Door:
Lennaert Rooijakkers

3 juni 2020

Tags

Vandaag deel twee van een tweeluik over hoe Nederland ervoor staat op het terrein van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Over inspirerende koplopers, en de noodzaak van een stok achter de deur.IMVO moet voor bedrijven net zo logisch worden als de hygiënestandaard voor de horeca.’

Waar sommige bedrijven achterblijven op IMVO gebied, lopen anderen juist voorop. Een van die Nederlandse frontrunners is groente- en fruitleverancier Nature’s Pride. Het bedrijf uit Maasdijk verhandelt 230 groente- en fruitsoorten als avocado’s, bananen, flespompoenen, cactusvijgen en citroengras uit 70 landen, van Guatemala tot Thailand en van Kenia tot Colombia. Het bedrijf heeft een omzet van zo’n 400 miljoen euro en 120 werknemers. Loop een supermarkt binnen en je komt op de groente- en fruitafdeling geheid een product van Nature’s Pride tegen, vaak te herkennen aan de Eat Me-sticker.

Bij het importeren en verhandelen van alle groenten en fruit is ‘goed zaken doen’ het uitgangspunt. Dat wil zeggen: de levenstandaard van de leveranciers en telers verhogen, voedselverspilling tegengaan en impact op het milieu zo klein mogelijk houden.

Erik Molendijk, manager Sustainable & New Business, van Nature’s Pride

Net als bij schoenenfabrikant EMMA is de sociale aanpak er bij Nature’s Pride altijd al geweest. ‘Nature’s Pride is ooit opgericht door Shawn Harris, een Amerikaanse die op latere leeftijd naar Nederland kwam. ‘Shawn zei vaak: I was born on the wrong side of the river. Dat heeft van begin af aan invloed gehad op de koers van het bedrijf’, zegt Erik Molendijk, manager Sustainable & New Business. ‘Shawn’s jeugd was niet makkelijk en dat heeft nadrukkelijk het sociale DNA van Nature’s Pride bepaald. Vanaf het begin heeft ze succes met ketenpartners willen delen, met  aandacht voor het welzijn van mensen in de landen waar we zaken doen.’

Dat probeert Nature’s Pride op tal van manieren te doen. Bijvoorbeeld door voedsel dat overblijft te schenken aan de voedselbank, maar ook via een programma als ‘Teel de Toekomst’, dat is uitgevoerd bij de Peruaanse mangoteler Dominus. Hierbij wordt de teler gestimuleerd tot het verbeteren van de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, maar is ook een cruciale rol weggelegd voor de werknemer.

Door middel van een puntensysteem worden prioriteiten van zowel telers als de medewerkers met elkaar in lijn gebracht. Voldoen de werknemers aan de doelstelling om de veiligheidsregels zo goed mogelijk te volgen, dan verdienen zij punten die ze kunnen omzetten in een zelfgekozen beloning. Denk hierbij aan medicijnen of scholingsmateriaal. Dat extraatje komt bovenop het salaris. De telers worden zo aangemoedigd een veilige en goede werkomgeving te creëren, en hun medewerkers om hun beste beetje voor te zetten. Zo heeft Nature’s Pride allerlei projecten opgetuigd in landen in Zuid-Amerika, Afrika, het Caribisch gebied en Azië.

Ook startte het tien jaar geleden als eerste groente- en fruitbedrijf ter wereld met social auditing – vergelijkbaar met financiële audits, waarbij in plaats van de financiële huishouding de veiligheid en het welzijn van het personeel bij telers onder de loep wordt genomen. Voor de sociale audits monitoren twee fulltime medewerkers van Nature’s Pride hoe de telers hun werknemers behandelen – of er ethisch gehandeld wordt, hoe veilig de situatie op de werkvloer is, of er een leefbaar loon wordt uitbetaald, of er sprake is van discriminatie en of arbeiders zich kunnen verenigen. ‘We wilden daarvoor per se geen afvinklijstje gebruiken, maar echt de dialoog aangaan met de telers en onze betrokkenheid tonen’, zegt Molendijk. ‘De auditmedewerkers begeleiden de telers via bezoeken en advies. Dat model volgen we nog steeds. Het levert ons veel nieuwe inzichten op en kansen om steeds te verbeteren.’

Het optuigen van de sociale auditafdeling moet dit jaar tot 100 procent sociaal geverifieerde ketens leiden; bij geen enkel schakeltje in de keten mag nog een blinde vlek bestaan over de maatschappelijke impact. Bovendien werd de manier van werken een blauwdruk voor een sectorbreed duurzaamheidsinitiatief onder de vleugels van IDH; SIFAV. Nature’s Pride was één van de eerste ondertekenaars van SIFAV, waar ook Albert Heijn, Chiquita en Del Monte aan deelnemen. In 2012 werd binnen SIFAV de stip op de horizon gezet om in 2020 100 procent sociaal geverifieerd product in te kopen. ‘We liggen op koers’, zegt Molendijk. ‘Vorig jaar zaten we al boven de 90 procent.’ Momenteel is Nature’s Pride voorzitter van het SIFAV Steering Committee. Dit jaar worden samen met de andere deelnemers de duurzaamheidsdoelstellingen voor de periode 2020-2025 vastgelegd. ‘Het is een boeiende tijd,’ vertelt Molendijk. ‘Want we zullen, naast een verdiepingsslag op gebied van arbeidsomstandigheden, nu ook milieudoelstellingen met de sector afspreken. ’

Duurzaam ondernemen is geen marketingtool

Nature’s Pride loopt dus voorop, maar voelt het zich ook verplicht de kar te trekken? Volgens Molendijk heeft het bedrijf lang met deze vraag geworsteld. ‘We hebben altijd gedaan waar we intrinsiek in geloven. Het is een mooie bijkomstigheid als onze activiteiten positief op de sector afstralen’, zegt hij. ‘Maar we zijn altijd vrij terughoudend geweest om uit te wijden over de manier waarop we zaken doen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Terwijl duurzaam ondernemen een belangrijk onderdeel van onze bedrijfsvoering is.’ De reden voor die terughoudendheid: het is deel van de bedrijfscultuur, en geen marketingtool.

Nature’s Pride is trots op de manier waarop ze zaken doen

Toch is er drie jaar geleden iets veranderd bij Nature’s Pride. ‘We zijn namelijk ook trots op de manier waarop wij zaken doen en hoe we samen met onze telers bijvoorbeeld proberen zo min mogelijk water te verspillen. We signaleerden problemen met water en afval, pakten het zelf aan, maar praatten er niet over. We dachten: als we zo actief zijn, dan moeten we daar ook over vertellen. We zijn een commercieel bedrijf maar goed zaken doen is uiteindelijk integraal onderdeel van je succes op lange termijn. Het maakt de relaties met je partners duurzamer en sterker.’

Niettemin blijft het spannend om je uit te spreken, geeft Molendijk toe. ‘Want  als je iets claimt, dan moet je het goed kunnen onderbouwen. Voor je het weet doe je aan green washing.’

Dat probeert Nature’s Pride ook uit te dragen. ‘Binnen SIFAV proberen we een constructieve partner te zijn die keten- en sectorbreed verbeteringen probeert door te voeren’, zegt Molendijk. ‘Voor mijn gevoel lukt dat vrij aardig. Maar de enige toets die je hebt, is dat je ziet dat er meer partijen zich bij zo’n initiatief aansluiten. Deze tijd (door corona, red.) maakt eens te meer duidelijk dat je niet succesvol kunt zijn in een wereld die alleen maar draait om efficiëntie en geld verdienen efficiency, maar dat bewustzijn van de wereld om je heen en een langetermijnvisie net zo belangrijk zijn. Ik denk dat deze crisis een goede wake-up call kan zijn. En dat bedrijven daardoor misschien wel veel meer gaan doen aan IMVO.’

(I)MVO als hygiënenorm

Stel: je runt een restaurant met een grote keuken en bedient elke avond tientallen gasten. Hoe ziet je keuken er dan uit? Spic en span natuurlijk. Elke avond wordt alles keurig opgeruimd en schoongemaakt, en staat er niets te bederven in de koelkast. Bij een verrassingsbezoek van de inspectie, blijkt alles in orde.

Zo logisch als de hygiënestandaard is voor de horeca, moet maatschappelijk verantwoord ondernemen over een tijdje zijn voor alle bedrijven, denkt Frank de Bakker, hoogleraar Corporate Social Responsibility aan de IÉSEG School of Management in het Franse Lille. ‘Ik geloof dat echt, dat de basis van MVO uiteindelijk een soort hygiënefactor zal worden. Iets waar iedereen zich aan houdt en wat je in elk geval op orde moet hebben. Als je op dat punt bent, kun je echt breed stappen zetten op MVO-gebied.’

De overheid zal daarbij wel een sterke stimulerende rol moeten spelen en op zijn strepen moeten staan, stelt De Bakker. ‘Je houden aan de hygiënefactor is ook niet vrijblijvend. Die convenanten, daar zit best muziek in. Maar er moet een stok achter de deur zijn: “presteer je binnen twee jaar niets? Dan stellen we kaders.” Vergelijk het met een klein kind waartegen je zegt: zal ik je dragen of ga je zelf naar boven lopen? Op een gegeven moment zal je zelf die trap op moeten gaan.’

Hoogleraar CSR Frank de Bakker

De Bakker deed de afgelopen vijftien jaar (nu in Frankrijk, daarvoor aan de Vrije Universiteit in Amsterdam) onderzoek naar hoe ngo’s invloed uitoefenen op bedrijven om aan de slag te gaan met maatschappelijk verantwoord ondernemen. De ontwikkelingen die hij de afgelopen jaren waarnam binnen bedrijven stemmen hem naar eigen zeggen gematigd positief.

‘Er wordt nu op veel hoger niveau aandacht besteed aan MVO. Je ziet topmensen bij multinationals naar buiten treden, er wordt in Davos over gesproken bij het World Economic Forum, het staat binnen bestuurskamers hoger op de agenda’, zegt hij. Tegelijkertijd zijn juist die grote bedrijven weerbarstige organisaties. ‘IMVO is voor veel bedrijven om uiteenlopende redenen belangrijk. Zeker als ze zich richten op consumentenmarkten, dan heeft het invloed op je reputatie. Maar het is binnen die bedrijven nog niet zo makkelijk om MVO daadwerkelijk te implementeren. Daarvoor zijn ze te groot of te gewend om op een bepaalde manier zaken te doen. Al proberen veel bedrijven het wel.’

Een voorbeeld daarvan is de groei van het aantal Corporate Social Responsibility (CSR)-managers. Die worden aangesteld om te kijken hoe bedrijven beter en duurzamer kunnen opereren. Maar die stap naar verandering van binnenuit is niet makkelijk gezet, ziet De Bakker. ‘Probeer maar eens in je eentje een heel bedrijf van duizend man mee te krijgen. Daarom gaat het vaak om het zetten van kleine stapjes, niet te ver voor de muziek uitlopen en soms een succesje vieren.’

Vaak genoeg zijn de CSR-managers nog buitenbeentjes binnen de bedrijven, soms worden ze zelfs als een luis in de pels gezien. ‘Een van mijn studenten, die onderzoek doet naar de rol van CSR-managers in grote bedrijven, kwam met een goed voorbeeld. Bij een multinational vond eens een grote demonstratie voor de deur plaats, waarop de CEO tegen de CSR-manager zei: “Moet jij daar niet naartoe gaan, dat zijn toch jouw vrienden die daar staan?” Terwijl zo’n CSR-manager dan als een verlengstuk van een ngo wordt gezien, had de CEO beter zelf het gesprek aan kunnen gaan.’

Maar toch, elke kleine stap is er één, zegt De Bakker. ‘Ik denk wel dat we een toename zullen zien van het aantal CSR-managers en daarmee óók van het aantal MVO-praktijken. En zo kom je steeds dichter bij die hygiënenorm. Nederlandse bedrijven die traditioneel overal en nergens zaken doen, kunnen IMVO nog weleens als een complex geheel zien. Maar dat ontslaat ze niet van verantwoordelijkheden, vind ik. Het argument “het is zo complex” begrijp ik daarom ook niet zo goed. Als jij in tig landen zaken wilt doen, dan heb je ook te maken met tig jurisdicties. Alsof dat niet complex is.’

Lees hier deel één van het tweeluik, over het belonen van koplopers en straffen van freeriders. https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/2020/06/02/beloon-koplopers-en-reken-af-met-freeriders/

Uitgelichte afbeelding: Avocadovelden van Nature’s Pride in Chili

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) is een van de belangrijkste beleidsterreinen binnen de Hulp en Handelsagenda. In 2020 staat er veel op het spel. Zo staan er verschillende evaluaties op het programma en zal minister Kaag in dit najaar het nieuwe IMVO-beleid van het kabinet presenteren.

Vice Versa wil met het dossier het debat in Nederland over IMVO voeden en levendig houden.

Het kennisdossier is een initiatief van Vice Versa in samenwerking met de Civic Engagement Alliance,  het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en de Fair, Green and Global Alliance.

 

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel