Door:
Lizan Nijkrake

9 december 2019

Tags

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Een onnavolgbare mengeling van radslagen, gegil en tikspelletjes van zeventien uitgelaten kinderen vult de gymzaal van Sportcentrum De Pijp in Amsterdam. Houda Loukili heeft, vlak voordat haar les in zelfverdediging en weerbaarheid begint, vooral oog voor de diverse ouders, die langs de kant op een houten bank zitten.

Behendig en lachend legt ze uit hoe zij hun kinderen na de proefles kunnen aanmelden bij de sportclub. ‘Ik kijk of ze vragen hebben en een stadspas, en zo. Om de drempel om mee te doen zo laag mogelijk te maken.’ Dan draait ze zich om en verzamelt de kinderen in een kring.

Het begon weer te kriebelen. De dertigjarige miste het lesgeven, dat ze in 2014 opgaf om te werken als ‘beweegmakelaar’ bij de stichting SportUtrecht, waar ze jongeren en volwassenen aan sportclubs en -activiteiten koppelt. Zij komen via buurtwerkers, scholen of huisartsen bij haar terecht. Nu is Loukili drie dagen per week in Utrecht te vinden, de rest van de tijd geeft ze sportles in Amsterdam met een focus op kickboksen, weerbaarheidstraining en bootcamp.

‘Laatst heb ik kickboksles gegeven aan statushouders,’ zegt ze, ‘via het Favela Street Connect-programma. Dat is tof – en daarin leren jongeren sportactiviteiten voor anderen te organiseren.’ Ze doet dat samen met oprichter Roxanne Hehakaija, beter bekend als Rocky in de internationale straatvoetbalwereld.

Hoe het begon

Loukili’s eigen kickstart in de bokswereld lag niet voor de hand. Ze groeide op in Houten, met haar ouders van Marokkaanse komaf, twee broers en drie zusjes. ‘Mijn vader’, vertelt ze, ‘vond het nodig dat we onszelf leerden verdedigen, als meisjes. Dus deed hij ons op judo, maar dat vond ik niet zo leuk. Ik was actiever, wilde dingen staand doen.’ Ze lacht: ‘Bij judo lig je steeds op de grond!’

Dat ze een ongekende energie heeft, is al snel duidelijk als we elkaar een maand eerder spreken in een koffiehuis in Amsterdam-Osdorp – ‘mijn buurt’, zoals ze zegt. Houda Loukili, die een donkerblauwe jurk en bijpassende hoofddoek draagt, komt druk bellend het café binnen en waarschuwt me direct: ‘Ik kan niet goed stilzitten, hoor.’

Toen ze in groep acht een proefles kickboksen kreeg, van haar latere coach, was ze gelijk verkocht. ‘Ik dacht: dit wil ik. Ik bekeek thuis altijd Bruce Lee-films, met mijn broers.’ Binnen de kortste keren trainde ze zes keer per week. ‘De trainingen gaven me zelfvertrouwen. Ik verlegde mijn grenzen: niet meer tien, maar twintig en ten slotte honderd buikspieroefeningen doen. Wauw, dacht ik, dit kan ik gewoon.’

Loukili was een van de eerste meisjes die gingen kickboksen – al helemaal van de meisjes met Marokkaanse achtergrond –, dus sparde ze noodgedwongen met de grotere jongens. ‘Ik had geen keus. Een gemengde groep is best hard, maar de jongens hadden wel respect voor me en mijn coach leidde het in goede banen. Het hielp dat zijn dochter altijd erbij was, om ons aan te moedigen. En ik werd echt sterk ervan.’

Haar ouders vonden de intensieve training tot daaraan toe, ‘maar wedstrijden vonden ze verschrikkelijk’, zegt ze. ‘Ik kwam weleens gehavend thuis, met een gewond been. Dan kwam ik hinkelend binnen.’ Voor haar moeder, die Houda op jonge leeftijd een paar keer per week lopend naar zwemles bracht – vijf kilometer heen en terug –, was sport voorheen onbekend terrein.

‘Maar toen ze zag dat ik sportte in plaats van op straat te hangen, deed dat haar goed.’ Op de vraag wie haar rolmodel is, antwoordt ze direct: ‘Mijn moeder is mijn alles. Ze had in Marokko niet veel mogelijkheden. Ik wel, dan pak je die.’

Toen ze zich op haar veertiende opgaf voor het Nederlands jeugdkampioenschap kickboksen, stapte ze met hoofddoek de boksring in – die droeg ze pas sinds een jaar. ‘Ik ging me verdiepen in mijn geloof en begon het belangrijker te vinden om mijn vrouwelijke vormen niet te showen.’ Dus de zoektocht begon: hoe viel de hoofddoek te combineren met datgene wat ze het allerliefst deed?

‘Ik moest creatief zijn, het zelf uitzoeken. Er was nog geen sporthoofddoek in die tijd. Ik gebruikte dubbelzijdige pruiktape om mijn hoofddoek vast te maken en deed dan witte tape eroverheen, zodat het goed bleef zitten.’ Tot haar verbazing won ze het kampioenschap in haar gewichtsklasse. ‘Het was een mijlpaal. Mijn coach was trots, mijn ouders, mijn ooms, heel de familie.’

Later in het gesprek vertelt ze over die tijd: ‘Boksen was niet vanzelfsprekend in mijn omgeving, ik moest me bewijzen, maar ik heb het gemakkelijker gemaakt voor de meiden ná mij. Nu zijn er veel meer die kickboksen, dat vind ik supertof.’

Rolmodel

Dat Loukili een rolmodel is voor andere meisjes, werd al snel helder toen ze als jonge scholarshipper van de Krajicek Foundation sportles ging geven op de Krajicek Playground in het Utrechtse Kanaleneiland. Het idee: kinderen uit de wijk kunnen ongebonden en gratis komen sporten.

Ze kwam met de Krajicek Foundation in aanraking bij het begin van haar mbo-opleiding sport en bewegen. ‘De afspraak was: ik organiseer voor honderd uur aan sportactiviteiten per jaar, in ruil voor gedeeltelijke vergoeding van mijn studie. Ik wist dat ik dat wilde.’

Zo geschiedde. In een evaluatie door de stichting wordt Loukili geprezen om haar vermogen meisjes uit de diverse wijk naar de velden te trekken. ‘Kijk, je krijgt eerder meiden in de gymzaal dan op de Playground, buiten. Binnen voelen ze zich veilig, kunnen ze dragen wat ze willen. Maar toen ik buiten stond, tussen de sportmedewerkers, kwamen ze toch opdagen. Ze konden zich identificeren met mij.’

Volgens haar geldt de behoefte om binnen te sporten in het bijzonder voor meisjes op de middelbare school. ‘Hun zelfbeeld verandert en ze vinden de mening van anderen belangrijker. Als ik merkte dat de meiden buiten afhaakten, nam ik ze mee naar binnen. Ik wilde gewoon dat ze gingen sporten.’

‘De een geef je een boks, de ander een knuffel’

Vijftien jaar na haar eerste activiteit als scholarshipper en vele sportlessen rijker, is Loukili ervan overtuigd dat sport als middel dient voor meerdere doelen. ‘Het is niet alleen goed voor je gezondheid, je leert van alles: beter communiceren en samenwerken om een teamdoel te halen, maar ook rekening houden met de anderen in de ruimte.’

Ze wil, als sportcoach, de kracht van haar leerlingen zien. ‘Ik benadruk altijd dat iedereen ergens goed in is – iedereen heeft z’n eigen kracht. Ik geef veel complimenten en vertrouwen en kijk naar de behoeften van het individu. De een geef je een boks, de ander een knuffel.’

Voor meisjes is dat nog méér van belang, meent Loukili: ‘Ze zijn vaker gevoelsmensen, ze dealen ook met ongesteldheid. Ze willen dat de trainer ze begrijpt. Je moet als coach consequent en af en toe streng te zijn, maar geef ook veel liefde en creëer een veilige plaats.’

Ze lacht: ‘Veel meiden willen best wel met elkaar bewegen, maar ze willen ook een beetje kunnen kletsen. Combineer het! Maak tijd voor kletsen, vóór en na de les. Ik voer privé ook veel gesprekken met de meiden, ik denk dat mannen dat minder doen.’

Ze vindt het vaak niet nodig om de jongere meisjes in aparte groepen te zetten. ‘Alleen als dat een behoefte is van ouders, dan wil ik kijken of ik eraan kan voldoen. Maar voor basisschoolkinderen geldt dat ze in de klas al een team zijn, dat werkt heel goed.’ Op de vraag of ze als vrouwelijke coach tegen moeilijkheden aanloopt, antwoordt ze resoluut: ‘Ik hoef niets te bewijzen als vrouw – en evenmin als vrouw met hoofddoek. Vooral kinderen zijn niet zo veroordelend.’

Loukili straalt als ze spreekt over de verandering die veel meiden in de sportlessen doormaken. ‘Je ziet ze echt groeien en bloeien, ze krijgen meer zelfvertrouwen en durven meer te vragen. Een aantal zaken, zoals hoe het leren gaat op school, wordt beter bespreekbaar. We zijn allemaal vrouwen, we moeten elkaar ondersteunen.’

Veranderlijk lichaam

Voor Loukili, inmiddels een moeder van drie, vielen de perioden na de bevallingen zwaar. ‘Ik kon niet meer trainen’, zegt ze. ‘Ik kreeg vreselijk veel last van mijn bekken en rug en heb moeten revalideren. Ik moest echt weer erbovenop komen.’

Ze maakt geen geheim van haar persoonlijke ups en downs, ook niet in de lessen. ‘Het maakt uit wat ik uitstraal. Ik stel mezelf altijd behoorlijk open, ik denk dat dat goed werkt – ik merk dat ik op elk moment in mijn leven anderen inspireer. Ik zag meisjes vroeger denken: o, een hoofddoek, zo kan het dus ook. De laatste jaren merk ik dat vrouwen me zien: a, een moeder, zo kan het ook.’

Ze staat sinds een paar jaar regelmatig voor vrouwengroepen, die ze bootcamp of bokszaktraining geeft. Ze merkt vaak een verschil tussen een westerse en niet-westerse achtergrond. ‘Nederlandse vrouwen willen inspraak hebben in de les en willen niet dat er tegen ze geschreeuwd wordt. “Druk maar tien keer op, als je dat kunt”, zeg ik dan. Terwijl ik vrouwen van andere afkomst wèl moet aanpakken. “Zeg maar gewoon dat we tien keer moeten opdrukken”, lachen ze dan. Zij gaan dan juíst de drempel over.’ Ze schatert het uit.

Haar dromen voor de toekomst zijn bescheiden. ‘Dat ik degene die ik tegenkom, letterlijk en figuurlijk, in beweging breng. Een klein beetje inspireren om iets te doen: hardlopen, boksen, het maakt niet uit.’ Ze denkt even na en voegt dan eraan toe: ‘Ik wil sportactiviteiten opzetten, zorgen dat ze goed gaan en weglopen met een goed gevoel.’

Voordat we opstaan en het café verlaten, strekt Houda Loukili nog één keer haar rug: ‘Te lang gezeten.’

Foto’s: Lizan Nijkrake

 https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2019/11/Little_Zambian_girl_playing_football-scaled.jpg

She Got Game!  is een samenwerking tussen Vice Versa en ISA. In Amerikaanse straattaal betekent She Got Game! dat je de ‘baas’ bent of ergens heel goed in bent. En het laat ook zien dat meisjes en jonge vrouwen  juist op het sportveld genderstereotypes kunnen doorbreken en hun stem kunnen gebruiken.

We publiceren telkens een interview met een vrouwelijke sporter met een leidersrol in Nederland, Mali en Kenia. We laten zien hoe zij verandering teweeg brengen voor henzelf, de spelers met wie zij werken en in hun omgeving. Wat zijn de uitdagingen die ze dagelijks tegenkomen, hoe hebben ze dit aangepakt en wat voor impact heeft dit op hun leven en op dat van anderen?

She Got Game! is mogelijk gemaakt door het Frame Voice Report programma van Wilde Ganzen dat gefinancierd wordt door de Europese Unie.

Gelijkwaardige samenwerking levert wederzijds voordeel op

Door Marc van Dijk | 17 september 2020

Er is nog lang geen sprake van volledige gelijkwaardigheid tussen het globale Noorden en Zuiden in de wetenschap. Ook in onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het Noorden dominant. Peter Taylor en Irene Agyepong, voortrekkers op dit gebied, proberen oude patronen te doorbreken.

Lees artikel

Groot contrast Troonrede en begroting Kaag

Door Marc Broere | 16 september 2020

Gisteren was het Prinsjesdag. We vroegen Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid, of de koning het in zijn Troonrede nog over internationale samenwerking had en hoe de begroting van minister Kaag eruitziet.

Lees artikel

Kunnen we bedrijven dwingen onze telefoons en accu’s eerlijker te maken?

Door Sarah Haaij | 16 september 2020

Internationale afspraken ten spijt brengt de Congolese kobaltproductie de lokale gemeenschap vooral ellende, van landroof tot vervuiling en ernstige gezondheidsklachten In dit slot van een drieluik over de kobaltketen: is maatschappelijk verantwoord kobalt in de maak?

Lees artikel