Door:
Marc Broere

13 november 2019

Tags

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Stel, je hebt een werkend levend achter de rug dat leest als een avonturen- of schelmenroman. Je hebt tientallen jaren in de goede-doelensector gewerkt en behoorde altijd tot de voorhoede en de aanjagers.  Je hebt Greenpeace Nederland opgericht en opgebouwd tot het sterkste merk binnen de milieubeweging. Je liet Terre des Hommes een metamorfose ondergaan van een wat ingedutte charitatieve stichting tot een spraakmakende organisatie op het terrein van kinderrechtencampagnes.

Je was in 1985 aan boord van de Rainbow Warrior in Nieuw-Zeeland toen de Franse geheime dienst een aanslag pleegde. Je hebt Johan Cruijff geïntroduceerd in goede-doelenland en was medeoprichter van de naar hem genoemde stichting.  Je hebt het ‘kartel’ van Novib, Cordaid, *ICCO en Hivos opengebroken en gezorgd dat ook andere ontwikkelingsorganisaties subsidie van de Nederlandse overheid konden krijgen. Je verwierf op het laatst nog bijna wereldfaam door het bedenken van het computermeisje Sweetie, om pedofielen in de val te lokken.  Ron van Huizen en Hans Guijt kunnen dit allemaal op hun conto schrijven – als duo of anders alleen. Bij Greenpeace en Terre des Hommes. 

We ontmoeten elkaar in Bray, de Ierse badplaats waar Hans Guijt  met zijn vrouw en kinderen woont. Guijt is een uitstekende gids: hij laat ons de huizen zien waar schrijver James Joyce en zangeres Sinéad O’Connor woonden, de bed and breakfast waar Oscar Wilde opgroeide, evenals het hotel in vervallen staat waar Marilyn Monroe, Elizabeth Taylor en Frank Sinatra graag verbleven.  En natuurlijk zijn daar de gezellige donkere pubs waar de pints of Guinness vers worden getapt, hoewel Van Huizen  het liever bij witte wijn houdt. De vanzelfsprekendheid waarmee Guijt ‘thanks, mate’ tegen de ober zegt, duidt op een hoge mate van inburgering.Het is een ideale omgeving om nog eens rustig van gedachten te wisselen met een onafscheidelijk werkduo, dat tientallen jaren samenwerkte en altijd als de rebellen van eerst de milieubeweging en later de ontwikkelingssector werd gezien. Guijt vertelt graag over zijn jaren als campagneleider bij Greenpeace – over spannende acties op zee tegen schepen die vaten met kernenergie wilden dumpen of tegen walvisvaarders – en over Sweetie, de vermaarde campagne om pedofielen te ontmaskeren, waardoor in de laatste jaren van zijn werkende leven een nieuwe wereld voor hem openging. Intussen is hij een deskundige op het vlak van cybermisdaad.

Van Huizen kan smakelijk vertellen over zijn avonturen met Johan Cruijff, met wie hij zeven jaar samenwerkte, een gedenkwaardige reis naar India maakte en met wie hij eind 1999 – samen met voetbaljournalist Jaap de Groot – de wedstrijd ‘Het Oranje van de Eeuw’ organiseerde, met de beste spelers die ooit voor het Nederlands elftal zijn uitgekomen; een elftal samengesteld door de onnavolgbare maestro zelf. De opbrengst ging naar Terre des Hommes en de Johan Cruyff Foundation.

De rode draad in hun werk is dat ze altijd innovatief waren, maar tegelijkertijd dwars. ‘Waar ik veel in herken bij jou, Hans, is je aangeboren aversie tegen autoriteit’, zegt Van Huizen. ‘Dat gevoel heb ik zelf ook sterk – vooral als vanuit die autoriteit onrechtmatige gedragingen plaatsvinden. Een autoriteit zijn is niet erg, maar het moet wel ergens op zijn gebaseerd. Zeker binnen de wereld van ontwikkelingssamenwerking heb ik zó vaak mensen meegemaakt van wie ik dacht: wie ben jij nu eigenlijk, wat maakt jou meer dan ik ben? Waar ik echt niet tegen kon was dat de directeuren van Novib, ICCO, Cordaid en Hivos jaar in, jaar uit al het geld uit de begroting van ontwikkelingssamenwerking opsoupeerden en verdeelden en alle andere organisaties erbuiten hielden. Dat moet kapot, dachten wij. Toen heb ik een rechtszaak aangespannen.’

‘Wat mij tot op de dag van vandaag verbaast’, vervolgt Van Huizen, ‘is het ontbreken van de gunfactor binnen ontwikkelingssamenwerking. Men gunt elkaar het licht in de ogen niet. In de milieubeweging had je dat veel minder, maar de gunfactor binnen de ontwikkelingssector heb ik nooit ontdekt.’

Er is één onderwerp waarover beide heren het graag willen hebben en dat is de instroom van mensen uit het bedrijfsleven naar leidinggevende functies binnen de ngo-sector – en raden van toezicht die dat omarmen en maatschappelijke organisaties steeds meer als bedrijven willen laten werken.  Het is een ontwikkeling die hen zorgen baart. Niet dat ze tegen samenwerking tussen ngo’s en het bedrijfsleven zijn, integendeel. Al in 2003 zei Ron van Huizen in een interview dat het zijn droom was dat Terre des Hommes ooit zou fuseren met Philips. Het leverde hem stevige kritiek op vanuit andere ontwikkelingsorganisaties, destijds was het idee nog onbestaanbaar.

Maar Van Huizen kijkt nu met stijgende verbazing naar het fanatisme waarmee raden van toezicht uit de goede-doelensector per se een nieuwe directeur uit het bedrijfsleven willen binnenhalen. ‘Het lijkt wel alsof mensen uit de ngo-sector een structureel minderwaardigheidscomplex hebben’, constateert hij.  ‘Ze denken altijd dat ze van minder kwaliteit zijn dan mensen uit het bedrijfsleven. Dat zou ik graag omdraaien: ik vind de mensen bij ngo’s vaak veel beter. Kijk, in tegenstelling tot vroeger zijn ngo’s nu geaccepteerd als fenomeen in onze samenleving. Wat je dan vaak ziet is dat – zoals ik het noem – de grote motoren in de baan komen.’

‘Dat zijn mensen uit het bedrijfsleven. Vooral binnen de ontwikkelingssamenwerking denken raden van toezicht dat zulke mensen nieuw elan zullen geven aan een organisatie. Mijn ervaring is dat het tegenovergestelde gebeurt. Bij sommige organisaties, zoals nu bij Terre des Hommes, is daardoor de ziel eruit verdwenen – en die ziel is het geheim van de smid. Ze wordt heel bewust weggemasseerd. Het werk van een ngo draait voor een groot deel om emotie, wat precies de zwakte van het bedrijfsleven is: een gebrek aan emotie.’

Hans Guijt knikt instemmend: ‘Ik zou het niet in mijn hoofd halen bij een bank of verzekeraar te gaan werken – daarvoor voel ik me niet gekwalificeerd, niet als werknemer en laat staan als directeur. Omgekeerd bestaat dat gevoel niet.  Mensen die directeur van een bank of bedrijf zijn geweest, denken dat ze dat ook wel kunnen zijn van een ngo. Ik vind dat respectloos en van minachting getuigen naar mensen die bewust ervoor kozen bij een idealistische organisatie te willen werken.’

‘Wat ze na hun aanstelling bijna altijd als eerste zeggen is dat ze het vanaf nu professioneel en zakelijk gaan aanpakken – vooral “professioneel” wordt te pas en te onpas gebruikt. En dan verhogen ze meestal meteen hun eigen salaris en zorgen ze dat ze een bonus kunnen opstrijken, onder het mom van “professioneler werken”. ‘Vervolgens bakken ze er niks van, want ze weten níets van ontwikkelingssamenwerking, zijn nog nooit in landen met schrijnende armoede geweest, snappen niets van de cultuur daar en hebben geen verstand van fondsenwerving. Maar ze achten zichzelf geschikt om directeur te spelen bij een organisatie die op een rechtenbenadering is gebaseerd… Hoe haal je het in je hoofd! Ik maak me niet alleen zorgen, ik maak me vooral kwaad. De bezieling ontbreekt volledig bij die mensen; ze hebben het niet of het is er uitgeramd bij de bank, het bedrijf of de verzekeraar.’

Van Huizen neemt het stokje over. ‘Kijk, Hans, als we toch praten over een zakelijke aanpak: ik vond Greenpeace in de jaren tachtig een ongelooflijk professionele organisatie. Het grootmaken van Greenpeace was een geweldige tijd – en onze succescampagnes kostten niet veel geld. Een omroep als Veronica deed kosteloos mee. “Voor uw tientje vragen wij om moeilijkheden”, “voor uw tientje begeven wij ons op glad ijs”, “voor uw tientje vangen wij de eerste klappen op”. We bedachten die slogans allemaal zelf, samen met een reclamebureau dat op con amore-basis werkte.’

Guijt knikt: ‘Ik weet nog dat ik de eerste twee donateurs in een schriftje heb bijgeschreven – het waren mijn moeder en mijn toenmalige schoonmoeder. Een jaar of acht later hadden we achthonderdduizend donateurs. Als dat geen professionaliteit is…’

Van Huizen: ‘Of kijk naar Terre des Hommes met haar structuur van regiokantoren en het overdragen van zeggenschap aan lokale mensen. De organisatie liep haar tijd ver vooruit, heel professioneel en innovatief. En wat je vaak ziet bij mensen uit het bedrijfsleven is dat ze meteen – onder het mom van een “zakelijke aanpak” – in groten getale werknemers ontslaan.’

Guijt: ‘Dat is de Pol Pot-methode. Iedereen met kennis moet eruit, anders kan eenoog geen koning zijn.’ Van Huizen neemt een slok wijn en schiet in de lach: ‘Nu moeten we uitkijken dat we niet op Bert en Ernie gaan lijken, Hans.’

Het is tijd voor de lunch in het statige The Martello-hotel aan de boulevard. Guijt neemt seafood chowder – een romige, gebonden vissoep en de specialiteit van het gebied –, terwijl Van Huizen het bij een bijna Hollandse groentesoep houdt.  Nadat het contact met Greenpeace na hun vertrek verwaterde en jarenlang verbroken was, is er sinds twee jaar weer sprake van warme banden. Dat gebeurde nadat Van Huizen de jonge en bekende campaigner Faiza Oulahsen tegen het lijf liep. Zij kreeg landelijke bekendheid toen ze in 2013 enige tijd in een Russische cel verbleef, na haar arrestatie bij acties tegen Russische olieboringen in de wateren bij Nova Zembla.

Oulahsen nodigde Van Huizen en Guijt uit om tijdens een lunch met al het Greenpeace-personeel over de pioniersdagen van de organisatie te vertellen. Het klikte weer en beiden zijn zeer te spreken over de ontwikkelingen bij Greenpeace.  ‘De organisatie heeft nog steeds een ziel’, zegt Van Huizen. ‘Bovendien heeft Greenpeace een gebalanceerd personeelsbestand, met oude rotten die de cultuur kennen en bewaken en frisse jonge mensen zoals Faiza.’

Maar naar Terre des Hommes kijken ze met enige zorg. Nadat zijn opvolger in 2016 door ziekte moest terugtreden, werd er een interim-manager aangesteld: Carel Kok. In 2018 kreeg hij een vaste aanstelling als directeur.  Hiervóór was Kok eigenaar van een jachthaven in Rotterdam. Sinds het aantreden van Kok is het verloop van personeel bij Terre des Hommes drastisch toegenomen.

Guijt formuleert voorzichtig. ‘Sinds de nieuwe directie is aangetreden’, zegt hij, ‘is vrijwel heel de werkvloer vernieuwd. Het institutionele geheugen is verdwenen; er is nagenoeg geen kennis meer over de geschiedenis van Terre des Hommes. Zoiets is niet goed voor een organisatie. Mensen lopen uit onvrede weg en dure consultants worden ervoor teruggehaald – dan weet je dat er iets niet in orde is. De huidige directeur heeft geen enkele ervaring binnen de ontwikkelingssamenwerking, noch kennis erover. Ook in de raad van toezicht van Terre des Hommes is de inhoudelijke expertise op dat terrein volledig verdwenen. Dat is zorgelijk.’

Van Huizen zet het in breder perspectief: ‘Je ziet steeds meer raden van toezicht die goede-doelenorganisaties willen laten besturen volgens de doelstellingen van het bedrijfsleven. Het gaat alleen nog maar om een hogere omzet. Mijn opvolger kreeg als opdracht mee de eigen fondsenwerving van Terre des Hommes in vijf jaar tijd te verdubbelen – dat was een bij voorbaat onmogelijke opdracht. Op een zeker moment bereikt een organisatie haar plafond. Bij Terre des Hommes was dat een omzet van twintig tot 25 miljoen euro per jaar. Als je dat kunt consolideren of de krimp kunt beperken – vanwege de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking – is dat al een knappe prestatie.’

Hij vervolgt: ‘Het schrikbarende aan de onzinnige dwang tot omzetverhoging is dat het een doel op zich is geworden. Het wordt niet meer in het kader gegoten van verhoogde kwaliteit van de uitvoering van de doelstellingen.’

Hoe moet de ngo-sector uit deze vicieuze cirkel komen? ‘Laat in ieder geval dat minderwaardigheidscomplex los’, zegt Guijt. ‘Je hoeft je nergens voor te schamen, want zo slecht gaat het niet bij ngo’s. Ga terug naar je wortels, naar de bezieling, naar waar het echt om gaat en waarvoor je bent opgericht. En stop met die idiote doelstelling dat het altijd méér moet zijn en dat je moet groeien.’

Het is tijd om af te ronden. Zien ze ook positieve ontwikkelingen, inspirerende initiatieven? Gelukkig wel. Ron van Huizen ziet op televisie regelmatig spotjes langskomen die hem kunnen bekoren.  ‘Zoals die van Oxfam Novib’, zegt hij, ‘over belastingontduiking door het bedrijfsleven. Dat speelt niet alleen in lage-inkomenslanden, maar ook in Nederland. Juist het leggen van die koppeling in hun campagne vind ik een goede aanpak, waarover is nagedacht. Laatst zag ik een commercial van Cordaid waarin de bereikbaarheid van gezondheidszorg in Nederland werd gekoppeld aan die in Afrika; ook een uitstekende campagne. Zo komt het dichtbij en kunnen mensen zich iets erbij voorstellen. Dit soort campagnes werkt veel beter dan altijd weer dat zielige kindje met een vlieg op het oog.’

Guijt schiet in de lach: ‘Nou, Ron, in Ierland word je nog doodgegooid met zulke zielige kindjes. Save the Children, Care en ook Oxfam: ze doen het allemaal. Ontwikkelingssamenwerking mist hier echt de boot. Ierland heeft de laatste jaren ervaring opgedaan met referenda over heel gevoelige onderwerpen, zoals abortus en het homohuwelijk. Sociale media speelden een grote rol daarin – je ziet een jonge generatie die ze ontzettend goed weet in te zetten. Dat zie je ook bij de klimaatbeweging in Ierland, die vooral uit jongeren bestaat. Ik vind dat zó leuk en hartverwarmend, zij krijgen iets los in het land. Bij hen mogen ontwikkelingsorganisaties best eens hun licht opsteken, juist omdat zij zelf zo terugvallen op oude dingen. En wie kijkt er – behalve Ron – in vredesnaam nog naar televisiereclame? Als ontwikkelingsorganisaties niet snel aanhaken, zijn ze bezig hun eigen graf te graven.’

Van Huizen lacht: ‘Dat is een natuurwet. Het oude verdwijnt en uit de as verrijst een feniks.’

 

Paspoorten:

08-2019, amsterdam, Ron van Huizen en Hans Guijt
foto en copyright Leonard Fäustle

Ron van Huizen

Geboortedatum: 11 september 1948

Werkervaring

1977-’80: eigenaar van biologische winkel De Paardenbloem in Groningen

1980-’93: directeur bij Greenpeace Nederland

1994-2011: directeur bij Terre des Hommes Nederland

Onder het pseudoniem Rob Zadel is hij auteur van een reeks spannende jeugdboeken en een aantal prentenboeken

 

 

08-2019, amsterdam, Ron van Huizen en Hans Guijt
foto en copyright Leonard Fäustle

Hans Guijt

Geboortedatum: 17 mei 1952

Werkervaring

1972-’77: marconist op de koopvaardij

1978: medeoprichter van Greenpeace Nederland

1978-’93: hoofd campagnes bij Greenpeace Nederland

1994-’96: maître bij restaurant Cliffstop in Ballycotton (Ierland)

1996-’99: freelancer voor kinderrechtencampagnes bij Terre des Hommes

1999-2014: hoofd projecten bij Terre des Hommes

2014-’18: speciale projecten bij Terre des Hommes

 

‘Een vrouw hoort niet in de schijnwerpers te staan’

Door Siri Lijfering | 12 december 2019

Hoewel vrouwen het meest lijden onder de vervuiling van de Nigerdelta, vraagt men hen zelden naar de oplossing. Het partnerschap Global Alliance for Green and Gender Action wil dat veranderen: ‘Te lang hebben mannen hier de beslissingen genomen en daaruit is niet veel goeds voortgekomen’, zegt Martha Agbani. Op pad door de Delta.

Lees artikel

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel