zo kan corona in deze landen nog veel genadelozer toeslaan dan in het westen, met enorme risico’s voor de lokale volksgezondheid en economie, en door de internationale verbondenheid ook voor Nederland.

Sustainable Development Goals: een leidend kompas

Om de coronacrisis zo effectief mogelijk te lijf te gaan is alleen financiële steun niet voldoende en moeten dit soort systematische beleidsincoherenties worden aangepakt. Alleen zo kan ook de groeiende internationale ongelijkheid eerlijk bestreden worden, en toekomstige crises worden voorkomen. De 17 wereldwijd onderschreven duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) bieden hiervoor een uitstekend kompas. De doelen zijn in 2015 door de VN-lidstaten in het leven geroepen om ecologische, economische en sociale uitdagingen in al deze landen te overwinnen. Zo is SDG 17 o.a. gericht op eerlijke en effectieve belastingheffing in ontwikkelingslanden, wat de eerdergenoemde belastingontwijking door multinationals in deze landen moet tegengaan.

Ook de AIV roept de Nederlandse overheid op om bij de coronabestrijding te blijven committeren aan het behalen van de SDG’s. Deze invloed is echter pas maximaal positief als ook beleid dat niet direct gericht is op ontwikkelingssamenwerking actief rekening houdt met deze doelen.

Blijf toetsen!

Gelukkig beschikt de Nederlandse regering al over de mogelijkheden om nieuw beleid, wet- en regelgeving te beoordelen op effecten op de SDG’s, ontwikkelingslanden en op gender door middel van de SDG-toets. Deze toets is een verdieping van het Integraal Afwegingskader dat wordt gebruikt door Rijksambtenaren om nut, noodzaak, effectiviteit en consequenties van beleid, wetten en regels te bepalen. Ambtenaren en politici hebben dus wel degelijk toegang tot een instrument waarmee ze de invloed van nieuw beleid op duurzame ontwikkeling inzichtelijk kunnen maken.

Dit lijkt een stap in de goede richting, maar een grondige en transparante toepassing van de SDG-toets blijft vooralsnog uit. Zonde! Het op een zorgvuldige manier toepassen van de SDG-toets zorgt er namelijk voor dat Nederland bijdraagt aan het weerbaar maken van gemarginaliseerde groepen. Een noodzaak, zo is maar weer eens gebleken tijdens huidige coronacrisis. Het centraal stellen van beleidscoherentie voor ontwikkeling is niet alleen een oplossing voor kwetsbare mensen in ontwikkelingslanden, het is uiteindelijk in het belang van ons allemaal.

Fotocredit: minister Kaag tijdens een (digitale) bijeenkomst over de voortgang van de duurzame ontwikkelingsdoelen met presentator Harm Edens. (credit: Roos Trommelen)

 

 

 

 

 

 

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel