Skip to content

 

Door:
Siri Lijfering

12 december 2019

Tags

Hoewel vrouwen het meest lijden onder de vervuiling van de Nigerdelta, vraagt men hen zelden naar de oplossing. Het partnerschap Global Alliance for Green and Gender Action wil dat veranderen: ‘Te lang hebben mannen hier de beslissingen genomen en daaruit is niet veel goeds voortgekomen’, zegt Martha Agbani. Op pad door de Delta.

Met meer dan één miljoen inwoners is Port Harcourt niet alleen de hoofdstad van de staat Rivers, maar ook de toegangspoort tot de Nigerdelta in het zuiden van Nigeria. Van de reputatie als ‘tuinstad’ is weinig over: een permanente laag smog hangt boven de stad als een wollen deken, je neus snuiten betekent een zakdoek vol met roet. Het effect van het affakkelen van gas in de Delta door de twee grootste raffinaderijen van het land reikt tot de poorten van mijn hotel.

De Nigerdelta is de grootste olieproducerende regio van Nigeria, waar jaarlijks ter waarde van meer dan vijftig miljard dollar aan ruwe olie uit de grond wordt gepompt, maar de inwoners zien er weinig van terug – behalve verwoesting van hun leefgebied, door de vele olierampen.

Samen met Martha Agbani, directeur van het Lokiaka Community Development Centre, ga ik vroeg in de ochtend erheen. Als kind van de Delta zag ze hoe haar land steeds verder vervuilde. Haar moeder leidde de vrouwenbeweging binnen de Movement for the Survival of the Ogoni People (MOSOP) en deed mee aan de demonstraties in de jaren negentig.

Toen haar moeder in 2001 overleed, besloot Agbani haar strijd voort te zetten en sloot zich ook aan bij MOSOP – en binnen een paar jaar nam ze haar moeders oude positie in de vrouwenbeweging over. Toch was het niet genoeg, vertelt ze.

‘De regio werd steeds onveiliger, vooral voor vrouwen. Mishandeling en verkrachting door het leger en rebellen waren een dagelijkse realiteit en niemand die iets ertegen deed. Zelfs binnen MOSOP leken de rechten van vrouwen geen prioriteit te zijn. In 2009 richtte ik mijn eigen organisatie op, om aandacht te vragen en op te komen voor vrouwenrechten in de Delta.’

De verdwenen landbouw en visserij

Dat was hard nodig, zegt Agbani, want vrouwen lijden het meest onder de gevolgen van de door olie vervuilde leefomgeving. Onderzoek door de Wereldbank bevestigt het en toont dat waar mannen baat hebben bij de verwerkende industrie – in de vorm van werk en inkomen –, vrouwen en gezinnen het kwetsbaarst zijn voor de risico’s ervan, zoals sociale uitsluiting en ecologische degradatie.

In de Nigerdelta is het duidelijk zichtbaar. Hoewel mannen profiteren van de werkgelegenheid die de olie-industrie meebrengt, vissen de vrouwen letterlijk en figuurlijk achter het net.

Traditioneel zorgen zij in de Delta voor het eten, door te werken op het land, te vissen en krabbetjes en slakken te vangen in de kreken. Maar door de olielekkages zijn het land en water dusdanig vervuild geraakt dat de landbouw en visserij grotendeels zijn verdwenen.

‘De Delta stond bekend om de lekkerste vis. Uit heel het land kwamen mensen hierheen om rivierkreeft en schelpdieren te kopen’, herinnert Agbani zich. ‘Nu is de markt ingestort en is de vis die nog wordt verkocht heel klein en vaak vol ruwe olie.’

Volgens de wet kunnen vrouwen in de Ogoni-regio geen landeigenaar zijn, waardoor bij het overlijden van de man het land vaak naar diens familie gaat of zonder compensatie voor de vrouwen aan de overheid wordt verkocht.


Een straf van God

Hun gezondheid heeft ook het meest te lijden; door veelvuldig contact met vervuild water zijn vrouwen kwetsbaar voor huidziekten en andere fysiologische afwijkingen. Recent onderzoek laat zien dat de kindersterfte in de Delta de laatste jaren meer dan verdubbeld is en ook miskramen komen steeds vaker voor.

‘Omdat veel vrouwen in de Delta niet naar school zijn geweest, kunnen ze vaak niet lezen en dachten ze dat alle rampspoed een straf van God was’, zegt Agbani. ‘Pas toen we bijeenkomsten hielden en vertelden over de effecten, viel het kwartje en wilden de vrouwen zelf ook betrokken worden bij het schoonmaakproces.’

Daarop besloot Lokiaka samen met het Kebetkache Women Development and Resource Center in Port Harcourt ecologische trainingen te organiseren, waarbij de vrouwen leerden hoe ze monsters konden nemen van het water en de bodem.

‘Hoewel de schoonmaak een technisch complex proces is en de vrouwen uit de gemeenschap vaak ongeschoold en ongekwalificeerd zijn, kunnen ze wel een inschatting geven van hoe de situatie is veranderd, omdat ze hier wonen en de lokale natuur kennen. We laten zien dat we de schoonmaak in de gaten houden en geen genoegen nemen met half werk.’

 

Milieu en feminisme gecombineerd

Lokiaka en Kebetkache worden ondersteund door het strategisch partnerschap Global Alliance for Green and Gender Action (GAGGA), een alliantie die strijdt voor de rechten van vrouwen wereldwijd op schoon water, voedselzekerheid en een veilige, gezonde leefomgeving.

Met een combinatie van milieuactivisme en feminisme wil het partnerschap de positie van vrouwen in de Nigerdelta versterken, zodat ze politieke leiders kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid om voor een schone en veilige Delta te zorgen. En het verschaft vaardigheidstraining, geleid door Lokiaka, zodat Delta-vrouwen een alternatieve inkomstenbron kunnen vinden.

‘De laatste jaren deed de overheid halfslachtige pogingen om training voor vrouwen op te zetten, maar die waren voor vaardigheden waarop niemand zat te wachten, zoals het maken van kralensieraden en zeep. Wat heeft iemand op het platteland daar nu aan?’ vraagt Agbani retorisch.

‘We wilden training geven waarmee ze gelijk aan de slag kunnen om een inkomen te verdienen,’ zegt ze, ‘zoals over het kweken van mangroven en fruitbomen. Die laatsten zijn ideaal voor dit klimaat, ze doen het als een van de weinige planten goed in de vervuilde grond. Het gaat bovendien gemakkelijk, waardoor de vrouwen ze op de markt kunnen verkopen.’

Ook de keuze voor mangroven is strategisch: ‘Een kerndoelstelling van de schoonmaak is het herstellen van het ecosysteem, dat voor een groot deel bestond uit mangrovebossen. Als het proces ten einde loopt, zullen er nieuwe mangroven nodig zijn en die kunnen onze vrouwen dan leveren.’

 

Sporen van Shell

Om te zien hoe het gaat, bezoeken we een paar vrouwen met wie Lokiaka samenwerkt. We beginnen in Kegbara Dere (beter bekend als K-Dere), een klein dorp in het hart van de Nigerdelta en belangrijk in de olieproductie. Aan de rand stoppen we bij een rivieroever.

‘Dit was vroeger een prachtig natuurgebied, vol mangroven en met een weelde aan rivierkreeft en vis, en moet je nu kijken!’ Agbani wijst naar omgevallen bomen, die in de drassige bodem zijn verzonken. De laag olie op het water verraadt de tumultueuze geschiedenis van het gebied.

‘Sinds Shell hier eind jaren vijftig begon met boren’, zegt ze, ‘vonden er veel grote olielekkages plaats. De eerste, in 1972, duurde meer dan zeventig dagen en heeft veel van de omgeving verwoest.’

Barisi Dumbor woont vlak bij het getroffen gebied en laat de pijpleiding van Shell zien die naast haar huis loopt. Hoewel Shell in ’93 is gestopt met de olieproductie in K-Dere, kwamen er in de jaren erna nog vele lekkages voor, zegt Dumbor, waarvan de effecten nog steeds merkbaar zijn.

‘Het land en grondwater zijn sterk vervuild’, vertelt ze, ‘en als de wind de verkeerde kant op staat, doet het zelfs pijn aan mijn ogen en keel om buiten adem te halen.’

Toen haar man in 2008 plotseling overleed, moest Dumbor een nieuwe inkomstenbron zoeken om haar twee jonge kinderen te onderhouden. Ze werkt sindsdien op het land van een boer, in een nabijgelegen dorp, en verkoopt de opbrengst op de lokale markt.

Barisi Dumbor en haar gestekte boompjes

Hoop om het verschil te maken

Maar rondkomen is een grote uitdaging. Daarom volgde ze een paar maanden geleden de training van Lokiaka, waarin ze leerde hoe ze fruitbomen en mangroven moest planten. ‘Mijn doel is om genoeg planten te kweken om ze te kunnen verkopen, zodat ik daarvan kan leven’, zegt ze.

Aan de zijkant van het huis staat een groepje planten netjes uitgelijnd en opgepot in een zwarte plastic zak. Agbani voelt aan de plantjes en spreekt Dumbor kritisch toe: ‘Ze zijn veel te droog, geef je ze wel genoeg water?’

Dat is het lastigste onderdeel, geeft Dumbor toe: ‘Het water is hier zó vervuild dat ik heel ver moet varen met mijn kano om schoon water te halen, wat niet altijd even makkelijk is.’

Kijkend naar de plantjes is het moeilijk voor te stellen dat deze aanpak het verschil zal maken, maar Agbani is optimistisch: ‘Ook al gaat het langzaam, op een zeker moment is de schoonmaak voorbij en kloppen ze bij ons aan voor planten. Het project heeft ook een hoger doel: het bieden van hoop op verandering en vrouwen laten weten dat ze niet zijn vergeten. Die hoop is wat het verschil zal maken.’

De tweede tuin die we bezoeken is een oase van kalmte en kleur, waar Beatrice Nlobu met haar groene vingers de fruitbomen zorgvuldig heeft gekweekt. Enthousiast loopt ze tussen de planten door: ‘Ananas, peer, guave, avocado, mango’, wijst ze aan en ze plukt wat kolanoten voor ons.

Tussen de grotere bomen staan de kweekplantjes, die sterk en gezond eruitzien. Gisteren heeft ze een paar planten aan mensen uit het dorp verkocht, voor achthonderd Nigeriaanse naira – zo’n twee euro – per stuk, vertelt ze trots. ‘Op de markt verdien ik soms wel tienduizend naira per dag. Nog even en ik kan een echte kwekerij beginnen!’

 

De patriarchale cultuur

Op de terugweg naar Port Harcourt bezoeken we een laatste vrouw die aan de training meedeed. Jessy K-Nubani zit met heel de familie voor het huis. Tegen een muurtje staan de paar plantjes in kweekzakjes wat verloren erbij. ‘Wat is er gebeurd?’ vraagt Agbani geschrokken. K-Nubani vertelt dat haar buurman een paar weken eerder zuur eroverheen heeft gegooid.

‘Toen ik net was begonnen met planten’, zegt ze, ‘liepen mensen af en aan om de plantjes te bekijken. Dat maakte hem jaloers: “Een vrouw hoort niet in de schijnwerpers te staan”, zei hij. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, waren al mijn planten dood.’

In de auto reflecteert Agbani op het verhaal: ‘Dit is typisch Nigeria. Het idee dat vrouwen wel gezien, maar niet gehoord mogen worden zit zó diep in de patriarchale cultuur dat vrouwen niet voor zichzelf durven op te komen, waardoor ze ook niet deelnemen in het beslissingsproces.’

Je ziet het terug bij de schoonmaak, zegt ze: ‘HYPREP (dat namens de overheid verantwoordelijk ervoor is, red.) organiseert consultaties met lokale leiders, maar dat zijn alleen mannen en die hebben hun eigen agenda.

‘Vanuit het partnerschap hebben we vrouwen getraind in actievoeren en spreken in het openbaar en organiseren we in december een nationale campagne – de Niger Delta Women’s Day of Action for Environmental Justice – om aandacht te vragen voor de problemen in de Delta.

‘Zo willen we laten zien dat vrouwen wel degelijk leiders zijn en een plaats aan tafel verdienen. Te lang hebben mannen hier de beslissingen genomen en daaruit is niet veel goeds voortgekomen. Het is tijd dat vrouwen meebeslissen over wat er moet gebeuren.’

De Global Alliance for Green and Gender Action (GAGGA) is een consortium geleid door (penvoerder) Fondo Centroamericano de Mujeres in Nicaragua, in samenwerking met de Nederlandse organisaties Both Ends en Mama Cash en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het partnerschap kreeg 32 miljoen euro voor programma’s in meer dan dertig landen in Latijns-Amerika, Afrika, Azië en Europa

In 2016 werd het programma ‘Samenspraak en Tegenspraak’ gelanceerd, waarmee de Nederlandse overheid zich inzet voor een krachtig en onafhankelijk maatschappelijke middenveld in lage- en lage middeninkomenslanden en maatschappelijke organisaties ondersteunt in hun rol van waakhond en als constructieve speler in duurzame ontwikkelingsprocessen. De totale financiële bijdrage bedroeg  925 miljoen euro voor 25 allianties van maatschappelijke organisaties voor een periode van vijf jaar. Binnen deze allianties zijn in totaal 61 organisaties betrokken, werkzaam in zo’n zestig landen, in strategisch partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De komende zes weken brengt Vice Versa achtergrondverhalen en reportages over deze strategische partnerschappen uit Nigeria, Myanmar, Guatemala en Mali. Hoe gingen de partnerschappen te werk en op welke wijze werd er een verschil gemaakt? En wat zijn de geleerde lessen?

‘Samenspraak en Tegenspraak: de oogst’ is een samenwerking tussen Vice Versa en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel

De stilte van Kaag

Door Ellen Mangnus | 10 maart 2020

De situatie aan de buitengrenzen van Europa bereikte deze week een dramatisch dieptepunt. Waarom horen we niets van minister Kaag, vraagt Ellen Mangnus zich af. Was zij immers niet de minister van de veel geroemde Abel Herzberglezing met de titel: ‘Wees niet stil, we zijn met velen.’

Lees artikel
Scroll To Top