Door:
Jan-Albert Hootsen

26 oktober 2018

Nicaragua is al maanden het toneel van brute onderdrukking van verzet tegen de regering van president Daniel Ortega. Ook de pers ontsnapt niet; kritische journalisten zijn het doelwit van een systematische gewelds- en lastercampagne. Toch lukt het Ortega, die jarenlang de media in een wurggreep had, niet de pers te muilkorven. Dankzij onderlinge solidariteit en vasthoudendheid van de vrije pers lijkt het regime de controle over de media te verliezen.

Anibal Toruño en zijn vijftien verslaggevers gaan dagelijks met gemengde gevoelens naar de tijdelijke studio van Radio Dario in León. Het is behelpen in de kleine kamertjes, waar de apparatuur geïmproviseerd is opgezet en waar het ene kantoor van het ander wordt gescheiden met een zwarte deken.  ‘Het is verre van ideaal’, geeft Toruño toe in zijn kantoortje, waar de op volle toeren blazende airconditioning de tropische hitte buiten houdt. ‘Maar we leven nog, en onze stem is nog gewoon te horen. Daar ben ik dankbaar voor.’

Radio Dario is de belangrijkste onafhankelijke radiozender in León, de tweede stad van Nicaragua. Sinds de oprichting door Toruño’s vader in 1949 heeft de zender een traditie opgebouwd van kritische, onafhankelijke verslaggeving. Dat bleef lang niet altijd zonder consequenties; sinds de oprichting werd de studio zes keer vernield.

Wat op 20 april echter gebeurde, verbijsterde zelfs de geharde Toruño. Een groep van ruim tien gemaskerde mannen baande zich een weg naar de studio en stak het gebouw in brand. Dario’s team wist op het nippertje te ontsnappen. ‘Ze wilden niet alleen de studio vernielen’, zegt Toruño. ‘Ze wilden ons vermoorden. We hebben vreselijk geluk gehad dat we levend zijn ontsnapt.’

 

Steeds autoritairder

Twee dagen eerder gingen Nicaraguanen in hoofdstad Managua massaal de straat op om te protesteren tegen geplande bezuinigingen op het sociale stelsel. De demonstraties werden uiteen geslagen en beschoten door politie en aanhangers van de regering, waarna het protest escaleerde tot een landelijke volkswoede tegen een regime dat volgens critici de laatste jaren steeds autoritairder is geworden.

Maanden van politiek geweld volgden. Demonstranten, vooral studenten, eisen het aftreden van de president. Ze zijn diep teleurgesteld in Ortega, die ooit wereldwijd populariteit genoot als idealistische leider van de linkse guerrillabeweging Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding (FSLN), in 1979 dictator Anastasio Somoza ten val bracht en tussen 1985 en 1990 al president was.

Sinds zijn terugkeer als president in 2007 heeft Ortega echter steeds meer macht naar zich toe getrokken. Hij heeft de oppositie in het parlement vleuggellam gemaakt, het Hooggerechtshof gevuld met loyalisten, de media grotendeels onder staatscontrole  gebracht en zijn vrouw Rosario Murillo zelfs benoemd tot vice-president.

Tegenstanders van Ortega zetten na 18 april overal in het land wegblokkades op. Het regime sloeg terug door gewapende groepen paramilitairen tegen de oppositie in te zetten. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn de laatste zes maanden meer dan driehonderd mensen omgekomen en vele honderden burgers gearresteerd en gemarteld.

 

Anibal Toruño van Radio Dario.

‘Terroristen en coupplegers’

Ook de Nicaraguaanse pers werd doelwit van het geweld. In de eerste dagen na 18 april werden tientallen journalisten bedreigd, geslagen en van hun camera’s beroofd, door politie en door gemaskerde en gewapende aan de regering gelieerde paramilitairen. Op 21 april werd journalist Ángel Gahona door onbekenden doodgeschoten, terwijl hij live op Facebook beelden uitzond van de nasleep van een demonstratie in de stad Bluefields. Het was het startschot van een voortdurende, systematische campagne tegen iedere vorm van kritische journalistiek. President Ortega en diens aanhangers beschuldigen verslaggevers van terrorisme en het propageren van een staatsgreep. Journalisten worden dagelijks telefonisch en via sociale media bedreigd en besmeurd.

‘Journalistiek is een moelijke, gevaarlijke bezigheid geworden in Nicaragua’, zegt Mauricio Madrigal, nieuwsdirecteur van televisiekanaal Canal10 in Managua. ‘Het land is enorm gepolariseerd. Wie simpelweg verslag doet van wat op straat gebeurt, wordt door aanhangers van de regering beschuldigd van verraad.’

Op 17 juli maakte het regime-Ortega goeddeels een einde aan de volksopstand. Onder de naam ‘Operatie Schoonmaak’ stroomden overal in het land politieagenten en gemaskerde paramilitairen de door de oppositie ingenomen steden en wijken binnen. Demonstranten werden met grof geweld uiteengeslagen of gearresteerd en de wegblokkades opgebroken; daarbij vielen nog eens tenminste vierentwintig doden en werden vele tientallen burgers gearresteerd.

Sinds Operatie Schoonmaak wordt er door tegenstanders nauwelijks nog gedemonstreerd. President Ortega noemt die schijnbare rust triomfantelijk een ‘terugkeer naar de normaliteit’. De oppositie, mensenrechtenorganisaties en kritische journalisten weten wel beter.  Wat de president rust noemt, is in de praktijk angst. Overal in het land zijn nog gewapende paramilitairen te zien. De toegangswegen tot de hoofdstad worden streng gecontroleerd door de politie. Waar aanhangers van het regime de president toejuichen, worden buitenstaanders scherp in de gaten gehouden. Wie als een vijand van het regime wordt gezien, kan ineens worden aangevallen door een woedende menigte.

 

Voorzorgsmaatregelen

 De onafhankelijke pers weet dat ze constant op de tenen moeten lopen, zegt Nestor Arce. Hij is journalist voor Confidencial, traditioneel een van de meest kritische media in het land. Arce is tevens de de facto veiligheidsexpert van Confidencial, na maanden te zijn gehard door verslaggeving van barricades, demonstraties en geweld.

‘We zijn als journalisten enorm kwetsbaar. Het risico op fysiek geweld is groot, dus we moeten voorzorgsmaatregelen nemen’, zegt hij. ‘Als we de straat opgaan, doen we dat met een team; de verslaggever een fotograaf, soms nog meer collega’s.’

De constante dreiging van geweld heeft de manier van journalistiek bedrijven fundamenteel veranderd. Verslaggevers van media als Confidencial, Radio Dario en Canal10 gaan niet langer in hun eentje de straat op, zeker niet als ze verslag moeten doen van een evenement waar grote groepen mensen bij elkaar komen. Bovendien proberen ze hun verslaggeving te combineren met die van buitenlandse correspondenten, of landgenoten die voor grote buitenlandse media als AFP of Reuters werken.

‘De politie en aanhangers van het regime schrikken er vaak voor terug om journalisten van buitenlandse media aan te vallen’, legt Arce uit. ‘Ze zijn zich ervan bewust wat voor schandaal dat kan opleveren, dus ze hebben meer respect voor hen. Wij maken daar gebruik van, we proberen zoveel mogelijk met buitenlandse media op te trekken.’

Communicatie is letterlijk van levensbelang. In León houden journalisten constant contact met elkaar. ‘Contact via sociale media en applicaties als WhatsApp is cruciaal’, zegt Anibal Toruño. ‘Het is voor onze veiligheid van levensbelang dat we snel kunnen inschatten hoe de situatie op straat is, dus we zitten in tientallen WhatsApp-groepen, waarin we elkaar op de hoogte houden van mogelijke gevaar.’

 

Staatscontrole

Hoewel het geweld en de systematische lastercampagne een hevige escalatie zijn, stond de vrije pers in Nicaragua al veel langer onder druk. Sinds zijn terugkeer naar de macht in 2007 heeft Daniel Ortega hard gewerkt aan het vestigen van een verregaande staatscontrole over de media. Bondgenoten van het regime kochten kranten, radiozenders en televisiestations, die non-stop pro-Ortega berichtgeving in de kolommen en de ether pompen. Het gevolg was een medialandschap dat vrijwel volledig door positieve berichtgeving over de regering werd gedomineerd. Slechts een handvol media als Confidencial, dagblad La Prensa, Radio Dario en Radio Corporación was kritisch, maar stonden daarin tamelijk alleen.

Het geweld tegen journalisten op en na 18 april veranderde dat. Vooral twee televisiezenders, Canal10 en met name 100% Noticias, die het regime in voorgaande jaren zonder al te veel kritiek benaderden, behoren sinds de lente tot de meest kritische en onafhankelijke media in het land.

’18 april heeft voor ons veel veranderd’, zegt nieuwsdirecteur Lucia Pineda van 100% Noticias. ‘In voorgaande jaren gaven we de regering het voordeel van de twijfel. Dat is na de eerste demonstraties helemaal veranderd.’

Ook verslaggevers van 100% Noticias worden sinds april bedreigd en aangevallen, simpelweg omdat ze geweld tegen demonstrerende jongeren filmden. De zender werd kort na de eerste demonstraties zelfs zes dagen uit de lucht gehaald. ‘Op dat moment werden wij, net als de mensen op straat, ook slachtoffers van de macht. Onze rechten werden geschonden’, zegt Pineda fel. ‘We werden uitgemaakt voor terroristen en coupplegers. Onze journalisten, onze directeur en ikzelf werden het doelwit van lastercampagnes en de meest absurde beschuldigingen.’

Nieuwsdirecteur Mauricio Madrigal van Canal10 vertelt een vergelijkbaar verhaal. Ook zijn zender was voorheen zeker geen bijzonder uitgesproken criticus van de regering-Ortega, maar werd in de eerste dagen van de protesten ook ineens doelwit. ‘Het enige wat we deden was informeren, en daarvoor werden we aangevallen’, zegt Madrigal. ‘We hadden geen andere keus dan doorgaan met verslag doen van wat we zagen. We hadden en hebben een sociale plicht om dat te doen.’

Internet, mobiele telefoons en sociale netwerken spelen volgens Lucia Pineda een sleutelrol. ‘Wat de regering niet had voorzien, is dat duizenden Nicaraguanen met hun smartphones en sociale media-profielen het werk overnamen van de journalisten wier camera’s werden gestolen of vernield’, zegt ze. ‘Voor iedere camera die werd gestolen, kwamen er ineens twintigduizend via mobiele telefoons bij. Het internet is dé plek die het regime niet onder controle kan krijgen. Wij konden op die manier verslag blijven doen, dankzij de foto’s en video’s die we van mensen toegestuurd kregen. Het regime heeft de strijd om informatie verloren op het Internet.’

 

Solidariteit

Het geweld en de onderdrukking van de kritische journalistiek die de regering Ortega voor ogen had, kreeg zo precies het tegenovergestelde effect: de Nicaraguaanse pers werd feller, kritischer en onafhankelijker. Waar Canal10 en 100% Noticias voorheen relatief weinig verslag deden van politiek, zijn vooral de websites van beide zenders verworden tot de belangrijkste mediakanalen om op de hoogte te blijven van politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Radio Dario besloot enkele maanden geleden in ieder geval tijdelijk te stoppen met het uitzenden van sport en entertainment, om zich helemaal op de politieke crisis in het land te richten. Confidencial, een traditioneel tijdschrift, vormde zijn website om tot een 24-uurs nieuwsportaal.

‘Niemand had echt kunnen voorzien wat de gevolgen van de onderdrukking op de pers zouden zijn’, zegt Nestor Arce van Confidencial. ‘Wij deden voorheen vooral onderzoeksjournalistiek, maar door omstandigheden zijn we sneller gaan werken, met meer aandacht voor breaking news.’

Ondanks de bloei van kritische journalistiek in Nicaragua blijven de zorgen groot, om de veiligheid, maar ook om de levensvatbaarheid van onafhankelijke media. Door maanden van politiek geweld heeft de economie van Nicaragua, toch al een van de armste landen in Latijns-Amerika, een flinke klap gehad. De regering Ortega heeft uiteraard iedere vorm van overheidsgeld aan onafhankelijke media stopgezet, maar ook particuliere advertentie-inkomsten zijn daardoor flink ingestort. Confidencial heeft het budget mede dankzij financiële steun van de Nederlandse persvrijheidsorganisatie Free Press Unlimited op peil kunnen houden, maar Radio Dario verloor sinds begin dit jaar negentig procent van de inkomsten.

‘We zullen moeten blijven knokken met minimale middelen en de toekomst is onzeker’, zegt Anibal Toruño. ‘Maar er is veel solidariteit tussen kritische media. We omhelzen elkaar, steunen elkaar, helpen elkaar. Samen blijven we vechten voor de vrijheid van meningsuiting in Nicaragua.’

Meer horen over de recente ontwikkelingen in Nicaragua en de rol van maatschappelijke organisaties en de media? Kom op donderdagavond 1 november naar Het Grote Midden-Amerika Debat in de Rode Hoed. Toegang is gratis, maar aanmelding verplicht via deze LINK 

Het leek zo goed te gaan met Midden-Amerika.  Sinds de jaren 90 vinden er op economisch, politiek en sociaal gebied positieve ontwikkelingen plaats. Maar de tegenkrachten zijn groot en dreigen deze positieve ontwikkelingen weer teniet te doen. Dit vindt plaats in een context waarin trouwe donoren die zich inzetten voor mensenrechtenbeleid, waaronder Nederland, zich terugtrekken of het werken steeds lastiger wordt gemaakt. Vandaar dat CNV Internationaal, Free Press Unlimited, Hivos, Impunity Watch, NIMD en Vice Versa het initiatief hebben genomen voor het organiseren van een aantal activiteiten om Midden-Amerika weer onder de aandacht te brengen in Nederland. Dit kennisdossier, met journalistieke verhalen over en uit de regio, is daar één van.

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel