Door:
Frank van Lierde

20 april 2020

Tags

Wat betekent corona voor de situatie in vluchtelingenkampen? We spraken met noodhulpexpert Paul Borsboom. ‘Aan vluchtelingen wordt buiten hun papieren bijna nooit iets gevraagd, alleen iets opgelegd, verboden of uitgedeeld. Vraag aan mensen zelf hoe ze het best afstand kunnen houden. Waarom ze wel of niet hun handen wassen. Hoe je hen kan helpen om die afstand te bewaren. Ga met hun antwoorden en hun talenten aan de slag. Dan kom je veel verder dan wanneer je zaken alleen maar oplegt.’

De wereld telt vandaag bijna 71 miljoen vluchtelingen en ontheemden. Dat is twee keer zoveel als in het jaar 2000. Voor hen zijn coronamaatregelen – afstand houden, binnen blijven – zo goed als onmogelijk. Het is dan ook de vraag of de grote VN-vluchtelingenkampen eigenlijk wel ingericht zijn op preventie van besmetting.

Paul Borsboom

‘Niet echt’, zegt Paul Borsboom noodhulpdeskundige van Cordaid. Borsboom heeft gewerkt in vluchtelingenkampen in Griekenland, Irak, Zuid-Soedan, Haïti en Noord-Oeganda. Hij zorgt, als zogeheten WASH expert (water, sanitatie en hygiëne), dat vluchtelingen over voldoende schoon drinkwater, toiletten en zeep kunnen beschikken. Cruciaal in de strijd tegen infectieziekten.

‘Die kampen zijn bedoeld om mensen die gewapend geweld of natuurrampen ontvluchten tijdelijk te beschermen’, vervolgt hij. ‘Als het goed geregeld is, zijn er basisvoorzieningen: huisvesting, voedsel, water, gezondheidszorg. Maar het komt er toch op neer dat je mensen op een kluitje zet, wat virusverspreiding flink in de hand werkt. Cholera, ebola, en ook corona, gaan als een lopend vuurtje door zo’n kamp. Het is de catch-22 van vluchtelingenkampen: ze brengen mensen in veiligheid, maar het zijn in andere opzichten ook onveilige plekken.’

Wat moet je doen om verspreiding van een ziekte als corona in die kampen toch tegen te gaan?

Nog meer aandacht besteden aan water, sanitatie en hygiëne. Je moet barrières opwerpen. Door te zorgen voor veilig en schoon drinkwater, dat er schone latrines zijn, werkende afvoer- en drainagesystemen, vuilnisophaal, plekken waar mensen zichzelf en hun kleren kunnen wassen. Voor voldoende zeep om vaak handen te wassen. Voor al die zaken zijn er wereldwijde SPHERE standaarden: minimale leefruimte van 3,5 vierkante meter per persoon, 7 tot 15 liter water per dag per persoon, minimaal aantal watertappunten en latrines per x aantal gebruikers. Dat is de hardware.

Ook de software is van belang: campagne voeren zodat volwassenen en kinderen weten waarom ze goed hun handen moeten wassen en latrines moeten gebruiken. Zijn die basisvoorzieningen en die voorlichting er niet, dan is zo’n kamp binnen de kortste keren een gigantische epidemische broedplaats. Daarom ook is de coronacrisis vele malen acuter in informele kampen waar vaak niet-geregistreerde vluchtelingen het zonder veel toezicht of grootschalige hulp moeten stellen. En waar mensen nog veel minder geordend samenleven, net zoals in sloppenwijken.’

Zijn die voorzieningen er wel in de meeste ‘officiële’ kampen?

Bij acute rampen, vaak natuurrampen als aardbevingen of overstromingen, komt de vluchtelingenstroom te snel op gang om op tijd een kamp op te zetten. Mensen rennen weg, dagenlang, van de ene dag op de andere, en gaan ergens zitten in een veld, op een heuvel, met niets dan wat zeiltjes op stokken. Het is behelpen in het begin. Je sleept water aan met trucks, mensen hebben nog geen dak boven hun hoofd. Dan komt de hulp op gang en met de week verbetert de situatie. Maar in Irak bijvoorbeeld, waar we wisten dat de slag om Mosul zou gaan beginnen, stonden de kampen er nog voor de ontheemden aankwamen.’

Is een gebrek aan ruimte, met alle besmettingsgevaren van dien, iets wat je in alle kampen ziet?

Vluchtelingenopvang zoals in Noord-Oeganda is een gelukkige uitzondering. De overheid heeft het daar anders aangepakt. Het hele idee van tijdelijkheid hebben ze losgelaten. Ze wisten dat de vluchtelingen uit Zuid-Soedan niet snel zouden terugkeren, gezien de aard van het conflict daar. Dus stelden ze stukken land ter beschikking waar vluchtelingen zich konden vestigen. Die wonen er nu, in eigen woningen, niet op elkaar, maar gespreid. Het is dan ook niet echt een kamp, maar een settlement. Gevluchte families hebben een stukje land van 50 bij 50 meter, wat het qua physical distancing en binnen blijven, een stuk makkelijker en veiliger maakt. Er is ruimte. Daardoor kun je afstand organiseren én kunnen mensen hun eigen voedsel verbouwen of zelfs verkopen. Wat hen ook weer minder afhankelijk maakt van voedselhulp.

Overigens blijven de meeste kampen vaak veel langer bestaan dan aanvankelijk de bedoeling was. Gemiddeld een jaar of 15. Sommige kampen worden gesloopt, andere veranderen in permanente dorpen of steden. Je hebt Palestijnse vluchtelingenkampen die al 70 jaar bestaan. Die lange levensduur van kampen is iets wat veel meer zou moeten worden meegenomen in het beheer en de inrichting ervan. Het is een moeilijke balans, want je wilt ook niet dat mensen langer in kampen zitten dan nodig. Of dan ze zelf willen. Want doorgaans willen mensen niets liever dan teruggaan naar huis. Maar dan in veiligheid.’

Vluchtelingen zijn vaak jong. Een geluk bij een ongeluk als het gaat om coronarisico’s?

Ach, ook in Nederland liggen er jongeren op de IC. En ik schat dat de weerstand en de gezondheid van vluchtelingen een stuk lager is door slechte voeding, slechte hygiëne, gebrek aan goede zorg en verzorging. Ik ben geen gezondheidsexpert, maar ik weet wel dat een lage weerstand meer risico op infectie betekent.’

Hoe organiseer je physical distancing in een vol kamp?

Je moet door een sociale en culturele muur. Veel meer dan bij ons speelt het leven in Afrikaanse, Arabische en Caribische landen zich af op straat en is fysieke contact bij begroetingen veel belangrijker. De krappe setting van een kamp versterkt dat alleen maar. Mensen zijn tot elkaar veroordeeld. Wij hebben het in Nederland al moeilijk met social distancing. Kun je nagaan hoe het is in vluchtelingenkampen. Nog even los van het feit dat naar de markt gaan, juist voor vluchtelingen in een kamp, een kwestie is van overleven.

Toch moet je juist daar besmettingsbarrières en restricties gaan invoeren. Met veel voorlichting, door quarantaineplekken in te richten, door te zorgen dat het verkeer tussen huishoudens en families minder wordt. Door mensen ook de mogelijkheid te geven om afstand te bewaren. Zonder dat je, en daar ligt voor mij de grote uitdaging, de waardigheid van vluchtelingen nog verder aantast. Medemenselijkheid is de basis van noodhulp, maar is steeds verder te zoeken. Hoe mensen nu worden opgevangen in Griekse kampen is echt stuitend. De opvang die de nood en het lijden zou moeten verminderen, draagt bij aan lijden en is een crisis in een crisis geworden.’

Gaat corona de noodhulp in kampen blijvend veranderen?

Het belang van schoon water, sanitatie en hygiëne wordt alleen maar groter. En hoe reguleer of beperk je verkeer tussen mensen op een kluitje? Dat kan militair en gedisciplineerd. Maar dat werkt niet in een kamp. Mensen zijn al zoveel vrijheden ontnomen. De SAD-afkorting zegt het goed. Safety: bescherm mensen tegen het onmiddellijke gevaar waarvoor ze vluchten. Access: bied iedereen, maar vooral minderheden en de meest kwetsbare mensen, toegang tot basisdiensten als zorg. En dignity: laat mensen in hun waarde, ga menswaardig met ze om.

Die D van dignity wordt steeds belangrijker. Hoe meer vluchtelingen en ontheemden er zijn, hoe meer de wereld alleen maar spreekt over vluchtelingen als mensenmassa’s en stromen, en niet als mensen zoals jij en ik, hoe meer hulpverleners die waardigheid van elk individu moeten beschermen. Ieder mens heeft recht op een waardig bestaan.’

Hoe organiseer je waardigheid in een kamp?

Door mensen aan te spreken als mens. Niet als slachtoffer, niet als groep, niet als vluchteling. Door ze te laten meedraaien in het reilen en zeilen van een kamp, met hun talenten als boeren, artsen, ingenieurs, loodgieters, bouwvakkers, leraren. Door ze daarvoor te betalen. Door mensen geld te geven waar ze zelf over kunnen beschikken. Door naar hen te luisteren. Door hen te vragen wat voor hen het beste is, in de extreem moeilijke omstandigheden waarin ze zich bevinden.

Aan vluchtelingen wordt buiten hun papieren bijna nooit iets gevraagd, alleen iets opgelegd, verboden of uitgedeeld. Vraag aan mensen zelf hoe ze het best afstand kunnen houden. Waarom ze wel of niet hun handen wassen. Hoe je hen kan helpen om die afstand te bewaren. Ga met hun antwoorden en hun talenten aan de slag. Dan kom je veel verder dan wanneer je zaken alleen maar oplegt.’

Denk je dat corona de grootste zorg is van vluchtelingen in de overvolle kampen? Of komt dat naast alle andere ellende en trauma’s die mensen hebben, op plaats twee of drie?

Reken maar dat vluchtelingen op Lesbos gek worden van angst. Het virus is een onzichtbare vijand. Je wilt ervan weglopen. Maar mensen zitten op een kluitje met een hek eromheen. Ze kunnen nergens heen, ze kunnen amper met een boog om anderen heen lopen. Natuurlijk leidt dat tot paniek en rellen. Die zijn er sowieso al in veel kampen.

Mensen leven onder hoogspanning. Ze zijn getraumatiseerd, leven boven op elkaar, hebben geen toekomstperspectief, geen eigen plek, zijn slecht gehuisvest. Er zijn spanningen tussen bevolkingsgroepen en nationaliteiten, tussen families op drift, tussen jonge mannen, tussen mannen en vrouwen. Genderspecifiek geweld is een groot probleem in kampen. Daar komt de coronapaniek nu nog eens overheen. Het is de meest pijnlijke situatie die je je kunt bedenken: mensen zijn weggelopen voor gevaar en nu zitten ze in de val en kunnen niet vluchten voor het virus.

Ook voor hulpverleners en kampmanagers is corona een hoofdpijndossier. Al die spanningen moet je onder controle proberen te houden. Puur wat besmettingsgevaar betreft, zijn hygiëne en handen wassen nu topprioriteit. Dat zijn de grootste brekers van de infectie, net als bij cholera-uitbraken. Beperk interactie tussen families, tussen woonruimtes, op markten, scholen, gezondheidscentra. Zorg voor veilige begrafenissen, want ook die gaan gewoon door.’

Wat moet Europa, wat moet Nederland doen voor vluchtelingen die in de val zitten? Vooral nu wij zelf midden in de coronastorm zitten?

Mensen die in de val zitten moet je een uitweg bieden. In de eerste plaats door ze menswaardig op te vangen, gespreid over lidstaten. Dat is een kwestie van menselijk fatsoen en waardigheid en van internationale verplichtingen en verdragen. Het is waar Cordaid voor staat: omzien naar elkaar! En waar we aan werken voor vluchtelingen, ontheemden en andere noodlijdende mensen in landen als Irak, Oeganda, Sierra Leone, de Centraal Afrikaanse Republiek, DR Congo, Afghanistan.

Maar juist in deze coronatijden is het ook een kwestie van gezond verstand en eigenbelang. Als je mensen op drift niet behoorlijk opvangt en aan hun lot overlaat, dan is controle van het virus nog veel en veel moeilijker. Als je mensen die bij jou aankloppen en die behandeld zouden moeten worden of in quarantaine zouden moeten zitten, laat rondzwerven en verkommeren, dan maak je de risico’s, ook voor anderen, alleen maar groter. Met mensonterend asielbeleid snijdt Europa – ook Nederland – zich steeds dieper in de vingers. We zijn als wereld zo druk bezig met de volksgezondheid. Juist daarom moet je de meest kwetsbare groep – vluchtelingen en ontheemden – menswaardig opvangen en beschermen.

Europa heeft de plicht, en Nederland deelt in die verantwoordelijkheid als lidstaat, om een einde te maken aan de mensonterende toestanden in de Griekse vluchtelingenkampen. Juist nu, tijdens deze coronacrisis. Nederland kan om te beginnen kinderen opnemen die nu aan hun lot overgelaten zijn in Lesbos. Ontvang vluchtelingen die nu in Lesbos verkommeren in door corona leegstaande hotels of op lege cruiseschepen. Doe iets! En Nederland is het helemaal aan zichzelf verplicht om menswaardige opvang te regelen voor vluchtelingen in het eigen Koninkrijk. Niet enkel in Nederland, maar vooral ook voor de tienduizenden vluchtelingen uit Venezuela die nu in mensonterende omstandigheden moeten overleven op Nederlands grondgebied op Aruba, Bonaire en Curaçao. Het is ook waar we Premier Rutte onlangs toe opriepen, samen met andere hulporganisaties en academici.’

Veel mensen hopen dat de wereldwijde coronacrisis samenlevingen ten goede gaat veranderen. Waar hoop je zelf op?

We zijn in Nederland vergeten hoe goed we het eigenlijk met z’n allen hebben. Te goed, te veel, te breed. Alles moet en mag, gewoon omdat het kan. We zijn vergeten dat teveel ten koste kan gaan van de essentie. Die essentie is leven in vrijheid, veiligheid en gezondheid. Met een beetje geluk ook nog eens met de mensen van wie je houdt.

Ik hoop dat de coronacrisis ervoor zorgt met z’n allen iets verantwoordelijker omgaan met wat we hebben. En dat de reflectie die komt met lockdowns ook leidt tot meer medemenselijkheid. Meer solidariteit. Met mensen in armoede in Nederland, maar ook met 70 miljoen mensen op de vlucht die geen kant op kunnen en die alles kwijt zijn. Daarvoor hoef je niets in te boeten aan vrijheden en rechten. Integendeel. Je vermenigvuldigt ze.’

(Interview door Frank van Lierde. Lees ook zijn  interview met gezondheidsexpert Jos Dusseljee  over corona in Afrika.)

Fotobijschrift: Settlement voor vluchtelingen uit Zuid-Soedan in Noord-Oeganda. 2018 © Petterik Wiggers

Wacht nou eens op de hulpvraag!

Door Anika Altaf | 29 mei 2020

Bij deze COVID-19 crisis initiëren ontwikkelingsorganisaties allerlei acties in tientallen landen in Azië en Afrika. Maar sluiten die wel aan op waar mensen behoefte aan hebben en zijn deze wel kosteneffectief? Anika Altaf en Betteke de Gaay Fortman pleiten ervoor om niet in oude reflexen terug te vallen, maar nauwgezet uit te zoeken wat de hulpvraag is en goed te luisteren naar de mensen om wie het gaat.

Lees artikel

Corona steun via particuliere initiatieven

Door Marc Broere | 28 mei 2020

Niet alleen grote organisaties zijn actief met het geven van noodhulp tijdens de coronacrisis. Wilde Ganzen is een speciaal corona fonds gestart voor Nederlandse particuliere initiatieven en hun lokale partners. Zij zitten vaak in haarvaten van de samenleving en kunnen de meest gemarginaliseerde groepen bereiken.

Lees artikel

5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens

Door Maria van der Heide | 27 mei 2020

De coronacrisis biedt kansen om te praten over wat het begrip waarde echt betekent in waardeketens, schrijven Maria van der Heide en Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. Waarde wordt nu uitgedrukt in economische termen als winst en groei. Maar wat hebben we aan winst en groei als de grondstoffen op zijn, mensen onbeschermd op straat staan en het klimaat de aarde onleefbaar maakt? Er zijn waardeketens, die wél werken en waar waarde een veel breder begrip is. 5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens.

Lees artikel