Door:
Siri Lijfering

8 april 2019

Tags

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Het is tijd voor een fikse cultuuromslag en andere machtsverhoudingen binnen internationale samenwerking. Noodgedwongen omdat het lokale organisaties steeds lastiger wordt gemaakt om nog geld uit het buitenland te krijgen, waardoor de houdbaarheidsdatum van de traditionele rol van de westerse donor steeds dichterbij lijkt te komen. Maar ook omdat zuidelijke organisaties een prominentere plek in de mondiale agenda opeisen en zelf hun prioriteiten willen bepalen. Shift the Power! is dan ook de titel van het nieuwe themanummer van Vice Versa, in samenwerking met Wilde Ganzen, dat afgelopen weekend uitkwam.

De roep om de machtsverhoudingen binnen ontwikkelingssamenwerking te veranderen klinkt steeds luider. Het maatschappelijk middenveld staat wereldwijd onder druk. Volgens het State of Civil Society Report dat de internationale alliantie van maatschappelijke organisaties CIVICUS jaarlijks uitbrengt, is er in maar liefst 109 landen sprake van ernstige beperkingen met betrekking tot de publieke ruimte. Dat betekent dat slechts 4 procent van de wereldbevolking in een land woont waar men vrij is zich te organiseren en uit te spreken. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen en steeds strengere eisen te stellen aan het ontvangen van buitenlandse financiering, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. In zijn uiterste consequentie kan dit het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking.

Vergroting van legitimiteit

Een belangrijk wapen in de strijd wordt gezien in domestic resource mobilisation. Dat zijn vormen van geven -in geld, tijd en natura- die vanuit de lokale gemeenschap zelf komen. Een recent gepubliceerd onderzoek dat INTRAC deed, een Brits non-profit onderzoek-, training- en consultancybureau, laat zien dat er een positieve relatie bestaat tussen lokale fondsenwerving en maatschappelijke ruimte. Volgens hoofdonderzoeker Emmanuel Kumi komt dit vooral door de vergroting van de legitimiteit die lokale fondsenwerving met zich meebrengt: ‘Omdat de meeste lokale organisaties afhankelijk zijn van financiering uit het Westen, wordt hun agenda in grote mate bepaald door belangen en prioriteiten van hun donors. Zo zijn veel lokale organisaties losgezongen geraakt van de realiteit en de mensen die zij claimen te vertegenwoordigen, wat het makkelijker maakt voor overheden om ze weg te zetten als spreekbuis van het Westen. Lokaal fondsenwerven dwingt organisaties zich dieper in de maatschappij te wortelen en maatschappelijke verantwoording af te leggen over hun keuzes.’ Dit maakt organisaties geloofwaardiger als vertegenwoordiger van lokale belangen en zorgt daarmee ook voor een sterkere onderhandelingspositie richting de overheid.

Ook Robert Wiggers, adjunct-directeur van Wilde Ganzen, benadrukt het belang van een sterke achterban, die organisaties legitimiteit verleent. ‘De geschiedenis leert ons dat werkelijke verandering alleen kan worden afgedwongen vanuit de maatschappij zelf. Kijk maar naar de strijd om vrouwenkiesrecht, en de achturige werkdag waarvoor arbeiders zelf op de barricaden stonden. Dit is niet anders als het gaat om de bescherming van de Amazone in Brazilië of vrouwenrechten in India; deze acties werken alleen als ze worden ondersteund door mensen die de consequenties van armoede, milieu- of mensenrechtenschendingen zelf ervaren. Zij hebben recht van spreken en kunnen op hun beurt overheden aanspreken op hun verantwoordelijkheid om hun rechten te beschermen.’

Een stukje eigenaarschap kopen

Volgens Wiggers is lokale fondsenwerving een cruciaal onderdeel in het mobiliseren van de achterban: ‘Wanneer mensen uit de gemeenschap zelf bijdragen aan een maatschappelijke organisatie kopen ze daarmee een stukje eigenaarschap en zullen ze daardoor eerder zelf de doelen van de organisatie uitdragen.’

Bovendien, voegt Wiggers toe, maakt de diversificatie van financiering die komt met het inzetten op lokale fondsenwerving organisaties ook minder kwetsbaar voor veranderende beleidsprioriteiten en de vermindering van het hulpbudget uit het Westen. ‘Met name voor maatschappelijke organisaties in middeninkomenslanden is er steeds minder geld beschikbaar, want de gangbare gedachte is: “die zouden het nu zelf moeten kunnen” ’.

Echter is het juist in deze middeninkomenslanden dat op dit moment de meeste mensen onder de armoedegrens leven en het is óók hier dat het maatschappelijk middenveld steeds verder in het gedrang komt. Het is daarom volgens Wiggers belangrijk voor de duurzaamheid van ontwikkelingssamenwerking dat lokale organisaties nu investeren in het vinden van alternatieve financieringsbronnen, zodat ze eventuele schokken straks kunnen opvangen.

Sterke groei van de middenklasse

Het moment lijkt ook buitengewoon opportuun om hierop in te zetten, voorspelt Ashleigh Milson, campagnemanager van de Charities Aid foundation (CAF): ‘In opkomende economieën zien we een sterke groei van de middenklasse. Als organisaties deze groei kunnen omzetten in donaties dan is de potentie enorm’, zegt ze enthousiast. ‘Wanneer de nieuwe middenklasse 0,5 procent van hun inkomen zou weggeven aan het goede doel – dat is minder dan een gemiddeld Brits huishouden geeft – dan is er in 2030 een extra 350 miljard dollar beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking. Daar kun je echt een groot verschil mee maken!’

De World Giving index die de CAF jaarlijks publiceert, laat zien dat deze voorspelling niet eens zo heel onwaarschijnlijk is. Zo laat het rapport zien dat filantropie in midden- en lage inkomenslanden de afgelopen jaren flink is toegenomen. Met name de categorie ‘helpen van een vreemde’ – dat wil zeggen, geven aan mensen die geen familie of vrienden zijn – zit bij opkomende economieën flink in de lift. Zo bevinden vier van de top-20 meest vrijgevige landen zich in Afrika, hebben negen van de tien Zuid-Afrikanen het afgelopen jaar ‘een maatschappelijke bijdrage geleverd’ en zijn er in Brazilië meer jongeren dan ooit actief betrokken bij een maatschappelijke beweging.

Een ander opmerkelijk resultaat in het rapport is de lijstaanvoerder van de index: Indonesië. Gemiddeld scoort het land het beste op de drie categorieën die de CAF onderscheidt – het helpen van een vreemde, doneren aan het goede doel en tijd besteed aan vrijwilligerswerk – en mag zich daarmee de meest gulle gever van 2018 noemen. De grote misvatting dat alleen rijke landen geven, wordt daarmee volgens Milson ontkracht: ‘Mensen in alle landen hebben de potentie en wil om bij te dragen, het is aan het maatschappelijk middenveld om daar op de juiste manier op in te spelen’.

Leiderschap lokale fondsenwerving in het Zuiden

Volgens Wiggers is het belangrijk dat het leiderschap bij lokale fondsenwerving ook daadwerkelijk in het Zuiden ligt. Het is dus niet de bedoeling dat internationale organisaties zich nu zelf op de lokale fondsenwervingsmarkt gaan begeven. Dat zou ten koste gaan van de potentiële fondsen die lokale organisaties kunnen werven, omdat internationale organisaties met meer middelen de strijd aangaan met hun zuidelijke partners.

Het heeft, benadrukt Wiggers, bovendien een negatief effect op het imago van die partners. ‘Internationale ngo’s worden vaak geassocieerd met grootschalige campagnes, bijeenkomsten in luxe hotels, riante salarissen en dure auto’s. Omdat er door internationale organisaties lokaal bovendien zelden wordt gecommuniceerd over behaalde resultaten hebben mensen weinig zicht op de effectiviteit van hun werk. Wanneer deze organisaties vervolgens de bevolking om geld vragen, is dat niet geloofwaardig en doet dat afbreuk aan het vertrouwen dat mensen hebben in ontwikkelingssamenwerking en de mogelijkheden voor zuidelijke organisaties om zelf fondsen te werven.’

Geven is iets persoonlijks

Lokale organisaties lijken bovendien meer geschikt om in te spelen op de lokale geefcultuur, stelt Milson. ‘We zien in ons onderzoek dat geven iets heel emotioneels en persoonlijks is. Het gaat erom dat je een band voelt met het doel waaraan je geeft en er vertrouwen in hebt dat het geld goed wordt besteed. Omdat lokale organisaties meer in de gemeenschap geworteld zijn, hebben ze vaak beter zicht op wat er in een bepaalde gemeenschap leeft en kunnen daarmee beter inspelen op de geefcultuur.’

Dit is iets wat Emmanuel Kumi van INTRAC ook terugziet in zijn onderzoek. ‘Het helpen van elkaar en geven van geld is iets dat heel diepgeworteld zit in de Afrikaanse cultuur, maar meestal gebeurt dit op een informele wijze: een oom die geld nodig heeft voor een operatie of een bijdrage aan de schoolboeken voor een achternichtje. Dit type geven is in principe wederkerig; als jij een keer geld nodig hebt, kun je bij diezelfde mensen aankloppen – en versterkt het sociaal kapitaal. Wanneer ontwikkelingsorganisaties geld vragen, is er niet meteen een duidelijke tegenprestatie aan gekoppeld en hebben mensen weinig zicht op wat er met het geld gebeurt. Lokale organisaties moeten daarom de ruimte krijgen om te investeren in een vertrouwensrelatie met potentiele donateurs en te laten zien hoe een bijdrage wel degelijk een verschil kan maken.’

Hiervoor is het volgens Robert Wiggers belangrijk dat lokale organisaties ook financiële ruimte krijgen voor het werven van donateurs. ‘Vooralsnog worden de meeste zuidelijke ngo’s op projectbasis gefinancierd en moet al het geld tot op de cent worden verantwoord. Maar het mobiliseren van een achterban en lokaal fondsenwerven kost tijd en geld. Het is daarom cruciaal dat zuidelijke organisaties toegang krijgen tot geld dat ze naar eigen inzicht kunnen besteden, zodat ze op hun manier kunnen werken aan het verstevigen van de organisatie in de gemeenschap. Alleen door fondsen te werven in de eigen samenleving bouwen lokale organisaties een sterke achterban op die kan helpen tegenwicht te bieden aan een overheid die de ruimte om hun werk te doen steeds verder beperkt. En nemen zij het eigenaarschap over ontwikkeling weer in eigen hand.’

Word lid van Vice Versa en ontvang de special. https://hetnieuwe.viceversaonline.nl/abonnement/

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel