Door:
Guido Deuzeman

28 maart 2019

Tags

Guido Deuzeman ©free

Vrijwillige initiatieven als keurmerken, ronde tafels en convenanten hebben en houden hun impact maar gaan niet snel genoeg, schrijft Guido Deuzeman in zijn nieuwe blog. Er is wetgeving nodig om tot duurzame en eerlijke productieketens te komen. Zelfs multinationals vragen erom.

Het was 30 oktober vorig jaar in zo’n typisch Brussels zaaltje. Op het programma die dag een conferentie, mede georganiseerd door de Sociaal-Economische Raad (SER) en ons ministerie van Buitenlandse Zaken, rondom de vraag hoe zogenaamde multi-stakeholder initiatieven, zoals onze eigen IMVO internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen)convenanten, bijdragen aan duurzamere productieketens. Niet bepaald een bijeenkomst waar je vuurwerk verwacht. Maar het was wel in dat zaaltje dat ik voor het eerst het momentum voor wetgeving zag ontstaan.

Sprekers waren Frans Timmermans en Sigrid Kaag. Timmermans, warmlopend als Spitzenkandidat voor de Europese sociaaldemocraten bij de komende Europese verkiezingen, zorgde voor lichte opwinding in de zaal met een gloedvol betoog voor een sociaal en duurzaam Europa. Hij was immers ook nog gewoon in functie als vicevoorzitter van de Europese Commissie. Maar dat weerhield hem er niet van om wetgeving te noemen als volgende stap om tot die duurzame en eerlijke productieketens te komen.

Onze minister van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Kaag was vervolgens aan de beurt. Ze erkende dat bedrijven stappen zetten maar voegde daar ook aan toe: ‘The SDG clock is ticking and the notion of legislation is on the table.’ Dat zou je als een vertaling kunnen zien van het regeerakkoord waar ze aan is gebonden. Dat zegt letterlijk: ‘De IMVO convenanten worden voortgezet. Na twee jaar wordt bezien of en zo ja, welke dwingende maatregelen genomen kunnen worden.’ Dit jaar wordt er geëvalueerd. De evaluatie van het textielconvenant komt al in april of mei.

Niet ontkomen aan verplichtende regelgeving

Tijdens de conferentie in Brussel was breder voelbaar dat we er niet aan gaan ontkomen om met verplichtende regelgeving een fundament te leggen onder alle vrijwillige initiatieven. Alleen op die manier krijg je de (te grote) groep achterblijvers snel in beweging. De klok tikt namelijk inderdaad door. We zitten al in blessuretijd, zou je ook kunnen zeggen. Het debat in ons eigen parlement is de afgelopen periode een wat frustrerende herhaling van zetten geweest: de minister benadrukt vanuit haar bestuurlijke verantwoordelijkheid met recht dat de convenanten nu eerst een echte kans moeten krijgen en de linkse oppositiepartijen klagen ook terecht dat het niet snel genoeg gaat, dat te veel bedrijven zich ook gewoon niet aansluiten en zo de dans ontspringen.

De realiteit haalt op dit moment echter zoals zo vaak de politiek in: we wisten al dat de manier waarop we nu consumeren en produceren de aarde uitput en te vaak leidt tot de schending van mensenrechten in de productielanden. Van de misstanden in textielfabrieken in Bangladesh en mijnen in Afrika, tot de Amazone regenwouden die in Brazilië worden gekapt om onze soja te verbouwen. Vrijwillige initiatieven als keurmerken, ronde tafels en convenanten hebben en houden hun impact maar het gaat niet snel genoeg. Klimaatverandering maakt snel handelen alleen maar urgenter. Kwetsbare ecosystemen worden verwoest en ontbossing versnelt ook nog eens de opwarming van de aarde.

Ondertussen roepen bedrijven als Mars en Mondelez zelf al om wetgeving vanwege het ‘level playing field’ argument. Logisch, het is frustrerend als jij als bedrijf wel verantwoordelijkheid neemt in je productieketens maar de concurrent die dat niet doet daarmee wegkomt en daarom de concurrentie op de korte termijn van je wint. Met de nadruk op korte termijn. Bij voorkeur spreek je dan regels af op VN- niveau: de productieketens zijn immers ook internationaal van aard. Maar de kans is klein dat je grootmachten als China en de VS snel meekrijgt. Realistischer is het om in te zetten op regulatie op EU-niveau. Dat krijg je sneller voor elkaar en de EU blijft een belangrijk handelsblok.

Wetgeving op nationaal niveau hoeft dat overigens niet in de weg te zitten, een argument waar bedrijven nog wel eens mee willen schermen. Sterker nog, het kan een aanjagende werking hebben op de rest van de EU en de Europese Commissie. Kijk naar de Franse loi de vigilance; de Duitse overheid schijnt ook aan wetgeving te werken. De Europese Commissie kijkt vast mee.

Geen zwart-wit oplossing

Dus: snel wetgeving en alles komt goed? Nee, het is zeker geen panacee voor alle kwalen. Als ik iets leer van het werk bij Solidaridad en mijn collega’s die in die ketens werken aan verduurzaming, is het dat het probleem complex is. En de oplossing dus ook niet zwart-wit kan zijn. En het gaat er uiteindelijk om dat je de situatie daar ter plekke voor mens en milieu verbetert. Wetgeving zal altijd complementair zijn aan dat wat er nu al op vrijwillig niveau gebeurt en hand in hand moeten gaan met diplomatieke relaties met en (economische) ontwikkeling in producerende landen.

En de vraag is hoe we zorgen dat die wetgeving effectief is. Het is goed om te zien dat Nederlandse ngo’s elkaar nu in verschillende zaaltjes opzoeken en de gezamenlijke expertise gebruiken om die vraag te beantwoorden. Human Rights Due Diligence lijkt in ieder geval een belangrijk aspect van mogelijke wetgeving en is dominant in de discussie. Daarmee verplicht je bedrijven tot ‘due diligence’, letterlijk ‘gepaste zorgvuldigheid’ in hun internationale ketens. Onder Human Rights vallen dan ook milieu- eisen. Op die manier verplicht je dan wat je nu al van ze vraagt in bijvoorbeeld convenanten.

Openstaande vragen

Maar er blijven nog genoeg vragen over: tot hoever in de keten maak je bedrijven verantwoordelijk? Hoe zorg je dat bedrijven transparant kunnen (en moeten) zijn zonder dat ze al hun bedrijfsgevoelige gegevens op straat hoeven te leggen en bijvoorbeeld kleine boeren uitsluiten, omdat van hen kopen lastiger controleren is? Hoe gaan we de wet handhaven? Hoe zorg je dat slachtoffers van misstanden in producerende landen hier in Europa hun recht kunnen halen? Maar ook: zijn er naast HRDD nog andere vormen van regelgeving mogelijk en nodig?

Het zou goed zijn als ook bedrijven zich vaker openlijk gaan uitspreken over hoe die wetgeving hen kan helpen. Over wat in hun ogen werkbaar is en wat niet. Ook binnen VNO-NCW zal immers dit gesprek worden gevoerd tussen koplopers en achterblijvers. Beter nu zelf je stem laten horen dan achter de feiten en wetten aan lopen. Die wetgeving gaat er namelijk wel komen. Het zal niet lang meer duren totdat ook in ons parlement het debat weer oplaait. Nood maakt immers wetten.

Guido Deuzeman is public affairs manager voor Solidaridad, publicist en werkte voorheen in de politiek, onder andere als politiek assistent van de staatssecretaris voor Infrastructuur en Milieu.

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel