Door:
Niels Posthumus

10 maart 2019

Tags

Sinds premier Abiy Ahmed vorig jaar in Ethiopië aan de macht kwam, voert hij vlug democratische veranderingen door. Maar de strijd tussen haviken en hervormers is nog niet gestreden. Verslag van een ommezwaai.

De politieke situatie in Ethiopië verandert snel, ongekend snel. Sinds Abiy Ahmed nog geen jaar geleden premier van het land werd, vaart het vroeger toch ronduit autocratische Ethiopië ineens een veel democratischer koers. Met als gevolg: internationale lof en binnenlandse hoop.

‘Het politieke systeem van Ethiopië was sterk gecentraliseerd en erg gesloten’, zegt Assefa Fiseha, professor bestuursrecht aan de Universiteit van Addis Abeba. ‘De regering marginaliseerde oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties, maar nu hangt er een andere sfeer in het land. Veel van die partijen en organisaties die de afgelopen jaren noodgedwongen vanuit het buitenland opereerden en in Ethiopië als “terroristisch” werden aangeduid, zijn teruggekeerd.’ Ze mogen zelfs deelnemen aan de door de regering geïnitieerde gesprekken over aanpassingen van onder meer het kiesrecht, zegt Fiseha: ‘Die overlegrondes moet leiden tot vrije en eerlijke verkiezingen in 2020.’

Het begon met grootschalige demonstraties in 2015 tegen het beleid van de regeringscoalitie EPRDF, het Ethiopisch Revolutionair Democratische Volksfront, dat uit vier partijen bestaat die elk een etnische groep vertegenwoordigen. Al sinds de val van de communistische dictator Mengistu Haile Mariam in 1991 domineerden de Tigreërs de coalitie, hoewel ze slechts zes procent van de Ethiopische bevolking uitmaken. Bovendien hadden de Tigreërs de macht binnen het leger en de veiligheidsdiensten – een gevolg van het feit dat zij de strijd tegen Mengistu hadden geleid.

De grootste etnische groep, de Oromo, voelde zich sterk achtergesteld. Het waren dan ook vooral Oromo-jongeren die als eersten de straat op gingen. Al groeide ook bij andere bevolkingsgroepen, zoals de Amharen, de frustratie. Zij sloten zich iets later gretig bij de protesten aan. De aanvankelijk grotendeels etnisch bepaalde demonstraties groeiden zo uit tot een breed en nationaal jongerenverzet. Alleen al de Oromo en Amharen maken samen de helft van de totale bevolking uit in het Oost-Afrikaanse land. En Ethiopië heeft een jeugdige bevolking: ruim de helft van alle 105 miljoen inwoners is jonger dan 25 jaar.

De regering sloeg de protesten hard neer; er vielen honderden doden en tienduizenden verdwenen achter de tralies. Tot twee keer toe werd de noodtoestand uitgeroepen, maar toch lukte het de EPRDF-regering niet de protesten definitief de kop in te drukken. Een burgeroorlog dreigde. Het leidde ook tot spanningen binnen de coalitie zelf. Hervormers en haviken binnen de EPRDF kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Die tegenstelling kostte premier Hailemariam Desalegn de kop. De hardliners accepteerden niet dat hij begin 2018 aankondigde politieke gevangenen te willen vrijlaten – ze dwongen Desalegn af te treden.

Al bleek dat zes weken later een pyrrusoverwinning. Want dat aftreden van Desalegn markeert achteraf de ommekeer die uitviel in het voordeel van de hervormers. Na een lange en hevige interne strijd binnen de regeringscoalitie trad eind maart vorig jaar Desalegns opvolger Abiy Ahmed aan. De EPRDF koos hem met zestig procent van de stemmen tot nieuwe voorzitter – en daarmee tot de nieuwe premier van het land.

Oppositiepolitici en activisten reageerden overwegend positief: eindelijk geen Tigreër of een handlanger van de Tigreërse elite zoals Desalegn, maar een Oromo. De nieuwe premier hamerde na zijn aantreden onmiddellijk op het belang van politieke hervormingen en een grotere vrijheid van meningsuiting.  De relatief jonge Ahmed (42) maakte zich vooral met dat laatste geliefd onder de overwegend jonge demonstranten. Al bleef de vraag wel hoeveel ruimte hij van de EPRDF zou krijgen om de beloften waar te maken, want werkelijke democratie had Ethiopië nooit gekend. Eerst was het land een keizerrijk, daarna een communistische staat en ten slotte, de laatste drie decennia onder de EPRDF, een autocratische, centraal geleide natie.

Maar Ahmed bleek oprecht in zijn ambitie het politieke systeem in Ethiopië te veranderen. ‘Hij besloot de openheid te vergroten en liet duizenden politieke gevangenen vrij’, legt professor Fiseha uit. ‘En hij speelde een grote rol bij het oplossen van de problemen tussen Ethiopië en Eritrea.’  Ethiopië was al twintig jaar in conflict met het buurland. Onder Ahmed werden de diplomatieke banden hersteld en sloten de twee landen verschillende bilaterale handels- en investeringsverdragen.

Ahmed sloeg ook binnen Ethiopië zelf nadrukkelijk een toon van verzoening aan. Hij reisde het land door, sprak met lokale leiders en politici. ‘In veel opzichten betekende zijn verkiezing een scherpe breuk met de vroegere bestuursstijl van de *EPRDF’, schreef Yoseph Badwaza, de Ethiopië-specialist van Freedom House, eind vorig jaar in een verslag aan het Amerikaanse parlement.

Ahmed hief drie maanden na zijn aanstelling als premier de noodtoestand op. Hij verkondigde de grondwet te zullen aanpassen en een beperkt aantal termijnen voor premiers in te stellen. Zijn regering nam stappen om het overheidsmonopolie binnen sectoren als telecom, energie en luchtvaart af te schaffen – al is dat in de praktijk niet eenvoudig, omdat de economie van Ethiopië sterk staatsgeleid is. Ahmed benoemde ‘hervormingsgezinde’ en vaak jonge topmensen op cruciale economische posities, onder meer bij de centrale bank en staatsbedrijf Ethio Telecom.

‘De druk tot democratisering en meer transparantie van bestuur groeide feitelijk al sinds 2005’, zegt Fiseha. Dat jaar organiseerde de EPRDF relatief vrije en open verkiezingen, maar de regering schrok van de uitslag en de veiligheidsdiensten reageerden furieus. De politie doodde in een paar maanden tijd bijna tweehonderd mensen en nam zeker dertigduizend Ethiopiërs gevangen. ‘Daarna’, zegt Fiseha, ‘probeerde de regering lang een ijzeren greep op de macht te houden onder het motto: laten we ons eerst richten op economische groei, dan komen de politieke hervormingen later wel.’

Het economische model was sterk geschoeid op Chinese leest. De staat bouwde tientallen universiteiten en productiehallen door heel het land, zorgde voor voldoende stroom door de grootste stuwdam in Afrika aan te leggen. De infrastructuur in Addis Abeba werd aangepakt, huizen schoten uit de grond. De regering beweerde dat de economie met maar liefst elf procent per jaar groeide; in ruil voor de investeringen diende de bevolking zich een beetje koest te houden.

Toch nam de economische voorspoed de onvrede onder een groot deel van de bevolking na 2005 niet werkelijk weg, want veel Ethiopiërs merkten weinig van de groeiende rijkdom op macroniveau. De verdeling van het nieuwe geld was scheef, dus bleven miljoenen jongeren ondanks de elf procent groei – volgens velen door de overheid aangedikt – gewoon werkloos. En ondanks het feit dat het percentage Ethiopiërs dat onder de armoedegrens leeft sinds de eeuwwisseling is gehalveerd, is er zelfs in dat opzicht voor nog altijd ruim twintig procent van de bevolking niets veranderd.

Maar de nieuwe premier Ahmed voedt nu al een jaar de hoop – hoop op èchte verandering. Hij is de zoon van een islamitische vader en een christelijke moeder en nam al in zijn puberteit deel aan het verzet tegen het communistische bewind van Mengistu. Daarna ging hij het leger in en schopte het tot officier.  Tegelijkertijd ging hij studeren, eerst aan het Instituut voor Vrede en Veiligheidsvraagstukken in Addis Abeba en later aan universiteiten in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. In 2010 startte hij zijn politieke carrière binnen OPDO (Oromo Democratische Volksorganisatie), een van de vier etnisch bepaalde partijen die de EPRDF-coalitie vormen.

Ja, zelfs Merera Gudina is ‘voorzichtig optimistisch’ over de ontwikkelingen onder premier Ahmed. Gudina is niet alleen professor politicologie aan de Universiteit van Addis Abeba, maar ook leider van oppositiepartij OPC (Oromo Volkscongres). ‘Het is goed dat er een begin is gemaakt met wettelijke hervormingen’, zegt hij. ‘Daarover spreken we nu met de regering. We proberen een routekaart naar eerlijke en vrije verkiezingen uit te stippelen, want pas als die er is kunnen we bekijken of de geplande verkiezingen in 2020 haalbaar zijn of dat er meer tijd nodig is.’

Zelf durft hij het antwoord op die vraag nog niet te geven. ‘Het hangt af van de politieke wil van de regering. Voor ons is het belangrijk dat de kieswetten worden aangepast, dat de kiescommissie wordt gereorganiseerd, dat wij als oppositie in heel het land de vrijheid krijgen ons te verplaatsen en campagne te voeren. En dat we goede toegang hebben tot de media.’

Yoseph Badwaza van Freedom House lijkt Gudina’s voorzichtigheid te delen. Hij somde eind vorig jaar een paar uitdagingen op die de hervorming van Ahmeds regering in de weg kunnen staan. Zo stipte hij de interne verdeeldheid binnen de EPRDF-coalitie aan, waarin de haviken het er niet zomaar bij zullen laten zitten.  Ook waarschuwde hij dat het nog niet makkelijk is organisaties op het gebied van mensenrechten en mediavrijheid op korte termijn weer voldoende slagkracht te geven, nadat zij sinds 2009 effectief zijn vermorzeld. En daar komt het gevaar van aanhoudende etnische spanningen nog bij, plus het risico dat de verwachtingen onder de sinds 2015 demonstrerende jongeren irrealistisch hooggespannen zijn. Ook dat kan leiden tot geweldsuitbarstingen als er teleurstelling ontstaat over het tempo van de hervormingen.

Professor Fiseha ziet die risico’s eveneens: ‘Het voorbije jaar bleef er op sommige plaatsen een gewelddadige situatie bestaan. Wegversperringen, lokale anarchie en wetteloosheid, jongerendemonstraties en ook economisch verval. De centrale regering wordt als zwak ervaren en zou niet altijd grip hebben op alle delen van het land. Ondanks de verzoenende toon van de premier is het duidelijk dat er maar weinig vertrouwen bestaat tussen de verschillende politieke elites, zowel binnen de regeringscoalitie als tussen de regering en de oppositie.’

De politieke routekaart waaraan onder meer oppositieleider Gudina en de regering werken, is mede door al dat onderlinge wantrouwen nog erg vaag, volgens Fiseha. ‘De huidige hervormingen zijn een hoopvol proces, maar er blijven grote risico’s bestaan’, waarschuwt hij. ‘Als de ingezette politieke transformatie niet ècht inclusief blijkt, kan het land alsnog politiek in elkaar storten.’

Toch lijken de huidige ontwikkelingen vooral hoopgevend. Niet in de laatste plaats doordat premier Ahmed alle partijen uitnodigde deel te nemen aan de gesprekken over constitutionele en electorale hervorming. ‘Alleen een gesprek waarbij alle grote politieke en civiele groeperingen op gelijke voet met elkaar communiceren, kan tot een succes leiden’, zegt Fiseha beslist.  ‘Als je bepaalde groepen buitensluit, zullen zij de hervormingen proberen te ondermijnen. Het doel moet dan ook zijn een democratische infrastructuur te ontwerpen die de afzonderlijke leiders en partijen overstijgt. Die koers lijkt in Ethiopië nu in ieder geval ingezet.’

 

Afrika staat in Europa volop in de belangstelling. Niet alleen vanwege urgente en actuele vraagstukken, zoals de gevolgen van klimaatverandering en migratie, maar ook vanwege de kansen voor nieuwe vormen van samenwerking met Europa.

Tijdens zijn laatste State of the Union noemde EU-voorzitter Jean-Claude Juncker Afrika niet voor niets het tweelingcontinent van Europa. Hij riep op tot meer gelijkwaardige verhoudingen tussen Europa en Afrika. In dit journalistieke dossier zoomen we in op nieuwe ontwikkelingen op het Afrikaanse continent, geven we een stem aan frisse geluiden en kijken we hoe we tot een ander meer gelijkwaardig narratief kunnen komen in de samenwerking tussen Europa en Afrika.

 

Het journalistiek project ‘Afrika 2030 -tussen uitdagingen en kansen’, is een initiatief van Vice Versa, het NIMD, de IOB, ICCO en IDH.

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel