Door:
Siri Lijfering

5 december 2019

Tags

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Het is een zonnige zaterdagmiddag als zo’n dertig jonge vrouwen in Abuja bijeenkomen voor een film- en discussieavond, georganiseerd door het Women’s Health and Equal Rights Initiative (WHER). Als de Uber-chauffeur meldt dat we zijn aangekomen, twijfel ik of ik bij het juiste adres ben: we staan voor het hek van een woonhuis in een gated community, in een buitenwijk van de stad.

Er hangt geen bordje aan de deur en ook op de website kan ik het adres niet vinden. ‘Voor de veiligheid’, zegt Akudo Oguaghamba, oprichtster en directrice van WHER, als ze de deur opent. ‘We willen niet dat de overheid ons kan vinden, want dan is het afgelopen.’

Ze refereert aan de wetswijziging in 2014 door de regering van oud-president Goodluck Jonathan, die homoseksuele relaties strafbaar maakt. Ook lidmaatschap van een organisatie die opkomt voor homorechten – zoals WHER – is sindsdien strafbaar en overtreders riskeren een gevangenisstraf van maar liefst veertien jaar. Het is een goede reden om onder de radar van de autoriteiten te willen blijven.


Onder gelijkgestemden

Akudo Oguaghamba

Oguaghamba en programmamanager Othibo Obianwu leiden me naar hun kantoor op de tweede verdieping, waar we voorafgaand aan de discussie even kunnen praten. Akudo Oguaghamba vertelt dat ze WHER in 2010 startte als een plaats waar lesbische en biseksuele vrouwen elkaar veilig konden ontmoeten.

‘Toen ik in 2007 naar Abuja verhuisde,’ zegt ze, ‘voelde ik me als lesbische vrouw heel alleen in de grote stad en probeerde ik een gemeenschap te vinden waarin ik me thuis kon voelen. Op bijeenkomsten van andere lhbt-organisaties kwamen alleen mannen af, maar ik kon me niet voorstellen dat ik de enige lesbische vrouw in Nigeria was, dus ik ging op zoek naar gelijkgestemden.

‘Ik besloot een picknick te organiseren’, vervolgt ze, ‘en nodigde via-via mensen uit om te komen. Ik verwachtte een stuk of twintig vrouwen, maar er kwamen er wel honderd!’ zegt ze trots. ‘Het was een groot succes en na afloop vroegen de vrouwen mij: “Wat nu, hoe gaan we verder?” Dat was het begin van WHER.

‘Het begon als een sociale beweging: we organiseerden bijeenkomsten en de leden brachten zelf eten en geld mee om de activiteiten te ondersteunen. Dat bleek op den duur moeilijk vol te houden. We besloten de organisatie te formaliseren en financiering aan te vragen.’

Othibo Obianwu, die bij stichtingen en maatschappelijke organisaties op dit onderwerp had gewerkt, wierp zich op om te helpen. ‘Het bleek lastiger dan gedacht’, herinnert Obianwu zich. ‘We konden ons niet formeel als lhbt-organisatie registreren, want dat zou door de overheid nooit worden goedgekeurd – en we kregen weinig steun vanuit andere organisaties.

‘Omdat we op het snijvlak werken van lhbt- en vrouwenrechten en ons openlijk presenteren als feministen, pasten we eigenlijk nergens ècht bij en kregen daardoor niet alleen met homofobie te maken, maar ook met seksisme. Hier is “feminisme” een vies woord, vrouwenorganisaties gebruiken zelfs vaak de disclaimer: “We zijn geen feministen, hoor!”

‘Nigeria is nog steeds een patriarchale samenleving en vrouwen zijn vaak bang zich uit te spreken. Feminisme wordt weggezet als een westers exportproduct, wat niet op Nigeriaanse vrouwen van toepassing zou zijn. Maar zij hebben van oudsher juist een belangrijke positie in de familie en feminisme zit diepgeworteld in ons DNA.’


Angst voor afwijzing

Zulke argumentatie wordt volgens de twee vaak gebruikt als het over lhbt-rechten gaat: ‘Liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht zou niet in lijn zijn met de Afrikaanse culturele geschiedenis en tradities, maar wat is “de Afrikaanse cultuur”?’ vraagt Obianwu retorisch.

‘Het zijn politiek en geestelijk leiders die een selectie maken die past bij hun eigen agenda. En omdat religieuze leiders in Nigeria zoveel macht hebben – soms zelfs meer dan de president –, worden hun aanbevelingen vaak in het politieke domein overgenomen. Het volk wordt vervolgens door de kerk zo sterk beïnvloed dat families zelfs hun eigen “bloed” verloochenen of mishandelen.’

‘Familiedagen zoals Kerst’, vult Oguaghamba aan, ‘zijn verschrikkelijk voor lhbt’ers: “Waarom ben je nog niet getrouwd?” vraagt men dan. “Waarom draag je een broek in plaats van een rok?” Uit angst voor afwijzing komen vaak je eigen ouders in zulke situaties niet eens voor je op.’

Verandering begint in de eigen omgeving en in het eigen gezin, denken ze. ‘Als je die kunt overtuigen je te accepteren en voor je op te komen,’ zegt Oguaghamba, ‘dan maak je al een verschil.’


Systeemverandering

WHER is erg actief op sociale media en wil een podcast lanceren waarin lesbische en biseksuele vrouwen hun verhaal kunnen delen en met vragen van luisteraars. Ook geeft de organisatie juridische dienstverlening aan leden in het geval van discriminatie op het werk of intimidatie door de politie, waarvoor een hulplijn is opgezet die 24 uur per dag beschikbaar is.

‘Om echt veilig te zijn’, stelt Oguaghamba, ‘moeten we een systeemverandering in gang zetten door de patriarchale samenleving in twijfel te trekken en een inclusiever alternatief te bieden. Maar dat kan alleen als vrouwen het vertrouwen hebben om hun stem te laten horen en we laten zien dat we niet bang zijn.’

Het zwaartepunt van het werk ligt in het vergroten van het zelfbewustzijn en het zelfvertrouwen van de leden, onder meer door ‘edutainment’: een combinatie van leren en vermaak. ‘Door serieuze discussies te verbinden met een boekenclub of een filmavond komen veel meer mensen erop af en creëer je een sfeer waarbij het veilig voelt om te praten. Het geeft de meiden een gevoel van steun en zelfvertrouwen; de bouwstenen voor verandering.’


Discriminatie

Vanavond staat de film Battle of the Sexes op het programma, over het leven van de Amerikaanse tennisster Billie Jean King. Niet alleen was ze een van de grootste talenten uit de jaren zeventig, maar ze was ook openlijk lesbisch en een voorvechter van vrouwenrechten.

Tijdens de film wordt er veel gelachen, stelletjes hebben hun arm over elkaars schouder en er wordt eten en drinken geserveerd. De meiden leven mee met King; ze juichen als ze wint en staan op en schreeuwen als tegenstander Bobby Riggs haar probeert te ondermijnen.

Als de film is afgelopen, opent een medewerkster van WHER de discussie: ‘Wat was de belangrijkste boodschap?’ vraagt ze. De antwoorden tonen dat iedereen iets anders eruit haalt, maar een onderliggend thema is dat vrouwen het moeilijk hebben in een omgeving die hen discrimineert.

Hier heeft haast iedere jonge vrouw een voorbeeld van discriminatie, vooral de relatie met familie en de kerk is een terugkerend onderwerp. Iemand vraagt zich hardop af: ‘Hoe kun je jezelf zijn als je door de kerk en de samenleving niet wordt geaccepteerd, als het strafbaar is wat je doet?’

Met het uit de kast komen, kwam voor haar ook de breuk met het geloof: ‘Hoe kan ik geloven in God als mij iedere zondag wordt verteld dat wie ik ben en wat ik voel een zonde is?’ Anderen delen ook verhalen van vrienden die verdwenen nadat ze uit de kast kwamen en familieleden die zich van hen afkeerden.

Een van de aanwezigen vertelt na afloop dat ze vooral hier komt om samen te zijn met mensen die je niet veroordelen, die niet ondanks dat je lesbisch bent een vriend zijn, maar juist ook daarom: ‘WHER voelt soms nog meer als familie dan mijn eigen familie.’


In de schijnwerpers

Na de film praten we nog even door; Oguaghamba en Obianwu kijken terug op een succesvolle avond. ‘Dit is waarom we dit soort avonden organiseren,’ zegt de eerste, ‘zodat deze meiden op een veilige manier zichzelf kunnen zijn.’ Met de steun vanuit het strategisch partnerschap Count Me In! zijn ze dan ook erg gelukkig.

‘Mama Cash’, zegt Obianwu, ‘geeft ons de ruimte en het vertrouwen om zelf te kiezen waaraan we het geld besteden. Dat is heel anders dan bij de meeste organisaties waarmee we eerder werkten, die de financiële verantwoording soms belangrijker lijken te vinden dan de impact van wat we doen.

‘Zolang er geld in het spel is, zal er altijd een ongelijke machtsbalans zijn, maar we moeten wel open over dingen kunnen praten. Dat we financiering krijgen van een organisatie betekent niet dat we alles moeten doen dat zij zegt; het moet een lopend gesprek en een open discussie zijn.

‘De beste bijdrage van internationale organisaties aan de strijd in Nigeria is het geven van een platform aan lokale activisten tijdens bijeenkomsten met beleidsmakers of andere sleutelfiguren, zoals een etentje op de ambassade of bij een internationale conferentie.’

Oguaghamba vult aan: ‘Zij hebben de connecties, wij het verhaal: geef ons de schijnwerpers en wij doen de rest.’

Het strategisch partnerschap Count Me In! is een samenwerking tussen Mama Cash (penvoerder), het Red Umbrella Fund (RUF), de Association for Women’s Rights in Development (AWID), CREA, Just Associates (JASS), het Urgent Action Fund-Africa en het ministerie van Buitenlandse Zaken. In de periode 2016-’20 is voor het initiatief 32 miljoen euro beschikbaar gesteld

 https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2018/09/perry-grone-732606-unsplash-scaled.jpg

In 2016 werd het programma ‘Samenspraak en Tegenspraak’ gelanceerd, waarmee de Nederlandse overheid zich inzet voor een krachtig en onafhankelijk maatschappelijke middenveld in lage- en lage middeninkomenslanden en maatschappelijke organisaties ondersteunt in hun rol van waakhond en als constructieve speler in duurzame ontwikkelingsprocessen. De totale financiële bijdrage bedroeg  925 miljoen euro voor 25 allianties van maatschappelijke organisaties voor een periode van vijf jaar. Binnen deze allianties zijn in totaal 61 organisaties betrokken, werkzaam in zo’n zestig landen, in strategisch partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De komende zes weken brengt Vice Versa achtergrondverhalen en reportages over deze strategische partnerschappen uit Nigeria, Myanmar, Guatemala en Mali. Hoe gingen de partnerschappen te werk en op welke wijze werd er een verschil gemaakt? En wat zijn de geleerde lessen?

‘Samenspraak en Tegenspraak: de oogst’ is een samenwerking tussen Vice Versa en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Gelijkwaardige samenwerking levert wederzijds voordeel op

Door Marc van Dijk | 17 september 2020

Er is nog lang geen sprake van volledige gelijkwaardigheid tussen het globale Noorden en Zuiden in de wetenschap. Ook in onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het Noorden dominant. Peter Taylor en Irene Agyepong, voortrekkers op dit gebied, proberen oude patronen te doorbreken.

Lees artikel

Groot contrast Troonrede en begroting Kaag

Door Marc Broere | 16 september 2020

Gisteren was het Prinsjesdag. We vroegen Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid, of de koning het in zijn Troonrede nog over internationale samenwerking had en hoe de begroting van minister Kaag eruitziet.

Lees artikel

Kunnen we bedrijven dwingen onze telefoons en accu’s eerlijker te maken?

Door Sarah Haaij | 16 september 2020

Internationale afspraken ten spijt brengt de Congolese kobaltproductie de lokale gemeenschap vooral ellende, van landroof tot vervuiling en ernstige gezondheidsklachten In dit slot van een drieluik over de kobaltketen: is maatschappelijk verantwoord kobalt in de maak?

Lees artikel