Door:
Barbara van Paassen

12 maart 2019

Tags

Barbara van Paassen zegde onlangs haar baan op bij ActionAid en vertrok naar Italië. Mede geïnspireerd door Duncan Green’s ‘How Change Happens’, die stelt dat elke activist ook reflectivist moet zijn en hiervoor veel te weinig ruimte is binnen de ontwikkelingssamenwerking, gaat zij op zoek naar wat dit betekent in de praktijk.

Daar zit ik dan, in een dorpje in Noord-Italië. Waar ik even niets hoef, behalve wat achterstallige administratie wegwerken… Wat een verschil met de afgelopen jaren en zeker ook met de achtbaan van de laatste maanden in Amsterdam en bij ActionAid. Strategiesessies, lobbygesprekken, campagneacties, conferenties, opinie-artikelen, fondsenwervingsvoorstellen, rapportage, bestuursvergadering, onderzoek uitzetten, netwerkbijeenkomsten, werving en inwerken nieuwe collega’s, et cetera.

Dat alles is leuk en belangrijk (bijna alles, althans), maar niettemin is het heerlijk om even uit de hectiek te stappen die dit werk met zich meebrengt. En daardoor ook: tijd voor reflectie. Sinds ik aankondigde te vertrekken bij ActionAid en er een tijdje tussenuit te gaan, kreeg ik de meest uiteenlopende reacties. Veel mensen waren verbaasd.

Ik vond mijn baan en de organisatie immers ontzettend leuk, zat op mijn plek en dat was kennelijk ook zichtbaar bij anderen. Ik realiseerde me ook meer dan ooit dat het uniek is om een plek te hebben gevonden waar je je idealen zo goed kwijt kunt en dat het niet makkelijk is dat achter te laten. En toch… een buitenlands avontuur lonkte, een nieuwe plek en vooral tijd en ruimte om met een frisse blik naar de wereld te kijken, om eindelijk die boeken en artikelen te lezen en ideeën uit te werken.

Want hoewel ik altijd veel ruimte en mogelijkheden heb gehad bij ActionAid, zijn er altijd drie zaken waar je niet omheen kunt: tijd (het eeuwige gebrek eraan), de waan van de dag en alles wat bij een organisatie komt kijken, zoals processen, structuren en belangen. Ik was – en ben – enorm benieuwd naar wat er gebeurt als dat allemaal wegvalt en er nieuwe ruimte ontstaat voor reflectie. In dit idee werd ik gesterkt toen ik vorig jaar het boek How Change Happens van Duncan Green las, waarin hij pleit voor reflexiviteit, nieuwsgierigheid, bescheidenheid en flexibiliteit ‘in order to dance with the system’.

Reflectivisme

Green laat in zijn boek aan de hand van vele voorbeelden zien welke rol bewegingen, maatschappelijke organisaties en individuen kunnen spelen in het aanpakken van armoede en ongelijkheid, het bevorderen van democratie en andere grote veranderingen. Hij maakt daarbij helder inzichtelijk waarom het zo belangrijk is om de tijd te nemen om te doorgronden hoe verandering tot stand komt. Daarbij stelt hij het denken over macht, systemen en de complexiteit hiervan centraal in wat hij een ‘Power and Systems Approach’ noemt.

Alleen door de machtsstructuren en het systeem dat deze problemen nu in stand houdt te doorbreken, kunnen we immers tot echte duurzame verandering komen. Om die te doorgronden, zo stelt hij, moet elke activist (hij gebruikt dit woord in de breedste zin) naast passievol idealist ook reflectivist zijn. Daar hoort ook introspectie bij, niet terughoudend zijn om de eigen motivaties en assumpties te begrijpen en te bevragen, aldus Green.

Dit sprak mij aan omdat ook ik geloof in het belang van campagnes, beleidsbeïnvloeding, empowerment en alles wat nodig is om (systeem)veranderingen direct en op de lange termijn teweeg te brengen. Omdat ik tegelijk denk dat heilige huisjes, paradigma’s en gebrek aan nieuwsgierigheid effectieve verandering tegenhouden – en dat een juiste balans en wisselwerking tussen activisme enerzijds en reflectie anderzijds cruciaal is om te zorgen dat je aan de juiste knoppen draait.

Ik zou zelfs stellen dat het een verantwoordelijkheid is voor iedereen die effectieve positieve verandering nastreeft en daarbij dus ook ongewenste negatieve gevolgen wil voorkomen. Denk aan een campagne om bewustzijn over hiv te vergroten die ertoe leidt dat men denkt dat het zo wijdverbreid is dat bescherming toch geen zin heeft. Of een investeringsproject bedoeld om bij te dragen aan sociale en economische ontwikkeling dat leidt tot conflicten over land.

Amartya Sen zegt hierover: ‘Zo belangrijk als zelfvertrouwen is voor effectief agentschap van gemarginaliseerde gemeenschappen, zo ook een weldoordacht begrip van de moeilijke barrières die overwonnen moeten worden.’

Hierbij denk ik niet zozeer aan alle conferenties, panels op hoog niveau en zaaltjes vol (sorry: veelal witte) mannen in pak waar we in ontwikkelingsland – en daarbuiten – zo dol op lijken, hoewel die zeker ook een rol kunnen spelen. Ik denk vooral aan de dagelijkse praktijk van de vele activisten, campagnevoerders, beleidsmakers, sociale ondernemers en anderen die streven naar verandering.

En die baat hebben bij regelmatige reflectie: doen we de juiste dingen? Doen we ze goed? En het lastigste: weten we wel wat de juiste dingen zíjn? Green geeft in zijn boek een praktisch overzicht van vragen die elke activist en ‘change-maker’ zichzelf zou moeten blijven stellen om zo effectief mogelijk te zijn.

Als we reflectie serieus nemen kan dat grote gevolgen hebben, aldus Green: ‘Grondiger nadenken over hoe verandering tot stand komt zou alles moeten veranderen: hoe we denken en werken, de zaken die we proberen te veranderen en de structuur en activiteiten van onze organisaties.’

Mooi idee: maar de praktijk?

Dat er in de praktijk vaak weinig ruimte is voor deze vragen leerde ik al gauw toen ik als secretaris voor de kenniskringen (platforms van toenmalig minister Koenders) bij het ministerie van Buitenlandse Zaken werkte. Vers uit de collegebanken was ik verbaasd toen mij verteld werd dat in de waan van de dag veel mensen niet toekomen aan het lezen van relevante literatuur.

Dat bleek ook voor de kenniskringen – een mooi initiatief gericht op het bruggen van beleid, praktijk en wetenschap – een uitdaging. Zo was het komen tot de juiste vraagstelling niet makkelijk en bleken management buy-in en de juiste prikkels cruciaal voor mensen om hier tijd voor vrij te maken.

Ook bij maatschappelijke organisaties is dit een belangrijke uitdaging. Waar veel beleidsmakers druk zijn met Kamervragen en beheer van middelen, zijn maatschappelijke organisaties naast hun eerste missietaken – zoals pleitbezorgen en het steunen van mensen die opkomen voor hun rechten – druk bezig met overleven.

Bovendien is er een drive om met de beperkte tijd en middelen die je hebt zoveel mogelijk impact te maken; dan lijkt al gauw alles belangrijk. Om geen kansen te missen werken we allemaal heel hard van de ene naar de andere deadline of evenement en gaat tijd voor echte reflectie vaak verloren.

Zelfs wanneer het lukte met collega’s een goede reflectiesessie te organiseren zonder interrupties van pers- of andere verzoeken, bleek het soms lastig voldoende opvolging te geven aan de ideeën die naar boven kwamen. Het wordt ook wel het ‘elfde uur’-syndroom van activisten en ngo’s genoemd.

Misschien herkent u zich niet in dit beeld – we hebben immers lerende organisaties, Planning Monitoring Evaluatie Leer-processen en Theories of Change. Dit zijn belangrijke ontwikkelingen, maar tegelijk kunnen zij ook de druk op de agenda verder opvoeren. Niet alle collega’s bij ActionAid waren even enthousiast over het uitgebreide participatieve proces voor de strategie-evaluatie en -ontwikkeling waar wij als management zo trots op waren. Daarnaast zijn het vrijwel altijd organisatieprocessen, binnen een specifieke campagne of project of ten behoeve van een nieuw meerjarenplan van de organisatie.

Op individueel niveau zie ik heel veel mensen die heel hard werken, gecommitteerd zijn en weinig rust pakken in behoorlijk uitdagende omstandigheden. Dan is het lastig ruimte te vinden voor reflectie. ‘Dat lijkt me zo fijn, even afstand te kunnen nemen! Ik heb constant het gevoel dat ik geleefd word en niet verder dan een week vooruit kan kijken’, was geen atypische reactie op mijn besluit. Waar ik dan ook benieuwd naar ben is wat er gebeurt als we daadwerkelijk meer ruimte creëren voor zowel persoonlijke als collectieve reflectie, wat tijd en afstand nemen en buiten vaststaande (organisatie)structuren kijken.

In gesprek

Daarvoor hoef je niet naar Italië en ook niet iedereen heeft de luxe dit te kunnen doen. Green focust vooral op de dagelijkse praktijk en wijdt een hoofdstuk aan implicaties voor organisaties en donoren. Toch blijft bij mij de vraag: Hoe zorgen we ervoor dat we daadwerkelijk ruimte creëren en dat het tot reflectivisme (en effectief activisme) leidt? Hoe ziet dit er concreet uit, zowel in ons persoonlijk leven als binnen de organisaties waarvoor we werken?

Ik ben benieuwd naar voorbeelden en ervaringen van mensen, organisaties en bewegingen die ondanks alle uitdagingen tijd en ruimte creëren voor reflectie – en dat omzetten in effectief handelen, zoals de term reflectivisme mooi samenvat. Juist in deze tijd – waarin internationale samenwerking, mensenrechten, het klimaat en veel zaken waaraan vele Vice Versa-lezers met passie werken – onder druk staan is het belangrijk om voorbij bestaande assumpties, structuren en manieren van werken te kijken.

Daarbij valt ongetwijfeld te leren van wat al gebeurt: van Partos’ The Spindle en Vice Versa-masterclasses tot organisaties die sabbaticals, retreats of schrijfsessies organiseren. En mogelijk ook uit andere sectoren: van ‘hangplekken’ bij creatieve organisaties tot Google, dat werknemers (officieel) twintig procent vrijstelt voor ‘persoonlijke projecten’.

Zelf hoop ik de komende tijd veel te lezen, te schrijven en te wandelen in nieuwe landschappen. Enigszins klassiek dus en of daar iets uit komt valt nog te bezien, maar ik deel graag mijn bevindingen en ben ook benieuwd naar die van anderen. In gesprek gaan is bovendien een van de meest effectieve manieren om het denken aan te scherpen.

Dus heb je ideeën over of ervaringen met het prioriteren en organiseren van reflectie en reflectivisme? Op individueel niveau, binnen een organisatie of in ander collectief verband? Of over (andere) kansen om onszelf radicaal beter te positioneren voor positieve verandering? Ik hoor het graag en hopelijk kunnen we samen weer een stap verder komen in de uitdagingen van onze tijd.

(E-mail: bvpaassen@gmail.com)

Barbara van Paassen woont momenteel in Italie, waar zij o.a. schrijft en Italiaans leert. Hiervoor werkte zij zeven jaar bij ActionAid in Nederland als beleidsadviseur en in haar laatste rol als hoofd beleid en campagnes. Zij hield zich onder meer bezig met landrechten voor vrouwen, economische rechtvaardigheid en beleidscoherentie en was verantwoordelijk voor strategie-ontwikkeling, verschillende internationale campagnes en partnerschappen.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel