Door:
Marlies Pilon

7 mei 2020

Tags

Vanavond begint de nieuwe zesdelige televisieserie Dominee of Koopman over 70 jaar Nederlandse ontwikkelingshulp aan Afrika. Presentator Patrick Lodiers wordt flink de oren gewassen. Reizend door het Afrikaanse continent praat hij met vissers, ministers, vrijwilligers, jongeren en zakentycoons. Wat vinden zij eigenlijk van onze hulp? De serie is klaar, maar Lodiers is zo door het thema gegrepen, dat hij flirt met het idee van een carriereswitch…

Toen Patrick Lodiers hoorde dat een bekende filmproducent rondliep met het plan voor een serie over ontwikkelingssamenwerking in Afrika, twijfelde hij geen seconde. ‘Ik moest en zou hieraan meewerken!’, vertelt de tv- en radiopresentator enthousiast in café de Eendracht, beter bekend als de huiskamer van Abcoude. Omdat zijn agenda zo overloopt hebben we in zijn woonplaats afgesproken, als de zon allang in de zee is gezakt. Lodiers maakt van de nood een deugd: ‘Biertje?’

Ja, lekker. Waarom wilde je deze serie zo graag presenteren?

 ‘Ik ben gefascineerd door het Afrikaanse continent, al mijn hele leven. Ik ben katholiek opgevoed en bij ons in het kerkje in Souburg werd vroeger altijd gecollecteerd. De eerste collecte was voor de eigen parochie, daar ging veel geld in. De tweede was het voor het bisdom, die kreeg al wat minder. En de dienst eindigde met een collecte voor ‘de missie’, daar ging dan hoogstens een kwartje of dubbeltje naartoe.’

Als klein jongetje realiseerde Lodiers zich al: hoe verder weg, hoe minder geld we ervoor willen geven. Hij raakte gefascineerd door de verhalen van de pastoor die de missie in Opper-Volta (het huidige Burkina Faso, red.) runde. Het resulteerde in een epische autoreis van Antwerpen, waar hij in zijn studententijd woonde, naar de Senegalese hoofdstad Dakar. Sindsdien reist hij vaak heen en weer. Hoe diep de liefde voor het continent gaat, bewijst de naam van zijn tweede zoon, die hij Toots Thaddeus Afrika doopte.

 In de tv-serie Dominee of Koopman vraag je je af wat zeventig jaar ontwikkelingssamenwerking Afrikaanse landen nu precies heeft gebracht. Hoe heb je je voorbereid?

‘We hebben het grondig aangepakt. Ik heb les gekregen van Paul Hoebink, bijzonder hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Nijmegen. En er is veel gebrainstormd met de oude rotten uit het vak. Ik wilde dat het een serie zou worden die de kijker een nieuw perspectief geeft. Wat begon als paters op missie is nu uitgegroeid tot een miljardenindustrie. Maar wat hebben we precies gegeven? Want met de hulp kwam ook de moraal, en het eigenbelang.’

 Waar ben je gaan zoeken naar een antwoord op die complexe vraag?

‘Het mooie van de serie vind ik dat we niet hier in Nederland aan de usuals suspects als Pronk en Koenders vragen hoe zíj kijken naar ontwikkelingssamenwerking. Nee. We geven de microfoon aan de ontvangers van onze hulp. Hoe kijken Senegalezen, Ghanezen, Rwandezen, Oegandezen, Kenianen en Ethiopiërs aan tegen onze inmenging? Het is een logische, maar ook spannende vraag, en door het perspectief om te draaien krijg je verrassende, soms pijnlijke inzichten.

‘Ook gaan we langs bij de nieuwe generatie van artiesten en politici in de zes landen die we bezoeken, we praten met Nederlandse vrijwilligers en ontwikkelingswerkers ter plaatse. We proberen echt de verschillende kanten van het verhaal te laten zien. Van een Chinese zakenman in Ethiopië tot een Senegalese rapper in Dakar en Afrikajournalist Koert Lindijer in Kenia. Wat ik mooi vond om te zien is het nieuwe bewustzijn dat in veel Afrikaanse landen voelbaar aanwezig is. In tegenstelling tot bijvoorbeeld twintig jaar geleden werd ik nu wél om de oren geslagen; “Hallo zeg, wat zijn jullie paternalistisch bezig geweest, jullie hebben nooit echt naar ons geluisterd!” Terecht, natuurlijk. In Rwanda zei de minister van Buitenlandse Zaken tegen mij ”You might not realise it, but we have graduated from kindergarten.”

Die Rwandese minister vertelde je ook dat Rwanda tegen 2021 geen hulp meer wil ontvangen. Waarom niet?

‘President Kagame ziet liever wat minder bemoeienis. Hij vindt dat Rwanda op eigen benen moet staan. Toch voel je de onderhuidse spanningen, het schuurt daar nog. In Rwanda spreek ik met Romee Pameijer, een Nederlandse VN-medewerker die net na de genocide van 1994 de noodhulp verzorgde. Nederland haalde toen meer dan zeventig miljoen gulden op met een nationale hulpactie, een absoluut record, en een karavaan van ngo’s trok naar het vernielde land. Die Nederlandse ngo’s zitten daar nog steeds. De Rwandese overheid erkent dat onze hulp heeft geholpen om op te krabbelen, maar wil nu op eigen benen staan.’

De zesdelige serie legt de pijnpunten van de hulpsector genadeloos bloot. Oud archiefmateriaal laat zien hoe de framing doorspekt was van koloniaal taalgebruik (‘De arme negerinnetjes uit dit dorpje zullen wij van naaigerei voorzien!’). Het doet je afvragen hoe we over twintig jaar terugkijken op de hulp nu. Als kijker besef je hoe complex de hulpsector in elkaar zit, zie je de bevlogenheid van Nederlandse ontwikkelingswerkers maar voel je ook wat een dubbel spel wordt gespeeld.

Multinationals pikken er ruwe grondstoffen voor een prikkie weg, maar er komt wel hulp in de vorm van een radioshow die moet voorkomen dat werklozen de reis naar Europa ondernemen. Patrick Lodiers wandelt, drinkt, luistert en lacht zich door de serie heen, met dit stekelige thema op zijn rug. Het is fijn dat hij zijn eigen mening en ego buiten beeld houdt. Het siert hem dat hij geen oordeel geeft of velt, maar gewoon luistert.

Door de keuze voor controversiële, actuele dilemma’s blijf de serie boeien. Wat moeten we bijvoorbeeld maken van het feit dat voormalig donor darling Rwanda – ondanks de allure en smetteloosheid van hoofdstad Kigali leeft bijna zestig procent onder de armoedegrens – de nieuwe shirtsponsor van Arsenal is? Bijna veertig miljoen trok President Kagame uit voor het laten printen van visit Rwanda’ op de rood-witte tenues van zijn favoriete voetbalclub. Sommige Nederlandse politici liepen rood aan en wilden alle hulp stoppen. Minister Kaag vond de actie “best slim”.’

In de serie zien we Lodiers, altijd gekleed in een vlot overhemd met lange mouwen (waar dan wat wit borsthaar bovenuit bulkt), samen met de Rwandese zakenman Eugene Nyagahene langs de oevers van het sprookjesachtige Kivumeer wandelen. Het meer meandert om een deel van de duizend groene bergen van het vruchtbare Rwanda. De tycoon laat de presentator zijn nieuwste toeristische project-in-aanbouw zien, een luxueus boutique-hotel. Vlakbij de gorilla’s, de toeristische trekpleister van het land. En mét helikopterplatform en een haven voor de jachten. Het geraamte staat al.

‘Waarom is toerisme zo belangrijk voor Rwanda?’, vraagt Lodiers, de pretoogjes achter zijn bril samenknijpend. De zakenman: ‘Door klimaatverandering is de tijd van mineralen en olie voorbij, de volgende goudmijn is toerisme. Onze overheid wil handel, geen hulp. Daarom is het juist goed dat we Arsenal sponsoren. Want als je business wilt, heb je toch marketing nodig?’ Als Lodiers hier tegenin brengt dat zo’n deal wat wrang voelt omdat Rwanda nog steeds een arm land is dat ontwikkelingshulp krijgt, zegt Nyagahene: ‘Je kan wel op een goudmijn zitten, maar als je niet zelf investeert in het graven, blijf je altijd straatarm! Waarom zouden wij niet vooruit mogen, dat is toch juist de bedoeling?’

In de serie word je inderdaad opvallend vaak de oren gewassen. Terecht?

‘De mensen die ik spreek verwoorden heel scherp wat het probleem, of het dilemma is. Ik sta daar dan om te luisteren. Echt luisteren, dat hebben we lang niet altijd gedaan. Soms kon ik alleen maar “sorry” zeggen. Zoals in Senegal, waar ik aan het strand met een visser in gesprek raak. Hij vertelt me dat er vroeger genoeg vis was voor iedereen, nu vangt hij nog nauwelijks iets. Onder meer Europese boten vissen de zee voor de kust van Senegal leeg – zij omzeilen de viswetten, mede mogelijk gemaakt door de corrupte Senegalese overheid. Wij maken daar vismeel van voor onze veestapel. Maar de Senegalezen vangen daarom nauwelijks nog vis, terwijl de helft van de bevolking van de visvangst afhankelijk is. Zij zitten zonder eten, en zonder baan. Ja, logisch dat ze dan elders op zoek gaan naar werk. Ik ga nog een biertje bestellen, wil je ook?’

Prima. Je bedoelt dat Senegalezen naar Europa willen? In de serie laat je zien hoe onze hulp steeds meer focust op het terugdringen van migratie.

‘Ja. Die aflevering heet niet voor niks Wel de vis, niet de vissers. De zee is zowat leeggevist, en onze hulp aan Senegal bestaat vervolgens uit het opzetten van landbouwprojecten die migratie moeten terugdringen. Iemand zegt dan tegen mij: “Jullie hebben al onze vis geroofd, en nu geven jullie ons kruimels terug, zogenaamd om ons te helpen.” Dat is gewoon pijnlijk, toch? Die jonge visser wilde toch naar Europa komen, om geld voor zijn gezin te verdienen. Net als zoveel werkloze Senegalezen. Maar veel liever blijven zij natuurlijk op eigen geboortegrond, bij familie en vrienden. En dan noemen we hem een gelukzoeker.’

Iedereen in de ontwikkelingssector kent wel het gezegde over de vis en de hengel. ‘Geef iemand geen vis, maar geef hem/haar een hengel om te vissen.’ Lodiers vertelt dat hij zich realiseerde dat die realiteit in Senegal niet opgaat, want wat we er niet bij zeggen is ‘dat ondertussen een enorme buitenlandse trawler zijn zee leegvist, zodat er überhaupt nauwelijks nog vis te vangen is! Daar sta je dan, met je hengeltje. Die visser zei: jullie wegen in tonnen, wij in kilo’s. Dat komt bij mij hard binnen, ja. Maar ik ga er wel van aan staan. Het is wel nodig dat we zijn stem ook horen.’

De serie laat zien dat hulp en eigenbelang nogal intieme partners zijn. Toch zien we ook projecten die wel slagen.   

‘Wij geven al zeventig jaar hulp aan Afrika, in zoveel soorten en maten. In Kenia bezoek ik een aantal particuliere initiatieven, zoals de kinder- en rehabiltatieprojecten  van  Harrie Oostrom. Hij is de oom van mijn vriendin, ik volg zijn projecten al jaren. Imani Rehabilitation Agency en stichting Imani van Harrie, midden in Nairobi’s grootste sloppenwijk, vangen te vondeling gelegde baby’s en straatkinderen op. De mensen van Imani hebben sinds 1992 al meer dan 4 duizend kinderen van de straat gered en hen een opleiding gegeven. Daar kan je niet echt tegen zijn, zeg maar. De Nederlandse onderzoeker Sara  Kinsbergen bracht 800 van deze zogeheten particuliere initiatieven in kaart, haar onderzoek zegt dat PI’s over het algemeen goed werk verrichten. Maar de onderbelichte oorzaken van armoede los je er natuurlijk niet direct mee op.’

Als je terugdenkt aan de serie, wat is dan echt blijven hangen?

‘Het nieuwe elan dat door de straten zoemt, de trots die ik zag op de gezichten. Ik reed in mijn studententijd van Antwerpen naar Dakar, dat was dertig jaar geleden. Wat een metamorfose met wat ik dit keer zag. Er is in veel landen een opkomende middenklasse, veel meer mensen gaan naar school. Er is een besef dat verandering van binnenuit moet komen, een nieuw zelfbewustzijn.

‘Tegelijkertijd heb ik gezien hoe hulp een doekje voor het bloeden blijft, als multinationals alle grondstoffen exporteren. Eerlijke handel zet natuurlijk nog veel meer zoden aan de dijk. Ik zag ook hoe moeilijk westerse overheden en hulporganisaties het vinden om de controle en de macht over te dragen aan lokale partners. Wij bepalen nog te veel wat zij nodig hebben. Daarom is het Shift  the Power-debat (dat Patrick Lodiers voor Vice Versa modereerde, red.) zo razend interessant en nodig. Kunnen wij het eigenaarschap daadwerkelijk uit handen geven en overhevelen aan lokale partners? Ontwikkelingsorganisaties hier zeggen wel dat ze zichzelf willen wegcijferen, maar ze doen het niet. Want de partner in het zuiden moet worden “gecontroleerd” en/of “bijgestuurd”. Volgens mij is er een nieuwe mentaliteit nodig. Ik zie dat we onze macht nog te veel willen vasthouden.’

Het klinkt alsof dit onderwerp je nog niet heeft losgelaten.

Lodiers haalt een hand door zijn warrige coupe, begint wat geheimzinnig te lachen, wrijft de handen in elkaar. Na wat aarzelen vertelt hij in gesprek te zijn met professoren van de Radboud Universiteit, die bezig zijn met het vormgeven van een intensieve master voor mensen uit het bedrijfsleven, ‘en mensen zoals ik’. Die is nog in ontwikkeling, maar moet gaan over de problemen en dilemma’s die komen kijken bij armoedebestrijding. Lodiers: ‘Ik zou dan een soort proefkonijn zijn. Mijn werk voor radio en tv is natuurlijk fantastisch, maar dit wil ik ook graag doen ja! Zullen we nog een laatste biertje bestellen?’

Vooruit, laten we proosten op deze primeur. Wat zou je met die kennis willen gaan doen?

‘De hulpsector gaat een nieuwe fase in, de macht verschuift van hier naar daar. Ik wil daar graag aan meehelpen. Kijk, ik geloof echt in ontwikkelingssamenwerking, maar ngo’s moeten serieus gaan nadenken over een nieuwe bestaansvorm. Ik wil daar graag een nieuwe impuls aan geven. Toen ik voorzitter van BNN was, leerde ik op bestuurlijk vlak natuurlijk heel veel. Hoe je een organisatie door een transitieperiode stuurt. Nu gaan mijn handen weer jeuken! Dat je bij zo’n ngo van binnenuit gewoon eerlijk zegt: ik kom hier werken, maar misschien dan wel om het licht uit te doen. Als we echt willen helpen, moeten we onszelf minder belangrijk maken. De grote vraag is: zijn we daartoe in staat?’

De nieuwe serie Dominee of Koopman, over zeventig jaar ontwikkelingssamenwerking, is vanaf 8 mei te zien bij BNNVARA op NPO 2. Ze is geproduceerd door Pieter van de Huystee Film.

 Patrick Emanuel Martinus Lodiers (1971) groeide op in Vlissingen en studeerde aan de filmacademie van Brussel. Voor BNN presenteerde hij een reeks spraakmakende programma’s, waaronder Over mijn Lijk, de Grote Donorshow en Patrick in Uruzgan. Hij was voorzitter van BNN en presenteert momenteel bij BNNVARA op NPO Radio 1 De Nieuws BV en De Overnachting.

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel

De Utstein coalitie voegde de daad bij het woord

Door Ron Keller | 20 juli 2020

Er is geen enkel samenwerkingsverband geweest dat zo uniek en invloedrijk was als de Utstein coalitie (U4) van vier vrouwelijke ministers voor ontwikkelingssamenwerking, waaronder de Nederlandse Eveline Herfkens. Dat schrijft oud-topambtenaar Ron Keller als reactie op de recensie die Paul Hoebink schreef over een recentelijk verschenen boek over de U4.

Lees artikel