Door:
Marc Broere

29 februari 2020

Categorieën

Tags

Grote donoren doen er alles aan om het ondernemerschap van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties aan banden te leggen. Dat moet veranderen, schrijft Marc Broere in deze opiniebijdrage. Alleen met flair en risico’s nemen kun je de wereldproblemen te lijf gaan, niet met de mentaliteit van een boekhouder.

Armoedebestrijding en ontwikkelingswerk is eigenlijk ondernemen op topniveau. Je moet er gevoel en aanleg voor hebben, je opereert meestal in moeilijke omstandigheden en landen, en je wordt altijd tegengewerkt door de lokale elite en door bedrijven die de status quo willen behouden en die er baat bij hebben dat de situatie blijft zoals die is. Mensen die dit vak beheersen zijn topexperts die alle waardering verdienen.

Nederland heeft altijd een goede reputatie binnen ontwikkelingssamenwerking gehad. Ondanks dat ze soms wat als te direct en te paternalistisch worden gezien, hoor je meestal positieve verhalen als het gaat om Nederlandse ontwikkelingswerkers in ‘het veld’ of staf van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties die op bezoek komt. Ze zijn betrokken, mengen makkelijk met de lokale bevolking en zijn vaak minder formeel dan veel experts uit andere donorlanden.

Aan banden leggen

Het is daarom des te betreurenswaardiger dat het soms wel lijkt dat we er alles aan doen om de kracht uit de sector te halen. Het lijkt steeds meer een sector te worden waarin je gestraft wordt als je risico’s neemt en nieuwe dingen wilt uitproberen, of op basis van praktijkervaringen je programma wat wil bijsturen in de looptijd van een subsidieprogramma. Terwijl samenwerking met het bedrijfsleven zo’n beetje als heilige graal wordt gezien binnen ontwikkelingssamenwerking en nadrukkelijk wordt gepropageerd door ons ministerie, wordt er juist alles aan gedaan om het ondernemerschap van Nederlandse ngo’s zelf aan banden te leggen. Dat is een rare discrepantie.

Het gaat vandaag de dag binnen ontwikkelingssamenwerking steeds meer over verantwoording afleggen, meetbaarheid, financiële controle en protocollen. Om te tonen dat ze dit ook echt serieus nemen, nemen organisaties mensen uit het bedrijfsleven aan als directeur of in hun raad van toezicht. Ik heb afgelopen week eens naar de samenstelling van raden van toezicht van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties gekeken en dan zie je bovenmatig veel mensen die verstand hebben van audits, besturen en accountancy.

Op zeker spelen

De afgelopen weken heb ik veel gesprekken gevoerd over het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices waarvoor organisaties op 12 maart hun plannen moeten hebben ingediend. Ook hier viel me op dat er vooral op zeker wordt gespeeld, enkele uitzonderingen daargelaten. Niet de vraag van met welke ideeën gaan we de grootste impact genereren en welke partners passen daar dan vervolgens bij stond centraal. Nee, het ging er vooral om te kijken naar welk idee het beste past in het plaatje dat minister Kaag wil en welke partner daarbij handig was om mee samen te werken. Voor organisaties die gespecialiseerd zijn in andere onderwerpen dan de speerpunten van het Nederlandse beleid, of die vooral in andere gebieden dan onze focusregio’s actief zijn, was het moeilijk om een geschikte partner te vinden in de dating carrousel.

Ik hoorde een mooi voorbeeld van een Nederlandse organisatie die voor een interessante keuze stond. Gaan we wel of niet in zee met die talentvolle organisatie uit een Afrikaans land die ongelooflijk belangrijk werk doet en zoveel potentieel heeft om binnen afzienbare tijd uit te groeien tot een echte parel, maar die wellicht nu nog net niet aan alle criteria voldoet als je ze langs de meetlat van onze protocollen legt? Doen we dat wel of kiezen we voor de zekerheid toch maar voor een usual suspect die misschien wat minder excelleert maar de boekhouding en protocollen wél volgens Nederlandse maatstaven op orde heeft? De organisatie koos voor het eerste en dat vind ik grote klasse.

Ook sprak ik met een directeur wiens ogen begonnen te glinsteren toen hij sprak over het geld dat zijn organisatie jaarlijks van donateurs binnenkreeg: dat is vrij te besteden geld. Met dit geld kon hij ondernemen en echt nieuwe dingen uitproberen en flexibel zijn. Dát waren de pareltjes uit het portfolio van zijn organisatie. Met geld van grote donoren, zoals de Gates Foundation en de Nederlandse overheid, was dat toch een ander verhaal. Daarin staat het beheersen van risico’s en het spelen op zeker veel meer centraal. Dat stond ondernemen juist in de weg.

Bonuspunt

Als er iets moet veranderen in de sector is dat wel dat het tonen van ondernemerschap en het nemen van bijhorende risico’s weer als een plus wordt gezien in plaats van als een min. Dat je een bonuspunt krijgt als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt in plaats van een gele kaart.

Eigenlijk was de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking altijd te vergelijken met onze Nederlandse voetbalschool. Nederland staat bekend om het spelen van aantrekkelijk voetbal met een aanvallend systeem, met het totaalvoetbal van Rinus Michels, met individuele spelers ook die het verschil kunnen maken en excelleren. Zo’n systeem heb je ook nodig om met internationale samenwerking de wereldproblemen te lijf te gaan. Maar helaas bouwt de bondscoach (het ministerie, andere donoren, onze politici) te veel defensieve zekerheden in. We spelen niet meer met een 4-3-3 systeem zoals Ajax en het Nederlands elftal, maar met een 7-2-1 systeem. En dat is on-Nederlands.

Natuurlijk moeten de zaken financieel op orde zijn, maar de pendule is nu te veel naar de verkeerde kant doorgeslagen. Het wordt weer tijd om ontwikkelingssamenwerking als ondernemen op topniveau te zien. Ontwikkelingssamenwerking is risico’s durven nemen om mensen in moeilijke omstandigheden in staat te stellen om zichzelf uit ketens van uitbuiting te bevrijden. Daarvoor is dáár maar ook hier in Nederland werk aan de winkel.  En dat moet je met flair doen, niet met de mentaliteit van een boekhouder.

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa

IMVO werkt alleen als bedrijven willen, niet enkel als ze moeten

Door Marc Broere | 29 oktober 2020

Terwijl de roep om wetgeving op het terrein van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) toeneemt, houdt Pramit Chanda juist een heel ander verhaal. De landendirecteur van het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel (IDH) in India denkt dat wetgeving en verplichting gedrag niet gaat veranderen. ‘Bedrijven moeten geloven dat ze zelf die verandering kunnen bewerkstellingen met de manier waarop ze zakendoen.’

Lees artikel

‘Nederland steunt fossiele export met destructieve gevolgen’

Door Jurrian Veldhuizen | 27 oktober 2020

Onlangs kwam de monitor exportkredietverzekeringen 2019 uit, met daarin een verslag van de financiële ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse exportkredietverzekeringen. Deze werd begeleid met een brief van staatssecretaris Vijlbrief. In deze brief noemde staatssecretaris Vijlbrief de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen en verwees hij maar liefst dertig keer naar de ‘vergroening’ en groene transacties van de doorgaans voornamelijk ‘grijze’ verzekeringen. Mooie en positieve ontwikkelingen, schrijft Jurrian Veldhuizen,  maar achter deze woorden schuilt een grote mate van onduidelijkheid en vooral veel contradictie.

Lees artikel

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel