Door:
Maria van der Heide

27 mei 2020

Tags

De coronacrisis biedt kansen om te praten over wat het begrip waarde echt betekent in waardeketens, schrijven Maria van der Heide en Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. Waarde wordt nu uitgedrukt in economische termen als winst en groei. Maar wat hebben we aan winst en groei als de grondstoffen op zijn, mensen onbeschermd op straat staan en het klimaat de aarde onleefbaar maakt? Er zijn waardeketens, die wél werken en waar waarde een veel breder begrip is. 5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens.

Door Maria van der Heide en Daniëlle Hirsch

Corona. Kledingmerken annuleren plots hun bestellingen. Binnen een paar weken staan miljoenen fabrieksarbeiders in kledingproductielanden op straat. Zonder geld, zonder toegang tot gezondheidszorg en zonder primaire levensmiddelen.

Laten we wel wezen: corona is niet de oorzaak van het falen van de handels- en waardeketens. Corona legt wel de kwetsbaarheid bloot van een handelssysteem dat geen bestaanszekerheid biedt en faalt op het gebied van welzijn, milieu en economische ontwikkeling. Het toont de enorme afhankelijkheid van ontwikkelingslanden van waardeketens met een zeer beperkt idee van waarde: winst en kapitaalgroei.

De coronaperiode toont als nooit tevoren aan dat onze maatschappij ook andere waarden koestert. Het wordt tijd dat we die waarden als basis nemen voor onze handelsketens. We merken dat we onszelf en anderen tekortdoen als we ons beperken tot het najagen van de laagste prijs, de hoogste winst en het maximaliseren van economische groei. De kwetsbaarheid die we nu onderkennen voor onszelf kan niet zonder consequenties gaan voor internationale samenwerking. Het waarde begrip in de handels- en productieketens moet veranderen. En het kan anders!

 

Waarde onderaan de keten?

In de kledingketen werden binnen no time de kledingarbeidsters in landen als Bangladesh en Myanmar geraakt door de lockdown in Europa. Dit ging vaak gepaard met inhouding van betaling en het afdwingen van kortingen op goederen waarvoor de grondstoffen al waren besteld, die al in productie waren of zelfs de fabriek al hadden verlaten. De vrouwen in de fabrieken vingen de hardste klappen op. Zij waren degenen die geen loon kregen of moesten vrezen voor hun baan, alleen omdat merken geen financieel risico willen lopen. De crisis legt daarmee de scheve machtsverhoudingen keihard bloot.

De grote oorzaak? De manier waarop we waarde toekennen in de ketens.  In handelsketens zoals textiel, koper, palmolie en vele anderen, staat geld verdienen gelijk aan het afwentelen van de ondernemersrisico’s op de mensen die in de productieketen het werk verzetten – de meest kwetsbaren ‘onderaan de keten’, die geen bescherming hebben en dus de grootste risico’s dragen. Het eigen economisch en bedrijfsbelang staat voorop en mensenrechten en milieu bungelen erachteraan. Of zijn, zoals een voorman uit het bedrijfsleven het twee weken geleden verwoordde ‘toeters en bellen waar we nu even geen prioriteit aan kunnen geven’.

Dit kan voor de voorstanders van internationale ketens als aanjager van duurzame en eerlijke ontwikkeling toch niet de gedachte zijn geweest achter de combinatie van de handel- en hulpagenda’s? 

 

Waardeketens als middel voor het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen?

De aanname achter deze handelgeoriënteerde aanpak was dat ketens werkgelegenheid zouden creëren en daarmee lokale economieën verder zouden helpen ontwikkelen. De waardeketens vervullen een cruciale rol in de huidige visie, waarin eerlijke handel op den duur ontwikkelingssamenwerking overbodig zou maken.

De praktijk blijkt weerbarstig. Internationale handelsketens bieden weliswaar werk en afzetmarkten, maar vormen uiteindelijk een zeer kwetsbare basis voor lange termijnontwikkeling. Zolang de economie winst systematisch boven sociale, ecologische en inclusieve waarden stelt, zal er nooit sprake zijn van een duurzame trickle down. In deze crisis is er zelfs sprake van een kick down effect. We zien nu helder waarom internationale handelsketens zoals we ze nu eenzijdig inrichten, niet de silver bullet zijn voor duurzame ontwikkeling.

 

Korte termijn: naleven!

Een aantal belangrijke basiswaarden zijn al vastgelegd in regels. De internationale standaarden voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, zoals vastgelegd in de OESO-richtlijnen en de United Nations Guiding Principles for Business and Human Rights, geven een helder kader waar internationaal opererende bedrijven aan moeten voldoen. Binnen deze kaders wordt ook specifiek ingegaan op hoe je je als bedrijf verantwoordelijk moet terugtrekken uit een handelsrelatie volgens het zogenaamde responsible disengagement.

Voor Nederland zijn deze internationale standaarden op papier al een aantal jaar de basis voor de handelsagenda van Nederland. Het plots annuleren van bestellingen van de grote kledingmerken laat echter weer zien dat dergelijke standaarden niet worden gerespecteerd. Bindende regels op het vlak van IMVO zijn daarom nodig, om te voorkomen dat mensenrechten en vrouwenrechten in de ketens worden geschonden en dat de risico’s worden afgewenteld op de meest kwetsbaren.

Bindende IMVO-wetgeving alleen is uiteindelijk onvoldoende om ketens echt duurzaam in te richten. Handelsketens creëren onvoldoende waarde voor de aarde en alle mensen, zolang kapitaalopbouw de enige variabele blijft.

“De herschikking van de handelsketens als gevolg van de Coronacrisis biedt hen tevens een kans om de maatschappelijke aspecten beter in te bedden in de bedrijfsvoering”

Minister Kaag (3 april 2020 in een brief aan de Tweede Kamer over IMVO)

Nu de wereld van de eerste schok bekomen is en nadenkt over is het tijd om het begrip waarde in waardeketens zo te verbreden opdat ze echt bijdragen aan de brede agenda van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) die in 2030 moeten zijn gerealiseerd.    

 

Inclusieve waardeketens als middel: het kan en het gebeurt al

We bepalen vandaag wat morgen het nieuwe normaal is voor internationale samenwerking. Willen we dat waardeketens voor iedereen werken, dan moeten we nu zorgen dat een aantal kernwaarden onderdeel worden van iedere keten. En onderkennen dat handelsketens een middel kunnen zijn, maar zeker geen doel op zich.

We kunnen veel leren van transformatieve oplossingen zoals agro-ecologie. Het verhoogt de voedselopbrengst, versterkt lokale ecosystemen, verlaagt transportkilometers en is in essentie inclusief en participatief waardoor ook de positie van vrouwen wordt versterkt. Het checkt de boxjes van zo’n beetje alle duurzame ontwikkelingsdoelen en ook nog in samenhang. En zo zijn er meer voorbeelden van inclusieve waardeketens.

Wat zijn dan de 5 kernwaarden in deze ketens waardoor deze wel op een inclusieve manier werken? 

  1. Regionalisering: dichtbij huis

De agenda van de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030 wordt gerealiseerd op lokaal en regionaal niveau. Het is daarom van belang om regionaal of lokaal als kernwaarde te verankeren in waardeketens. Je wil het heen en weer slepen van voedsel en spullen over de hele wereld voorkomen en de afhankelijkheid van die ketens en de machtige internationale spelers hierbinnen verkleinen. Investeer daarom in voedselsoevereiniteit, korte ketens en organiseer lokaal hergebruik. En scoor zo ook de bonus van veel minder transportkilometers en reductie van CO2.

SDG 2, 6, 9, 11, 12, 13, 16

  1. Samen vormgeven: participatieve en inclusieve besluitvorming

Dat betekent dat we de lokale bevolking de lead moeten geven. Zij bepalen welke ketens het beste zijn voor hun bestaanszekerheid, voor de kwaliteit van hun leefomgeving, van het land, het water en de lucht. Zij bepalen wat bestaanszekerheid voor hen betekent en wat een leefbaar loon is.

SDG 3, 4, 5, 8, 10, 11, 16 en 17

  1. Bestaanszekerheid centraal en ecologische kernvoorwaarden geborgd

Stimuleer systemen die de lokale biodiversiteit verhogen en mensenrechten centraal stellen. Dat betekent dat je monoculturen en grootschalige mijnbouw zoveel mogelijk probeert te voorkomen en de focus legt op lokale en kleinschalige systemen, die bijdragen aan bestaanszekerheid. Stimuleer daarnaast zoveel mogelijk het hergebruik van grondstoffen (slechts 9% van de grondstoffen in de wereld wordt hergebruikt).

SDG 1, 3, 5, 6, 8, 13, 14, 15, 17

  1. Het versterken van de stem: vergroot de maatschappelijke ruimte

Slechts 4 procent van de wereldbevolking woont in een land waar men zich vrij kan organiseren en uitspreken. Door te blijven investeren in pleiten en beïnvloeden kunnen maatschappelijke organisaties zich weren tegen inperkingen van mensenrechten en de stem van burgers beter laten horen.

SDG 11, 16

  1. Mondiale waarde gedreven regels

De spelregels van de internationale handel zijn net als de waarden waarop de ketens berusten georganiseerd rondom winst en kapitaalgroei. Leg daarom deze inclusieve kernwaarden vast in nationaal en internationaal bindende spelregels zoals in de Binding Treaty en Due Diligence wetgeving in Nederland en stap af van te vrijblijvende richtlijnen en ongelijkwaardige handelsverdragen in de geest van CETA.

SDG 10, 16, 17

 

Het diep verankeren van de kernwaarden moet nu

Terwijl er nu miljoenen kledingarbeidsters op straat staan, kunnen we niet de weg van de geleidelijkheid volgen. Zij verkeren nu in acute nood en zijn afhankelijk van de bestaande ketens om enig inkomen te kunnen verwerven. En vele boeren en boerinnen, mijnwerkers en anderen onderaan de keten met hen.

Dit is daarom het moment om kritisch en met een open mind te kijken naar de potentie van internationale handelsketens om wél bij te dragen aan ontwikkeling, welzijn en weerbaarheid van mensen over de hele wereld. Het effect van corona op de mensen die afhankelijk zijn van deze ketens dwingt ons een nieuw waarde begrip te gaan hanteren. Alleen dan zal de handel- en hulpagenda leiden tot investeringen in ketens die kernwaarden verankeren, in lijn met de duurzame ontwikkelingsdoelen.

Overheden, lokale bevolking en lokale ondernemers en producenten weten welke ketens een duurzame basis voor ontwikkeling kunnen zijn. Als we de kracht van lokale en regionale waardenketens als onderdeel van de toekomst zien, dan zullen we de handel en hulpagenda’s daadwerkelijk op één lijn brengen.

Maria van der Heide is Hoofd beleid & campagnes bij ActionAid en Danielle Hirsch is directeur van Both ENDS. Samen met Clean Clothes Campaign, TNI, SOMO en Milieudefensie werken vormen deze organisaties de Fair Green and Global Alliantie (FGG). Binnen FGG wordt er met meer dan 1000 partnerorganisaties gewerkt aan lokale uitdagingen en mondiale samenwerking.

 

 

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) is een van de belangrijkste beleidsterreinen binnen de Hulp en Handelsagenda. In 2020 staat er veel op het spel. Zo staan er verschillende evaluaties op het programma en zal minister Kaag in dit najaar het nieuwe IMVO-beleid van het kabinet presenteren.

Vice Versa wil met het dossier het debat in Nederland over IMVO voeden en levendig houden.

Het kennisdossier is een initiatief van Vice Versa in samenwerking met de Civic Engagement Alliance,  het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en de Fair, Green and Global Alliance.

 

De roep om inclusieve ontwikkeling komt uit het zuiden

Door Lieke Scheewe | 03 december 2020

In de geschiedenis van internationaal beleid rond handicap heeft het mondiale zuiden ondanks scheve machtsverhoudingen een belangrijke rol gespeeld. Het VN Verdrag Handicap, dat door Nederland als een van de laatste landen ter wereld werd geratificeerd, daagt ook ons uit om nu eindelijk in actie te komen en ontwikkelingssamenwerking meer inclusief te maken, schrijven Lieke Scheewe (Dutch Coalition on Disability and Development) en Paul van Trigt (Universiteit Leiden).

Lees artikel

Dangote wants to increase Nigeria’s self-reliance on food

Door Emmanuel Ndadozie | 30 november 2020

Nigeria relies largely on imported food to feed its population. Some years ago, the Nigerian multinational Dangote decided to change this situation. It started by purchasing six rice mills that will become operational in the next 18 months. Dangote Rice has started restructuring the rice farming sector tells Robert Coleman, Agricultural Director of Dangote’s rice business in Nigeria. ‘I believe agriculture is the future of Africa.’

Lees artikel

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel