Skip to content

 

Door:
Bram Posthumus

27 januari 2020

Tags

Iedere avond verzamelen twee zussen uit Bamako de kinderen uit hun wijk op een sportveld. Intussen geven ze door de sport boodschappen over het leven mee: en de buurt verbroedert. ‘Nu komt iedereen me halen als ik om zeven uur niet op het veld ben.’

Doumanzana is een van de vele uitgestrekte laagbouwwijken in de Malinese hoofdstad Bamako. Langs lange straten van zand en steen staan huizen gemaakt van grote cementblokken, die zijn niet duur en een huis is snel klaar.

De groei van Bamako is onstuimig geweest. Van een stadje niet groter dan Venlo (honderdduizend inwoners) bij de onafhankelijkheid van Mali in 1960 tot een half miljoen twintig jaar later. En het groeitempo bleef hoog: driekwart miljoen in 1990, ruim één miljoen aan het begin van het nieuwe millennium en nu telt de stad naar schatting een kleine drie miljoen mensen, op 245 vierkante kilometer. De laatste dertig jaar zijn er complete wijken uit de grond gestampt, met weinig infrastructuur, nauwelijks stroom en water en mensen die elkaar niet kennen.

Daar willen Fatoumata (21) en Aminata (19) Coulibaly iets aan doen. De oudste zus volgt een studie in informatica en management, terwijl de jongste met bedrijfsmanagement bezig is. Allebei willen ze wat structuur brengen in Doumanzana, hun buurt, door middel van sportactiviteiten. Coherentie is het toverwoord, hoewel ze zelf liever de term solidariteit hanteren. Dat is veel werk, weten ze inmiddels. De wijk was het toneel van opstootjes en overvallen, ook in een recent verleden.

Het zit in de familie

Sport kennen ze al van kinds af aan: ze zijn opgegroeid in een zeer sportieve familie. ‘Mijn vader trainde het nationale voetbalelftal’, meldt Fatoumata. Sport speelt nog steeds een rol in hun leven, al is die bescheiden door hun drukke studieprogramma.

‘Als ik nu nog zou kiezen, dan werd het basketbal’, vervolgt Fatoumata. ‘Maar ik ben vooral met coaching bezig, binnen het Game Changers-programma van ISA – daarmee heb ik al veel mensen op weg geholpen.’ Ze kijkt naar Aminata, die met haar laptop bezig is en zegt: ‘Zoals mijn eigen zus. Zij wordt nu beschouwd als een buurtleider.’

Een stralende glimlach komt haar tegemoet en Aminata neemt het woord. ‘Zoals m’n zus al zei: sport zit bij ons in de familie. Vooral mijn moeder heeft me enorm aangemoedigd. Zij heeft zelf een tijd basketbal gespeeld, mijn hoofdsport is voetbal.’

In de vroege avond gaan ze joggen door de buurt. Is dat wel te doen, in Bamako? ‘We doen het om in conditie te blijven,’ zegt Fatoumata, ‘maar het valt inderdaad niet mee, door de luchtvervuiling.’ Er hangt vrijwel constant een band boven de stad, die bestaat uit uitlaatgassen van verouderde auto’s en busjes, houtvuren waarop gekookt wordt en de gewoonte om in de buurt vuil te verbranden. Aminata wil alleen nog even kwijt dat die luchtvervuiling geen hindernis is: ‘Het houdt ons niet tegen.’

Iedere avond om zeven uur zijn ze te vinden op het sportterrein in de buurt. De jeugd rent massaal, speelt voetbal en doet spelletjes. Hoe is dat zo gekomen? Fatoumata’s antwoord is kort en leidt tot een lachsalvo: ‘Dat komt dus allemaal door mijn zus.’

Maar dan wordt Aminata’s blik serieus: ze legt haar motivatie uit. ‘Ik zag in mijn buurt dat jongeren geen respect meer hadden voor ouderen. Bij ons is dat belangrijk, het is deel van onze traditie. Ik heb sportactiviteiten opgezet, want het is een middel waarmee je boodschappen kunt doorgeven, vooral aan de allerjongsten.

‘Die vinden de activiteiten die ik organiseer interessant en na afloop begin ik gesprekken met ze. We zijn in maart van dit jaar met een klein groepje begonnen: vijf kinderen. Nu komt heel de buurt me halen als ik om zeven uur niet op het veld ben.’

Dat ging niet vanzelf, vertelt Fatoumata: ‘In het begin was het niet eenvoudig om de ouders te overtuigen hun kinderen twee uur lang buiten te laten. Ouders hadden het idee dat hun kinderen een sportieve activiteit gingen gebruiken als dekmantel, om heel andere dingen te doen, die ze thuis niet mogen. Dat heeft ons nogal eens gefrustreerd in het begin.’

Zijn ze met die ouders gaan praten? Aminata: ‘Nee, niet echt. We hebben het laten zien, via de dingen die we organiseerden en de resultaten die we ermee hebben gehaald.’

Fatoumata vult nog even aan: ‘Het voordeel is dat de kinderen lichaamsbeweging krijgen, waardoor ze minder tijd hebben voor dingen die wel slecht zijn voor hun gezondheid. En als ze uitgesport zijn, willen ze alleen nog maar slapen. Dat is dus heel goed…’

Neveneffecten

De zussen verbinden op een subtiele manier allerlei levenslessen, zoals het weer aanleren van respect, met hun sportieve activiteiten – en dat slaat aan. Het idee om respect terug te brengen in de buurt werkt als een manier om meer sociale cohesie te krijgen. Tot grote vreugde van de ouderen zijn de jongeren ze weer gaan groeten. Dat is belangrijk, stellen ze nadrukkelijk: het is bij uitstek de uiting van het tonen van respect.

En zo raken buurtbewoners met elkaar aan de praat, op straat. Aminata ziet dat de buurt socialer is geworden. ‘We spraken elkaar nooit. Je wist wel zo ongeveer waar iedereen woonde, maar er was geen solidariteit. Die is er nu wel. Mensen houden elkaar beter in de gaten, kijken of het wel goed gaat met hun medebewoners.’

Een stukje van Doumanzana

Hun activiteiten hebben eveneens andere mooie neveneffecten. Ook dat zie je op straat: er ligt minder rommel – en dat komt door een spelletje. Aminata: ‘Zal ik het je even uitleggen? Ik stel kinderen op in een rij, twee aan twee gekoppeld. Op het moment dat ik het startsein geef, zie je nog overal rommel liggen. Die moeten ze opruimen en in een zak stoppen, zoveel mogelijk.

‘Wie het meest heeft verzameld is de winnaar. En het leuke is: de kinderen vinden het geweldig! Ze hebben gespeeld, ze zijn in beweging geweest, ze hebben samengewerkt en ze hebben de buurt een dienst bewezen.’ Het idee heeft zich verspreid en er ligt inderdaad aanmerkelijk minder troep op straat. Nu nog iets aan dat verbranden doen…

Hebben ze zelf eigenlijk meer respect geoogst door hun werk? Fatoumata weet het zeker. ‘Beslist. Dat komt vooral doordat we toewijding tonen, dat wordt gewaardeerd. Maar ik heb ook gezien dat je via onze sportactiviteiten meer voor elkaar krijgt, omdat je de aandacht van de jeugd vasthoudt. Het werkt beter dan ze alleen maar toe te spreken. Je kunt je amuseren met sport en spel en tegelijkertijd kun je informatie doorgeven, die dan beter blijft hangen.’

Hielp het dat ze allebei jonge, studerende vrouwen zijn? Niet echt, stelt Aminata. ‘Toen we met onze activiteiten begonnen, werden de meisjes naar het tweede plan gedrukt; de jongens hadden in alles de leiding. Ik vroeg me af hoe dat kwam en nam me voor minstens net zo goed te worden als zij. Dat lukt trouwens best, hoor. En of ze het nu leuk vinden of niet, ik bepaal wat er gebeurt!’ Op dat laatste volgt een gezamenlijke schaterlach.

Mensen motiveren

ISA blijft ze ondersteunen, met verse trainingen en advies. De organisatie stuurt vragenlijsten digitaal op – beide zussen hebben een actief bestaan op WhatsApp – of mensen komen langs in Doumanzana om te bespreken wat ze nodig hebben. Als het aan Fatoumata en Aminata ligt, gaan ze tot in lengte van jaren door met dit werk, ondanks hun drukke studie en hun drukke banen als ze afgestudeerd zijn, want dat ligt in het verschiet.

‘We doen dit niet voor het geld’, zeggen ze. ‘Wat we willen is onze buurt ontwikkelen.’ Met de kleinere kinderen werken is makkelijker, stellen ze vast: als ze wat ouder zijn, willen ze wel geld zien. ‘Dat geeft soms complicaties’, zegt Aminata diplomatiek.

Zijn ze zelf eigenlijk veranderd? Fatoumata zegt: ‘Nou en of. Ik heb op de trainingen van ISA gemerkt dat er voor iedereen veel ruimte was om van zich te laten horen, dat waardeerde ik. Ik vond spreken in het openbaar heel moeilijk, daarin ben ik enorm vooruitgegaan. Dat geldt ook voor het contacten leggen met mensen die je niet kent. Ook dat hebben we geleerd, net als hoe je mensen kunt motiveren voor je activiteit.’

Aminata heeft eenzelfde ontwikkeling doorgemaakt naar meer zelfvertrouwen. ‘Ik liet me altijd gemakkelijk ontmoedigen. Iemand hoefde maar te zeggen dat wat ik deed verkeerd was en dan liet ik alles vallen. Als ik nu zo’n opmerking hoor, dan vraag ik me af waarom iemand zoiets zegt. En dan ga ik op zoek naar een manier om het beter te doen.’

Fatoumata denkt dat een actief sportleven nog wel te combineren is met een carrière; haar zus is daar minder zeker van. Waarover ze het wel eens zijn is het antwoord op de vraag in welke vrouwensport Mali van zich zal doen spreken: basketbal. ‘Wij gaan de wereldcup winnen, insjallah.’ Moeder kan tevreden zijn.

She Got Game!  is een samenwerking tussen Vice Versa en ISA. In Amerikaanse straattaal betekent She Got Game! dat je de ‘baas’ bent of ergens heel goed in bent. En het laat ook zien dat meisjes en jonge vrouwen  juist op het sportveld genderstereotypes kunnen doorbreken en hun stem kunnen gebruiken.

Tot begin februari publiceren we wekelijks een interview met een vrouwelijke sporter met een leidersrol in Nederland, Mali en Kenia. We laten zien hoe zij verandering teweeg brengen voor henzelf, de spelers met wie zij werken en in hun omgeving. Wat zijn de uitdagingen die ze dagelijks tegenkomen, hoe hebben ze dit aangepakt en wat voor impact heeft dit op hun leven en op dat van anderen?

De reeks wordt afgesloten met een conferentie op 6 februari in Den Bosch. Opgeven kan via info@isa-youth.org.

She Got Game! is mogelijk gemaakt door het Frame Voice Report programma van Wilde Ganzen dat gefinancierd wordt door de Europese Unie.

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel

De stilte van Kaag

Door Ellen Mangnus | 10 maart 2020

De situatie aan de buitengrenzen van Europa bereikte deze week een dramatisch dieptepunt. Waarom horen we niets van minister Kaag, vraagt Ellen Mangnus zich af. Was zij immers niet de minister van de veel geroemde Abel Herzberglezing met de titel: ‘Wees niet stil, we zijn met velen.’

Lees artikel
Scroll To Top