Door:
Marc Broere

28 januari 2020

Tags

Het begrip democratie spreekt bij Malinezen niet tot de verbeelding; ze associëren het met vriendjespolitiek en slecht bestuur. In hun leven lijkt de staat niet van toegevoegde waarde, maar valt die band niet te verbeteren? In Mali is het NIMD-partnerschap een nieuwe weg ingeslagen: een dialoog tussen politici en kiezers.

Door: Ayaan Abukar en Marc Broere

 

Met zelfverzekerde tred stapt Kounadi Cissé uit de schoolbanken. Ze gaat voor de groep staan een draagt een gedicht voor. Het gaat over geweld tegen vrouwen, over een ongelukkig huwelijk, over getrouwd zijn tegen je zin in.

Kounadi Cissé draagt voor

Ze varieert met haar stem en gebruikt lichaamstaal om de woorden kracht bij te zetten. Ze heeft het zelf geschreven. Na afloop krijgt ze een daverend applaus van de aanwezigen.

We zijn op een middelbare school in Bamako, waar we worden ontvangen door maître de slam Amadou Sissoko. Hij is hier muziekleraar, maar ook de initiatiefnemer van Jeuness’Art. De groep telt vijftig leden, veelal (oud-)leerlingen van de school, die iets minder dan een euro per maand betalen voor hun lidmaatschap.

Slam is een combinatie van poëzie en performance, waarbij het om intonatie, ritme en lichaamstaal draait. Het is vooral populair onder jongeren. Toen Sissoko en zijn groepsleden merkten dat ze veel succes oogstten met hun voordrachten op straat, besloten ze meer aandacht aan de boodschap te geven.

‘Nu gaat het ook over corruptie, goed bestuur en geweld tegen vrouwen’, zegt hij. ‘We richten ons vooral op jongeren die niet goed geïnformeerd zijn en niet naar school zijn geweest, of geen Frans spreken. We vinden ze op straat of op de markt. Zíj zijn het grootste slachtoffer van ons politieke systeem en van slecht bestuur.

‘We willen het wóórd democratiseren’, voegt hij eraan toe, ‘en jongeren duidelijk maken dat in onze samenleving iedereen het woord mag nemen, niet alleen de elite. Ze mogen zelf, in hun eigen stijl en eigen taal, hun stem laten horen.’

De woorden van Sissoko zijn koren op de molen van Mirjam Tjassing, de landendirecteur van het Nederlands Instituut voor Meerpartijen Democratie (NIMD) in Mali. Ze is vandaag op bezoek bij Jeuness’Art om over de rol van geld in de Malinese politiek te praten – wat zich goed laat vertalen in slam-dichtkunst.

‘Heb jij weleens geld gekregen om op iemand te stemmen?’ Deze vraag alleen al zorgt voor véél gespreksstof, de emoties lopen hoog op. ‘Het is prima om geld van een politicus aan te nemen, dan leveren de verkiezingen tenminste een klein financieel voordeel op’, zegt de een. ‘Wie dat doet, is een slechte burger’, vindt een ander.

Iemand vindt dat democratie goed is, maar meer op Malinese normen en waarden moet aansluiten. Een ander brengt ertegen in dat ‘een beetje dictatuur’ niet verkeerd zou zijn. Ook Kounadi Cissé, de jonge dichteres, geeft haar mening: ‘Veel Malinezen hebben wel goede diploma’s, maar weten niet wat goed burgerschap is.’

 

Waar het land naartoe moet

Als we wegrijden, is het te merken dat Mirjam Tjassing blij is met de dynamiek van de middag. Ze heeft deze baan sinds 2018, maar is bepaald geen onbekende in de regio: eerder werkte ze jarenlang als diplomaat op de Nederlandse ambassade in Burkina Faso en later in Mali.

Mirjam Tjassing (NIMD)

Over de staatsgreep in 2012 en de daaropvolgende crisis schreef ze het boek Mali –Een kaartenhuis, haar analyse en persoonlijke getuigenis. Als ze over de politieke situatie in de regio praat, voelt ze zich als een vis in het water.

Op de vraag of politiek voor de Malinezen van belang is, antwoordt ze: ‘Het hangt ervan af wat je bedoelt met “politiek”. Men stelt dat begrip hier al snel gelijk aan liegen en aan valse beloften, maar politiek in de zin van waar het land naartoe moet is voor velen van grote betekenis.

‘Het is niet voor niets’, vervolgt ze, ‘dat de straten van Bamako al een aantal keer zijn volgelopen met demonstranten die politieke wensen hebben. Er is een honger naar politieke ideeën en voorstellen, alleen is het aanbod niet al te best; wat de politici opperen, beantwoordt niet aan de behoefte van de bevolking.’

Zeker toen ze bij het NIMD ging werken – dat de term ‘meerpartijendemocratie’ in de naam draagt – merkte Tjassing hoe slecht de reputatie van het huidige politieke systeem van Mali is. ‘Ik twitter veel’, zegt ze, ‘en ontvang reacties als “rot op met je propaganda voor de westerse democratie”, of: “dit soort democratie hebben we hier niet nodig”.

‘Kijk, ik ben hier niet om te zeggen dat een meerpartijendemocratie de enige weg naar het paradijs is. Democratie is voor mij een principe waarin het landsbestuur een reflectie van de behoefte van de bevolking vormt. Daar hoort een systeem bij dat het moet laten functioneren.

‘Mali is nu op papier een meerpartijendemocratie; dat willen we laten werken, maar tegelijk gaan we de discussie aan over andere vormen van democratie. Mensen roepen hier vaak dat het westerse systeem niet aansluit op de normen en waarden van de Malinezen, maar wat dan wel?

‘En wat zijn die normen en waarden dan? We willen ook het debat dáárover faciliteren. Onze rol is het analyseren van de samenleving, zoeken waar de dynamiek zit en dan kijken hoe we de processen kunnen ondersteunen.

‘De traditionele werkwijze was het geven van capaciteitsopbouw aan politieke partijen en de onderlinge dialoog mogelijk maken. Maar dat is in Mali niet voldoende, omdat er te veel partijen zijn en te weinig politici die belang hebben bij verandering.

‘Op basis van een tussentijdse evaluatie hebben we het strategisch partnerschap daarom bijgestuurd en richten we ons meer op de bevolking.’

 

Tweehonderd politieke partijen

Het NIMD-kantoor ligt in een volkswijk en staat symbool voor de nieuwe koers in Mali. Van een dialoog tussen politieke partijen naar een dialoog met de bevolking, over vraagstukken van democratie en goed bestuur.

Tjassing neemt ons in vogelvlucht mee door de recente politieke geschiedenis van Mali, beginnend bij een conferentie in Frankrijk, waarop president François Mitterrand in 1990 de vroegere koloniën mededeelde dat ze alleen nog op steun konden rekenen als ze een meerpartijendemocratie invoerden.

Sindsdien zijn in Mali wel tweehonderd politieke partijen opgericht. ‘Ze zijn zelden gebaseerd op inhoudelijke ideeën of op een ideologie,’ zegt Tjassing, ‘maar bijna altijd geformeerd rondom mensen.’

Voor de context: Mali is een gestratificeerde samenleving, waarin bij geboorte – op basis van je naam en afkomst – al grotendeels vaststaat wie je bent en wat je rol in het leven zal zijn. ‘Dat staat op gespannen voet met de waarden van westerse instituties,’ zegt ze, ‘die uitgaan van het feit dat iedereen gelijk is.’ En maar vijftien procent van de Malinezen spreekt Frans, de voertaal van het politieke debat.

De basis onder het nieuwe beleid is een grondige analyse van de politieke situatie, waarin de rol van geld centraal staat. Uit het onderzoek bleek dat een parlementariër zelf geld moet inleggen om op de kieslijst van een partij te belanden. Een verkiezingscampagne kost zo’n zestigduizend euro per zetel.

‘De gekozen politici deden dus een flinke investering, die ze in de jaren daarna moeten zien terug te verdienen – dus laten ze zich vaak betalen voor hun stem bij besluitvorming over wetgeving en beleid.’ En het leidt ertoe dat het lastig is voor met name jongeren en vrouwen om de politiek in te gaan, omdat ze meestal over minder geld beschikken.

‘Uit ons onderzoek’, vervolgt Tjassing, ‘blijkt ook dat de meeste Malinezen een staatsgreep of volksopstand als enige kans op verandering zien. Dat verklaart waarom weinig mensen gaan stemmen.’

Het NIMD stelde een verandertheorie op, die nu leidend is in de uitvoering van het partnerschap in Mali. ‘Bij de huidige partijen en politici is er te weinig wil om te veranderen. Politiek is voor velen een verdienmodel geworden. Je kunt dan wel een dialoog tussen politici faciliteren, maar zo zal het land niet veranderen.

‘Het is beter om aan de dynamiek tussen politiek en burger te werken, met informatie en trainingen naar de burgers en het maatschappelijk middenveld te gaan en de principes van democratie beter uit te leggen, evenals hun eigen rechten en verantwoordelijkheden. Om het systeem langzaam van binnenuit te helpen veranderen, om aan te sluiten bij de dynamische jongerencultuur.

‘Voor deze werkwijze hebben we naast politieke partijen ook bloggers, artiesten, slammers, IT-specialisten en onderzoekers nodig: jongeren die in hun eigen taal de boodschap via raps of nieuwe technologie aan hun leeftijdsgenoten doorgeven.’

 

Een berichtje van je parlementariër

Een goed voorbeeld is Tuwindi, een nieuwe partnerorganisatie van het NIMD. We maken kennis met directeur Tidiane Togola, een echte whizzkid die alles van applicaties en programmeren weet. Hij heeft een masterdiploma in computerwetenschappen en is behalve met zijn bedrijf ook bezig om te promoveren in de bestuurskunde.

Met zijn 36 jaar is hij de oudste werknemer van Tuwindi, de gemiddelde leeftijd van de staf is 23. Togola wil computertechnologie inzetten om politici meer ter verantwoording te kunnen roepen en om de betrokkenheid van burgers en vooral jongeren bij de politiek te vergroten.

Met steun van het NIMD ontwikkelt Tuwindi een mobiele app waarmee je met de parlementariër uit je district kunt praten: ‘Mijn gekozen vertegenwoordiger’ is de naam van de app. ‘Je kunt hem of haar vragen stellen over specifieke wetten of moties waarover gestemd gaat worden’, zegt Togola.

‘Omdat veel mensen niet kunnen lezen en schrijven, mogen ze ook een gesproken bericht achterlaten.’ En op hun beurt kunnen de parlementariërs de mening van kiezers peilen, als er een belangrijk onderwerp of een stemronde op de agenda staat. ‘Met één klik kunnen ze een bericht aan al hun volgers sturen.’

De laatste maanden deed Tuwindi een proef met een groep politici en een deel uit de databank van tweehonderdduizend vooral jonge gebruikers. ‘Het blijkt dat er interesse is’, zegt Togola. ‘Het enige wat politici niet willen is beledigd worden; we zullen een spamfilter inbouwen om serieuze vragen te scheiden van scheldwoorden.’

Zelf heeft hij hoge verwachtingen van de app: ‘We geven politici gereedschap om kiezers meer bij hun werk te betrekken en burgers de kans om actiever deel te nemen aan het politieke proces.’

Mirjam Tjassing knikt. ‘Ons motto’, zegt ze, ‘is altijd geweest dat democratie begint met een dialoog; van oudsher tussen partijen onderling, nu – in Mali – tussen politici en het volk. Deze app is een uitstekend middel daarvoor.

‘Mensen klagen vaak dat ze hun politieke vertegenwoordigers nooit zien. Op hun beurt zeggen politici vaak dat ze door kiezers alleen maar om geld worden gevraagd en dat ze nooit willen luisteren naar hun program. Als je mensen op afstand met elkaar kunt laten communiceren, is dat beter.’

 

Gesprekken in Timboektoe

Voor de lunch in de binnenstad van Bamako heeft Tjassing twee mensen van Benbere uitgenodigd: coördinator Abdoulaye Guindo en de uit Timboektoe afkomstige Fatouma Harber.

Fatouma Harber

Benbere is een collectief van jonge bloggers, dat anderhalf jaar geleden is opgericht en samenwerkt met RNW Media in Hilversum, maar nu ook met het NIMD, om via blogs de aandacht te vestigen op de rol van geld in de Malinese politiek.

Guindo zegt dat ze vooral bloggen over democratie, mensenrechten, cultuur en goed bestuur. ‘We willen zo het gesprek over politiek in Mali op gang brengen.’

De Malinese cultuur van strata, de opdeling in lagen, laat zich ook zien in het politieke gesprek, zegt Fatouma Harber: jongeren praten wel met jongeren en vrouwen met vrouwen, maar het is zelden gemengd. Ze neemt ons in gedachten mee naar Timboektoe, de tot de verbeelding sprekende stad in het noorden.

‘We organiseren eens per maand een discussieavond, op basis van de blogs. In het begin wilden de vrouwen in het bijzijn van jongeren niet praten over de politiek en de onveiligheid in het noorden. “We zijn niet geschoold”, zeiden ze tegen me, “en willen niet afgaan voor de ogen van onze kinderen die wèl onderwijs hebben genoten.”

‘Toen ik dat tegen de jongeren zei, reageerden ze: “Maar jullie zijn onze moeders, we zouden jullie nooit vernederen! Je mag alles zeggen wat je wilt.” Nu gaan ze wel met elkaar in dialoog.’

Op de kaarten met reisadvies voor Mali is Timboektoe altijd in het dieprood aangemerkt. ‘Juist in Timboektoe leeft het gesprek over politiek en democratie,’ zegt Harber, ‘omdat het gebied is getroffen door instabiliteit en crisis. Je voelt de noodzaak om met elkaar in gesprek te gaan.’

Als beide bloggers vertrokken zijn, maken we met Mirjam Tjassing de balans op.  Het partnerschap van NIMD lijkt anders dan de meeste partnerschappen, die veelal te maken hebben met armoedebestrijding of met recht op water of marktoegang voor boeren. ‘Inderdaad,’ beaamt ze, ‘het is anders. Werken aan democratie is in ieder geval minder zichtbaar.’

Ze denkt even na en brengt dan Burkina Faso ter sprake, waar president Blaise Campaoré in 2014 door een ontevreden bevolking werd verjaagd. ‘Als je naar de beweging kijkt die dat voor elkaar kreeg,’ zegt ze, ‘dan bestond die uit organisaties die vrijwel allemaal jarenlang zijn gefinancierd door de Nederlandse ambassade – al was een volksopstand niet de intentie.

‘Maar toen de revolte een feit was, zorgen die organisaties wèl ervoor dat het op een georganiseerde manier ging, met een visie en met ideeën over hoe het anders kon. Had Nederland die organisaties niet gesteund, dan konden ze zo’n constructieve rol niet vertolken.

‘Zo zie ik het in Mali ook een beetje. Ik hoop dat men begrijpt dat het NIMD hier niet is om te vertellen hoe het moet, maar om mensen te ondersteunen, zodat ze zèlf kunnen bepalen hoe ze het willen. Dat is voor mijn gevoel de essentie van democratie – en dit partnerschap gaat over hoe mensen bestuurd willen worden.

‘De huidige manier is hier niet meer houdbaar, er leeft heel wat woede in de samenleving. Ons programma gaat erover hoe je je stem opbouwend, via de politiek kunt laten horen en hoe dat omgezet wordt in beleid. Dat is moeilijker meetbaar dan in andere partnerschappen.

‘Mijn grootste doel’, besluit ze, ‘is dat er meer vertrouwen komt in de politiek. Dat mensen beginnen te begrijpen dat democratie op zich iets positiefs is en dat ze zien dat het zin heeft om je politiek te engageren.’

 

Mali is een van de tien landen waarin het strategisch partnerschap Conducive environments for effective policy van het NIMD actief is. Ngo’s kunnen alleen succesvol zijn als de politiek bereid is naar hun ideeën te luisteren. Het doel is daarom de dialoog en samenwerking tussen de politiek en het maatschappelijk middenveld te bevorderen. Behalve in Mali loopt het programma ook in Benin, Kenia, Mozambique, Oeganda, Zimbabwe, Honduras, El Salvador, Guatemala en Myanmar

 https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2018/09/perry-grone-732606-unsplash-scaled.jpg

In 2016 werd het programma ‘Samenspraak en Tegenspraak’ gelanceerd, waarmee de Nederlandse overheid zich inzet voor een krachtig en onafhankelijk maatschappelijke middenveld in lage- en lage middeninkomenslanden en maatschappelijke organisaties ondersteunt in hun rol van waakhond en als constructieve speler in duurzame ontwikkelingsprocessen. De totale financiële bijdrage bedroeg  925 miljoen euro voor 25 allianties van maatschappelijke organisaties voor een periode van vijf jaar. Binnen deze allianties zijn in totaal 61 organisaties betrokken, werkzaam in zo’n zestig landen, in strategisch partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De komende zes weken brengt Vice Versa achtergrondverhalen en reportages over deze strategische partnerschappen uit Nigeria, Myanmar, Guatemala en Mali. Hoe gingen de partnerschappen te werk en op welke wijze werd er een verschil gemaakt? En wat zijn de geleerde lessen?

‘Samenspraak en Tegenspraak: de oogst’ is een samenwerking tussen Vice Versa en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel

De Utstein coalitie voegde de daad bij het woord

Door Ron Keller | 20 juli 2020

Er is geen enkel samenwerkingsverband geweest dat zo uniek en invloedrijk was als de Utstein coalitie (U4) van vier vrouwelijke ministers voor ontwikkelingssamenwerking, waaronder de Nederlandse Eveline Herfkens. Dat schrijft oud-topambtenaar Ron Keller als reactie op de recensie die Paul Hoebink schreef over een recentelijk verschenen boek over de U4.

Lees artikel