Skip to content

 

Door:
Marc Broere

14 januari 2020

Tags

Wat gebeurt er met een ngo als fondsenwerving en omzetvergroting belangrijker zijn geworden dan de projecten zèlf? Leny Kling zag Terre des Hommes onherkenbaar veranderen, met als dieptepunt een documentaire die met verborgen camera werd geschoten op de Filipijnen. Ik vond het een geniepige actie, zoiets verwacht je niet van een professionele organisatie. Met deze sensationele manier van fondsenwerven en aandacht vragen voor een probleem schiet je je doel voorbij.

Een lange en indrukwekkende loopbaan binnen ontwikkelingssamenwerking. Vrijwel altijd in ‘het veld’ en in gesprek met de doelgroep om sámen aan oplossingen te werken, respect voor de lokale cultuur en gebruiken. Iemand die altijd bottom-up werkt, geen betweter is en weet dat interventies altijd lokaal gedragen moeten worden. Iemand die met hart en ziel gelooft in armoedebestrijding en ontwikkelingssamenwerking ziet als een echt vak. Maak kennis met Leny Kling (64).

Het overgrote deel van haar carrière heeft ze bij Terre des Hommes gewerkt, waarvan 21 jaar als directeur van de regiokantoren in eerst Oost-Afrika en daarna Zuidoost-Azië. De organisatie zit nog steeds in haar hart, benadrukt ze.

Toch schrapten Kling en haar man Terre des Hommes uit hun testament en diende ze afgelopen jaar zelfs een officiële klacht in tegen de organisatie op de Filipijnen, omdat ze een documentaire – die met verborgen camera het probleem van pedofilie wilde blootleggen – ver over de schreef vond gaan. Het symboliseerde voor haar de ‘teloorgang van een ooit prachtige organisatie’.

Kling herkent zich goed in het beeld dat oud-werknemers Ron van Huizen en Hans Guijt onlangs in Vice Versa schetsten. Ze stellen daarin dat de ziel uit Terre des Hommes is verdwenen en dat de organisatie vandaag de dag geleid wordt door een directeur zonder inhoudelijke kennis van ontwikkelingssamenwerking.

Maar volgens Kling begonnen de problemen al een paar jaar vóórdat Carel Kok in 2017 werd aangesteld als interim-manager en daarna als algemeen directeur. Zijn voorganger Albert Jaap van Santbrink kreeg bij zijn aantreden in 2011 als opdracht van de raad van toezicht mee de eigen fondsenwerving van Terre des Hommes in vijf jaar tijd te verdubbelen.

Van Huizen, die van 1994 tot 2011 zelf directeur was, noemde dat in het interview een bij voorbaat onhaalbare opdracht. Hij zette grote vraagtekens bij raden van toezicht die goede-doelenorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn, waarbij het alleen nog maar om een hogere omzet gaat – wat een doel op zich is geworden.

Leny Kling is het daar helemaal mee eens. ‘Ik vond de opdracht van de raad van toezicht aan de nieuwe directeur destijds al belachelijk klinken’, zegt ze. ‘Je kunt stellen dat het vanaf dat moment verkeerd is gegaan met Terre des Hommes. Heel de reorganisatie die op de opdracht volgde heeft niet veel goeds gebracht.’

Welke veranderingen heeft u sindsdien als directeur van het regiokantoor in Zuidoost-Azië meegemaakt?

‘Het was eerst de bedoeling van de nieuwe directeur het personeelsbestand op het hoofdkantoor drastisch te verkleinen en het werk in Nederland in wezen te beperken tot marketing en fondsenwerving. Want, zoals hij tegen mij zei: “Jullie regiodirecteuren hebben de expertise en weten hoe het geld het best besteed kan worden.”

‘Vraag me niet waarom,’ vervolgt Kling, ‘maar al snel sloeg het beleid om als een blad aan de boom. Er kwamen nieuwe mensen in dienst, sexy en allemaal net in het pak, maar vooral met een erg grote mond: zij zouden de klus wel even klaren. Ze belden heel de wereld af naar al die grote donoren, die ze zogenaamd persoonlijk kenden.

‘Twee jaar later kwam er een nieuwe programmamanager in dienst op het hoofdkantoor. Zij breidde de afdeling in Den Haag drastisch uit en het motto “fondsenwerving, fondsenwerving en nog eens fondsenwerving” deed toen nog meer zijn intrede. We móesten en zóuden meewerken aan het vergroten van de organisatie.

‘De ene consultant na de andere werd binnengehaald. Hele analyses werden er gemaakt van waar het grote geld te halen viel en tientallen projectvoorstellen gingen de deur uit. We moesten gaan twitteren en facebooken – alles om Terre des Hommes maar groter te maken.

‘Het ergste van alles was de invoering van bedrijfstaal: de directeur werd “CEO”, we kregen “managers” en het kind werd omgezet in het “product” dat verkocht moest worden. De grotere zeggenschap van de regiokantoren werd teruggedraaid en we zouden “professioneler” worden; niet meer low-budget en al dat geleuter met de partners, niet meer op de goedkoopste vluchten, maar met duurdere maatschappijen.

‘De dagvergoeding voor de managers werd aangepast om acquisitie mogelijk te maken – het werd armoedebestrijding op stand. Vervolgens besloot de directie alle IT-zaken op de schop te nemen en over te gaan op cloud-based werken van Google, vanuit het hoofdkantoor bestuurd. Ook dit was een typisch voorbeeld van een top-downbesluit dat de regiokantoren opzadelde met heel veel extra werk.

‘Overheidsinstanties en partnerorganisaties waren allemaal op Microsoft georiënteerd en daar kwam ineens Terre des Hommes met technologische innovatie. Alle computers werden vervangen en Chromebooks werden vanuit Nederland naar de regio’s verscheept, omdat die ter plekke nergens te koop waren. Data- en computerconsultants kwamen op bezoek om het mogelijk te maken, want werken in de cloud vereist een snelle internetverbinding èn de nodige training.

‘Projectpartners die niet aan de eisen voldeden en niet op dit systeem konden overgaan, werden afgeschreven – en met hen de kinderen die zij vertegenwoordigden. Het waren precies de partners in de verafgelegen gebieden. Rapporten aan de lokale autoriteiten bleven ook uit, want die moesten in Word worden ingediend en dat stond niet op onze Chromebooks.

‘De relatie tussen het hoofdkantoor en de regiokantoren verslechterde met de dag. Het idee was duidelijk: wij op het hoofdkantoor hebben het voor het zeggen. Voldeed je niet of was je kritisch, dan vloog je eruit. Terre des Hommes heeft de laatste jaren heel wat goede mensen ontslagen of zien verdwijnen. Omdat tegenspraak niet werd geduld, modderde iedereen maar wat aan op zijn of haar eilandje, terwijl we allemaal wisten dat het beleid niet werkte.’

Wat was het gevolg voor de kwaliteit van de projecten?

‘Tijd voor veldwerk was er nauwelijks meer, want we moesten op zoek naar het grote geld. Alles stond in het teken van de reorganisatie en de fondsenwerving, want de directie was ervan overtuigd dat het schip met geld dan wel zou binnenvaren. Nee, dus! Heel de organisatie zat achter de computer. Ik werd er kotsmisselijk van en moest mijn staf tegen mijn zin in overtuigen van de noodzaak…

‘De werkwijze veranderde ook inhoudelijk. Terre des Hommes werkte volgens traditie bottom-up, waarbij de projecten in de regio en in overleg met de lokale bevolking werden geïnitieerd. Maar nu kwamen er steeds meer programma’s die op het hoofdkantoor in Den Haag waren bedacht, zonder enig overleg met de regio’s.

‘Dat waren vooral programma’s rondom de jacht op pedofielen. Zeker als die gehonoreerd werden door de Postcodeloterij, moest in de regio àlles eraan gedaan worden om ze uitvoerbaar te maken. “Maar we hebben het aan de donor beloofd, dus zorg maar dat het voor elkaar komt”, kreeg je dan te horen! Doodvermoeiend!’

Heeft u uw zorgen geuit bij de directie en de raad van toezicht?

‘Met het managementteam en vooral met de programmamanager was ik voortdurend in gesprek. Of, beter gezegd: lag ik voortdurend in de clinch. “Je wilt niet meewerken”, kreeg ik dan te horen. Als ik niet deed wat er van me verwacht werd, ging gewoon de geldkraan richting de partners dicht en konden zij hun werk niet meer doen. Dan zat ik weer smekend aan de telefoon bij de directeur mijn beklag te doen.

‘Ik heb meermaals een tijdje met de directeur in het veld doorgebracht. Ik sleepte hem mee naar de meest afschuwelijke sloppen, waar het merendeel van onze doelgroep vandaan komt. We praatten met ouders, met kwetsbare kinderen, ik heb hem de problematiek en onze aanpak uitgelegd. Dat waren prettige en goede gesprekken, maar ik heb geen idee wat hij er ooit mee heeft gedaan.

‘Na mijn vervroegd pensioen heb ik een e-mail geschreven aan alle leden van de raad van toezicht, waarin ik mijn zorgen heb uitgesproken over de gang van zaken. Ook heb ik ze ervan verwittigd dat mijn man en ik Terre des Hommes uit ons testament gingen schrappen.

‘Ik vind het slappe gedrag van de raad van toezicht echt verwijtbaar, die had eerder moeten ingrijpen; de signalen waren overduidelijk, met een extreem verloop van personeel en een forse teruggang van de fondsenwerving. Met andere woorden: alle nieuwe mensen en de reorganisatie hadden niet tot hogere inkomsten en betere resultaten geleid, maar juist tot een zorgelijke afname.’

Na haar pensioen bleven Kling en haar man wonen op de Filipijnen, het land waar ze ooit haar loopbaan in het buitenland is gestart. In april 2019 kreeg Kling een soort van déjà vu, toen ze een documentaire van Terre des Hommes zag. ‘Bekende Nederlander’ Roelof Hemmen ging naar de Filipijnen om met verborgen camera in beeld te brengen hoe pooiers kinderen aanbieden voor betaalde seks, met als aanleiding een lopend onderzoek naar een aantal van die souteneurs. Op 4 april deed Hemmen zijn verhaal ook in de talkshow van Eva Jinek.

Het maken van de documentaire met een verborgen camera was nadrukkelijk afgeraden door het landenkantoor van Terre des Hommes op de Filipijnen, maar de bezwaren werden door het hoofdkantoor in Den Haag terzijde geschoven.

Vervolgens zond landendirecteur Donald Goertzen de documenten naar Den Haag, waar ze moesten worden ingevuld om het tenminste op legale wijze te doen. Men wilde geen problemen met de autoriteiten, waarmee constructief wordt samengewerkt tegen uitbuiting van kinderen. En Den Haag negeerde het wederom.

Waar het hoofdkantoor van Terre des Hommes geen rekening mee hield, waren de gevolgen van de documentaire. Nog in dezelfde maand kreeg het kantoor in Manilla onverwachts bezoek van het staatsdepartement voor Sociale Zaken en Ontwikkeling, dat zich ook op bescherming van burgerrechten richt.

De ambtenaar vroeg of de ouders van het met de verborgen camera gefilmde minderjarige meisje wel toestemming hadden gegeven hun dochter in beeld te brengen. Dat was niet het geval. Ook zei ze dat het niet per definitie verboden is undercover te filmen, maar dat er protocollen zijn en dat je altijd de politie en het departement op de hoogte moet stellen – wat evenmin was gebeurd.

Tot slot was er verbazing waarom Terre des Hommes tot zo’n werkwijze was overgegaan, zonder het ministerie en de politie – waarmee actief wordt samengewerkt – vooraf in te lichten of erbij te betrekken.

Ook Kling was verbaasd. Wéér had het hoofdkantoor iets doorgedrukt tegen de zin van het landenkantoor in, wéér een typisch voorbeeld van een top-downactie. Ze besloot een officiële klacht bij het departement in te dienen over de handelwijze van haar oud-werkgever.

Vanwaar de klacht?

‘Het heeft te maken met een opeenstapeling van feiten en met de teloorgang van de organisatie, in mijn ogen. Wat wilde Terre des Hommes bereiken met de documentaire? Bij Eva Jinek te mogen aanschuiven? In de film wordt beweerd dat er dagelijks honderdduizend meisjes op de Filipijnen blootstaan aan pedofielen, maar dat is zwaar overtrokken.

‘Net als bij eerdere acties wordt het probleem uit de context getrokken en de Filipijnen in een kwaad daglicht geplaatst. Het is een heel divers land, met 110 miljoen inwoners. Ja, het is arm en er zijn problemen met seksuele uitbuiting. En ja, er zijn mannen die hier komen om een minderjarig kind te misbruiken.

‘Maar wat ontbreekt aan het verhaal is de context. Waar komt het gefilmde kind vandaan? Hoe is het zo gekomen? Hoe bestrijden de autoriteiten op de Filipijnen zèlf het misbruik van kinderen? Die vragen ontbreken in de documentaire – waarin geen enkele credits worden gegeven aan de Filipijnse overheid om wat ze zelf doet om het probleem te bestrijden.

‘Daar komt bij dat Terre des Hommes op de Filipijnen officieel geregistreerd staat als ngo. De actie van het Haagse hoofdkantoor brengt verlenging van de registratie en de veiligheid van het lokale personeel in gevaar. Ik vond het een geniepige actie, zoiets verwacht je niet van een professionele organisatie. Met deze sensationele manier van fondsenwerven en aandacht vragen voor een probleem schiet je je doel voorbij.’

Hoe moet het nu verder met Terre des Hommes?

‘De organisatie moet goed nadenken over haar koers – ze wordt in de volksmond nu al “de pedofielenjager” genoemd. Het kind staat niet langer centraal, maar de pedofiel. Ik denk dat Terre des Hommes terug moet naar de kern van waar ze vroeger heel goed in was: een gestaag druppeltje zijn, wat ertoe doet. Onderwijs is voor de kansarmste kinderen nog steeds het beste wapen om hun toekomst te verzekeren.

‘Ik heb in Oost-Afrika ooit een lustrum georganiseerd voor tientallen ex-beneficiënten van Terre des Hommes-programma’s, om te kijken wat er van hen geworden was. Velen waren echt goed terechtgekomen en immens dankbaar voor de steun. De kracht van Terre des Hommes was haar directe hulp aan kinderen en ouders. Het was zó’n mooie ideële organisatie, die met weinig geld en veel hartstocht talloze kinderen op het goede pad heeft geholpen.

‘Ron van Huizen zegt in jullie interview dat het werk van een ngo voor een groot deel draait op emotie. Ik zou liever zeggen dat het draait op empathie; het vermogen je in te leven in de problematiek van de doelgroep. Niet op papier, maar ter plaatse in discussie met de betrokken partijen gaan.

‘Terre des Hommes is ooit vanuit het hart opgericht en meer dan vijftig jaar hebben er mensen met hart en ziel gewerkt. De kracht van Terre des Hommes zat in de passie waarmee gewerkt werkt. Het is geen beursgenoteerde onderneming.’

Het verweer tegen kritische geluiden van de oude garde is vaak dat jullie moeite hebben met noodzakelijke veranderingen in de sector en niet met de tijd meegaan.

‘Ik neem aan dat mijn verhaal nauwelijks aan tijd onderhevig is. Zijn de oude kernwaarden van Terre des Hommes tegenwoordig niet sexy genoeg? Gelukkig woon ik in een land waar de tijd niet zo snel vooruitgaat en ik nog als een wijze “oudste” beschouwd word. Zo om mij heen kijkend kan ik nog veel bereiken met al mijn levenswijsheid, die ik ook dankzij Terre des Hommes heb verkregen.’

 

Reactie Terre des Hommes

In een schriftelijke reactie laat Carel Kok, de huidige CEO van Terre des Hommes, weten dat Leny Kling een gewaardeerd oud-collega is. Zij schetst volgens hem recht vanuit het hart een aantal veranderingen binnen Terre des Hommes. Volgens Kok zijn deze veranderingen echter niet uniek voor Terre des Hommes. Hij stelt dat ‘in die periode met een terugtrekkende overheid op ontwikkelingssamenwerking, de externe profilering en concurrentie om donaties groter werd. Ngo’s zochten naar nieuwe manieren om hun werkwijze efficiënter en effectiever te maken en met (nieuwe) donateurs in contact te komen. Dit leidde onder andere tot bezuinigingen.’

Kok schrijft verder dat veel van de zaken waar Kling naar verwijst voor hem herkenbaar zijn. Hij wijst erop dat een aantal van de kritiekpunten sinds zijn komst in 2017 konden worden aangepakt. Zo is volgens Kok de regie op projecten de afgelopen jaren weer bij de regio-en landenkantoren neergelegd en is financiële groei in absolute zin niet langer een doel op zich.

Kok heeft Leny Kling aangeboden om met hem in gesprek te gaan. ‘Dit om haar te laten zien hoe Terre des Hommes de tomeloze inzet van Leny tijdens haar actieve loopbaan voor Terre des Hommes niet te grabbel gooit, maar juist voortzet op een manier die past bij deze tijd.’

De verlenging van de registratie van Terre des Hommes op de Filipijnen is nog altijd niet rond, maar volgens de organisatie is dit over het algemeen een langdurig proces.  

Zonder mondiale solidariteit komt corona als een boemerang bij ons terug

Door Marielle Bemelmans | 03 april 2020

In deze bijdrage legt Wemos-directeur Mariëlle Bemelmans uit waarom de Covid-19 crisis het belang van mondiale solidariteit blootlegt. ‘Het heeft geen zin om alleen de eigen zorg te verbeteren, en die elders te verwaarlozen – een virusuitbraak elders bereikt ons uiteindelijk toch in deze geglobaliseerde wereld. Zonder mondiale solidariteit, komt Corona als boemerang bij ons terug. ’

Lees artikel

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel
Scroll To Top