Door:
Niels Posthumus

6 februari 2019

Lang was Afrika in de beeldvorming hopeloos: honger, armoede en burgeroorlog. Maar vanaf 2011 was het continent ineens ‘in opkomst’. Beide beelden zijn simplistisch. ‘Er liggen veel kansen voor Afrikaanse landen, maar ze moeten eerst intern orde op zaken stellen.’ Een beschouwing vanuit Johannesburg.

Als Chukwu-Emeka Chikezie (55) zijn land Sierra Leone moet beschrijven, komt hij toch al snel uit bij de oogverblindende tropische stranden. ‘Het is een beetje cliché,’ geeft hij toe, ‘maar ze zijn echt prachtig.’  Ook de geschiedenis van Sierra Leone is interessant, zegt hij: naar hoofdstad Freetown werden in de negentiende eeuw bevrijde slaven gebracht. Daardoor heeft heel het land iets kosmopolitisch. ‘En de mensen zijn aardig,’ zegt Chikezie, ‘het eten is heerlijk.’ De directeur van Up!-Africa, een organisatie die probeert ondernemerschap in Sierra Leone te stimuleren, lacht. ‘Ik ken bijna niemand die in Sierra Leone is geweest en niet verliefd werd op het land.’

Chukwu-Emeka Chikezie

Toch zijn palmstranden en haute cuisine niet de zaken die de gemiddelde Europeaan als allereerste zal associëren met het kleine land in West-Afrika. Bij Sierra Leone denkt hij over het algemeen aan krijgsheer Charles Taylor, die tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig kindsoldaten inzette en tegenstanders verminkte door ledematen af te hakken. En anders komt hij waarschijnlijk wel uit bij bloeddiamanten of ebola. En zulke negatieve associaties zijn niet alleen een probleem voor Sierra Leone; het is een probleem voor heel Afrika. Niet voor niets noemde het toonaangevende Britse tijdschrift The EconomistAfrika in het jaar 2000 ‘het hopeloze werelddeel’.

Die nadruk op het negatieve frustreert Chikezie soms. ‘Begrijp me niet verkeerd, ik ben de laatste die problemen en verschrikkingen onder het tapijt wil vegen’, haast hij zich te zeggen. ‘Maar de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie waarschuwde tien jaar geleden al voor het eenzijdige beeld dat veel mensen van veel Afrikaanse landen hebben. Ja, inderdaad: Sierra Leone is een van de armste en minst ontwikkelde landen ter wereld. Maar ik vind het belangrijk dat in de beeldvorming óók de mooie kant aan bod komt.’

Dat de slechte verhalen over Afrika meestal de boventoon voeren, komt volgens Chikezie doordat in Europese klassieke literatuur ideeën als ‘barbarisme’ en ‘de wilde’ vaak het vertrekpunt vormen in beschrijvingen van het continent. En dat diepgewortelde, neerbuigende beeld wordt nog steeds zo nu en dan gevoed door moderne cultuuruitingen. Zo was in het geval van Sierra Leone de film Blood Diamond met Leonardo DiCaprio in de hoofdrol zeer bepalend. Het beeld van Sierra Leone als ‘land van bloeddiamanten’ zette zich door die kaskraker uit 2006 in één keer wereldwijd vast.

‘Je moet het zo zien’, zegt hij: ‘Mensen hebben maar weinig tijd zich te verdiepen in landen, dat is normaal. Maar daardoor heeft elk land slechts zijn eigen figuurlijke fifteen minutes of fame. In het geval van Sierra Leone wordt het nieuwsbulletin bijna volledig gevuld met burgeroorlog, ebola en armoede. Er blijft maar weinig tijd over om ook uit te leggen dat er bijna zeven miljoen mensen wonen, dat het grootste deel gewoon zijn dagelijkse leven leidt.’

Dat is jammer. Want door de framing van een land als Sierra Leone – en óók doordat de situatie er de afgelopen decennia daadwerkelijk niet altijd veilig was, natuurlijk – genieten maar bar weinig mensen van de prachtige stranden waarover Chikezie zo hoog opgeeft.  ‘Vóór de burgeroorlog was er een goedlopende toeristenindustrie’, zegt hij. ‘Sierra Leone was een bestemming voor rijke Europeanen die in de winter op zoek gingen naar de zon. Geen massatoerisme, zoals je dat nu ziet in Gambia, maar wel met een aantal heel mooie resorts.’

De regering heeft de toerismesector aangemerkt als een van de prioriteiten binnen de economische ontwikkelingsplannen voor de nabije toekomst. ‘Het probleem van oorlog is alleen dat het letterlijk alles kapotmaakt’, legt Chikezie uit. ‘Niet alleen hotels, maar ook de infrastructuur. En je land positioneren binnen het wereldwijde vakantieaanbod is niet meer zo eenvoudig; de concurrentie is moordend. Kijk alleen al in Afrika naar eilanden als Mauritius en de Seychellen, die zijn zó slim en ervaren in hun toeristische marketing dat Sierra Leone er niet tegenop kan. En het is vooralsnog erg duur om naar Freetown te vliegen.’

Toch is Sierra Leone wel degelijk een land met economische potentie. De oorlog is alweer vijftien jaar geleden en het land is redelijk stabiel. Afgezien van het ebola-rampjaar 2015, toen de economie met 21 procent kromp, groeit zij sinds 2010 elk jaar met minstens vijf procent – en zelfs met twintig in het topjaar 2013. En ook dat geldt voor veel meer landen in Afrika.

 

Lumley Beach Freetown

 

Het waren zulke spectaculaire groeicijfers die The Economist er toe aanzette in 2011 zijn typering van ‘het hopeloze continent’ om te draaien en groots de kop ‘Africa Rising’op het omslag te zetten. Het continent van de hongerbuikjes, droogte, burgeroorlogen en genocide leek opeens een inhaalslag te maken op economisch terrein. Vooral de stijgende grondstofprijzen stuwden de groeicijfers razendsnel op van Angola tot Kenia en van Ghana tot Zambia.

Tot 2013, toen kwam er een kink in de kabel. De grondstofprijzen begonnen te kelderen. Veel Afrikaanse landen leefden op te grote voet. Ze gingen lenen. ‘Volgens het Overseas Development Institute dreigt inmiddels bijna veertig procent van alle landen in Afrika weg te zakken in een schuldencrisis’, stelde Rufus Mwanyasi eind vorig jaar in een opinieartikel op de website Business Daily. ‘In acht landen is zo’n schuldencrisis al een feit en achttien andere landen lopen een hoog risico zich daar bij te voegen’, waarschuwde de directeur van investeringsfonds Canaan Capital in Kenia.

Toch meent Mwanyasi niet dat het beeld van Afrika teruggedraaid moet worden naar dat van een ‘hopeloos werelddeel’. ‘Africa Rising hoeft alleen niet te betekenen dat alle Afrikaanse landen bezig zijn aan een opmars’, legt hij uit. Investeerders dienen elk land afzonderlijk te beoordelen, dan volgt er een genuanceerd beeld.  Zo komt de relatief lage economische groei van Afrika als geheel de afgelopen jaren voor een groot deel op het conto van de drie grootste, teleurstellend presterende economieën op het continent: Nigeria, Zuid-Afrika en Angola. Veel kleinere landen doen het juist goed.

Vijf van de tien snelst groeiende economieën ter wereld vind je in Afrika

Twee derde van de Afrikaanse landen zag zijn economie in 2018 nog altijd sneller groeien dan het wereldwijde gemiddelde, benadrukt Brahima Sangafow Coulibaly, de directeur van het Africa Growth Initiative (AGI). Vijf van de tien snelst groeiende economieën ter wereld vind je in Afrika. ‘En ongeveer de helft van alle economieën ten zuiden van de Sahara zal de komende vijf jaar gemiddeld even snel of zelfs sneller groeien dan ze deden tijdens de hoogtijdagen van het Africa Rising-narratief tussen 2000 en 2014.’

Het is een gangbare denkfout: het Afrikaanse continent met zijn 54 verschillende landen als één economisch geheel te zien. Dat is misleidend. Sterker: zelfs als we al de Afrikaanse landen wèl afzonderlijk bekijken, is het Europese beeld van die landen en economieën nog steeds veel te homogeen, te generaliserend. Neem Zambia, in zuidelijk Afrika. Dat land stond lang symbool voor armoede en weinig vooruitgang. Maar vanaf het eerste decennium van deze eeuw ging het ineens vlug. Zambia is rijk aan grondstoffen, alleen al de koperreserves zijn goed voor meer dan tweehonderd miljard dollar. Door de stijgende koperprijs groeide de Zambiaanse economie tot 2013 razendsnel.

Maar toen die prijs begon te dalen, kwam Zambia in de problemen. Oude, nooit echt verdwenen zaken als corruptie en mismanagement staken weer de kop op. Het land leende zo veel geld dat het Internationaal Monetair Fonds in 2018 zelfs de gesprekken over financiële noodhulp afkapte. De Zambiaanse schuld was volgens de organisatie simpelweg onhoudbaar.

Sandras Phiri

Uiteraard is dat een groot macro-economisch probleem voor Zambia. Maar dit verhaal doet geen recht aan wat er in andere sectoren – meer op microniveau – in het land plaatsvindt. ‘De Zambiaanse technologiesector is veelbelovend’, zegt Sandras Phiri. Hij is voorzitter van de ondernemersdenktank Startup Grind in Lusaka, de hoofdstad van Zambia.  ‘De drempels om de markt binnen te komen zijn laag’, zegt hij. ‘Er is veel werk in te vinden. En het veroorzaakt een sneeuwbaleffect: de snelle ontwikkelingen binnen de ICT beïnvloeden andere sectoren: de financiële wereld, het toerisme, het onderwijs, de communicatiesector, de productie-industrie.’

Ja, de ICT-invloed reikt zelfs nog verder dan de economie. Want ook op de politieke stabiliteit zal de technologische vooruitgang een positief effect hebben, verzekert Coulibaly van AGI. ‘De opkomst van ICT maakt het mogelijk dat mensen, vooral jongeren, zich beter kunnen informeren’, schreef hij medio 2017. ‘Zij zullen daardoor meer betrokken raken bij het maatschappelijke en politieke debat en zullen dus meer verantwoording eisen van hun leiders.’

Ook Chikezie uit Sierra Leone is voorzichtig positief over de nabije toekomst van Afrika, richting het jaar 2030. Maar hij denkt wel dat er nog ontzettend veel moet verbeteren op het continent. ‘De kosten, risico’s en onzekerheid bij het zaken doen moeten omlaag’, zegt hij. ‘Te veel Afrikaanse landen zijn nog hevig verstrikt in onnodige bureaucratie en kampen met een onderontwikkelde infrastructuur.’

Wel is er een enorme drang om een eigen handeltje op te zetten, weinig mensen in Sierra Leone hebben een baan in de formele economie. De meeste jongeren storten zich noodgedwongen op het verhandelen van simpele goederen, ze verkopen dingen als lucifers op de hoek van de straat – en daarop zit een minimale winstmarge. Voor complexere handel, waarmee je ècht iets kunt verdienen, hebben zij niet het geld, de opleiding en de vergunning. ‘Het lastige is dat je alles in één keer moet veranderen’, verzucht Chikezie. ‘Stap voor stap gaat niet. Als je mensen wel meer toegang geeft tot startkapitaal, maar niet tegelijkertijd hun managementcapaciteiten vergroot, dan gaan ze alsnog vaak failliet – met een groter verlies aan kapitaal. En je moet de corruptie verminderen, zakennetwerken opbouwen, regelgeving vereenvoudigen, de rechterlijke macht verbeteren zodat zakelijke conflicten snel en eerlijk worden opgelost. En nog heel veel meer. En allemaal gelijktijdig.’

Toch zijn er landen die het lijkt te lukken. Chikezie wijst op Ethiopië en Rwanda, die voorlopig met succes proberen hun economie te transformeren tot plaatsen waar op grote schaal goederen worden geproduceerd. Want dat is volgens Chikezie essentieel: Afrikaanse landen moeten meer produceren. Alleen op die manier zullen zij in staat zijn een deel van de naar schatting honderd miljoen industriële banen die de komende jaren ‘weglekken’ uit China naar Afrika te halen.

Maar Afrika heeft daarbij een probleem: voor massaproductie is energie nodig. Waar China tijdens zijn economische opmars nog naar hartenlust mocht vervuilen, gelden voor Afrika de moderne eisen, die vaak van buiten het continent worden opgelegd. Sowieso zal de mondiale invloed op het continent gestaag toenemen: China heeft steeds grotere economische belangen in Afrika en in Europa zal de angst voor massamigratie via de Middellandse Zee blijven bestaan.

‘Afrikaanse landen gedragen zich vaak alsof anderen hun iets verschuldigd zijn’

Maar Chikezie ligt niet wakker van die inmenging. Meer nog: hij snapt Afrikanen niet die erover klagen. ‘Afrikaanse leiders stellen zich nog veel te vaak op alsof de rest van de wereld hun iets verschuldigd is’, zegt hij. ‘Maar je denkt toch niet dat de president van China ’s ochtends bij het scheren voor de spiegel staat en denkt: wat zou ik vandaag eens voor Afrika kunnen doen? Nee, dat is zijn taak niet. Zijn taak is te bedenken wat goed is voor China.’ Afrikaanse landen moeten beter samenwerken, meent hij. Het ontbreekt meestal niet aan mooie verdragen op papier, maar intussen is het nog wel altijd makkelijker voor een Europeaan om landsgrenzen in Afrika over te steken of in een bepaald Afrikaans land te werken dan voor Afrikanen zelf. De samenwerkingsverdragen moeten zo snel mogelijk werkelijk worden geïmplementeerd.

Afrika moet zijn minderwaardigheidscomplex afschudden, vindt Chikezie. Het continent moet af van het idee dat Europa er is om Afrika te helpen. ‘Het is schokkend hoe onvoorbereid Afrikaanse leiders vaak naar internationale conferenties afreizen’, zegt hij. ‘Zij zouden veel strategischer moeten denken, moeten nagaan wat Europa nodig heeft en vervolgens harder moeten onderhandelen.’

Want zolang Afrikaanse leiders zich niet beter op onderhandelingen met Europa en China voorbereiden, zal de relatie tussen Afrika en de rest van de wereld per definitie ongelijk blijven. ‘Om de potentie van Afrika te verwezenlijken, zullen we niet naar anderen moeten kijken. Het belangrijkste is dat Afrikaanse landen eerst zelf intern orde op zaken stellen.’

Chukwu-Emeka Chikezie zal een keynote gegeven tijdens het debat ‘Afrika 2030 -tussen uitdagingen en kansen.’ Meld je aan via https://dezwijger.nl/programma/afrika-2030

Forum on China-Africa Cooperation

Afrika staat in Europa volop in de belangstelling. Niet alleen vanwege urgente en actuele vraagstukken, zoals de gevolgen van klimaatverandering en migratie, maar ook vanwege de kansen voor nieuwe vormen van samenwerking met Europa.

Tijdens zijn laatste State of the Union noemde EU-voorzitter Jean-Claude Juncker Afrika niet voor niets het tweelingcontinent van Europa. Hij riep op tot meer gelijkwaardige verhoudingen tussen Europa en Afrika. In dit journalistieke dossier zoomen we in op nieuwe ontwikkelingen op het Afrikaanse continent, geven we een stem aan frisse geluiden en kijken we hoe we tot een ander meer gelijkwaardig narratief kunnen komen in de samenwerking tussen Europa en Afrika.

 

Het journalistiek project ‘Afrika 2030 -tussen uitdagingen en kansen’, is een initiatief van Vice Versa, het NIMD, de IOB, ICCO en IDH.

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel