Door:
Marc Broere

3 februari 2020

Tags

Hoe help je ngo’s en burgers in Mali beter voor hun rechten op te komen als het gaat om water en sanitatie? Het partnerschap Watershed gebruikt een heel palet aan activiteiten om de grondoorzaken op te lossen. ‘Je kunt migratie of geweld niet stoppen, als je het waterprobleem niet óók aanpakt.’

Door: Marc Broere en Ayaan Abukar

Mali is een land met een sterke orale traditie; met de griotten die hun verhalen overleveren, met veel muzikanten die de internationale muziekwereld hebben veroverd. De term Mali blues is een begrip bij velen.Veel liederen en verhalen gaan over water, vertelt Seriba Konare van Wetlands International op zijn kantoor in de hoofdstad Bamako. Dat is volgens hem niet verwonderlijk in een Sahel-land waar water een noodzaak is. ‘We hebben een muziekstijl, badjourou genaamd. Veel songs gaan over de preventie van water en in de Touareg-taal is er een bekend lied dat Aman Iman heet: “water is leven”. ‘Veel traditionele verhalen’, vervolgt hij, ‘gaan over de Nigerrivier, in onze lokale Bambara-taal ook wel Ba Djoliba genoemd, wat “bloed” betekent. Die bijnaam kreeg de rivier omdat het water dat erdoorheen stroomt zó belangrijk is dat je het kunt vergelijken met het belang van bloed in het menselijk lichaam.’

Vanuit het Wetlands-kantoor wordt het strategisch partnerschap Watershed – empowering citizens bestuurd. Het is bedoeld om een aantal grondoorzaken aan te pakken rondom waterproblemen: vooral qua waterkwaliteit en afvalbeheer en toegang tot diensten op het vlak van water en sanitatie voor alle Malinezen. Dat wil het doen door ngo’s te versterken en hen bewust te maken van de rechten die er op basis van wetten en beleid al zijn èn door te lobbyen bij nationale en lokale politici.

 

Schaarse waterbronnen

Afou Chantal Bengaly

Het werk is de laatste jaren niet makkelijker geworden. ‘Waterproblemen worden steeds gecompliceerder’, zegt Konare. ‘Toen ik klein was, konden we nog gewoon water uit de Nigerrivier drinken. Als je dat nu doet, heb je binnen een uur maagproblemen. ‘Daardoor is de toegang voor arme mensen tot drinkwater afgenomen. Alleen al de bevolking van Bamako is de afgelopen twintig jaar gegroeid van anderhalf naar vijf miljoen inwoners. Zij gooien ontzettend veel afval in de rivier, dat zorgt voor vervuiling.’ Zijn collega Afou Chantal Bengaly, de programmacoördinator van Watershed, knikt.  Ze somt een aantal grote vraagstukken op die van invloed zijn op de waterproblematiek: ‘Mali heeft te maken met klimaatverandering, bevolkingsgroei en met een crisis in het noorden. Door de instabiliteit en aanslagen door jihadisten aldaar, trekken steeds meer Malinezen zich terug in het midden van het land, waardoor er sprake is van toenemende agressiviteit rondom de schaarse waterbronnen.

‘Vroeger hield het systeem zich in evenwicht, met veehouders die gras nodig hadden om hun vee te laten grazen en landbouwers die hun akkers moesten besproeien en afhankelijk waren van de regen. Door de klimaatverandering is er geen goed gras meer en blijven de regens soms lange tijd uit. ‘Dat leidt tot steeds meer druk op de schaarse bronnen en tot overlevingsdrang bij de verschillende groepen. Om een oplossing ervoor te krijgen, heb je de politiek nodig en goed beleid dat al deze problemen in samenhang bekijkt. Maar dat is helaas niet het geval.’

 

Publieke middelen

Met behulp van een powerpointpresentatie vertellen ze over het Watershed-programma. Het typische jargon dat alleen wordt gebezigd binnen de ontwikkelingssamenwerking vloeit rijkelijk, met als uitschieter het woord ‘capaciteitsopbouw’,dat zeker om de paar zinnen uit een van beide monden komt. Om de doelen te bereiken wil Watershed vooral het bestuur in de sector verbeteren. Het werkt daarvoor met lokale ngo’s samen, zoals een koepel van maatschappelijke organisaties op het gebied van water en sanitatie in Mali en met een netwerk van journalisten die zijn gespecialiseerd in wateronderwerpen.

Is de thematiek normaal al ingewikkeld genoeg, nu komt daar nog eens de politieke crisis bovenop. ‘Er is onveiligheid in het land’, licht Bengaly toe, ‘en dat heeft een negatieve impact op de economie en het verzwakt de instituties, ook die voor water en sanitatie. De publieke middelen die daarvoor bestemd zijn lopen terug, de infrastructuur gaat achteruit en het is vanwege de onveiligheid steeds lastiger om projecten te implementeren.’ Als er iets duidelijk is geworden, dan is het wel dat het niet aan het papierwerk ligt: dat lijkt prima in orde in Mali. Het gaat om de kloof tussen papier en praktijk. Er zijn wel degelijk wetten en regels die gaan over het verzekeren van waterkwaliteit, alleen zijn die amper bekend bij ngo’s, burgers en soms niet eens bij parlementariërs. Er zijn wetten waarin goed afvalmanagement is vastgelegd, alleen worden die in de praktijk niet afgedwongen.

Ook zijn er budgettoezeggingen gedaan om meer geld aan de bescherming van waterkwaliteit en aan adequaat afvalmanagement te geven, maar het is voor niemand duidelijk of daaraan ook daadwerkelijk opvolging is gegeven. Het onderwerp water is verdeeld onder meerdere ministeries, wat een coherent beleid er niet makkelijker op maakt. En zo kunnen Bengaly en Konare nog wel even doorgaan.

 

De cijfers spreken

Hun argumenten worden bevestigd door Boureima Tabalaba, de coördinator van de nationale coalitie van ngo’s op dit terrein in Mali. ‘Het gebrek aan het afleggen van verantwoording is het grootste probleem’, zegt hij. ‘In onze grondwet staan bepalingen dat milieubescherming en toegang tot water en sanitatie fundamentele rechten zijn. In toespraken benadrukt de overheid altijd dat die zaken twee absolute prioriteiten zijn, maar om te zien of dat echt zo is moet je naar de cijfers kijken.’ En die haalt Tabalaba nu tevoorschijn. Hij zegt: ‘Uit de laatste cijfers blijkt dat 68 procent van de Malinezen toegang heeft tot drinkwater en slechts 32 procent tot goede sanitatie. Een andere reden waarom ik twijfel aan het engagement van onze regering is dat slechts 2,6 procent van het overheidsbudget ervoor is gereserveerd; veel te weinig om de problemen goed te lijf te gaan. ‘Ook staat er in het nationale beleidsplan dat er in ieder dorp met meer dan vierhonderd inwoners toegang tot water moet zijn. Als we weten dat er meer dan duizend dorpen in Mali zonder water zijn, dan zie je meteen dat er iets niet klopt in de vertaling van theorie naar praktijk.’

Het partnerschap werkt in drie gebieden: in en rondom Bamako, in de regio Mopti en in de regio rondom Segou. Bengaly legt uit dat ze zich vooral richten op capaciteitsopbouw van ngo’s, de regering en politici en de media, zowel lokaal als nationaal. Ze noemt een breed palet op van activiteiten om de doelen te behalen: van het ‘produceren van bewijs’ in de vorm van studies, analyses, beleidsnota’s en videodocumentaires tot aan lobby en belangenbehartiging in de vorm van dialoogbijeenkomsten, persoonlijke ontmoetingen met parlementariërs, veldbezoeken met politieke delegaties, ‘multistakeholderfora’, krantenartikelen, radio-uitzendingen en zichtbaarheid op nationale televisie. ‘We zijn in staat om iedere minister of parlementariër persoonlijk te spreken’, zegt ze niet zonder trots.

Heel concreet heeft het partnerschap de afgelopen jaren een aantal zaken voor elkaar gekregen, zegt Konare. De belangrijkste is de bescherming van de Nigerrivier. ‘Veel bedrijven en mensen in en rondom Bamako gebruikten machines om daarin naar goud te zoeken, wat voor veel vervuiling zorgde en dat was een serieus probleem geworden. Door de lobby uit ons programma heeft de regering het nu verboden.’ Maar belangrijker nog is dat Watershed een serieuze gesprekspartner is bij het nieuwe beleid voor water en sanitatie, dat momenteel ontwikkeld wordt, voegt Bengaly toe. ‘Het is de eerste revisie sinds 2006. Onze regering heeft twee consultants van de Wereldbank ervoor in de arm genomen. Vanaf de ontwerpfase is Watershed bij de nieuwe plannen betrokken en de consultants vragen ons om input.‘We hebben voor ons belangrijke punten naar voren kunnen brengen over de relatie tussen mensenrechten en water, het belang van vrouwenparticipatie en over het belang om burgers goed voor te lichten over de preservering van water.

‘Het is nodig dat de nationale politiek op het gebied van water en sanitatie al deze elementen in zich heeft. We kunnen onze input op de conceptvoorstellen geven en lobbyen ondertussen bij de verantwoordelijke ministeries om deze zaken ook echt in het eindvoorstel te krijgen.’

 

De juiste informatie

Een grote en ook opmerkelijke rol in het partnerschap is weggelegd voor de journalistiek. Een van de nationale partners is het Réseau des Journalistes pour l’Eau Potable et Assainissement (RJEPA), een netwerk van journalisten die zich uitvoerig met het thema bezighouden. Voorzitter Youba Konaté vertelt dat de organisatie al dertien jaar bestaat en 54 aangesloten journalisten telt. ‘Het gaat om de belangrijkste maatschappelijke problemen in Mali’, zegt hij, ‘en daarom is er veel belangstelling om hierover te publiceren.’

Hij zegt dat de media in Mali ook geïnteresseerd zijn in de afname van de publicaties, maar dat het probleem vooral zit in toegang tot informatie. ‘Zeker als het om regeringsorganisaties gaat; zij geven niet graag de juiste informatie. Maar omdat ons netwerk samenwerkt en vaak als team met producties bezig is, lukt het meestal wel om de informatie boven water te krijgen, uiteindelijk.’

Hij ziet in Watershed een goede partner in crime. ‘Het partnerschap heeft een aantal dingen voor elkaar gekregen die nauw aansluiten op onze doelstellingen. Zo speelde Watershed een rol in de versterking van de verantwoording door de staat over water en sanitatie. ‘Ook heeft het veel gedaan om het maatschappelijk middenveld in Mali te organiseren rondom deze zaken en heeft het de kwaliteit van drinkwater als thema echt op de agenda gezet. Voorheen ging het alleen maar over toegang tot water, maar niet over kwaliteit en hoe je die kwaliteit monitort.’

Konaté denkt dat hij als mediapartner voor extra impact kan zorgen binnen de samenwerking. ‘Het is heel moeilijk om mensen hun gewoonten te laten veranderen. Ze doen iets omdat ze iets altijd al zo hebben gedaan en niet anders weten, zoals het storten van afval op straat of in de rivier. De media kunnen helpen dat te veranderen; gewoon, door alternatieven te benoemen en de goede informatie aan te reiken.’

 

Tonnen voor regenwater

Afou Chantal Bengaly is het daarmee eens: ‘Youba zegt iets dat heel erg waar is, burgers hebben niet eenvoudig toegang tot de juiste informatie. Van de regering krijgen ze het sowieso niet – en zo veranderen ze hun gedrag niet. Programma’s zoals Watershed kunnen erbij helpen.

‘Wij richten ons op de ngo’s en burgers die al betrokken en geïnteresseerd zijn, maar onze mediapartner kan de slag naar de bredere samenleving maken. Wij hebben de middelen niet om overal langs te gaan, huis na huis, en te praten met mensen. Een mediaplatform kan die hen wèl bedienen. Dat heeft met zijn artikelen, radio-items en televisieprogramma’s toegang tot gewone huishoudens.’ De publicaties hebben een breed bereik, benadrukt Bengaly. ‘Vooral de onlinestukken, die worden vertaald in verschillende lokale talen. Ook radioprogramma’s kunnen tot gedragsverandering leiden. Zo zijn er het afgelopen jaar artikelen en items gemaakt over tonnen die beschikbaar waren gesteld om regenwater in op te vangen. Veel burgers wisten niet hoe ze de ton moesten gebruiken en gooiden er afval in. Door de journalistieke producties weten ze nu hoe ze de ton juist kunnen gebruiken.’ Maar ook op hoger niveau is het bereik effectief. ‘De journalisten van RJEPA zijn in staat onderwerpen die wij belangrijk vinden op de nationale televisie te krijgen. Een team van RJEPA begeleidde ons vorig jaar, toen we op stap waren met een groep politici uit het nationale parlement, naar Mopti. De reportage is uitgezonden op de nationale televisie – niet alleen in het Frans, maar ook in nationale talen. Dat zijn zaken waarin de media het verschil kunnen maken.’

Volgens Bengaly is samenwerking met de media niet uniek voor Mali alléén. ‘Tijdens de jaarbijeenkomst van alle Watershed-programma’s hoorde ik een mooi verhaal over Oeganda, waar eveneens wordt samengewerkt met een netwerk van journalisten. Daar konden burgers klachten over gebrekkige diensten op het gebied van water en sanitatie doorgeven aan een radiostation.

‘Dat station hield statistieken over de klachten bij. Als er over een bepaalde gemeente meerdere klachten binnenkwamen, ging de verslaggever erheen om de betreffende ambtenaren ermee te confronteren. Ook hing men dan de lijst met klachten op de deur van het gemeentehuis.’ Lachend: ‘We gaan kijken of we dit in Mali ook kunnen doen.’

 

Een fragiel fundament

De vraag blijft over in hoeverre men niet éérst met man en macht aan het veiligheidsprobleem moet werken, alvorens zich op andere vraagstukken te richten. Is lobbyen voor betere water- en sanitatievoorzieningen in de huidige politieke context van Mali toch niet een soort luxe? Seriba Konare van Wetlands International schudt fanatiek zijn hoofd. ‘Vrede is heel belangrijk,’ zegt hij, ‘maar juist door water kun je vrede op de lange termijn krijgen. Uiteindelijk gaat bijna alles over de vraag wie het water controleert en dus wie toegang ertoe heeft.’

Zijn collega Bengaly knikt. ‘Je moet zowel werken aan veiligheid als aan water. Ook in fragiele staten zoals Mali blijven lobby en belangenbehartiging nodig. Kijk, we weten niet wanneer de crisis is afgelopen, het kan nog jaren duren. We willen niet dat de situatie rondom water in ons land stagneert, omdat mensen en organisaties niet de juiste informatie hebben en hun rechten niet kennen.

‘Ik denk dat het kleine deel dat wij doen ook helpt om de crisis op de lange termijn te beëindigen. De staat is fragiel en de instituties in ons land zijn fragiel, maar burgers hebben recht op de juiste informatie en op capaciteitsopbouw, om zich beter te organiseren. Zo helpen ze de regering ook om de juiste beslissingen te nemen.’

Internationale donoren die in de regio actief zijn, richten zich steeds meer op grondoorzaken van migratie en op bestrijding van jihadisme, middels werkgelegenheidsprogramma’s en beroepsonderwijs. Traditionele ontwikkelingsprogramma’s, zoals op het terrein van water, lijken aan belang te hebben ingeboet.

Volgens Konare en Bengaly zou dat een verkeerde denkwijze zijn. ‘Watertekort is ook een grondoorzaak van migratie en geweld’, zegt Konare. ‘Als je dieren doodgaan door gebrek aan water, heb je twee keuzes: vertrekken naar Europa of je aansluiten bij een terroristische groepering. Je kunt op geen enkele manier de migratie stoppen of het geweld aanpakken, als je het waterprobleem niet óók aanpakt.’ Bengaly knikt: ‘Mensen zijn aan het overleven vanwege klimaatverandering. Zeker in het noorden van Mali, waar de problemen toch al het grootst zijn, heeft het een grote negatieve impact. Men heeft geen keuze meer en zoekt naar wegen om te kunnen overleven.

‘De regering heeft tot taak de natuurlijke hulpbronnen, zoals op het gebied van water, veilig te stellen. Dàt houdt pas de migratie tegen. De taak van ons programma is om dat ook tussen te oren te krijgen van maatschappelijke organisaties en de politiek.’

 

 

Het strategisch partnerschap Watershed – empowering citizens is een samenwerking tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken met IRC, Simavi, Wetlands International en Akvo. Het programma richt zich op de verbetering van het bestuur en management van diensten op het gebied van water, sanitatie en hygiëne, als ook op de toegang van waterbronnen. Het programma wordt uitgevoerd in Bangladesh, Ghana, Mali, Oeganda, Kenia en India.

 https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2018/09/perry-grone-732606-unsplash-scaled.jpg

In 2016 werd het programma ‘Samenspraak en Tegenspraak’ gelanceerd, waarmee de Nederlandse overheid zich inzet voor een krachtig en onafhankelijk maatschappelijke middenveld in lage- en lage middeninkomenslanden en maatschappelijke organisaties ondersteunt in hun rol van waakhond en als constructieve speler in duurzame ontwikkelingsprocessen. De totale financiële bijdrage bedroeg  925 miljoen euro voor 25 allianties van maatschappelijke organisaties voor een periode van vijf jaar. Binnen deze allianties zijn in totaal 61 organisaties betrokken, werkzaam in zo’n zestig landen, in strategisch partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De komende zes weken brengt Vice Versa achtergrondverhalen en reportages over deze strategische partnerschappen uit Nigeria, Myanmar, Guatemala en Mali. Hoe gingen de partnerschappen te werk en op welke wijze werd er een verschil gemaakt? En wat zijn de geleerde lessen?

‘Samenspraak en Tegenspraak: de oogst’ is een samenwerking tussen Vice Versa en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Wacht nou eens op de hulpvraag!

Door Anika Altaf | 29 mei 2020

Bij deze COVID-19 crisis initiëren ontwikkelingsorganisaties allerlei acties in tientallen landen in Azië en Afrika. Maar sluiten die wel aan op waar mensen behoefte aan hebben en zijn deze wel kosteneffectief? Anika Altaf en Betteke de Gaay Fortman pleiten ervoor om niet in oude reflexen terug te vallen, maar nauwgezet uit te zoeken wat de hulpvraag is en goed te luisteren naar de mensen om wie het gaat.

Lees artikel

Corona steun via particuliere initiatieven

Door Marc Broere | 28 mei 2020

Niet alleen grote organisaties zijn actief met het geven van noodhulp tijdens de coronacrisis. Wilde Ganzen is een speciaal corona fonds gestart voor Nederlandse particuliere initiatieven en hun lokale partners. Zij zitten vaak in haarvaten van de samenleving en kunnen de meest gemarginaliseerde groepen bereiken.

Lees artikel

5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens

Door Maria van der Heide | 27 mei 2020

De coronacrisis biedt kansen om te praten over wat het begrip waarde echt betekent in waardeketens, schrijven Maria van der Heide en Danielle Hirsch in deze opiniebijdrage. Waarde wordt nu uitgedrukt in economische termen als winst en groei. Maar wat hebben we aan winst en groei als de grondstoffen op zijn, mensen onbeschermd op straat staan en het klimaat de aarde onleefbaar maakt? Er zijn waardeketens, die wél werken en waar waarde een veel breder begrip is. 5 kernwaarden voor inclusieve waardeketens.

Lees artikel