Door:
Sarah Haaij

25 november 2019

Tags

Zowel Evelijne Bruning (The Hunger Project) als Yannick du Pont (Spark) wil de machtsverhouding in de hulpsector verleggen. ‘Nederland moet nu zeggen: over vijf jaar loopt niet één procent, maar een kwart van alle projecten via zuidelijk eigenaarschap, punt uit. En daarna driekwart.’ Een vraaggesprek.

Zij met vlammend rode haren en een Vlisco-rok, hij in pak en met designerbril. Zij, de vicevoorzitter van belangenvereniging Partos, zoekt het overleg. Hij zegde zijn lidmaatschap juist op, omdat de sector ‘te weinig vernieuwt’.

‘Dus Vice Versa wil in een reeks artikelen het shift the power-debat blijven volgen? Nou, daar heb je nog zeker vijftig jaar voor nodig’, trapt Yannick du Pont prikkelend af. ‘Eerder zal het gewoon niet gebeuren.’

‘Dat denk ik ook,’ zegt Evelijne Bruning, ‘tegen de tijd dat ik met pensioen ga, staat het delen van zeggenschap met zuidelijke partners nog steeds ter discussie.’

De ngo-directeuren zitten onder het verwarmingselement van een Haags terras. Binnen is het café overgenomen door stakende onderwijzers, die bijkomen van hun protestmars voor méér zeggenschap en tegen regeldruk in de klas.

Terwijl de leraren verhit hun discussie voortzetten, trekken wij buiten een parallel met de machtsverhoudingen in de ontwikkelingssector: ook die worden betwist. Het is tijd voor meer zuidelijk eigenaarschap en lokaal leiderschap, klinkt het weer luid. Waarom moeten het op de schop?

Bruning: ‘Als je kijkt naar de rechtstreekse institutionele financiering van de Nederlandse overheid aan zuidelijke organisaties, dan is dat één procent, tussen 2003 en 2020. Als je vraagt: hoe zit het met de machtsverhouding? Dan is het antwoord: er is geen machtsverhouding.’

Du Pont: ‘Nee: één procent, dat zijn de kraaltjes en spiegeltjes.’

Bruning: ‘Qua financiering is er geen verhouding en dat is uiteindelijk waarin macht en geld zich vertaalt.’

Du Pont: ‘En de meeste zuidelijke partners zijn geen partner, maar onderaannemer. Als je een huis laat bouwen, huurt de hoofdaannemer een keukenzetter in. Die vraagt nog wat je wensen zijn en dan installeert hij de keuken. Het is substantieel anders als je tegen een partner zegt: “Je kunt leidend zijn, het contract en de inhoud bepalen, veranderingen doen.” Dáár moet het in de ontwikkelingssector naartoe, maar dat gebeurt dus niet.’

De verhouding zit al scheef bij de financieringsstroom, zegt Bruning: ‘Je ziet dat donoren steeds eenzijdiger de doelen bepalen en voor de uitvoering onderaannemers inhuren.’ Ze ziet dat de investeringen afnemen voor doelen die ngo’s zelf bepalen. ‘En zo zijn wij – als ngo’s – de boekhouders van verandering geworden, in plaats van de motor.’

Al vijftig jaar praten

Het is onbegrijpelijk, zegt zowel Du Pont als Bruning, dat in de sector nog steeds wordt gepraat over de vraag of er überhaupt lokaal eigenaarschap moet zijn. ‘Ik dacht dat het vijftig jaar geleden al het doel van ngo’s was de macht over te dragen’, zegt Du Pont. ‘We zouden al die zuidelijke partners opleiden en trainen.’

‘Ja, en dan onszelf opheffen’, vult Bruning aan. ‘Maar daar kwam niets van terecht. “We” vertrouwen de zuidelijke organisaties domweg niet. Laatst was ik met The Hunger Project op een ambassade in een Afrikaans land, waar doodleuk werd gezegd dat er in heel het land niemand is die betrouwbaar kan boekhouden. Financiering zou alleen kunnen als er een boekhouder uit Zuid-Afrika werd aangesteld, “want hier is het altijd een zooitje”.’

‘En dan te bedenken’, zegt Du Pont, ‘dat ik zóveel lokale partners ken die ik hoger heb zitten dan de ngo’s van hier. Dus als we echt een machtsverschuiving willen, moeten we niet zitten wachten, maar die gewoon eens doorvoeren. Dan moet Nederland nu zeggen: over vijf jaar loopt niet één procent, maar een kwart van alle projecten via zuidelijk eigenaarschap, punt uit.

‘En daarbij aankondigen’, vervolgt hij, ‘dat het langzaam zal opschuiven naar driekwart. Dan zul je zien dat organisaties beginnen te investeren in zuidelijke partners – en dat die partners zelf zullen investeren om zich te kwalificeren, omdat het kader ze daartoe dwingt. Het zakenmodel zal veranderen.’

Niet de beste kiezen

Shifting the power betekent volgens Bruning overigens niet dat het geld per definitie naar een zuidelijke partner hoort te gaan. Armoede en ongelijkheid zijn een wezenlijk, fundamenteel onrecht en als je ze wil uitroeien, geef je het geld aan de partij die dat het best kan uitvoeren. ‘Mij kan het niet schelen of het een noordelijke of zuidelijke partij is,’ zegt ze, ‘het zou ook een Noord-Koreaanse kunnen zijn.’

Du Pont fronst zijn wenkbrauwen. ‘Hm, zoals je het nu formuleert stel je je op als de inkoper van een middelgroot Nederlands bedrijf. Jij zegt: het geld is niet per definitie beter bij een zuidelijke partij. Ik zou het omdraaien: nu is de heersende ideologie nog dat het beter is het beheer bij een Nederlandse partij neer te leggen. En intussen stelde het ministerie zoveel onhaalbare voorwaarden voor financiering – non-tarifaire barrières, noem ik die – dat geen zuidelijke partner erbij kan.’

Als Nederland de macht wil verschuiven, aldus Du Pont, dan moeten zuidelijke partners gelijke toegang hebben tot de macht. ‘Om ze die te laten pakken, moeten we beginnen met quota te stellen in het subsidiekader. Keiharde KPI’s (kritieke prestatie-indicatoren, red.).’

Bruning: ‘Precies, helemaal mee eens.’

Du Pont: ‘Maar dan moeten we niet automatisch voor “de beste” kiezen. Dan kan ik bij Spark heel veel slimme meisjes en jongens blijven inhuren, die het altijd weer beter doen. Zo blijf je de Afrikaanse spelers uit de markt duwen – en dat is niet oké.’

Bruning: ‘Ja, de wedstrijd zit in het schrijven van voorstellen en niet in de uitvoering, en daarvoor heeft de sector nog geen oplossing gevonden. Noordelijke organisaties schrijven ze beter, omdat wij zelf het systeem hebben ingericht. Voor mij zit het omdenken ook in verandering van het systeem.’

Machtsbalans

Noordelijke ngo’s weten precies wat ze in een subsidieaanvraag moeten zetten en zo blijft de machtsverdeling scheef. Dat blijkt moeilijk te kantelen zolang er belemmeringen worden opgeworpen voor zuidelijke partners om dichter bij de macht te komen.

De eisen waaraan organisaties moeten voldoen om als aanvoerder van een programma in aanmerking te komen, zoals een flink eigen kapitaal, een Nederlands type organisatiemodel of een geavanceerd boekhoudsysteem, zijn niet overal ter wereld even realistisch.

Nu geeft zowel Du Pont als Bruning leiding aan een ngo die zegt tòch de machtsbalans te willen verleggen. Hoe gaat dat te werk?

Bruning: ‘Bij verschuiving van machtsdenken zit het niet zozeer in zuidelijke organisaties die geld moeten krijgen, maar in de vraag wie uiteindelijk de uitvoeringsagenda bepaalt. Met The Hunger Project werken wij op het diepe platteland van redelijk stabiele landen; daar kun je gemeenschappen goed hun eigen agenda laten bepalen.’

Daarbij gaat het om een verandering in het ‘denken van boven naar beneden’, zegt Bruning. En dat geldt net zo goed voor lokale partijen. ‘Of je het geld nu geeft aan een noordelijke ngo of aan een lokale overheid of elite in de hoofdstad, die dan bepaalt wat er in de dorpen nodig is: het is een vorm van ongelijkheid. Ons gaat het erom dat de macht meer bij de gemeenschappen komt te liggen. Die moeten leidend zijn.’

Veel zuidelijke partners zijn ook wel eraan toe, kreeg Du Pont laatst nog van een Turkse collega te horen. ‘Waarom is jullie systeem zo ingericht’, vroeg ze hem, ‘dat wij als lokale partner tot implementatieslaaf zijn verworden?’ Du Pont: ‘Dat vond ik zo goed, in één zin beschreef ze de huidige verhoudingen.’

Dat het ook anders kan, zag hij onlangs tot zijn eigen opluchting ook, in een nieuw EU-programma in Jordanië. ‘Een geniaal programma! De Europese Unie geeft het geld direct aan de lokale partij – die misschien niet alles in huis heeft om het hele programma uit te voeren. En voor die onderdelen schrijft ze een aanbesteding uit, waarvoor alle partijen – lokaal en internationaal, Spark incluis – moeten indienen.’

Bruning: ‘O, dat is leuk! En dan mag de lokale partij kiezen wie ze wil, wie het best is?’

Du Pont: ‘Ja! En nu kwam ze terug bij ons en zei: “Het ziet er mooi uit, Spark, maar wij hebben lokaal een andere partij die een lagere prijs rekent en verder kwalitatief ongeveer hetzelfde biedt.” Nou, denk ik dan, kies voor die ander – als dat zo is, vallen wij af.’

Lokale fondsen

Een machtsverschuiving betekent dat er lokaal zeggenschap is over de agenda en over de besteding van het geld. In deze voorstelling zijn noordelijke ngo’s eerder een soort projectbureaus, die je kunt inhuren op het moment dat hun kennis of kunde relevant is.

Maar hoe krijgen we het geld bij de zuidelijke partner, zodat zij daarover kan beschikken en als het nodig is Spark of The Hunger Project inschakelt? Lokale fondsenwerving speelt een rol, zeggen Bruning en Du Pont. Zo hielp Spark onlangs 25 van haar beste partnerorganisaties, waardoor ze nu aan de eisen voldoen om geld te kunnen ontvangen van de Islamitische Ontwikkelingsbank.

‘En we trainen gemeenschappen om druk te blijven zetten op hun overheid om voorzieningen te financieren’, zegt Bruning. ‘Maar weet je wat ik ècht tof zou vinden? Om in India een postcodeloterij op te zetten, waarin de middenklasse meespeelt. Geld ophalen in het land zelf! Bovendien is loterijgeld heel fijn geld.’

The Hunger Project ontvangt miljoenen van de Postcodeloterij, dus Bruning kan het weten. ‘Je mag zelf bepalen waarvoor je de vaste bijdrage inzet; totaal vrije ruimte. Dat maakt voor ons innovatie mogelijk, zo kun je experimenteren. Probeer dat maar eens bij het ministerie… Dat vult innovatie liever alvast zelf in – en komt dan met een platform voor crowdfunding, een app of een drone.’

Een Indiase postcodeloterij of Islamitische Ontwikkelingsbank zullen ontwikkeling misschien anders aanvliegen dan Nederlandse donoren en ngo’s. Wellicht komen er ook projecten uit voort die niet naadloos passen in ons plaatje van wat goede hulp vermag. Heeft zeggenschap overdragen zo bezien ook een prijs?

Du Pont: ‘De “prijs”, zo je wilt, is dat zeker in het begin de beheerlast wat hoger komt te liggen. Als je nu de omslag maakt, zul je met veel nieuwe partijen gaan werken en dingen terugkrijgen van een lokale, zuidelijke partij die je misschien niet wilt horen.

‘Als jij genderproblematiek aanpakt in een land als Jemen,’ vervolgt hij, ‘zal een lokale ngo niet meteen met de laatste VN-resolutie komen. Die ngo gaat dan via de moskeeën met vrouwen aan het werk, op een andere manier dan wij hier voor ogen hebben.

‘Voor een deel moet je dat loslaten. Niet zo van: nu laten we alles varen en staan we ook meteen het kinderhuwelijk toe. Nee, natuurlijk niet! Er zijn rode lijnen. Maar binnen die rode lijnen, denk ik, kunnen we veel meer laten gebeuren.

‘En ja, dat betekent dat een project soms afdwaalt en eens kan misgaan – net als nu, overigens. Het verschil is alleen dat we dan de lokale partij de kans geven zelf haar les eruit te trekken en zich aan te passen.’

‘De prijs voor een machtsverschuiving is onzekerheid’, zegt ook Bruning. ‘De politiek durft dat niet aan, omdat onzekerheid nu eenmaal een te groot politiek risico is. De prijs voor het samen ontdekken en loslaten, die prijs is zo onverteerbaar dat we het niet aangaan.’

Mede daarom heeft The Hunger Project vier jaar geleden een wereldwijde beweging opgericht voor gemeenschapsontwikkeling: Community-Led Development, ‘voor ngo’s die net als wij vinden dat je idealiter de gemeenschappen waarin je werkt zelf de agenda laat bepalen – en dat zijn er nogal wat!’

Inmiddels telt de club vijfenzestig organisaties als lid. Allemaal willen ze de macht verleggen, maar ze weten niet hoe ze dat moeten doen binnen het huidige financieringssysteem. ‘We doen samen onderzoek ernaar,’ zegt Bruning, ‘want kantelen kan alleen als we de krachten bundelen. Maar hóe dat te doen valt, is voor ons ook nog de vraag.’

Foto: Leonard Fäustle

Dit artikel maakt onderdeel uit van het kennisdossier ‘Shift the Power’, dat een samenwerking is tussen de Change the Game Academy van  Wilde Ganzen en Vice Versa. Iedere maand verschijnen er minimaal twee artikelen op de website die gaan over de machtsverhoudingen binnen internationale samenwerking.  Kijk hier voor meer artikelen. https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/dossierthemas/shift-the-power/

‘Een vrouw hoort niet in de schijnwerpers te staan’

Door Siri Lijfering | 12 december 2019

Hoewel vrouwen het meest lijden onder de vervuiling van de Nigerdelta, vraagt men hen zelden naar de oplossing. Het partnerschap Global Alliance for Green and Gender Action wil dat veranderen: ‘Te lang hebben mannen hier de beslissingen genomen en daaruit is niet veel goeds voortgekomen’, zegt Martha Agbani. Op pad door de Delta.

Lees artikel

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel