Skip to content

 

Door:
Eva Huson

23 januari 2020

Tags

In Nepal bindt een dappere vrouwenbeweging de strijd aan met hulpafhankelijkheid en weigert ze principieel fondsen van grote, buitenlandse geldschieters. Een interview in de shift the power-reeks over hoe je als kleine hulporganisatie prima het heft in eigen hand kunt nemen.

Vrijwilligers van Tewa komen samen op de Internationale Dag voor Vrijwilligers in 2018

Haar toespraak liep ten einde toen Rita Thapa, sprekend op een podium tijdens de internationale vrouwenconferentie in Peking, plotseling wist wat haar te doen stond. Het was 1995 en ze was gevraagd haar visie te geven op ontwikkelingshulp. Haar geboorteland Nepal was in de jaren ervoor verworden tot donor darling, waar hulpverleners en geldschietende overheden samendromden om het hoge armoedecijfer te drukken en de schade van terugkerend natuurgeweld te herstellen.

Thapa, die naam had gemaakt als een in vrouwenrecht gespecialiseerde hulpverlener, had in die tijd een cv opgebouwd met grote namen van VN-organisaties en andere hulpgiganten. Maar ten overstaan van een volle zaal feministen en hulpexperts sloeg de twijfel toe. Had al die hulp eigenlijk wel nut?

Nepals ontwikkelingsspurt, waarom het te doen was, bleef vooralsnog uit. Sterker nog, Thapa had het gevoel dat ze als Nepalese steeds minder te zeggen had over de toekomst van haar land, dat de controle haar door de vingers glipte terwijl de stem van buitenlandse hulptroepen juist luider en dwingender werd.

‘Weet je,’ zei ze spontaan tegen de zaal, ‘ik ga het anders doen. Ik ga mijn baan opzeggen en mijn eigen, onafhankelijke organisatie beginnen.’ Want, zo redeneerde ze hardop, als Nepal vooruit wil, dan moeten we de ontwikkelingsprojecten zelf doen – niet alleen de uitvoering ervan, maar ook de financiering. ‘We moeten financieel onafhankelijker worden.’ En dus opende Thapa nog diezelfde maand de deuren van haar eigen goede doel: Tewa (‘steun’), een vrouwenorganisatie voor en dóór vrouwen, met overwegend Nepalees geld.

Urmila Shrestha

‘Dat soort financiële zelfstandigheid’, zegt Urmila Shrestha, de huidige directeur, via Skype, ‘staat bij ons nog steeds hoog in het vaandel.’ De Nepalese vrouwenrechtenactiviste nam het stokje in 2017 van Thapa over en onder haar leiding is Tewa uitgegroeid tot een beweging met honderden Nepalese vrijwilligers en vrouwenprojecten door heel het land.

Tewa zag 25 jaar geleden het licht. Hoe is het nu met de Nepalese strijd voor financiële zelfstandigheid?

‘Nepal ontvangt nog steeds flink wat hulpgeld, onder meer voor de wederopbouw na natuurrampen, die ons helaas met enige regelmaat raken. Een deel daarvan gaat naar het maatschappelijk middenveld, dat hier de laatste jaren is gegroeid: Nepal telt inmiddels duizenden kleine, plaatselijke hulporganisaties.

‘Of die goede doelen tegenwoordig zelfstandiger zijn dan in de jaren negentig,’ vervolgt ze, ‘vind ik lastig te zeggen. Maar ik heb het idee dat er veel afhankelijk zijn van buitenlandse geldstromen – via overheden of grote, internationale hulporganisaties – en dus weinig hebben te zeggen over hun eigen agenda.

‘Om je financiering te behouden, moet je je ook vandaag de dag nog vaak schikken naar de wensen van de geldschieter. Het risico dat die organisaties lopen is hetzelfde als een kwart eeuw geleden: als de organisatie te veel inschikt, riskeer je dat je steeds verder af komt te staan van de mensen die je wilt helpen.’

De nood om de boel te veranderen is dus nog steeds hoog?

‘Jazeker. Als je controle hebt over je eigen portemonnee, heb je ook controle over je eigen keuzes. Dan kun je zelf bepalen waaraan je het geld uitgeeft en dien je als organisatie de mensen die je helpt, in plaats van buitenlandse agenda’s. Wij zijn gelukkig al goed op weg. Tewa is in 1995 opgericht en we waren een van de eerste leden van shift the power, de internationale beweging die pleit voor lokaal eigenaarschap in ontwikkelingsprojecten.

‘We zijn inmiddels zeer bedreven in plaatselijke fondsenwerving. Zo wordt het gros van onze projecten gefinancierd met Nepalees geld, goed voor iets meer dan de helft van ons jaarbudget. De rest komt vooralsnog uit het buitenland, via gelijkgestemde internationale organisaties zoals Mama Cash en het Global Fund for Community Foundations. Maar de grote, internationale financieringsstromen laten we links liggen; we willen zo onafhankelijk mogelijk blijven.’

Tewa organiseert regelmatig cursussen over vrouwenrecht en andere feministische onderwerpen.

Hoe werven jullie je fondsen in Nepal?

‘Op verschillende manieren: we organiseren leuke evenementen – zoals een benefietconcert, sponsorloop of een veiling – en particuliere donateurs zijn belangrijk voor ons. Die groep bestaat nu uit meer dan zeshonderd Nepalezen, van wie het leeuwendeel vrouw is. Hun donaties halen we op via vrijwilligers die we hebben getraind om zelfstandig collectes te lopen.

‘De vrouwengroepen die wij steunen helpen ook vaak met de werving. We hebben een eigen fonds waarop vrouwengroepen met een goed idee aanspraak kunnen maken, door een aanvraag in te dienen voor een project van honderd- tot driehonderdduizend Nepalese roepies (tussen de achthonderd en 2.400 euro, red.).

‘Voorstellen die we honoreren zijn vaak kleine, belangrijke projecten die je elders niet snel gefinancierd krijgt. Denk aan een cursus vrouwenrecht op het platteland, de huur van een kantoorruimte of startkapitaal voor een banenproject. De vrouwengroepen die wij op deze wijze ondersteunen, vragen we om ook andere vrouwen te inspireren hetzelfde te doen en om ons fonds te helpen aanvullen.

‘Op die manier creëren we nieuwe vrijwilligers en breidt ons werk zich als een olievlek uit over Nepal. Zo hebben we al ruim vijfhonderd vrouwengroepen gesteund en ons netwerk telt meer dan achthonderd actieve vrijwilligers.’

En dat levert voldoende op om jezelf, als plaatselijke organisatie, te bedruipen?

Het is genoeg om ons eigen fonds aan te vullen en om regelmatig voorlichtingen over vrouwenrecht te organiseren. Wat helpt is dat veel van onze vrijwilligers uit de middenklasse komen en het gros van onze donaties uit die kringen komt. Andere doelgroepen aanboren is vooralsnog lastig.

‘Nepal kent wel een riante geefcultuur, maar dat betekent niet dat iedereen staat te springen om direct aan ons te doneren. Sommige Nepalezen zijn niet geïnteresseerd in vrouwenrecht, andere hebben simpelweg de middelen niet om te geven. Uiteindelijk zijn we nog steeds een laag-inkomensland en leeft een aanzienlijk deel van de bevolking – zeker op het platteland – onder de armoedegrens.

‘Tijdens onze fondsenwervingstraining dragen we altijd alternatieve manieren van geven aan: een donatie hoeft niet per se financieel te zijn, je kunt ook je tijd doneren of hulp in natura geven. Denk aan een boer die rijst doneert aan een vrouwenhuishouden of bijspringt als het nodig is.’

Hoe controleer je of al die kleine vrouwengroepen jullie geld wel goed besteden?

‘Verantwoording afleggen is van groot belang, dat is ook de reden dat we ons fonds niet openstellen voor individuen, maar alleen aan vrouwengroepen. Een groep is op zichzelf een sociaal controlemechanisme: als je samen financiering aanneemt, is de kans groter dat je elkaar in toom houdt bij het spenderen.

‘We vragen alle vrouwengroepen zich als organisatie te registreren bij de overheid, zo kunnen we hun aanvraag en eventuele honorering formeel vastleggen. Verder vragen we de groepen die we steunen ons op de hoogte te houden van hun resultaten. Dat is iets waarbij wij helpen door een cursus aan te bieden, waarin je leert hoe je de uitkomst van je project kunt “meten”.

‘Ten slotte is het ons doel om het leven van individuele vrouwen beter te maken, maar ook om zoveel mogelijk vrouwengroepen te versterken, zowel organisatorisch als bij het vinden van hun stem. En we werken bewust met giften en niet met leningen. Het is onze missie Nepalese vrouwen aan te moedigen onafhankelijk te worden en met een schuld opgezadeld zitten helpt daar niet bij. Integendeel: dan creëer je juist afhankelijkheid.’

Wanneer zal Tewa financieel onafhankelijk zijn?

‘Een van onze grootste uitdagingen is het opbouwen van een sterke, loyale achterban die ons op de lange termijn steunt. In een land als Nepal is dat lastig, omdat het niet vanzelfsprekend is dat je met je donateurs kunt communiceren over wat je met hun geld doet: vaak hebben zij geen e-mail of internet.

‘We organiseren regelmatig open dagen, waarvoor we onze donateurs uitnodigen en waarop we vertellen over wat we doen. Maar, eerlijk is eerlijk, daar bereik je natuurlijk niet iedereen mee. Het opbouwen van een toegewijde achterban die ons vast steunt is dus een hoofddoel; het zijn immers de Nepalezen zelf die ons moeten helpen nòg zelfstandiger te worden.’

Tewa is een van de vier organisaties in Nepal die voor de Change the Game Academy de trainingen Local Fundraising en Lobby & Advocacy verzorgt voor lokale organisaties.

 Foto’s: Tewa

Dit artikel maakt onderdeel uit van het kennisdossier ‘Shift the Power’, dat een samenwerking is tussen de Change the Game Academy van  Wilde Ganzen en Vice Versa. Met dit kennisdossier willen we de discussie over machtsverhoudingen binnen internationale samenwerking van input voorzien. 

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel

De stilte van Kaag

Door Ellen Mangnus | 10 maart 2020

De situatie aan de buitengrenzen van Europa bereikte deze week een dramatisch dieptepunt. Waarom horen we niets van minister Kaag, vraagt Ellen Mangnus zich af. Was zij immers niet de minister van de veel geroemde Abel Herzberglezing met de titel: ‘Wees niet stil, we zijn met velen.’

Lees artikel
Scroll To Top