Door:
Bram Posthumus

11 februari 2019

Dia Sacko is de drijvende kracht achter Maliculture en het is helder wat ze wil: verandering. Qua narratief over het Afrikaanse continent, maar ook qua zelfbeeld. ‘Iedereen heeft een pen op zak, gebruik die om het eigen Afrikaanse verhaal te vertellen.’

Ze is midden dertig, heeft weinig tijd, veel te vertellen en nog meer te doen. Daar word je snel, flexibel en inventief van. Dus als het interview pas een uur na de afgesproken tijd kan beginnen – dankzij de kolossale files in Bamako – zoekt Dia Sacko naar een oplossing.  Ze scant haar mobiele telefoon, verzet een afspraak, belt een paar mensen voor dingen later op de dag en schakelt van het Frans over op het Bamana, de taal die bijna iedereen in de hoofdstad van Mali spreekt, om de jongens die haar auto wassen instructies te geven. ‘Vind je het erg om mee te rijden? Ik moet even iemand zien en dan naar de filmset.’ Het is half elf in de ochtend.

‘Mijn vader was leraar’, vertelt ze, ‘en tot aan zijn dood gepassioneerd over zijn vak. Hij is een van mijn grote inspiratiebronnen. Mijn eigen reis was er één van een kind dat opgroeide in Mali en de mogelijkheid kreeg door te leren in Europa. Ik heb gestudeerd in Bamako en Toulouse. Een paar jaar geleden besloot ik terug te keren, om mijn steentje bij te dragen aan ons land, dat de weg is kwijtgeraakt.

‘Wij, kinderen van Mali, hebben allemaal een baksteen in onze hand. Die moeten we gebruiken om het nieuwe Mali op te bouwen, een Mali dat vooruitgang boekt op de manier die wij wensen. Ik ontmoet ze dagelijks: mensen die ondanks alles nooit ophouden in dit land te geloven.’

Soms valt dat niet mee, vooral niet als ze wordt opgehouden door de ergernissen van alledag. Als we wegrijden van de wasplaats, blijkt dat de jongens alle elektronica vergaten uit te zetten. Even later, bij de benzinepomp, wil de dop van de tank er niet af. Als ze ten slotte haar kleine, zilverkleurige Japanner in straf tempo door het verkeer loodst, ergert ze zich blauw aan het wangedrag op de weg.  Alleen verwijt ze haar medeweggebruikers iets wat ze zelf ook doet: voordringen. Ze foetert en analyseert: ‘Het is altijd “ik eerst”. Dat komt door gebrek aan goed onderwijs, als je het mij vraagt. We hebben regels, alleen houdt niemand zich eraan.’

Na de eerste afspraak in de luxewijk Hamdallaye – met banken, ambassades, VN-organisaties en dure restaurants – flitsen we naar een hoek in de oude stad, even voorbij de smalle Eerste Brug (uit 1960). Dit is een plek waar taxi’s, auto’s, vrachtwagens, busjes, steekwagens, marktvrouwen en lopende verkopers een plek proberen te bemachtigen op of bij een strook rafelend asfalt.

Hier bevindt zich het Nationale Malinese Filminstituut waar Sacko een serie korte video’s maakt over jongeren die op eigen kracht succes weten af te dwingen. Eenmaal aangekomen heeft ze even tijd, voordat het draaien van de film begint, om wat dingen op een rij zetten. Eerste punt: haar digitale platform Maliculture. ‘Het is een avontuur dat ik een jaar geleden ben begonnen. De gedachte erachter: Mali ìs cultuur. We brengen musici voort, beeldend kunstenaars, fotografen, regisseurs en schrijvers. Er bestond alleen geen medium dat alles laat zien. *Maliculture wil dat medium zijn.’  Maar waarom juist cultuur? ‘Omdat dat de beste reflectie is van Mali’s lange en rijke geschiedenis. Eén voorbeeld: de eerste universele verklaring van de rechten van de mens is hier geschreven.’ De Kouroukan Fouga? ‘Precies.’

In 1236 werd halverwege Bamako en Siguiri – in het huidige Guinee – een bijeenkomst gehouden waarbij keizer Sundiata Keita (inderdaad: de voorvader van Mali’s beroemdste zanger Salif Keita) de rechten en plichten van burgers in zijn onmetelijke rijk besprak, van het verbod op moord en diefstal tot zorg voor het milieu.  Traditionele kroniekmakers – jeli geheten – zorgden voor de overlevering van generatie op generatie. De Guineese historicus Djibril Tamsir Niane legde het bijna zeventig jaar geleden voor het eerst vast op papier en Unesco verklaarde de Kouroukan Fouga in 2009 tot werelderfgoed.

Weten dat je die rijkdom en geschiedenis hebt, is basiskennis die iedere Malinees bij zich hoort te dragen, vindt Dia Sacko. Niet alleen om de waarden en normen van je eigen samenleving beter te leren begrijpen en waarderen – de ‘ik eerst’-mentaliteit behoort niet tot de Malinese tradities –, ook je zelfbeeld wordt er helder van.  Herken je jezelf in wat anderen over jou vertellen? ‘Mali moet zich niet neerleggen bij de status die het is toegekend als land in ontwikkeling’, zegt Sacko. ‘Dat paradigma moeten we verwerpen. We zijn rijk in meerdere opzichten, maar onze rijkdom is slecht uitonderhandeld. Als we er in slagen een betere afspraak te maken voor de exploitatie van onze minerale hupbronnen – van vooral goud –, dan krijgen we een andere naam dan “ontwikkelingsland”.’

Dat is één deel van Sacko’s verhaal. Er is meer dat haar ergert.  ‘Waar we beslist mee moeten ophouden’, zegt ze, ‘is onszelf en ons continent als slachtoffer te blijven zien. Afrika is geen slachtoffer meer. Ik neem de volledige verantwoordelijkheid voor mijn woorden als ik zeg: ik heb níets met het koloniale verleden te maken. Dit continent moet zich richten op de toekomst.

‘Je kunt je huidige misère niet verklaren met een drama dat zich vroeger voltrok. Het is aan ons, nu, om te weten wat we willen en dat uit te dragen. We zitten aan alle onderhandelingstafels. En ik onderhandel niet met Europa als volk dat gekoloniseerd is geweest, maar als gelijke. We gingen naar dezelfde scholen, hebben dezelfde diploma’s en een gemeenschappelijk gedachtegoed.’

Mali’s status als ontwikkelingsland zorgde voor grote geldstromen naar het onderwijs – zolang dat in de donormode was. En toch kon al dat geld de educatieve ondergang van Mali niet voorkomen. Sacko heeft daar geen verklaring voor.  ‘Mijn generatie’, stelt ze alleen vast, ‘is de laatste die kon profiteren van goed onderwijs. We moeten het weer op de been krijgen, zorgen voor kwalitatief hoogstaand menselijk kapitaal, waarmee we het land vooruithelpen. Die taak delen Afrika en Europa, denk maar aan de migratie: wie thuis gelukkig is, gaat niet elders op zoek.’

Om enig misverstand weg te nemen: voor populistische Europese simplismen heeft Sacko weinig tijd. ‘Laat ik het over Frankrijk hebben, ik ben tenslotte Malinese èn Française en voel me in beide landen thuis. Toen Europa na de Tweede Wereldoorlog mensen nodig had om zichzelf weer op te bouwen, stuurde Mali veel van zijn kinderen erheen. En de generaties die daarna kwamen… zijn Frans! Vergeet dus nooit waar de oorsprong van migratie ligt: in wat ze in Frankrijk de “glorieuze jaren” noemen, van 1945 tot ’75. En in de negentiende eeuw ontvluchtte half Sicilië de armoede en vertrok naar Amerika.’

Anno 2019 is het moeilijk voor veel Malinezen, al zetten buitenlandse media de situatie wel erg zwaar aan. Sacko definieert het onderliggende principe zo: ‘Waar één deel van de wereld uit balans is, vanwege ongelijkheid, misère en het verlies aan menselijke waardigheid, daar is de rest van de wereld ook uit balans.’

En dat leidt wederom naar de gedeelde verantwoordelijkheid, niet in een verhouding van donor en ontvanger maar in een samenwerking tussen partners die belang hebben bij een goed resultaat. Ze voegt eraan toe dat het daarbij noodzakelijk is dat Afrika zijn eigen verhaal vertelt. ‘Er is veel verteld óver Afrika. Ik zeg niet: zet dat maar bij het vuilnis, maar wel: iedereen heeft een pen op zak, die we kunnen gebruiken om dat eigen Afrikaanse verhaal te vertellen.’

Mali: bron van geschiedenis, bron van cultuur, van het denken over mensenrechten. Een lappendeken van volken en culturen, talen en talenten. Het is, inderdaad, hoog tijd voor Mali’s eigen verhaal. Sacko zoekt in haar onafscheidelijke mobiele telefoon naar de zinsnede die ze onlangs via Maliculture heeft getweet: ‘Ieder land is het aan zichzelf verplicht zijn eigen culturele verhaal te vertellen en zijn erfenis op waarde te schatten.’ Toen ze naar Europa ging, had ze dat in het hoofd. ‘Ik voelde de verplichting een verhaal te hebben wanneer mensen aan me vroegen waar ik vandaan kwam. Wat is de geschiedenis van je land? Welke lessen kan jouw land de wereld leren? En wat breng jij als mens mee om aan anderen door te geven? Want wanneer je de ander tegenkomt, verrijk je die ander en je wordt zelf verrijkt. Cultuur is de crux van dit alles.

‘En dat is ook wat ik via Maliculture doorgeef als antwoord op al die Europese media die denken dat heel Mali in brand staat. We zitten hier op het filminstituut in hartje Bamako, nergens wordt geschoten. Ik zal niet ontkennen dat er geen spanningen zijn, over het conflict en de onveiligheid in delen van het land, maar *Maliculture is er ook en juíst om te tonen waar het wèl werkt.’

Komende vrijdag wordt er tijdens de debatavond ‘Afrika 2030-tussen uitdagingen en kansen’ uitgebreid verder gesproken over nieuwe vormen van samenwerking tussen Afrika en Europe, en een ander narratief. Meld je aan via deze LINK

 

Afrika staat in Europa volop in de belangstelling. Niet alleen vanwege urgente en actuele vraagstukken, zoals de gevolgen van klimaatverandering en migratie, maar ook vanwege de kansen voor nieuwe vormen van samenwerking met Europa.

Tijdens zijn laatste State of the Union noemde EU-voorzitter Jean-Claude Juncker Afrika niet voor niets het tweelingcontinent van Europa. Hij riep op tot meer gelijkwaardige verhoudingen tussen Europa en Afrika. In dit journalistieke dossier zoomen we in op nieuwe ontwikkelingen op het Afrikaanse continent, geven we een stem aan frisse geluiden en kijken we hoe we tot een ander meer gelijkwaardig narratief kunnen komen in de samenwerking tussen Europa en Afrika.

 

Het journalistiek project ‘Afrika 2030 -tussen uitdagingen en kansen’, is een initiatief van Vice Versa, het NIMD, de IOB, ICCO en IDH.

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel