Door:
Lizan Nijkrake

28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

‘We worden overspoeld met tags in foto’s van jongeren overal ter wereld; ze poseren met hun aanwinst’, zegt de Somalische Ilwad Elman (29), directeur programma’s en ontwikkeling bij het Peace Center ‘We wilden geen zielig verhaal, maar aanmoediging voor de kinderen. Het project boort een compleet nieuwe vorm van solidariteit aan, van hun eigen demografie: jongeren. Want het is jeugdcultuur – in de vorm van straatmode – die wordt gebruikt als brug tussen westerse en Afrikaanse jongeren. En dat is waar Daily Paper voor staat 

Het modemerk, dat Afrikaans erfgoed centraal stelt, is opgezet door drie vrienden met wortels in het Afrikaanse continent: Hussein Suleiman (Somalië), Jefferson Osei (Ghana) en Abderrahmane Trabsini (Marokko).  De producten van Daily Paper liggen inmiddels in zo’n driehonderd winkels wereldwijd. Meer dan de helft wordt nog altijd in Nederland verkocht; in de twee winkels in Amsterdam en via de webshop. Hussein Suleiman kwam met het idee om de handen ineen te slaan met het Peace Center, dat voormalige kindsoldaten veelal gerekruteerd door de aan Al-Qaida gelieerde terreurgroep Al-Shabaab een weg terug biedt naar de maatschappij Het centrum biedt therapie en scholing en helpt bij het vinden van werkplekken. Tien tekeningen van de kinderen, gemaakt tijdens hun kunsttherapie, zijn gedrukt op de witte T-shirts van Daily Paper en tot een collectie gedoopt. 

Het ruime, industriële gebouw tekent zich af tegen de blauwe lucht in de Amsterdamse Houthavens. Op de bovenverdieping – alle knalgele trappen op, die afsteken tegen het grijs – huist Daily Paper De dozen verraden de verhuizing vanuit de binnenstad in april, waar het te krap werd. Hier is plaats voor een showroom, waar kleding wordt tentoongesteld en uitgeleend aan artiesten. Een grote koffie- en pingpongtafel vullen de lichte ruimte. Aan de uiterste hoek van de koffietafel zit medeoprichter Suleiman. Het is tien uur ’s ochtends, de bedrijvigheid in het pand komt langzaam op gang.

‘We hebben altijd gezegd’, vertelt hij, dat we iets wilden teruggeven aan de plaatsen waar we vandaan komen: Accra, Mogadishu, Agadir en natuurlijk Amsterdam.’ Daily Paper begon in 2009 als een blog van drie vrienden. ‘Toen we opgroeiden, werd altijd gezegd dat we moesten integreren en over de Nederlandse cultuur en samenleving moesten leren. Maar we leerden niets over waar we vandaan kwamen: ik kwam naar Nederland toen ik twee was en ben nooit teruggegaanWij drieën hadden ieder onze eigen cultuur; het enige raakvlak was dat we in Nederland woonden. We wilden samen leren over ons continent.’ Dus begonnen ze te schrijven. Over een mengeling van muziek, mode en lifestyle: jeugdcultuur. Alles wat we op dat moment interessant vonden – dat was onze “daily paper, ons dagblad. We deden het naast onze studie.  

Om de blog te promoten, begonnen we T-shirts te drukken: iedere geïnterviewde droeg er een.’ De vraag naar de T-shirts met het Masaischild steeg. ‘Zo verschoof de focus naar het maken van kleding. In 2012 begonnen we onze eerste collectie T-shirts.’ 

Sindsdien had elke collectie een Afrikaans thema: van variaties op traditionele prints uit Mali tot een jas met een badge van vrijheidsstrijder Thomas Sankara uit Burkina Faso. Bijna alle campagnes – fotoshoots, video’s – worden in Afrika geschoten met lokale artiesten en sporters, om de verhalen achter de plaatsen en kleding te vertellen.  

Medeoprichter Trabsini noemde Daily Paper in een interview met de NOS naast een modemerk ook ‘een soort educatieplatform’, waarop elementen uit een specifieke Afrikaanse cultuur worden gedeeld.  

Zo werden kleurrijke shirts in een recente collectie geshowd door bekende Ghanese hiplifeartiesten. Hiplife een combinatie van hiphop en de Ghanese Akan-taal – wordt steeds populairder in West-Afrika, maar inmiddels ook in de Verenigde Staten, Engeland en Duitsland. 

Daily Paper winkel in Amsterdam


In
juni won Daily Paper een Best Social Award, uitgereikt door The Best Social – die haar prijs het ‘Gouden Kalf’ noemt voor ‘tweets, posts en YouTubecampagnes’. Sinds zes jaar reikt ze jaarlijks, op drukbezochte evenementen, prijzen uit om bij te dragen aan de kwaliteit van sociaal-mediagebruik door Nederlandse bedrijven en zelfstandigen.  

Vaak ziet communicatie over Afrika er zo zielig en nep uit. En dat is iets waarvan de jeugd anno nu niets wil weten 

Daily Paper won in de categorie ‘positieve impact, voor zijn diverse socialemediacampagnes op Instagram. Daarmee liet het namen als Hema en Albert Heijn achter zich. Het campagnemateriaal komt de kanalen van 215.000 jonge Instagramvolgers binnen, vertelt Suleiman. ‘We zien dat ze zeggen: “Wow, waar is dit?” Lagos, Accra – plaatsen waar zij een totaal ander beeld van hebben. “Waarom komt het nooit in me op om daar op vakantie te gaan?” klinkt het dan. ‘Zulke vragen horen we steeds. Vaak ziet communicatie over Afrika er zo zielig en nep uit. En dat is iets waarvan de jeugd anno nu niets wil weten. 

Het zaadje voor de collectie met het Peace Center in Somalië werd een aantal jaren geleden geplant. ‘Ik kwam via-via op het Instagram-profiel van Ilwad Elman terecht’, zegt Suleiman. Ik volgde haar en ze volgde me terug.  Ik vind het cool om mensen te volgen die wèl daar wonen, die van dag tot dag het leven in Mogadishu documenteren – de stad waar ik geboren ben, maar waarvan ik niet weet hoe de straten eruitzien.  

Het is altijd een van mijn doelen geweest om terug te gaan naar Somalië en daar iets te kunnen doen. Ik zag in haar een voorbeeld. Elman ontvluchtte Somalië toen ze twee was, net als Suleiman. Ze groeide op in Canada en keerde tien jaar geleden terug naar Somalië. 

Toevallig kwam ze niet lang daarna naar Nederland; ze was uitgenodigd om te spreken in Amsterdam. We spraken elkaar en bleven na die avond afspreken op verschillende plaatsen ter wereld. Ik heb gezegd: als we ergens mee kunnen helpen, laat het weten.’ 

Ilwad Elman

Elman heeft een indrukwekkende staat van dienst. Ze is een van de tien jongeren die met voormalig VN-chef Kofi Annan werkt aan het tegengaan van extremisme door het Extremely Together-project. Ze was One Young World-ambassadeur namens Somalië en volgde Barack Obama’s befaamde White House-fellowship voor jonge Afrikaanse leiders. 

‘Ik geloofde Hussein niet’, lacht ze aan de telefoon. ‘Ik werk in de non-profitsector. Donoren – zowel VN-organisaties als overheden zijn heel bureaucratisch; om wat voor voortgang dan ook te maken, heb je een voorstel van veertig bladzijden nodig.  

Toen Hussein vroeg wat ik nodig had en ik hem vertelde dat ik materialen kon gebruiken voor de kunsttherapie, zei hij simpelweg: “Oké, dat doen we.” Ik zei: “Wacht, t? Zomaar?” 


Het Peace Center is vernoemd naar Elmans vader: Ali Ahmed Elman, bekend activist en sociaal ondernemer in Somalië. Hij had de bijnaam ‘Somalische vader van vrede’: hij onttrok kindsoldaten aan de voortslepende burgeroorlog, die in 1991 begon toen in het noorden Somaliland de onafhankelijkheid uitriep.  Vader Elman gaf de kinderen een alternatieve toekomst in zijn elektriciteitswinkels en andere ondernemingen, vanuit een simpele visie: minder jonge vechters, minder gevecht, sneller vrede.  Ali Ahmed Elman werkte met gevaar voor eigen leven – hij werd bedreigd vanwege zijn ontwapenende activiteiten – en zijn gevreesde lot werd bewaarheid. In 1996 werd hij in Mogadishu vermoord. 

Vier jaar later keerde dochter Elman vanuit Canada naar Somalië terug, ze was negentien. ‘Voor een maand, was de bedoeling, om mijn moeder op te zoeken. Maar ik werd verliefd op het werk van het Peace Center en besloot te blijven.’  Sindsdien staat ze naast haar moeder aan het roer van de organisatie. We hebben inmiddels duizenden kinderen uit de strijd gehaald; ons alumninetwerk van ex-kindsoldaten beslaat vijfduizend jongeren, terwijl Al-Shabaab nu zo’n zesduizend soldaten heeft. 

Via Elman leerde Suleiman het werk van het Peace Center kennen. ‘Wat Ilwad probeert te doen, past bij wie wij zijn’, zegt hij. Ik zag een video waarin ze met de kids op surfkamp gaan, ze doen yoga en kunsttherapie en sport is heel belangrijk.  Zij hebben nieuwe ideeën voor Somalië om te dealen met trauma’s onder jongeren – dat is daar een taboe. Maar het is wel een land met dertig jaar oorlog en een superjonge bevolking.’ Kunsttherapie is hier nieuw’, legt Elman uit. Mentale gezondheidszorg, traumatherapie: het bestond niet in Somalië. In het conflict staat iedereen in de overlevingsstand; je mag blij zijn dat je nog leeft, is de gedachte.  Voor rouw en verwerking is geen ruimte. Met traditionele therapie kwamen we als hulpverleners niet verder. Kinderen wuifden vragen weg en zeiden: Ja, dus… heel mijn familie is dood. Maar weet je: ik leef. 

De jongeren van Elman Peace Center tijdens de Yoga and Meditation sessie in Mogadishu

Daarom zocht het Peace Center naar een expressievorm om het gesprek op gang te brengen. ‘We nodigen kinderen een jaar lang uit om alles te tekenen wat in ze opkwam. In het begin tekenden ze een lijk, wapens, een bom. Ze zijn acht en hebben een morbide blik op het leven.  Geleidelijk aan worden de beelden positiever; je ziet de fysieke manifestatie van de verandering die in hen plaatsvindt. Waar gaan kinderen doorheen, wat niet verteld wordt met woorden? Sommige tekeningen die ze aan het einde van hun therapiejaar maken, raken je recht in het hart.’ Zo is er een T-shirt met een vogel in een nest, als symbool voor vrijheid.  

Ik dacht dat het geweldig zou zijn ze te gebruiken in combinatie met straatmode, voor onze pleitbezorging en om te tonen waar kinderen doorheen gaan – niet verteld vanuit het neerbuigende en kleinerende narratief dat vaak voor kindsoldaten wordt gebruikt. Hussein was het ermee eens en maakte het mogelijk.’ 

 

 

Daily Paper produceerde de collectie en verkocht de T-shirts, die nu volledig zijn uitverkocht. De bijdrage aan het Peace Center is van tevoren overgemaakt. We wilden niet dat onze donatie afhing van de mee- of tegenvallende verkoop’, zegt Suleiman. ‘Het is een specifiek T-shirt; je moet wel met kinderplaatjes willen rondlopen.  ‘Overstijgt de winst toch de donatie, dan gaat dat geld naar tekenspullen voor het centrum. Als het aan ons lag, hadden we de donatie meer op de achtergrond gedaan. In onze cultuur gaat er iets van je “zegening” af als je het doet om de verkeerde redenen. Zo van: “Kijk mij eens iets goeds doen.  We hebben een uitdrukking: “Je linkerhand mag niet weten wat je rechterhand geeft.” We wilden het dus niet naar buiten brengen, maar dachten ten slotte: misschien heeft het een positief effect.  

‘We kunnen tonen dat sociale verantwoordelijkheid niet enkel is weggelegd voor grote bedrijven, maar dat ook kleine organisaties zich ervoor moeten inzetten. Wij vinden sowieso dat het onderdeel is van wie we zijn.’ Even later vult hij aan: ‘Kijk, er wordt veel gepraat over duurzame mode, maar er is al genoeg kleding op de wereld. Het meest duurzaam is dat alle fabrieken nu dichtgaan en dat iedereen alles nog een keer gebruikt. Als je toch vindt dat er extra kleding moet komen, is het belangrijk dat het echt een doel of positieve impact heeft.’ De eerste keer dat Daily Paper ‘teruggaf’, was in 2017. Het modemerk bouwde samen met Puma en Right To Play een voetbalveld bij een meisjesschool in de Ghanese hoofdstad Accra. De samenwerking in Somalië mondt uit in een soortgelijk resultaat.  

Ilwad vertelde me dat ze ruimte had voor een sportcomplex,’ zegt Suleiman, ‘ze liet bouwtekeningen zien. Maar de bouw liet op zich wachten, er was niet genoeg geld; daar konden wij bij helpen. Het complex – met een basketbal- en voetbalveld – wordt nu, op dit moment, gebouwd. 

Het zijn toevallige ontmoetingen die Daily Paper op ideeën brengen om concrete bijdragen te leveren. En een nieuw project is in zicht, voor volgend jaar.  ‘Jefferson (Osei, red.) is nu aan het kijken of we een skatepark kunnen bouwen in Lagos, in Nigeria. We waren daar voor een fotoshoot, met jongeren uit de lokale skatescene. We vroegen waar ze skaten en ze bleken op zoek te zijn naar zo’n dertigduizend dollar voor een nieuw park. 

‘Voor hen is dat heel veel geld – voor ons ook, maar ik zie dat in Nederland soms een half evenement nog méér kost, een lunch op vrijdagmiddag voor sommige bedrijven. Terwijl de impact van een nieuw skatepark groot is. We hebben nog geen contact gezocht, maar dit is een van de projecten die we cool vinden. Het liefst leveren we zulke directe bijdragen, liever dan werken met grote clubs zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken –, die elke cent moeten verantwoorden. Dat is oké, maar het gaat gewoon te traag voor ons. Ons dagelijks werk is het maken van kleding.’
 

Op de lange termijn willen de mannen blijven helpen, ook al gelooft Suleiman niet dat het nu de omzet verhoogt. ‘Zoiets heeft misschien effect over tien of vijftien jaar, als we op een consistent niveau goeddoen. We hebben nu twee projecten gedaan, we zijn net begonnen.’ Diversiteit speelt een grote rol in de bedrijvigheid van Daily Paper. ‘Mensen van verschillende achtergronden bijeenbrengen werkt verrijkend voor ons, zegt hij. Over migratie heeft hij het weinig met zijn vrienden en zakenpartners.  

Het is een hot topic op dit moment, maar ik vind het een rare discussie. Ik hoef niet te verdedigen dat de wereld mooier wordt als we leven in een multiculturele samenleving Sommige mensen vinden van wel, anderen van niet – dat is prima. Wat ik wel weet is dat voor ons bedrijf het nooit zo was geweest als we niet alle verschillende culturen bij elkaar hadden gehad. Sinds de T-shirtcollectie kreeg het Elman Peace Center hulp uit onverwachte hoek. ‘We krijgen berichten van fotografen, filmmakers, grafisch ontwerpers, muzikanten: mensen die hiervoor nooit dachten dat hun vaardigheden iets konden bijdragen aan onze problematiek.’ En de kopers van de T-shirts vragen hoe ze kunnen blijven bijdragen na hun aankoop ‘We hebben nu veel vrijwilligers, ook op afstand vanuit de Somalische diaspora, onder andere. Ze helpen met fondsenwerving. Jonge mensen zijn vaak zo idealistisch, ze willen betrokken blijven. Er zijn zoveel barrières, dat veel mensen gefrustreerd raken en nietsdoen. We moeten nieuwe manieren vinden om ze erbij te betrekken. 

What’s in store voor Daily Paper?We richten ons meer op winkels; zo openen we vier pop-upwinkels in Afrika: in Kaapstad, Accra, Lagos en Johannesburg, dat zijn daar de meest interessante steden qua jeugdcultuur. Veel creatievelingen komen er samen, wij zoeken graag samenwerkingen op om ons merk te promoten. 

Maar de wortels van de mannen blijven leidend voor hun ambities. Ze willen – in ieder geval deels – terugkeren naar hun landen van oorsprong.Jefferson wil graag een winkel in Accra, Abderrahmane in Marokko en ik in Somalië. Laten we zien of we dat kunnen doen. 

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel