Door:
Lennaert Rooijakkers

9 november 2018

Als lid van de adviesraad van de Fair, Global and Green Alliance was Ruchi Tripathi deze zomer in Den Haag om op het ministerie te discussiëren over de nota van Kaag. Ze is kritisch op de Nederlandse hulp- en handelagenda. ‘Ik zou het gek vinden als ik onder de noemer “hulp” belasting zou betalen voor bedrijfsinitiatieven.’

Ruchi Tripathi

Ruchi Tripathi

Wat Ruchi Tripathi vindt van de nota van Kaag? ‘Ik denk dat de focus op investeringen in de private sector vrij problematisch is. Wat ik schokkend vind, is dat hulp en handel worden gelinkt aan domestic interests, het Nederlandse belang staat hierbij voorop. Ik vind het niet alleen problematisch, ik denk ook dat er veel academisch bewijs is dat publiek-private partnerschappen vaak niet werken.’

Naïef, noemt Tripathi het zelfs. Veel van de complexe problemen die in de nota worden genoemd, zoals migratie of het verbeteren van mensenrechten, kunnen volgens haar niet worden aangepakt als er zoveel aan het belang van de Nederlandse private sector wordt gehecht. Zeker als de Nederlandse overheid iets wil doen in regio’s met extreme armoede. ‘In dat geval is er echt een andere aanpak nodig. Als het beleid zoals het nu omschreven staat in de nota, wordt uitgevoerd in middeninkomenslanden of in samenwerking met grotere boeren; ok. Dan is het enigszins te begrijpen dat je hiervoor kiest. Maar ik zie niet hoe dit de armste en meest gemarginaliseerde groepen verder op weg gaat helpen. Dan moet eerst naar lokale en regionale oplossingen worden gezocht.’ Op dat gebied is genoeg te doen, weet Tripathi. ‘Er is in veel landen nog veel steun nodig om lokale landbouworganisaties of netwerken voor jonge mensen op te zetten, zodat hun eigen agenda’s en de lokale economie versterkt kunnen worden.’

Duidelijk maken wie je wil bereiken, wat je doelgroep is, dat moet volgens Tripathi voorop staan. ‘En als dat de minstbedeelden zijn, dan is dit niet het juiste instrument. En als het doel niet het bereiken van de allerarmsten is, dan gaat deze nota niet over hulp maar over business development. En dat is weer een heel andere discussie. Maar vreemd is dat wel. Ik leef in het Verenigd Koninkrijk en zou het gek vinden als de belasting die ik betaal naar dergelijke initiatieven gaat in de naam van “hulp”.’

 

Het ultieme doel

Tripathi noemt de bloemenindustrie in Ethiopië als voorbeeld waar de schoen wringt. Afgelopen zomer sprak zij als lid van de Fair Green and Global Alliance hierover bij een bezoek aan het ministerie van buitenlandse zaken. ‘Een aantal mensen van buitenlandse zaken was net teruggekomen uit Ethiopië, waar ze de bloemenindustrie hebben bezocht. Een van de zaken die daar ter sprake kwam, was het realiseren van goed loon voor vrouwen die in die industrie werken. Maar dat is zo’n complex issue. Ik betwijfel of het goed is je zowel daar op te richten als op zakendoen binnen de Ethiopische bloemensector. Door alles onder te brengen in één beleid, verlies je gemakkelijk de focus op wie je nu echt wilt helpen, wat je ultieme doel is.’

ActionAid zelf is nauwelijks betrokken bij publiek-private partnerschappen, zegt Tripathi. ‘Omdat we geloven in een andere manier van organiseren. Waarbij iemand meteen kan verkopen binnen territoriale markten, waar het vertrouwen groter is en waar het concept van “markt” niet puur economisch is.’ Wat dat precies inhoudt? ‘Ik was laatst in Nepal en daar zijn markten ook een social space, omdat het voor veel mensen een van de weinige manieren is om samen te komen met hun vrienden. Het is een plek om veilig zaken te kunnen doen, ook voor vrouwen, maar net zo goed een plek waar mensen toegang hebben tot een toilet. Maar hoe houd je dat op gang en bereik je dat soort groepen als je het Nederlandse bedrijfsleven stimuleert om zaken te doen in het buitenland?’

Ander voorbeeld: de manier waarop ActionAid in Senegal en Gambia vrouwen hulp heeft geboden om hun weerbaarheid en voedselzekerheid te vergroten door ze kennis te laten maken met agro-ecologie (helpen voedsel produceren dat echt duurzaam is). ‘We werken op een microniveau met vrouwengroepen, die grondnoten verbouwen en voedzame maaltijden samenstellen en die verkopen op lokale markten. Voor dergelijke groepen is dat de plek waar geïnvesteerd moet worden en niet binnen trade and global markets.’

 

Genderfocus

Wil Nederland goed doen, dan zal het volgens Tripathi moeten leren van programma’s die impact hebben gehad op het gebied van mensenrechten, klimaat, gender en het vergroten van weerbaarheid van kwetsbare groepen. ‘En academisch onderzoek heeft uitgewezen dat publiek-private focus niet heeft geleid tot het verbeteren van voedselzekerheid of stijgende lonen bij de meest gemarginaliseerde groepen’, voegt zij daar aan toe.

Ze is in elk geval blij met de steun die Nederland heeft bijgedragen aan ActionAid-projecten in Ghana, Rwanda, Bangladesh en Pakistan. ‘Daarmee helpen we vrouwen vanuit eenrights based perspectivehun economische positie te verbeteren. En tegelijkertijd heeft het als doel om geweld tegen vrouwen onder de aandacht te brengen. Dat is heel belangrijk. Of je nu kijkt naar microfinanciering, toegang tot afzetmarkten of het helpen aan de juiste zaden – altijd speelt er ergens het geweld-issue.’

Tripathi is dan ook blij met de focus op vrouwenrechten en gender in de nota. ‘Het Nederlandse beleid heeft zich daar altijd goed op gericht. In het huidige beleid wordt er ook gekeken naar de gevolgen van klimaatverandering. Maar ik heb het gevoel dat ze de private sector zien als een instrument om de meeste problemen aan te pakken. Dat is wat mij betreft kortzichtig.’

Wat haar ook bevreemd, is dat terreur in de nota wordt gelinkt aan migratie. ‘Opvallend en alarmerend. Om een of andere reden wordt terreur genoemd, maar ik begrijp niet waarom. Voor het maatschappelijk middenveld is het heel duidelijk dat je de aanpak van terrorisme echt moet scheiden van een hulp- en handelagenda. Voor mij maakt dit punt duidelijk dat er uit verschillende hoeken invloed is uitgeoefend op de agenda.’

Die tegengestelde belangen maken het volgens Tripathi ook interessant om te zien welke koers de minister de komende jaren zal varen. ‘Ik weet dat er tegenstellingen zijn in de coalitie. Daarom is het interessant om te zien wát er precies gesubsidieerd zal worden, wat in haar nota op voorrang kan rekenen. Al is het voor mij als buitenstaander lastig om daar een inschatting van te maken.’

 

Waar kan Nederland binnen de hulp en handelsagenda de komende jaren het beste op inzetten? Deze vraag staat de komende weken centraal op de website van Vice Versa en tijdens het congres ‘Hulp en Handel in Perspectief’ op dinsdagmiddag 16 oktober in Den Haag.

Hulp en Handel in Perspectief is een gezamenlijk initiatief van  ViceVersa, Solidaridad, Fair Green and Global Alliance (FGG), de Civic Engagement Alliance, FMO, IDH en het KIT.

Een nieuwe generatie zoekt verandering in Guatemala

Door Edwin Koopman | 12 november 2018

Jong, hoog opgeleid, en vol idealen; een nieuwe generatie in Guatemala zet in op een radicale politieke vernieuwing. Álvaro Montenegro is een van de leiders van een brede beweging tegen corruptie en straffeloosheid. ‘Dit is geen sprint maar een marathon.’

Lees artikel

‘Als je doelgroep de minstbedeelden zijn, is de nota van Kaag niet het juiste instrument.’

Door Lennaert Rooijakkers | 09 november 2018

Als lid van de adviesraad van de Fair, Global and Green Alliance was Ruchi Tripathi deze zomer in Den Haag om op het ministerie te discussiëren over de nota van Kaag. Ze is kritisch op de Nederlandse hulp- en handelagenda. ‘Ik zou het gek vinden als ik onder de noemer “hulp” belasting zou betalen voor bedrijfsinitiatieven.’

Lees artikel

Leren van Evalueren 2018: het complete programma

Door Marc Broere | 08 november 2018

Het complete programma van ‘Leren van Evalueren -bewegen tussen belangen’ op 23 november is bekend. De centrale vraag van de bijeenkomst is: welke belangen spelen er bij evaluaties en hoe ga je hiermee om? Hieronder het complete programma en een overzicht van de acht deelsessies. Aanmelden kan via deze link.

Lees artikel