Door:
Niels Posthumus

14 februari 2019

Tags

Jessica Musila is directeur van Mzalendo, dat in Kenia online en via sms jongeren bij de politiek betrekt en meer transparantie realiseert. Elders in Afrika ligt dat lastiger, maar ze is hoopvol. ‘Technologische verandering vergroot de democratische mogelijkheden.’

Lang hadden jongeren in Afrika nauwelijks een stem in de politiek. Maar volgens de Keniaanse Jessica Musila (44) is dat rap aan het veranderen: ‘Jongeren werden altijd wel gezien, maar nooit gehoord’, zegt ze. ‘Door de opkomst van sociale media kunnen politici nu niet langer om hen heen, want online zijn bij uitstek jongeren luid en duidelijk aanwezig.’  Rond de verkiezingen in Kenia van 2017 was letterlijk elke parlementskandidaat actief op sociale media. ‘De later verkozen president Uhuru Kenyatta koos er zelfs voor een traditioneel televisiedebat in te ruilen voor een livestream op Facebook. Dat vond hij belangrijker.’

Musila is directeur van Mzalendo, dat probeert de politiek in Kenia toegankelijker te maken, met name voor jongeren. De doelgroep is groot, want evenals in de rest van Afrika is de bevolking overwegend jong: bijna driekwart van alle Kenianen is onder de dertig.  ‘Door de opkomst van internet bevragen jongeren lang niet meer altijd hun ouders over de politiek, zoals gebruikelijk was’, legt Musila uit. ‘Ze gaan online op zoek, dus moet daar betrouwbare informatie over politici en het overheidsbeleid te vinden zijn.’

Mzalendo probeert jongeren via verschillende kanalen bij de politiek te betrekken. Zo verzamelt de organisatie op een van haar websites zoveel mogelijk informatie over parlementsleden: contactgegevens, opleiding en eerdere werkervaring, maar ook wat de politicus zoal aan publieke uitspraken deed over wetsvoorstellen en op allerlei beleidsterreinen. In Twitter-sessies verslaat Mzalendo de debatten in het parlement. Op de website Dokeza (Swahili voor: ‘deel je idee’) biedt ze bezoekers de kans om commentaar te geven op wetsontwerpen en die te bediscussiëren. En dan is er ook nog het blog waarmee het ooit begon: het enige kanaal waarbij Mzalendo bewust geen objectiviteit nastreeft en waarop politici twee keer per jaar een rapportkaart over hun verrichtingen ontvangen.

Het is een formule die inmiddels in andere Afrikaanse landen is overgenomen: People’s assembly (Zuid-Afrika), Shine your eye (Nigeria), Odekro (Ghana), Parliament watch (Oeganda) en Open parly (Zimbabwe). Al die organisaties richten zich met name op het parlement. ‘Dat is immers de volksvertegenwoordiging’, zegt Musila. ‘Het volk dient in de allereerste plaats het parlement te kunnen controleren. Bovendien stemt het parlement over de begroting en dus over het geld. En je ziet in Kenia dat traditionele nieuwsorganisaties maar weinig aandacht besteden aan parlementaire zaken, meer aan de president en de regering. Die media zijn hier bovendien bijna altijd in handen van politici; ze zijn dus subjectief.’

Musila begon in 2011 als directeur bij Mzalendo, dat destijds nog slechts een ambitieus weblog was. De schrijvers deelden er zoveel mogelijk gelekte politieke informatie – al was dat niet makkelijk, omdat er weinig wetten bestonden die de openbaarheid van politieke informatie garandeerden.

Dat veranderde in 2010, toen het Keniaanse parlement een nieuwe grondwet aannam. Daarin werd publieke participatie bij de totstandkoming van nieuwe wetgeving verankerd. ‘Sindsdien kunnen politici en ministeries ons nauwelijks nog informatie weigeren’, zegt Musila. ‘En doordat de mensen hun parlementariërs nu beter kunnen volgen en controleren, voelen die politici meer druk om daadwerkelijk goed beleid af te leveren.’

Musila verwacht dan ook dat de technologische vooruitgang de komende jaren grote invloed zal hebben op de politiek in Afrika. Al beseft ze ook dat *ICT-ontwikkelingen alleen werkelijk ertoe doen als de vrijheid van meningsuiting in meer landen eerst beter wordt gewaarborgd. ‘Wat wij in Kenia met Mzalendo doen, kan nu verder alleen nog in Zuid-Afrika en Nigeria’, zegt ze. ‘En in Ghana, wellicht. Want je kunt nog zoveel nieuwe technische mogelijkheden tot je beschikking hebben, als je de gevangenis in wordt gegooid als je ze benut heb je er maar weinig aan.’

Ze geeft een voorbeeld: ‘In Ethiopië wilde men al tijden een op Mzalendo geïnspireerde website opzetten, maar lang had ik daar een hard hoofd in. Pas nu er in Ethiopië stilaan iets meer vrijheid lijkt te ontstaan, begin ik te geloven dat ons concept er misschien ook kan werken.’ Toch gelooft Jessica Musila dat de ontwikkelingen op de langere termijn simpelweg niet zijn tegen te houden. ‘Je ziet dat de “sterke mannen” in de Afrikaanse politiek rond verkiezingen of binnenlandse onrust vaak proberen de sociale media uit te schakelen, zoals onlangs nog in Zimbabwe. Dat toont hoe bang ze zijn voor verspreiding van informatie via internet. Ze weten dat ze de sociale media niet kunnen beheersen.’

En de binnenlandse onvrede kan op het internet ‘zózeer worden versterkt en breed verspreid’, zegt ze, dat die zelfs internationale ophef kan veroorzaken. ‘Tragisch genoeg zijn veel Afrikaanse leiders bezorgder over hun statuur in de wereld dan over de problemen onder hun eigen volk. Dus als dat volk via sociale media in het buitenland verontwaardiging over binnenlandse problemen kan genereren, voert dat de druk op hun leiders erg op.’

Bovendien ziet Musila de opkomst van burgerjournalistiek als onstuitbaar: Afrikanen die op de verkiezingsdag met hun telefoon foto’s maken van fraude met stembiljetten of die internationale media wijzen op het gebruik van verkeerde of onethische foto’s.  Zo kreeg The New York Times begin dit jaar hevige kritiek van twitteraars en bloggers uit Kenia, nadat ze vlak na de aanslag in Nairobi op het Riverside-bedrijfsterrein zeer expliciete foto’s van de doden had geplaatst. Had de krant dat ook gedaan als de slachtoffers Amerikaans waren geweest, luidde de vraag. ‘Door smartphones en sociale media kunnen Afrikaanse burgers de rol van waakhond op zich nemen,’ zegt Musila, ‘wat vroeger ondenkbaar was.

Het voordeel van een land zoals Kenia en ook Zuid-Afrika is dat er niet alleen een relatief grote openbaarheid van informatie bestaat, maar dat ook het aantal mensen met toegang tot internet er aanzienlijk is. ‘Al is het nog wel een probleem dat mobiel internet duur is’, merkt Musila op.

‘Veel jongeren hebben hier wel een smartphone, als statussymbool, maar bezitten geen geld om internetdata te kopen. En veel vrouwen zijn financieel afhankelijk van hun man – of zij hebben wel zelf geld, maar zijn verantwoordelijk voor het huishouden en moeten afwegen waaraan ze het uitgeven: eten, schoolgeld, water… of mobiel internet. Vrouwen en jongeren op het platteland, waar de armoede meestal groter is, bereiken we met onze websites dus het moeilijkst.’

Mzalendo bedacht er een oplossing voor. Eens in de twee weken stuurt de organisatie een grote groep mensen een sms’je met een simpele vraag over een wet die op dat moment wordt bediscussieerd in het parlement. De ontvangers kunnen zonder extra kosten via sms antwoorden. Wat vinden zij dat de parlementariër voor hun district moet zeggen tijdens het debat over die wet? ‘Je ziet dat technologische verandering in meer directe zin de democratische mogelijkheden vergroot’, zegt Musila. ‘Bij de verkiezingen in 2017 stelde Boniface Mwangi, een jonge activist, zich namens een kleine partij verkiesbaar. Hij haalde via crowdfunding veel geld op – hij won niet, maar liet wel zien dat je een eigen campagne kunt opzetten met onlinehulp en dat de politiek niet iets abstracts en onbereikbaars is voor een gewone Keniaan. Mwangi gaf een kijkje in wat later wellicht een ontwikkeling kan worden in Afrika.’

En dat zou volgens Musila een positieve trend zijn, want de oude politieke partijen in Kenia zijn te sterk in handen van een paar machtige leiders. Zij blokkeren talentvolle jongeren vaak de weg naar de top, omdat ze liever iemand hebben die bereid is te betalen om namens de partij verkiesbaar te zijn. ‘Doordat wij parlementariërs nu via onze websites nadrukkelijker controleren op wat ze doen zodra ze eenmaal zijn verkozen,’ zegt Musila, ‘wordt het duidelijker zichtbaar wie nauwelijks talent heeft en via corruptie aan de macht is gekomen. Dat straalt slecht af op de partijen; die worden nu ook intern gedwongen hun democratische structuur te verbeteren. Dat zal de betrouwbaarheid en het inclusieve karakter van de politiek ten goede komen.’

 

Afrika staat in Europa volop in de belangstelling. Niet alleen vanwege urgente en actuele vraagstukken, zoals de gevolgen van klimaatverandering en migratie, maar ook vanwege de kansen voor nieuwe vormen van samenwerking met Europa.

Tijdens zijn laatste State of the Union noemde EU-voorzitter Jean-Claude Juncker Afrika niet voor niets het tweelingcontinent van Europa. Hij riep op tot meer gelijkwaardige verhoudingen tussen Europa en Afrika. In dit journalistieke dossier zoomen we in op nieuwe ontwikkelingen op het Afrikaanse continent, geven we een stem aan frisse geluiden en kijken we hoe we tot een ander meer gelijkwaardig narratief kunnen komen in de samenwerking tussen Europa en Afrika.

 

Het journalistiek project ‘Afrika 2030 -tussen uitdagingen en kansen’, is een initiatief van Vice Versa, het NIMD, de IOB, ICCO en IDH.

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel