Door:
Siri Lijfering

14 april 2020

Tags

Jenny Hodgson

‘Stop met ons uit onze eigen markt concurreren!’, schrijven Zuidelijke maatschappelijke organisaties in een open brief aan internationale ngo’s, waaronder Action Aid, Oxfam International en World Vision. Grote organisaties houden volgens de briefschrijvers de ongelijke machtsbalans in stand door lokale fondsenwerving. Jenny Hodgson, directeur van het Zuid-Afrikaanse Global Fund for Community Foundations, legt uit hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Afgelopen maand publiceerde het Shift the Power-netwerk, een coalitie van maatschappelijke organisaties die zich inzet voor eerlijkere machtsverhoudingen tussen Noordelijke en Zuidelijke ngo’s, een open brief aan internationale ontwikkelingsorganisaties (INGO’s) die het plan hebben opgevat hun organisatie te ‘lokaliseren’. Deze beweging, waarbij INGO’s in de landen waar ze werken bureaus met lokaal bestuur opzetten om mee te dingen naar lokale fondsen, is volgens de briefschrijvers een kwalijke zaak.

Met communicatie- en campagnebudgetten die op zichzelf vaak al vele malen groter zijn dan de complete jaarbudgeten van Zuidelijke ngo’s concurreren INGO’s lokale organisaties uit de markt, schrijven de auteurs. De internationale organisaties halen zo geld uit een toch al schaarse fondsenmarkt, terwijl hun kosten grotendeels in het Noorden worden gemaakt. Lokale organisaties blijven verstoken van eigen inkomsten en blijven afhankelijk van INGO’s voor projectfinanciering – zo houden de INGO’s dus een oneerlijke machtsverhouding in stand. Dat verzwakt het lokale maatschappelijk middenveld, en daar – zo stellen de initiatiefnemers – moeten we van af.

Inmiddels hebben al 170 organisaties wereldwijd de brief ondertekend; het overgrote deel is afkomstig uit Sub-Sahara Afrika, maar ook Zuidoost-Azië en in mindere mate Zuid-Amerika en Europa zijn vertegenwoordigd in de lijst. De organisaties bestrijken alle domeinen van de ontwikkelingssamenwerking; van landbouw tot onderwijs en vrouwenrechten en van particuliere initiatieven tot grote netwerkorganisaties. In Nederland is de brief ondertekend door branchevereniging PARTOS.

Wat hopen de initiatiefnemers te bereiken met de brief en hoe willen ze dat voor elkaar krijgen? We vragen het aan Jenny Hodgson, directeur van Global Fund for Community Foundations – een organisatie uit Zuid-Afrika die lokale stichtingen helpt met netwerken, financiering en advies. Een voorloper in de shift the power-beweging en ondertekenaar van de brief.

Wat was de aanleiding van deze oproep?

‘Eind vorig jaar waren een aantal vertegenwoordigers van het Shift the Power-netwerk aanwezig bij een conferentie in Londen om te praten over de toekomst van filantropie en fondsenwerving. Tijdens deze bijeenkomst werd een Whatsapp-groep gelanceerd – in eerste instantie om te vragen wie er die avond pizza wilde eten, maar later werd het een platform om ontwikkelingen te bespreken rondom de shift the power-beweging. Inmiddels heeft de groep 50 leden van over de hele wereld en is deze heel actief.

‘Een paar weken geleden postte een van de leden dat hij was uitgenodigd door een internationale organisatie om tijdens een partnerbijeenkomst te spreken over lokale fondsenwervingstechnieken. Hierop kwamen reacties van andere leden die eenzelfde ervaring hadden gehad in de voorgaande weken. Sommigen waren gevraagd door hun internationale partner om mee te doen aan een onderzoek over lokale fondsenwerving, terwijl anderen waren benaderd door dure consultants die meer wilden weten over hun fondsenwervingsstrategieën. Dit schoot velen in het verkeerde keelgat: “Internationale ngo’s hebben al zoveel geld en nu willen ze ons ook nog eens uit onze eigen markt concurreren, schandalig!”, was het gedeelde gevoel.

‘Hierop suggereerde een van de deelnemers om vanuit het netwerk een brief te schrijven aan deze INGO’s om de zaak aan te kaarten en een discussie te provoceren. In eerste instantie waren sommige organisaties terughoudend, bang om hun partners en donoren voor het hoofd te stoten. “Je moet niet de hand bijten die je voedt”, was de redenering. Echter, toen de brief eenmaal werd rondgestuurd gaf de collectieve aanpak moed en hebben veel organisaties deze alsnog ondertekend.’

Op welke internationale organisaties is jullie oproep gericht?

‘De vraag om informatie – de aanleiding voor deze brief, kwam met name van de grote INGO’s, waaronder Action Aid, Oxfam International en World Vision. Maar dit is niet de eerste keer dat we op deze manier zijn benaderd. Zelf had ik onlangs ook iemand van een internationale ngo op de stoep staan die meer wilde weten over lokale fondsenwerving en niet doorhad dat dit verzoek mogelijk ongepast was. Veel organisaties zien het probleem niet.’

Wat is precies het probleem?

‘In een poging om teruglopende ontwikkelingsbudgetten aan te vullen, zoeken internationale maatschappelijke organisaties naar alternatieve bronnen van financiering. Ze lijken deze steeds vaker te vinden in lokale fondsenwerving. Maar lokaal fondsenwerven is meer dan alleen geld inzamelen; het gaat om het creëren van maatschappelijk draagvlak en het mobiliseren van een achterban voor een sociaal doel. Kortom, het bouwen van een actieve en activistische samenleving. Als grote INGO’s de markt op komen met hun dure campagnes en advertentiestrategieën gericht op zoveel mogelijk geld genereren op korte termijn, ondermijnen ze dit proces ten faveure van een fast buck.

‘Vooral dat laatste maakte veel organisaties boos: een financieel goed uitgerust deel van de sector vraagt een onder-gefinancierd deel om methoden en vaardigheden te delen, waarmee ze hen vervolgens uit de markt concurreren. Mensen hadden het gevoel dat hun intellectueel eigendom werd gestolen en dat ze niet serieus werden genomen.’

Wat zou dan wel de rol moeten zijn van Internationale ngo’s?

‘In plaats van lokale organisaties uit de markt concurreren zouden internationale ngo’s hun kennis en middelen kunnen inzetten om de lokale fondsenwervingsmarkt te helpen groeien, zodat uiteindelijk iedereen daarvan profiteert. Daarmee bedoel ik niet dat internationale ngo’s massaal workshops en capaciteitstrainingen moeten organiseren om lokale organisaties “te leren fondsenwerven”. Nee, het gaat erom dat het systeem opnieuw vormgeven moet worden waarbij er een eerlijk gesprek gevoerd moet worden over wat de rol en toegevoegde waarde van een internationale organisatie nu werkelijk is. De conclusie zou kunnen zijn dat deze organisaties het ook wel met minder af kunnen; minder geld en minder werknemers. Wat in ieder geval duidelijk is: ze zouden de uitvoering van ontwikkelingsprogramma’s aan lokale partijen moeten overlaten en daarbij ook de macht over beslissingen en financiering aan hen moeten overdragen.’

Wat mag men hierin van westerse overheden verwachten?

‘Grote, bilaterale donoren verlangen vaak van ngo’s dat ze eigen financiering meebrengen zodat zij die fondsen dan kunnen “matchen” met subsidie. Dat lijkt op het eerste oog een goed idee, dat afhankelijkheid van organisaties tegengaat en legitimiteit bevordert. Maar in praktijk creëert dit juist vaak competitie, wat het lokale maatschappelijk middenveld verzwakt. Een eigen financiële bijdrage vragen stimuleert het najagen van harde valuta, maar eigenaarschap wordt niet per definitie uitgedrukt in de hoeveelheid geld die je inbrengt. Wat betreft sociale impact is een lokaal gegeven dollar mogelijk veel meer waard dan een extern gegeven donatie. Netwerken, activisme en vertrouwen zijn minstens zo belangrijk als geld, maar deze worden niet meegenomen op de balans van een subsidieaanvraag. We moeten met nieuwe manieren komen om lokaal eigenaarschap en onafhankelijkheid te meten, waarbij geld niet een vaste waarde heeft, maar wordt gezien als een uiting van maatschappelijke betrokkenheid.’

Wat was de reactie op de brief?

‘Zodra de brief op de website van opendemocracy.net was gepubliceerd stroomden de reacties binnen. Binnen een week was het artikel meer dan 28 duizend keer gelezen en hadden meer dan honderd organisaties de brief ondertekend. Het betoog leek een zenuw te raken bij veel Zuidelijke maatschappelijke organisaties. Voor de publicatie dachten zij vaak dat dit een individuele, organisatorische uitdaging was en wisten ze niet goed hoe ze het gevoel van ongemak en onvrede moesten articuleren. Door de brief realiseerden ze zich dat dit een systemisch probleem is en voelden ze zich eindelijk gehoord en gesterkt in hun gevoel.

‘Een reactie van de internationale organisaties bleef helaas grotendeels uit. Ik denk dat de organisaties die het stuk hebben gelezen, denken: “Dit is inderdaad een probleem, maar wij doen het anders en hebben wel oog voor lokale belangen.” Dat laat zien dat er nog een lange weg te gaan is voordat deze opvatting als algemeen gedachtegoed geldt.’

Hoe beïnvloedt de coronacrisis de aandacht voor de actie?

‘Er is minder aandacht voor de brief dan we aanvankelijk hadden gehoopt; we vragen organisaties een moeilijk gesprek te voeren, sommigen zijn daarom maar al te graag afgeleid. De timing van de publicatie was in dat opzicht ongelukkig. Maar deze tijd biedt ook aanknopingspunten voor discussie en spoort aan tot verandering. De hele wereld staat op z’n kop, en hoe de crisis ook zal verlopen, dingen zullen niet meer hetzelfde zijn. Dit is een uitgelezen kans om na te denken over hoe we willen dat de wereld er straks uitziet en hoe we het systeem kunnen vernieuwen om dat mogelijk te maken.

‘De crisis legt de kwetsbaarheid van het huidige systeem bloot. Het laat zien dat mondiale ontwikkeling niet een probleem is van het Zuiden dat moet worden opgelost met kennis en geld vanuit het Noorden. Het is een mondiale uitdaging waarvoor nieuwe oplossingen en manieren van werken gevonden moeten worden. Deze nieuwe manier van denken moet dan ook beter worden gereflecteerd in de machtsverhouding tussen Noordelijke en Zuidelijke ngo’s. In plaats van elkaar tegen te werken, zouden we nog meer samen moeten optrekken.’

Hoe ziet de toekomst van de shift the power-beweging eruit, wat zijn vervolgstappen?

‘Er is binnen de ontwikkelingssector veel retoriek over shifting the power, maar in praktijk zitten we nog steeds in een koloniaal denkmodel waarbij het werk wordt uitgevoerd in het Zuiden en de belangrijke beslissingen nog steeds in het Noorden worden genomen. In plaats van zichzelf op te heffen of overbodig te maken, zien we dat veel INGO’s alleen maar groter zijn geworden en hun missie en programma’s juist uitbreiden.

‘Ook de gesprekken over het veranderen van het systeem en het stimuleren van lokaal leiderschap vinden nog steeds aan de andere kant van de oceaan plaats. Bij een conferentie die de Britse ontwikkelingsfederatie BOND vorig jaar organiseerde, bestond het overgrote deel van de 400 aanwezigen uit witte Britse ontwikkelingswerkers. Hoe kun je daarmee een echte verandering in gang zetten?

‘Het is daarom belangrijk om de vraagkant van een herverdeling van macht verder te ontwikkelen in het Zuiden, waarbij Zuidelijke organisaties kunnen aangeven wat ze willen veranderen en hoe dit er uit zou kunnen zien. Deze brief was een eerste stap, maar we zijn er nog lang niet.’

Lees de hele brief op https://www.opendemocracy.net/en/transformation/an-open-letter-to-international-ngos-who-are-looking-to-localise-their-operations/

Dit artikel maakt onderdeel uit van het kennisdossier ‘Shift the Power’, dat een samenwerking is tussen de Change the Game Academy van Wilde Ganzen en Vice Versa. Met dit kennisdossier willen we de discussie over machtsverhoudingen binnen internationale samenwerking van input voorzien.

IMVO werkt alleen als bedrijven willen, niet enkel als ze moeten

Door Sarah Haaij | 29 oktober 2020

Terwijl de roep om wetgeving op het terrein van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) toeneemt, houdt Pramit Chanda juist een heel ander verhaal. De landendirecteur van het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel (IDH) in India denkt dat wetgeving en verplichting gedrag niet gaat veranderen. ‘Bedrijven moeten geloven dat ze zelf die verandering kunnen bewerkstellingen met de manier waarop ze zakendoen.’

Lees artikel

‘Nederland steunt fossiele export met destructieve gevolgen’

Door Jurrian Veldhuizen | 27 oktober 2020

Onlangs kwam de monitor exportkredietverzekeringen 2019 uit, met daarin een verslag van de financiële ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse exportkredietverzekeringen. Deze werd begeleid met een brief van staatssecretaris Vijlbrief. In deze brief noemde staatssecretaris Vijlbrief de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen en verwees hij maar liefst dertig keer naar de ‘vergroening’ en groene transacties van de doorgaans voornamelijk ‘grijze’ verzekeringen. Mooie en positieve ontwikkelingen, schrijft Jurrian Veldhuizen,  maar achter deze woorden schuilt een grote mate van onduidelijkheid en vooral veel contradictie.

Lees artikel

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel