Skip to content

 

Door:
Dirk Jan Koch

30 januari 2020

Tags

In deze column-serie licht Dirk-Jan Koch eens per twee maanden een onderwerp uit waar hij mee bezig is in het kader van zijn onderzoeksproject ‘ongeplande effecten van internationale samenwerking’. Deze keer: wat zijn de bijwerkingen van de verzakelijking van de sector?

Het gegeven dat het aanbieden van een financieel extraatje leidt tot minder motivatie valt dusdanig buiten de neo-liberale tunnelvisie dat er nog weinig denkkracht verricht is over hoe omgegaan kan worden met dit dilemma. als je mensen beloont voor niet omhakken bomen leidt dat tot minder intrinsieke motivatie voor bosbescherming.

Ik heb nogal op de trom geslagen binnen de sector voor een meer zakelijke benadering. Critici van tenderdenken wees ik bijvoorbeeld op de verstijvende werking van het oude medefinancieringsstelsel. Terwijl de wereld verandert, bleven steeds ouder wordende medewerkers comfortabel doen wat ze altijd al deden.

Door een combinatie van onderzoek naar klimaatmaatregelen dat ik uitvoer samen met Marloes Verholt en het lezen van Rutger Bregman weet ik het even niet meer: zijn we doorgeslagen met de verzakelijking van de sector? Laat me jullie mijn dilemma voorleggen aan de hand van ons onderzoek op het gebied van internationaal klimaatbeleid.

Uitgaan van het goede van de mens

Vorig jaar in Davos maakte Bregman indruk door los te gaan op de filantropie van miljardairs. Daarom besloot ik zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ te lezen. Hij pleit overtuigend voor een ‘nieuw realisme’, en voor hem is dat realisme juist niet cynisch. Het is juist realistisch om uit te gaan van het goede van de mens. Hij vindt dat we onze systemen moeten bouwen op vertrouwen. Kortom, hij stelt precies datgene voor wat ik nooit in de praktijk heb gebracht.

De afgelopen jaren heb ik hard meegewerkt aan het afschaffen van instellingsubsidies (daar worden organisaties en mensen lui van) en het optuigen van managementsystemen die er op gericht waren om mensen en organisaties te controleren en de juiste prikkels te geven. Ook binnen het internationale klimaatbeleid is deze verzakelijking zichtbaar: van geïntegreerde bosbeschermingprogramma’s naar ‘payment for environmental services’ programma’s.

Ook ik vind dat klimaatverandering de grootste uitdaging van deze tijd is, dus moeten we juist op dat vlak zorgen dat de ‘prikkels’ goed zijn. Geen wonder dat ik me dan ook erg aangesproken voel door de quote van Paul Polman: ‘Zolang we aan dode bomen wel een waarde toekennen en aan levende bomen niet, hebben we een groot probleem’. Met andere woorden: een zakelijke aanpak van het klimaatprobleem beloont mensen om de bossen te beschermen, in plaats van ze om te hakken.

Bijwerkingen

Samen met een stel studenten en een onderzoeker van de Radboud Universiteit, Marloes Verholt, besloten we te kijken naar de zogenoemde ‘payment for environmental services’ (PES) programma’s, die zich precies daar op richten. Inmiddels gaan in die programma’s miljarden om, onder andere omdat mensen hun CO2 uitstoot willen compenseren. De eigenaren en bewoners van de bossen krijgen een financiële compensatie als ze het bos laten staan, in plaats van omkappen. We onderzochten onder andere wat de negatieve effecten, de zogenoemde ‘bijwerkingen’, van die programma’s zijn op mens en milieu.

Wat ons verbaasde was dat de bijwerking die we het meest aantroffen te maken had met het uithollen van de intrinsieke motivatie van lokale bewoners. In 17 van de 63 studies naar de bijwerkingen van ‘payment for environmental services’ programma’s werd dit effect aangetoond. Met intrinsieke motivatie doelen we in dit geval op de bereidheid om uit eigen beweging het bos te beschermen.

Calculerende burger

Het goede nieuws: mensen – hoe arm ze ook zijn –  zijn over het algemeen best bereid het bos te beschermen. Het slechte nieuws? Hun intrinsieke motivatie neemt af zodra er geld aan het bos verdiend kan worden.  Als externe partijen door middel van PES programma’s het bos als een verhandelbaar goed op de markt zetten, dan wordt de lokale bevolking veelal ook een meer calculerende burger. Als de betalingen dan stoppen is het bos extra kwetsbaar omdat de intrinsieke motivatie verminderd is. Veel onderzoek dat we analyseerden is nog experimenteel en exploratief van aard, maar het wijst wel allemaal in dezelfde richting: of het nu gaat om Noord-India, Mexico of Uganda.

In onze interviews met de grote partijen achter deze massale ‘payment for environmental services’ programma’s (zoals de Wereldbank) vroegen we ze wat ze deden met dit dilemma. Aan de ene kant wil men een systeem ontwikkelen dat genoeg (financiële) compensatie biedt om de bossen in het huidige kapitalistische systeem te beschermen. Anderzijds wil je niet de intrinsieke motivatie van mensen om aan natuurbehoud te doen ondergraven. Wat bleek: dit was nog een blinde vlek voor veel van de beleidsmakers die we interviewden. Het gegeven dat het aanbieden van een financieel extraatje leidt tot minder motivatie valt dusdanig buiten de neo-liberale tunnelvisie dat er nog weinig denkkracht verricht is over hoe omgegaan kan worden met dit dilemma.

Dode hoek

Wat zou Bregman zeggen als hij los zou gaan op ontwikkelingssamenwerking ? Onze studie ondersteunt in ieder geval de claim van Rutger Bregman: de dode hoek van ons internationale klimaatbeleid blijkt exact te zitten in een gebrek aan vertrouwen in de intrinsieke motivatie van het individu.

Ik zeg niet dat we dan maar moeten stoppen met het ‘een waarde geven aan bomen’, maar wel dat we beter zicht moeten krijgen op onze dode hoek. Kunnen we bijvoorbeeld meer werken met compensaties aan gemeenschappen, in plaats van individuen? Of kunnen we experimenteren met verschillende hoogtes van betalingen om te zien wanneer het nog versterkend werkt voor de motivatie en wanneer het verzwakkend werkt? Rutger Bregman vraagt ons na te denken over hoe we in elke sector systemen kunnen scheppen die mensen in staat stellen zichzelf te motiveren om te doen wat ze willen doen. Binnen onze sector hebben we – in ieder geval ik  – nog behoorlijk wat denkwerk te doen!

Deze column is gebaseerd op een working paper dat in december 2019 verscheen in het kader van het ‘Unintended Effects of International Cooperation’ programma van de Radboud Universiteit en het Ministerie van Buitenlands Zaken https://www.ru.nl/publish/pages/814787/special_working_paper_15_koch_verholt.pdf

Dirk-Jan Koch is bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en tevens werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schrijft deze columns op persoonlijke titel.

 

Zonder mondiale solidariteit komt corona als een boemerang bij ons terug

Door Marielle Bemelmans | 03 april 2020

In deze bijdrage legt Wemos-directeur Mariëlle Bemelmans uit waarom de Covid-19 crisis het belang van mondiale solidariteit blootlegt. ‘Het heeft geen zin om alleen de eigen zorg te verbeteren, en die elders te verwaarlozen – een virusuitbraak elders bereikt ons uiteindelijk toch in deze geglobaliseerde wereld. Zonder mondiale solidariteit, komt Corona als boemerang bij ons terug. ’

Lees artikel

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel
Scroll To Top