Door:
Sarah Haaij

31 maart 2020

Tags

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Vorige week waarschuwde Antonio Guterres, secretaris-generaal van de VN, dat miljoenen levens op het spel staan als de internationale gemeenschap niet solidair is met de armste landen ter wereld. De corona-pandemie kan een tikkende tijdbom blijken voor de meest kwetsbaren op aarde. Voor de vluchtelingen in kamp Moria die door Europa aan hun lot worden overgelaten; voor de bewoners van townships en sloppenwijken waar stromend water ontbreekt en afstand houden moeilijk is; voor kleine boeren die niet kunnen exporteren en voor arbeiders in textielfabrieken die zonder vangnet op straat komen te staan nu de orders uit Europa opdrogen.

De coronacrisis raakt mensen wereldwijd en zet het begrip ‘internationale solidariteit’ onder spanning. Welke impact heeft dat op het werk van hulporganisaties? Vice Versa vraagt vier Nederlandse ngo-directeuren hoe zij met de pandemie omgaan en wat corona betekent voor hun werk. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector, maar er zijn ook zorgen over de gezondheid van collega’s, projecten die stilstaan, fondsenwerving die stokt en de angst voor een massale uitbraak in partnerlanden.

 

Heske Verburg

Heske Verburg, directeur van Solidaridad, dat zich inzet voor verduurzaming van productieketens – en dat blijft doen, op afstand.

Welke impact heeft de corona-pandemie in deze eerste weken op jullie werk?

‘De afgelopen weken veranderde de situatie ontzettend snel. Wij hebben al vroeg alle reizen naar het buitenland gecanceld. Een collega is nog met de laatste vlucht uit Colombia teruggekomen. Gelukkig maar, je wilt natuurlijk graag dat iedereen veilig thuis is bij familie voordat de hele wereld op slot gaat. Ondertussen gaat het werk door. We deden al veel internationaal, nu zijn we alleen maar meer aangewezen op Zoom, Skype en Hangouts.’

Wat betekent corona voor jullie lopende programma’s?

‘Onze 800 medewerkers wereldwijd die normaal in het veld met boeren samenwerken, zitten nu thuis. En daar zijn de werkomstandigheden niet altijd even ideaal. Niet iedereen heeft internet en sommige collega’s wonen met ouders en een grote familie samen, wat de angst op besmetting versterkt. Daarom investeren wij nu extra in internettoegang op de thuislocatie en bieden we de mogelijkheid om een tablet aan te schaffen. Zo kunnen werkzaamheden ook van een afstand worden voortgezet.’

Gaat al het werk door?

‘Een groot deel van onze programma’s is tot stilstand gekomen. Zo trainen we nu bijna geen boeren meer. In de trainingen die wel doorgaan proberen we de inhoud aan te passen; boeren in Colombia krijgen nu ook voorlichting over corona. Dat is hard nodig, want er is een groot gebrek aan betrouwbare informatie. Daarbij merk ik hoe ontzettend fijn het is dat Solidaridad met lokale staf werkt. Zij blijven nu aanwezig in de gemeenschappen en dat wordt gewaardeerd. Blanke ontwikkelingswerkers worden niet meer overal geaccepteerd, omdat ze soms worden gezien als de brengers van corona.’

Waar maak je je zorgen om?

‘Zorgen zijn er om arme boeren, mijnwerkers, fabrieksarbeiders. Je ziet dat de prijs van veel basisvoedsel stijgt. In Guatemala is rijst en mais veel duurder geworden; basisbehoeften komen in gevaar. In de textielketen zie je dat grote modemerken hun orders cancelen. In plaats van een miljoen T-shirts hoeven ze er nu nog maar 100 duizend. Fabrieken gaan dicht en mensen staan op straat. We moeten er nu echt voor zorgen dat de lasten niet op de zwakste schouders neerkomen.’

Levert deze situatie ook nog onverwachte creativiteit of iets positiefs op?

‘Ja, dat gelukkig ook. Partners vertellen over kleine bedrijfjes die eerst voor de export produceerden en nu hun groente en fruit op lokale markten verkopen. Producten worden niet fysiek maar via telefoon of internet verkocht en over de hele wereld ontspruiten thuisbezorg-initiatieven. Mensen zijn creatief en zien ook mogelijkheden.’

 

Patricia Vermeulen

Patricia Vermeulen, directeur van Amref Flying Doctors. Zij leiden zorgverleners op in Afrika, die nu ook getraind worden in de strijd tegen corona.

Welke impact heeft de corona-pandemie in deze eerste weken op jullie werk?

‘Eerst hebben we natuurlijk goed gekeken of iedereen veilig is. Wie zijn er in het buitenland? In Afrika leek de situatie zich veel langzamer te ontwikkelen. Toch is een collega net op tijd uit Kenia teruggehaald, die kreeg (als buitenlander was hij het gezicht van corona, red.) al geen taxi’s meer en kon niet meer in hotels terecht. Hier in Nederland richt Amref Flying Doctors zich nu op het ondersteunen van de Afrikaanse collega’s. ‘Die zitten in de frontlinie van ons werk. Wij werken in landen waar zorgsystemen zwak zijn. En als corona een ding duidelijk maakt, dan is het dat ons werk noodzakelijker is dan ooit.’

Hoe verandert jullie werk in Afrika door de corona-situatie?

‘Vanmorgen zag ik nog een Twitterbericht van de Flying Doctor service voorbijkomen. Ons toestel heeft een corona-patiënt in Kenia kunnen evacueren en naar een ziekenhuis in Nairobi gebracht. En er is een vlucht met medische spullen naar een afgelegen gebied gebracht, zodat patiënten ter plekke kunnen worden behandeld.

‘Rond corona werken we nu samen met de WHO en de Afrikaanse Unie aan een gezamenlijke reactie. Vanuit Nederland staan we continu in contact met de kantoren in Afrika. Hoe kunnen wij onze donoren hier mobiliseren zodat het werk in Afrika door kan gaan? Dat is de vraag die we ons hier nu elke dag stellen.’

Wat is er nodig in jullie partnerlanden?

‘Heel belangrijk is kennis en preventie, online, zoals via sociale media. Daar zitten we nu echt middenin. Er is een online kenniscentrum opgericht zodat mensen in Afrika de huidige situatie kunnen volgen. Daar vind je de actuele WHO-data rondom het virus, en tips voor preventie.’

Als dit te groot wordt, zeggen collega’s tegen Vermeulen, dan is de ramp niet te overzien. ‘De zorgen zijn echt heel groot. De zorgsystemen kunnen het gewoon niet aan. Kenia heeft 150 intensive-care bedden op een bevolking van 50 miljoen mensen.’

Wat gaat er hier in Nederland gebeuren? 

‘Wij komen deze dagen met een appeal richting donoren om steun te vragen. Uiteindelijk is dat wat er nodig is.’

Is er ruimte in Nederland voor de roep om steun voor elders?

‘Ik denk het wel, maar nu nog niet. Mensen hier hebben ook zorgen om hunzelf en hun omgeving. Als we straks de piek voorbij zijn, komt er weer tijd en aandacht voor de rest. Net als alle goede doelen gaan we niet meer langs de deuren of op straat collecteren, dat past nu niet. Maar dat heeft wel financiële consequenties. Gelukkig laten ervaringen uit het verleden zien dat trouwe donateurs bij een crisis niet stoppen met steunen. En dat is fantastisch. Juist in deze tijden hebben we die steun hard nodig.’

 

Kees de Jong

Kees de Jong, directeur Wilde Ganzen. Zijn organisatie werkt met particuliere initiatieven tegen armoede, daar komen nu ook corona-projecten bij.

Welke impact heeft de corona-pandemie in deze eerste weken op jullie werk?

‘Een grote impact heeft het thuiswerken. Collega’s met kleine kinderen moeten nu ook lesgeven of hebben er zorgtaken bij gekregen. Ook zijn er zorgen om familie en om elkaar, zo hebben wij nu een collega die ziek is en aan het zuurstof ligt.’

Wat betekent corona voor jullie lopende programma’s?

‘Wij hebben naast particuliere initiatieven ook de Change The Game Academy, een programma waarmee we gemeenschapsorganisaties trainen in lokale fondsenwerving en advocacy. Maar in veel landen is er nu een lockdown en gaan trainingen niet door. Wij proberen mensen aan te moedigen om nu de online leeromgeving te gebruiken. In Nederland zijn de trainingen met onze particuliere initiatieven ook afgelast. En ik verwacht dat fondsenwerven nu veel langzamer zal gaan.’

Wilde Ganzen zit ‘laag in de gemeenschappen’, zoals De Jong dat noemt. Er komen dan ook allerlei berichten van partners binnen via app en mail. Verzoeken om accurate informatie of steun, maar ook berichten van Braziliaanse partnerorganisaties die hun frustratie kwijt willen over president Bolsonaro, die het virus ‘aanstellerij’ noemt. ‘Die man werkt corona-initiatieven gewoon tegen, hoor ik net van onze partner. Ongelofelijk toch?’

Ook worden er veel zorgen gedeeld. ‘Je ziet dat veel onderwijs in ontwikkelingslanden gekoppeld is aan voedingsprogramma’s. Nu de scholen sluiten, krijgen veel kinderen geen maaltijd meer op school. Dus we verwachten grote problemen met de voedingssituatie. Daarbij komen gezondheidsproblemen: veel armen zitten dicht op elkaar. In Zuid-Afrika maakt een partner pakketjes voor kinderen met desinfectiemiddel en huiswerkopdrachten. Maar het blijkt heel moeilijk om zicht te krijgen op de verspreiding van corona in de townships. Er is weinig zorg en er wordt niet getest. Sommige ziekteverschijnselen lijken ook op hiv/aids of griep, waardoor het virus niet opgemerkt wordt.’

Hoe kan Wilde Ganzen hier op anticiperen, zijn er al initiatieven rondom corona?

‘Jazeker, wij brengen nu alle corona-initiatieven in kaart. En we gaan een fonds creëren waarmee initiatieven concrete coronamaatregelen kunnen nemen.’

Wilde Ganzen is van het doen, aldus De Jong. ‘Wij werken met mensen die snel en concreet aan de slag gaan, die mondkapjes en desinfectiemateriaal verzamelen. Er komen veel berichten binnen van mensen die nu actief zijn en support willen.’

 

Rina Molenaar

Rina Molenaar, directeur van Woord en Daad. Deze ontwikkelingsorganisatie is actief in door corona getroffen landen als Burkina Faso en Colombia.

Welke impact heeft de corona-pandemie in deze eerste weken op jullie werk?

‘We werken allemaal thuis en op maandag doe ik de weekopening via een livestream. Het is nu echt een periode van contact en communicatie; met de partnerorganisaties, de kringloopwinkels, de achterban. Je mist elkaar natuurlijk als collega’s, maar merkt ook ineens hoe verbonden je bent.’

Dat wat er nu in de partnerlanden gebeurt houdt Molenaar het meeste bezig. ‘Uit Colombia, Guatemala en Haïti krijg ik veel berichten, iedereen houdt zijn hart vast als daar straks echt een uitbraak komt. Als je kijkt naar de cijfers valt het nu nog redelijk mee in Afrika. Maar de situatie is onzeker. In sommige landen zijn er maar vijf ic-bedden in het hele land, dat is zo’n contrast met hier. In Burkina Faso bijvoorbeeld, waar wij grote programma’s hebben en waar het onrustig is, zijn nu ook al besmettingen.’

Na het interview laat Molenaar per mail weten dat op 30 maart al 222 besmettingen en 12 doden bekend zijn. ‘Van een partnerorganisatie kreeg ik te horen dat het aantal waarschijnlijk hoger ligt en het hard gaat, omdat social distancing niet wordt opgepakt.’

In elk land is de reactie anders. In Haïti is nu al een vroege paasvakantie uitgeroepen, in andere landen wordt geprobeerd programma’s deels voort te zetten. Wat betekent corona voor jullie lopende programma’s?

‘Het onderwijs houdt op veel plekken per direct op, maar je ziet ook veel creativiteit. In Sierra Leone, waar ze al bekend waren met de Ebola-crisis, kregen alle 100 sponsorkinderen een zonne-energielampje mee zodat ze thuis schoolwerk kunnen doen. Maar er zijn ook landen waar de sponsorkinderen afhankelijk zijn van eten op school. Dus wij hebben partners die kwetsbare wijken in gaan en voedselpakketten uitdelen.’

Wat hoor je terug over de corona-situatie van je partnerorganisaties?

‘Wat ik vanuit alle landen voel, is de angst voor een grote uitbraak in combinatie met de kwetsbare zorgsystemen. Mensen weten: als dit losbreekt, is er geen ic-bed voor mij. Dat is de grote angst en daarom zijn alle straten in India nu ook compleet verlaten. Mensen kunnen niet ziek worden.’

Kunnen jullie hier op anticiperen?

‘Wij doen hier van alles om het contact goed te houden met onze partnerorganisaties, net als met onze achterban. Zo bellen onze vrijwilligers nu oudere donateurs, gewoon om te vragen hoe het gaat.’

Levert deze situatie ook nog onverwachte creativiteit of iets positiefs op?

‘Ik word echt warm van de reacties vanuit onze achterban. Zo moesten al onze kringloopwinkels dicht. Maar de vrijwilligers stoppen niet, ze denken meteen na over online acties. Vorige week is er al een digitale collectebussen opgezet. Samen hebben de online acties al 10.000 euro opgebracht. Al die creativiteit ontroert me.’

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel