Door:
Siri Lijfering

4 december 2019

Tags

De Nigerdelta is aantrekkelijk voor sekswerkers, maar ook gevaarlijk: geweld en vervolging liggen op de loer. Het strategisch partnerschap Count Me In! probeert hun rechten te beschermen; beeldvorming en beïnvloeding van beleid lijken de sleutel te zijn. Twee sekswerkers doen hun verhaal.

Donkere wolken hangen boven de stad als ik *Daraja Okafor en Sunny Azikiwe ontmoet in mijn hotel in Port Harcourt, het centrum van de Nigerdelta in het zuidoosten van Nigeria. Ze hebben een lange weg achter de rug vanuit hun standplaats in Abia, honderd kilometer ten noorden van hier.

Door de heftige buien die het begin van het regenseizoen markeren, zijn de wegen veelal onbegaanbaar geworden. Diepe plassen en gaten in de weg leiden tot grote vertragingen en soms gevaarlijke situaties. Ik ben hen dankbaar dat ze me deze tocht hebben bespaard.

Ze werken allebei voor de Niger Delta Abia Empowerment Society (NDAES), die sinds 2006 strijdt voor de rechten van sekswerkers in de Nigerdelta. Daraja Okafor – de penvoerder van de organisatie – is een jonge vrouw, gekleed in een kleurrijk shirt met lange mouwen. Ze lacht veel, maar is verlegener dan haar collega Azikiwe. Hij werkt als communicatie- en mediamanager.

Ze zijn erg open en spraakzaam, maar als iemand langsloopt verlagen ze hun stem of pauzeren ze even. ‘Je weet nooit wie het is en welke contacten hij heeft’, zeggen ze. ‘We moeten wel voorzichtig blijven.’

NDAES is een van de lokale partners van het Count Me In!-partnerschap, waarvan het Nederlandse Mama Cash penvoerder is. Samen met het Red Umbrella Fund (RUF), de Association for Women’s Rights in Development (AWID), CREA, Just Associates (JASS) en het Urgent Action Fund-Africa werkt Mama Cash aan het versterken van vrouwenrechtenactivisme wereldwijd, om zo een einde te maken aan genderongelijkheid.

‘Slechte dingen doen’

In Nigeria is dit thema aan de orde van de dag. Zo werd in 2016 een wetsvoorstel om discriminatie op basis van geslacht in de politiek, het onderwijs en werkgelegenheid af te schaffen en seksueel en huiselijk geweld tegen vrouwen te verbieden, in de laatste stemronde van tafel geveegd.

De wet strookte volgens tegenstanders niet met de ‘traditionele en religieuze waarden van Nigeria’ en zou vrouwen ‘te veel vrijheid geven, waardoor ze prostituee of lesbisch zouden worden of andere slechte dingen doen’.

‘Wat een onzin!’ roept Okafor uit. ‘De meeste sekswerkers doen dit werk niet omdat ze het zo graag willen, maar omdat ze wanhopig op zoek zijn naar een manier om geld te verdienen.’ Zelf begon ze ermee op haar achttiende, om weg te komen van het huis van haar tante, wier vriend haar mishandelde. Ze zocht naar een nieuwe familie en die vond ze in haar collega’s op straat.

Net als veel andere jonge vrouwen werkt ze in een van de grotere steden in de regio van de Nigerdelta, ‘die niet alleen belangrijk is voor de olieproductie, maar ook een doorvoerroute naar het noorden is’, legt ze uit. Port Harcourt en Abia zijn daardoor populair bij tijdelijke bezoekers en expats die in de olie-industrie werken, wat ze aantrekkelijk maakt voor sekswerkers om hun diensten aan te bieden.

Tegelijkertijd is de Delta ook een van de gevaarlijkste plaatsen om te werken, vertelt Okafor, want àls er iets gebeurt, vertrekken de daders met de noorderzon. Bovendien worden expats vanwege hun politieke connecties door lokale autoriteiten beschermd, zo blijven veel zaken onbestraft.

Behandeld als criminelen

Behalve van lastige – en soms gewelddadige – klanten ondervinden ze ook hinder van de lokale politie, die regelmatig binnenvalt in de hotels en cafés waar sekswerkers actief zijn. Hoewel sekswerk op zich niet illegaal is in Nigeria, valt de wetgeving op zo’n manier te interpreteren dat het strafbaar te stellen is.

Zo werden eerder dit jaar in Lagos en Abuja op één avond meer dan zeventig sekswerkers gearresteerd wegens ‘verstoring van de openbare orde’. ‘Als er geen geld is om de dienstdoende agent om te kopen, worden sekswerkers in de cel gegooid, waar ze soms dagen of weken vastzitten en worden mishandeld’, zegt Okafor, die het zelf in 2016 meemaakte.

Samen met zes anderen werd ze gearresteerd en vervolgens door diezelfde agenten verkracht. Zonder proces-verbaal of officiële aanklacht werden ze de volgende dag op straat gezet. ‘Het was verschrikkelijk,’ herinnert ze zich, ‘maar wat kun je ertegen doen? Zolang de overheid ons brandmerkt als criminelen, worden we ook zo behandeld.’

Sunny Azikiwe is ook meermaals gearresteerd en mishandeld en is het met Okafor eens: ‘Omdat prostitutie in Nigeria als immoreel wordt gezien, krijgen sekswerkers niet of nauwelijks bescherming en worden hun rechten met voeten getreden. Uit angst voor vergelding houden velen zich daarom stil, waardoor er geen grote weerstand is en er geen verandering komt.

‘Met NDAES’, vervolgt hij, ‘willen we deze vicieuze cirkel doorbreken, door sekswerkers samen te brengen en een stem te geven. Als groep zijn we minder kwetsbaar en kunnen we de overheid aanspreken op haar verantwoordelijkheid.’ NDAES doet dat onder meer door bewustwordingscampagnes met lokale politici en politie.

‘Tijdens deze bijeenkomsten’, licht Azikiwe toe, ‘proberen we te laten zien dat zij de plicht hebben de mensen in hun staat te beschermen – en ons dus ook. Maar bescherming moet niet alleen van de politie komen, ook vanuit de gemeenschap.’

Eenzaamheid

Daar ligt volgens hem de kern van het probleem. ‘De stigmatisering en uitsluiting zijn zo diep geworteld in de samenleving dat we niet alleen voor de overheid moeten vrezen, maar ook in de gemeenschap gevaarlopen.’ Zo worden sekswerkers vaak niet geholpen in medische klinieken, krijgen ze geen toegang tot hiv/aids-medicatie en is het lastig een baan of een huis te vinden.

‘Velen van ons gingen naar de universiteit,’ zegt Azikiwe, ‘maar worden soms niet eens uitgenodigd op gesprek bij een potentiële werkgever. Zelfs de eigen familie biedt vaak geen steun, dat maakt het emotioneel zwaar en veel sekswerkers voelen zich heel eenzaam.

‘Voor echte verandering is het van belang niet alleen de overheid te beïnvloeden, maar ook om de perceptie van de burgers te veranderen, zodat ze achter ons staan en voor ons opkomen.’ Daarom organiseert NDAES steeds vaker openbare bijeenkomsten voor mensen in de gemeenschap – waaraan wel een risico zit, want er zijn spionnen van de overheid die hen in de gaten houden en willen arresteren.

Ze merken dat vooral jongeren erop afkomen en zien dat als een kans. Okafor: ‘Omdat de jongere generatie toegang heeft tot internet, krijgt ze meer mee van de rest van de wereld. Zo is ze minder gevoelig voor de invloed van de kerk, die de bevolking indoctrineert dat seks buiten het huwelijk slecht is.’

Om jongeren nog meer te betrekken wil NDAES samenwerken met ‘Nollywood’ om films en tv-programma’s te maken, waarbij sekswerkers zelf aan het woord komen. ‘Door onlineverhalen kunnen we hen een gezicht geven, waardoor je kunt zien dat we ook gewoon mensen zijn, met recht op een goed leven’, zegt Azikiwe – en hij is dan ook hoopvol gestemd.

Zelfbeschikking

Deel uitmaken van het strategisch partnerschap biedt volgens de twee veel voordelen. ‘Door de steun die we vanuit het partnerschap krijgen’, zegt Okafor, ‘kunnen we meer activiteiten organiseren: bijeenkomsten over mensenrechten, gezondheidszorg en hiv/aids.

‘Eerder moesten we onze leden om contributie vragen om de kosten te dekken, maar vooral de jongere leden konden het vaak niet opbrengen en bleven daardoor weg. Nu we deze trainingen kosteloos kunnen aanbieden, is de toeloop veel groter.’

‘Daarbij’, vult Azikiwe aan, ‘komen we via het partnerschap in contact met andere organisaties, zowel binnen als buiten Nigeria, van wie we kunnen leren hoe het elders eraan toegaat en hoe zij te werk gaan. Zo voelen we ons gesterkt in onze strijd.’

Maar het misschien wel grootste voordeel is dat het partnerschap de organisatie veel vrijheid geeft in het bepalen van de agenda en de begroting en ze vinden de naam van het partnerschap – Count Me In! – dan ook goed gekozen.

‘Nog te vaak wordt er óver ons gepraat en vóór ons besloten, niet alleen door de overheid en de politie, maar ook door ngo’s. Maar wij weten zelf het best wat we nodig hebben en wat we willen en het belangrijkste is dat we zowel zelfbeschikking krijgen over ons lichaam, als in de keuzes die we maken in ons activisme.’

Op je woorden letten

Volgens Chantelle de Nobrega, programmamedewerker van Mama Cash, is dat het doel van het partnerschap: ‘Het is hùn strijd,’ zegt ze, ‘wij zijn er alleen om die te ondersteunen. Mama Cash lobbyt niet op lokaal niveau, dat doen de lokale organisaties zelf. Wij richten ons op internationale partijen en pleiten niet alleen voor meer financiering voor vrouwenrechtenactivisme, maar ook voor flexibeler voorwaarden.

‘Vooral bij politiek gevoelige thema’s – zoals de rechten van sekswerkers en de lhbt-gemeenschap – waar NDAES en WHER in Nigeria voor strijden, is flexibiliteit en sensitiviteit voor de lokale situatie van groot belang.

‘Terwijl sommige groepen zich veiliger voelen in de schijnwerpers, willen andere juist anoniem blijven. Zo kunnen we in India groepen niet direct steunen, omdat ze dan mogelijk als “vijand van de staat” worden gezien; dan moet je andere oplossingen bedenken.’

Ook moet je volgens De Nobrega letten op welke bewoordingen je gebruikt. ‘Zo spreken we in Nigeria in het openbaar over “rechten van vrouwen en minderheidsgroepen”, maar in de interne communicatie over “sekswerkers en lhbt”.

‘Voorzichtigheid is geboden, zodat de overheid geen toegang krijgt tot gevoelige documentatie – zoals projectplannen en bankafschriften –, en je moet zorgvuldig zijn met het opstellen van contracten. Elke situatie is anders en als partner moet je goed luisteren naar wat de ander nodig heeft, dat is de sleutel tot goede samenwerking.’

Volgens haar gaat het om lokaal eigenaarschap van programma’s. ‘Lokale organisaties weten zelf het best wat ze nodig hebben, want het is hun dagelijkse realiteit. Door voor hen te spreken, verminder je hun kracht.’ Het zou goed zijn als het bevorderen ervan een voorwaarde van donorfinanciering wordt en dat daarnaar gehandeld wordt.

‘Het is makkelijk te zeggen dat er lokaal eigenaarschap van de agenda moet komen, maar met alleen goede intenties kom je er niet. Zonder eigenaarschap te geven over de financiering verandert er wezenlijk niets.’ Ze ziet de partnerschappen als instrument om dat te implementeren, want ze stimuleren samenwerking op lokaal niveau en leren op internationaal niveau.

‘Vanuit partnerschappen kun je de lokale realiteit verbinden met grotere ontwikkelingen; hoewel iedere situatie anders is als het draait om bestrijding van ongelijkheid en het waarborgen van vrouwenrechten, zijn de grotere uitdagingen vaak vergelijkbaar.

‘Door wereldwijd samen te werken met diverse organisaties, kunnen we lessen leren over welke strategieën wel of niet werken, zodat we in de toekomst nog effectiever kunnen zijn in onze strijd.’

* Om veiligheidsredenen zijn de namen Daraja Okafor en Sunny Azikiwe gefingeerd. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Het strategisch partnerschap Count Me In! is een samenwerking tussen Mama Cash (penvoerder), het Red Umbrella Fund (RUF), de Association for Women’s Rights in Development (AWID), CREA, Just Associates (JASS), het Urgent Action Fund-Africa en het ministerie van Buitenlandse Zaken. In de periode 2016-’20 is voor het initiatief 32 miljoen euro beschikbaar gesteld. Morgen deel 2 over Count me in!

 https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2018/09/perry-grone-732606-unsplash-scaled.jpg

In 2016 werd het programma ‘Samenspraak en Tegenspraak’ gelanceerd, waarmee de Nederlandse overheid zich inzet voor een krachtig en onafhankelijk maatschappelijke middenveld in lage- en lage middeninkomenslanden en maatschappelijke organisaties ondersteunt in hun rol van waakhond en als constructieve speler in duurzame ontwikkelingsprocessen. De totale financiële bijdrage bedroeg  925 miljoen euro voor 25 allianties van maatschappelijke organisaties voor een periode van vijf jaar. Binnen deze allianties zijn in totaal 61 organisaties betrokken, werkzaam in zo’n zestig landen, in strategisch partnerschap met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De komende zes weken brengt Vice Versa achtergrondverhalen en reportages over deze strategische partnerschappen uit Nigeria, Myanmar, Guatemala en Mali. Hoe gingen de partnerschappen te werk en op welke wijze werd er een verschil gemaakt? En wat zijn de geleerde lessen?

‘Samenspraak en Tegenspraak: de oogst’ is een samenwerking tussen Vice Versa en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Gelijkwaardige samenwerking levert wederzijds voordeel op

Door Marc van Dijk | 17 september 2020

Er is nog lang geen sprake van volledige gelijkwaardigheid tussen het globale Noorden en Zuiden in de wetenschap. Ook in onderzoek naar inclusieve mondiale ontwikkeling is het Noorden dominant. Peter Taylor en Irene Agyepong, voortrekkers op dit gebied, proberen oude patronen te doorbreken.

Lees artikel

Groot contrast Troonrede en begroting Kaag

Door Marc Broere | 16 september 2020

Gisteren was het Prinsjesdag. We vroegen Paul van den Berg, politiek adviseur van Cordaid, of de koning het in zijn Troonrede nog over internationale samenwerking had en hoe de begroting van minister Kaag eruitziet.

Lees artikel

Kunnen we bedrijven dwingen onze telefoons en accu’s eerlijker te maken?

Door Sarah Haaij | 16 september 2020

Internationale afspraken ten spijt brengt de Congolese kobaltproductie de lokale gemeenschap vooral ellende, van landroof tot vervuiling en ernstige gezondheidsklachten In dit slot van een drieluik over de kobaltketen: is maatschappelijk verantwoord kobalt in de maak?

Lees artikel