Door:
Lizan Nijkrake

11 februari 2019

Tags

Er is een staakt-het-vuren, maar 24 miljoen Jemenieten lijden honger; het conflict is complex en duurt voort. Vorige week werd er in Pakhuis de Zwijger naar een oplossing gezocht, bij het Grote Jemen Debat. Een verslag.

‘Wie is er onlangs in Jemen geweest?’ vraagt moderator Frénk van der Linden aan de honderd aanwezigen die in u-vorm het podium aanschouwen. Een Jemenitische vrouw steekt haar hand op. Haar aftrap zet de toon voor de avond: ze schetst hoe de coup tegen het bewind van president Ali Abdoellah Saleh tijdens de Arabische Lente heeft geleid tot het schrikbewind van de Houthi-rebellen – en spreekt tegelijk haar teleurstelling uit over de passieve reactie van de internationale gemeenschap.

Wat is er aan de hand in Jemen, het land dat al vijf jaar door een burgeroorlog wordt geteisterd? Hoe kan de vicieuze cirkel van geweld worden doorbroken, kan Nederland een rol spelen bij de oplossing van het conflict? Deze vragen liggen op tafel tijdens het Grote Jemen Debat.

Een gemêleerd gezelschap van politici en experts geeft duiding en wisselt ideeën uit. Veel thema’s passeren de revue, vrijwel iedere vraag vanuit het publiek verwordt tot een betoog. Wat duidelijk is: ‘Het woord “complex” is een eufemisme als het om Jemen gaat’, aldus Van der Linden.

Een smeulend conflict

Wat is er gebeurd, waar ging het mis? Gerenommeerd Jemen-expert Peter James Salisbury van de International Crisis Group bijt het spits af met een ingesproken historische schets. Hij noemt de welig tierende corruptie, de zwakke economie en de armoede als oorzaken van de groeiende weerstand tegen de centrale overheid.

De Houthi’s, de grootste rebellengroep, pleegden een ‘slow-burning coup’, zegt Salisbury; ze namen langzaam maar zeker sleutelinstituties van de staat over, nadat in 2012 president Saleh het veld ruimde voor Abd-Rabboeh Mansoer al-Hadi. De opvolger kon geen einde maken aan de corruptie, slechte voedselvoorziening en hoge werkloosheid; de veiligheidstroepen bleven trouw aan Saleh. Eind 2014 ontspoorde de burgeroorlog, toen de Houthi’s de hoofdstad Sana’a innamen.

Een aantal toehoorders in het publiek plaatst kritische noten bij Salisbury’s verhaal in het Skype-gesprek dat volgt: ‘Jij schrijft over de oorlog, ik heb de oorlog beleefd’, zegt een naar eigen zeggen voormalige seniormedewerker van een Jemenitische ngo. ‘Jij doet alsof de Houthi’s aan de ene kant staan en de regering aan de andere.’ Er zijn volgens hem veel meer groepen, het verhaal is complexer.

Wie zich bij geen enkele groepering aansluit, is Faris Alqubati, een activist uit Jemen. Hij reageert ontwijkend op Van der Lindens vraag naar de politieke bron van zijn activisme. ‘Ik vraag aandacht voor een humanitaire ramp.’ Hij ging de straat op, bezocht conferenties en scandeerde leuzen om corruptie en het lijden van de Jemenieten te beëindigen.

Marina de Regt, antropoloog en Jemen-expert aan de Universiteit van Amsterdam, woonde zes jaar in het land. Ze beaamt: veruit de meeste Jemenieten scharen zich niet achter Hadi of de Houthi’s. ‘Ze willen gewoon leven.’

Alqubati vluchtte in 2013 naar Nederland. Hij is een uitzondering; er zijn hier naar schatting nog geen duizend Jemenieten. De reden? ‘Het is heel moeilijk Jemen te verlaten’, zegt De Regt. De woestijngrens met de twee buurlanden, Saoedi-Arabië en Oman – die het VN-Vluchtelingenverdrag niet ondertekenden en dus geen bescherming bieden –, zit potdicht. Een drie meter hoog hek bestrijkt de achttienhonderd kilometer lange grens tussen Saoedi-Arabië en Jemen.

Dus zitten Jemenieten vast, in schrijnende omstandigheden. Afgelopen najaar leefde de aandacht voor Jemen kortstondig op, toen de dreigende hongersnood het nieuws domineerde. Cruciaal voor het voorkomen van massale uitsterving was het staakt-het-vuren in havenstad Hodeida, overeengekomen door de strijdende partijen tijdens vredesonderhandelingen in Stockholm eind vorig jaar. Via Hodeida komt zo’n zeventig procent van Jemens hulp en voedsel het land binnen.

Het Hodeida-bestand wordt schoorvoetend nageleefd. Maar, zo licht Jolien Veldwijk, programmadirecteur van Care in Jemen, via een scherm toe: ‘Vandaag de dag lijdt het ongekende aantal van 24 miljoen Jemenieten nog steeds honger.’

Oplossingsrichtingen

Dus is de urgente vraag: waar ligt de sleutel om het conflict te beëindigen? Hoe de kluwen te ontwarren? Over één inzicht zijn de gesprekspartners het eens: de Jemenieten moeten het zelf doen. Al hebben ze wel hulp nodig van de internationale gemeenschap om vrede te bereiken.

Suying Lai, hoofd van de humanitaire afdeling van Oxfam Novib, gelooft – evenals SP-Kamerlid Sadet Karabulut, zo blijkt later – vooral in een verbod op alle wapenhandel naar Jemen.

Buitenlandcommentator Arend Jan Boekestijn trekt de discussie ook over de Jemenitische landsgrenzen heen. Hij wijst op de geopolitieke belangen in Jemen, waarin volgens hem de sleutel tot succes ligt. Saoedi-Arabië leidt de internationale coalitie – samen met de Verenigde Arabische Emiraten – die de overheid van Hadi steunt, terwijl Iran de Houthi’s steunt.

Boekestijn is sceptisch over een duurzame oplossing en denkt dat alleen briljante, geheime diplomatie een kentering kan brengen, waarbij ‘Saoedi-Arabië naar buiten toe de overwinning kan claimen’.

Want Saoedi-Arabië is op zoek naar eerherstel. Volgens veel sprekers heeft het flink gezichtsverlies geleden in de nasleep van de moord op journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel. Die gebeurtenis heeft – wrang genoeg – ruimte gebracht aan de onderhandelingstafel in de zaak-Jemen. Er staat niet genoeg op het spel voor de Saoediërs om vrede in Jemen voor elkaar te krijgen, zegt Boekestijn. In het land zelf is de oorlog te populair.

Moosa Elayah, wetenschappelijk onderzoeker bij het Center for International Development Issues in Nijmegen, onderschrijft Boekestijns plan om Iran en Saoedi-Arabië aan tafel te krijgen. Hij gooit de knuppel in het hoenderhok door Irans rol in de schijnwerpers te plaatsen. Die is volgens hem ‘zachter’ – met minder harde bewijzen te ondersteunen, bijvoorbeeld propaganda –, maar niet minder schadelijk.

Dan mengt zich een nieuwe stem in het debat. De ambassadeur van Jemen in Den Haag neemt het woord: ‘Ik moet spreken als diplomaat, niet als activist’, zegt ze. ‘Ik probeer iets ertussenin.’ Ze vraagt de panelleden naar het ‘echte’ plaatje te kijken en benadrukt dat tachtig procent van Jemen niet gebukt gaat onder oorlog, maar onder economische malaise. Veel jonge mensen vechten om hun brood te verdienen. Als de economie en de centrale overheid worden versterkt, wordt de weg naar vrede zichtbaar.

Boekestijn werpt tegen: ‘Mevrouw, de regering is helaas niet erg populair in Jemen.’

Nederlandse impact

Als we een deel van de oplossing moeten zoeken bij de internationale gemeenschap, is er dan een rol weggelegd voor Nederland? Sven Koopmans (VVD) en Sadet Karabulut, beiden lid van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, beantwoorden die afsluitende vraag.

Karabulut prijst de rol van Nederland in de Mensenrechten- en Veiligheidsraad van de Verenigde Naties afgelopen jaar; die droeg bij aan een onderzoek naar oorlogsmisdaden in Jemen. De conclusie? Alle partijen zijn schuldig, Saoedi-Arabië voorop. In het tegengaan van straffeloosheid en het bereiken van gerechtigheid voor Jemenitische slachtoffers ziet Karabulut een rol voor Nederland weggelegd, als gastland van het Internationaal Strafhof.

Koopmans waarschuwt voor grootheidswaanzin en pleit voor realisme. ‘Wat ik niet zou willen zien, is dat wij doen alsof we het in de Tweede Kamer wel even zullen oplossen.’ Volgens hem is steun aan de VN-gezant in Jemen Martin Griffiths de goede strategie – en komt het berechten van daders pas nadat de handtekeningen zijn gezet onder een langdurig vredesakkoord.

Koopmans besluit met een pittige uitspraak aan het adres van de vierde macht. ‘We praten ongeveer iedere twee weken over Jemen in de Tweede Kamer,’ zegt hij, ‘maar ik lees daar nooit iets over terug.’ Er ligt, kortom, een taak voor de media om Jemen meer op de kaart te zetten.

Ruim twee uur na aanvang van het debat richt Van der Linden zich tot de zaal. Hij bedankt het publiek voor de belangstelling. ‘Dit is geen avond om vrolijk van naar huis te keren.’

Maar: er gloort weer enige hoop sinds het Hodeida-bestand. Laten we hopen dat het standhoudt.

Het Grote Jemen Debat was een initiatief van Cordaid, CARE Nederland, Oxfam Novib, Save the Children, ZOA, Stichting Vluchteling, War Child en Vice Versa 

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel