Door:
Lizan Nijkrake

25 november 2019

Tags

Debby van der Horst merkte dat de sportactiviteiten van de gemeente Tilburg bijna alleen jongens bereikten. Sindsdien richt ze zich op de meiden – die in veilige enclaves tot bloei komen. ‘Anders raak ik ze kwijt.’

De gratis buitenschoolse sportlessen van Debby van der Horst als ‘buurtsportwerker’ van de gemeente Tilburg zijn vrijwillig, zegt ze, ‘voor hangjongeren tussen de tien en 23 jaar in achterstandswijken’. Ze is onderdeel van een team van veertien man, in de letterlijke zin van het woord: op drie vrouwelijke collega’s na zijn het allemaal mannen.

Die disbalans heeft gevolgen, volgens Van der Horst. Toen ze zeven jaar geleden aantrad als buursportwerker, deden meiden amper mee – en waren er nog geen aparte meidengroepen. ‘Mijn missie is om dat te veranderen.’

Ik probeer haar bij te benen door de wandelgangen van het Tilburgse sportcomplex aan de Stappegoorweg – de Ireen Wüst-schaatsbaan links, een groot zwembad rechts –, waar ze me vrolijk voorstelt aan de ene na de andere collega in trainingspak. Het groene tapijt onder onze voeten doet denken aan de zachte vloer van een binnentennisbaan.

De sprekende, blauwe ogen van Van der Horst matchen met haar knalblauwe T-shirt, waarop ‘gemeente Tilburg’ prijkt. We strijken neer in een klein kantoor, er staat een houten tafel in het midden. ‘Het probleem is: jongeren van de straat zijn jongens’, zegt ze. ‘Meiden bleven massaal weg bij de buitensportlessen die we aanboden, zoals op de Playgrounds van de Krajicek Foundation. Je moet als meid echt van goeden huize komen als je met de straatschoffies wilt voetballen.’ Ze spreekt met Brabants accent, zonder poespas.

Van politieagent naar sportcoach

Die observatie voert Van der Horst terug naar haar eigen jeugd. ‘Ik was zelf zo’n schoffie vroeger, hè. Altijd op straat te vinden, voetballend tussen de jongens.’ Op de vraag wie haar rolmodel was, tuurt ze bedenkelijk naar het plafond en antwoordt dan: ‘Iedereen die Olympisch kampioen werd. Ik zat altijd obsessief naar de Spelen te kijken en zei tegen mijn ouders dat ik Olympisch kampioen wilde worden.’

Tot haar frustratie was voetbal in clubverband vroeger geen reële optie. ‘Meidenvoetbalteams bestonden in die tijd nauwelijks, al helemaal niet bij de lokale Tilburgse clubs. Meedoen als meisje werd ook niet als normaal gezien.’ Bij gebrek aan beter koos ze voor hockey – waar ze het schopte tot de hoofdklasse, bij Push Breda. ‘Ook daar ging ik vol voor. Sport is m’n alles, door beweging zit ik lekker in mijn vel.’

Toch lag een carrière in de sportwereld niet direct voor de hand. Haar huidige baan dankt ze aan Nasser, een ‘jongen van de straat’ die ze kende uit haar tien jaar als hoofdagent in Tilburg-Noord, een multiculturele wijk met veel problemen.

‘Bij de politie ging mijn wereld open. Ik was één cultuur gewend: de Nederlandse. Blanke mensen. In Tilburg-Noord maakte ik met iedereen een babbeltje. Ik wilde ruimte creëren voor persoonlijke verhalen, zonder vooroordeel.’ Maar de politie was op lange termijn niet bevredigend. ‘Ik liep ertegenaan dat ik dingen móest doen, zoals bonnen schrijven. Er was veel ellende en negativiteit. Terwijl: waar ik voor leef, is mensen helpen en enthousiasmeren.’

Dus solliciteerde Van der Horst zeven jaar geleden op de vacature van buurtsportcoach bij de gemeente Tilburg – samen met 250 anderen. Ze had geen sportdiploma en was vier maanden zwanger. ‘Een vrij kansloze positie. Mijn grote geluk was dat Nasser al als buurtsportcoach werkte.’ Nasser zag haar naam tussen de stapel sollicitaties, viste haar brief eruit en legde hem voor zijn leidinggevende neer met de boodschap: haar moet je hebben. Zíj kan met jeugd omgaan.

Ze herinnert zich het sollicitatiegesprek als de dag van gisteren. ‘Centraal stond de vraag: “Durf je die groepen lastige jongeren aan te pakken?” Ik moest even knipperen met mijn ogen. Ik realiseerde me helemaal niet dat dat een probleem was voor velen. Ik dééd niet anders als agent.’

 

‘Meidengroepen’

Debby werd aangenomen. Als buurtsportcoach merkte ze al snel dat de meiden wegbleven bij de activiteiten die ze organiseerden voor de jongeren in achterstandswijken. ‘Met de “iedereen is welkom”-mentaliteit bereikten we misschien één meid op een groep van 28 jongens. Mijn mannelijke collega’s zeiden dan: “De meiden kunnen toch ook komen als ze willen.”’ Maar zij vond dat een te passieve houding en wilde begrijpen waarom de meiden afhaakten.

Ze zag dat meiden vaker wegbleven als er buiten werd gesport. ‘Dat bleek met van alles te maken te hebben. Meiden op de middelbare school zijn zich bewust van de verandering van hun lichaam, ze kennen schaamte. Buiten voelen ze zich bekeken en worden ze constant afgeleid door de jongens die zitten te kijken. Voor moslimmeiden geldt dat ze alleen hun hoofddoek willen afdoen als ze met andere meiden zijn, in een ommuurde ruimte.’

Ze ontdekte ook dat meiden heel andere behoeften hebben. ‘Jongens komen echt om te sporten. Simpel. Bij meiden is het een combinatie van plezier maken, sporten, zich veilig voelen en samenwerking.’

Dus begon ze, met de steun van de buurtsportleiding, te experimenteren met aparte meidengroepen – binnen, in gymzalen. ‘Ik heb goed contact met de scholen en met jongerenwerkers in Tilburg, bij R-Newt. Ik loop klassen in, bij groep zeven en acht. Aan het begin van het schooljaar houd ik een enthousiast praatje, ik nodig de meiden apart uit om zich op te geven voor een wekelijkse sportactiviteit na school. Vervolgens probeer ik ze erbij te houden als ze naar de middelbare school gaan.’

 

Eigenaar zijn

Inmiddels staat Debby van der Horst wekelijks voor 65 meiden, verdeeld over vier groepen. Een belangrijk element in haar activiteiten is dat de meiden hun eigen regels opstellen. ‘Zoals: mag je telefoon de zaal in? Een mooie regel van m’n groep vind ik: je bent wie je bent. Het woord “respect” kennen ze, dat horen ze overal, maar wat betekent het? Daar praatten we over en de meiden kwamen hierop uit.’

Ze vervolgt: ‘Ik wil dat ze eigenaar zijn van hun les. Ze mogen ook samen met mij een les voorbereiden als ze een lesvorm op YouTube hebben gezien, en oefenen met voor de groep staan.’

Ze noemt zichzelf lachend sportcoach, sociaal werker en pedagoog ineen. ‘Ik creëer ruimte voor de verhalen “achter de voordeur” en heb veel oog voor wat iedere meid nodig heeft. Eentje in mijn groep was op straat lastiggevallen door een potloodventer. Ze zei haar verhaal te willen doen. Samen met de jongerenwerkster besloot ik plaats te maken in de les, toen zei ik: “Vandaag gaan we even niet sporten, ga maar in een kring zitten.”’

‘Zo bespreken we zaken die iedereen kunnen overkomen. Hoe ga je ermee om?’ Jongerenwerk is altijd aanwezig in haar les, om de ontwikkeling van de meiden te volgen en dit soort gesprekken te begeleiden.

Het resultaat is dat de meiden groeien, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden ontwikkelen. ‘Er was een meid die begon te huilen, elke keer dat ze een bal tegen zich aan kreeg – en dat waren de zachtste ballen die er bestaan, hè. Ik dacht: wat is dat toch?’

‘Ze bleek faalangst te hebben in de gymzaal. We zijn stap voor stap gaan kijken hoe ze verder kon komen. Ik moedigde haar aan zich tot doel te stellen de eerstvolgende les niet te huilen – en complimenteerde haar iedere keer als er geen tranen vielen. Dat werkte! Nu staat ze voor de groep om haar eigen lessen te geven.’

 

Rolmodellen creëren

Debby van der Horst straalt van trots als ze over meiden praat die zelf sportactiviteiten zijn gaan organiseren. Op de vraag wat haar dromen zijn, antwoordt ze volmondig: ‘Zoveel mogelijk vrouwelijke coaches, rolmodellen en groepen creëren.’

Ze vertelt over twee jonge Marokkaanse vrouwen, van twintig en 21 jaar, die iedere donderdag zaalvoetbal mogelijk maken voor meiden onder de naam Ballas Ladies Gym. Zodra de zaaldeur in het slot valt, gaan de hoofddoeken af. De les is zo populair – zelfs onder meiden uit omliggende dorpen – dat er een wachtlijst is. ‘Dat is toch zó tof.’

Het wordt steeds duidelijker dat ze een behendige spin in het web is. In ons gesprek strooit ze met filmpjes en anekdotes. Samen met meiden die deelnamen aan het Community Program van de Cruyff Foundation, waarin ze activiteiten organiseren voor jongeren uit hun wijk, stampte ze een paar jaar geleden een groot meidenvoetbaltoernooi uit de grond. Maar liefst negentien teams deden mee. ‘De meiden komen vaak naar me toe met ideeën en ik help ze waar ik kan, met zaalhuur of het aanvragen van een potje geld.’

 

Mentaliteitsverandering

Maar deze hoogtepunten zijn niet genoeg. Van der Horst streeft naar een mentaliteitsverandering in haar mannenteam, succes dat haar persoon ontstijgt. Ze spoort alle mannen aan om ten minste één sportactiviteit voor meiden te organiseren in ‘hun’ wijk. ‘Zodat het daar ook tussen de oren gaat zitten’, grijnst ze. ‘Ik kan niet alle meidengroepen blijven leiden – ik ben vaak dubbel geboekt.’

Een begin is gemaakt. Drie mannelijke collega’s draaien nu een wekelijkse meidenactiviteit in ‘hun’ Tilburgse wijk. Tharique, de collega die het kickboksen voor zijn rekening neemt, kwam na zijn eerste les naar haar toe: ‘Shit,’ zei hij, ‘nu snap ik wat je bedoelt. Het is harder werken voor me, zo’n meidengroep. Het is veel minder natuurlijk.’

Die erkenning was een mooi gebaar voor Van der Horst, die in het verleden bij haar mannelijke collega’s aangaf harder te moeten werken in jongensgroepen, wat vaak weggewuifd werd. ‘Ik moet het respect van jongens verdienen. Ze hebben pas echt ontzag voor me als ze zien dat ik kan voetballen. De mannen hebben hun eigen versie van obstakels als ze voor meidengroepen staan.’ Ze moeten het vertrouwen winnen, meer luisteren en hun les gevarieerder inrichten.

Op de vraag wat voor advies ze heeft voor andere vrouwelijke coaches, lacht ze: ‘Maar eentje?’ Dan, serieus: ‘Pak de meiden eerst een beetje in, geef ze vertrouwen. Heb een lange adem en geduld. Creëer veilige groepen waar plezier hoog in het vaandel staat, zodat ze blijven komen.’

 https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/site/wp-content/uploads/2019/11/Little_Zambian_girl_playing_football-scaled.jpg

She Got Game!  is een samenwerking tussen Vice Versa en ISA. In Amerikaanse straattaal betekent She Got Game! dat je de ‘baas’ bent of ergens heel goed in bent. En het laat ook zien dat meisjes en jonge vrouwen  juist op het sportveld genderstereotypes kunnen doorbreken en hun stem kunnen gebruiken.

We publiceren telkens een interview met een vrouwelijke sporter met een leidersrol in Nederland, Mali en Kenia. We laten zien hoe zij verandering teweeg brengen voor henzelf, de spelers met wie zij werken en in hun omgeving. Wat zijn de uitdagingen die ze dagelijks tegenkomen, hoe hebben ze dit aangepakt en wat voor impact heeft dit op hun leven en op dat van anderen?

She Got Game! is mogelijk gemaakt door het Frame Voice Report programma van Wilde Ganzen dat gefinancierd wordt door de Europese Unie.

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel

Armoede bestrijden met een grotere caviamarkt?

Door Ellen Mangnus | 18 mei 2020

In deze nieuwe rubriek Omdenken met Ellen kijkt Ellen Mangnus waar de westerse manier van denken over ontwikkeling botst met lokale kennis en waarden. In de eerste aflevering: de cavia als gewild dier in de wereldberoemde Peruaanse keuken. Een weg uit de armoede voor de een, vernietiging van een wereld voor de ander

Lees artikel